archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 10
Jaargang 21
22 februari 2024
Nummer 12 verschijnt op
21 maart 2024
Beschouwingen > Het leven zelf delen printen terug
Een engeltje op mijn schouder Rob van Olphen

2108BS EngeltjeToen ik een jaar of 4 was werd ik plotseling heel ziek en benauwd en kon moeilijk ademhalen. Mijn moeder was de wanhoop nabij. Mijn gezicht was helemaal blauw. Ze was vreselijk bang dat ik zou stikken. Gelukkig kwam de ambulance op tijd. In het kinderziekenhuis hebben ze onmiddellijk een tracheacanule geplaatst, dat is een buisje dat operatief via een gaatje in de hals in de luchtpijp wordt ingebracht. De ambulance mocht niet meer van het terrein af. Die moest eerst helemaal worden ontsmet.
Ik lag op de quarantaineafdeling achter glas en mocht beslist geen bezoek ontvangen. Ik had difterie en als ze me iets later hadden opgehaald had ik het niet gered. Gelukkig hadden de Amerikaanse soldaten penicilline meegebracht. Dat heeft mijn leven gered. Op de dag dat ik uit het ziekenhuis kwam werd mijn speelkameraadje dat ook difterie had opgelopen begraven. In het ene huis vreugde en het andere huis intens verdriet.

Acht jaar oud

Ik was een jaar of acht en had een dubbele longontsteking, natte pleuritis. Met hele hoge koorts zodat ik aan het ijlen was. De zondagdokter was helemaal in paniek. Hij wist niet precies hoe hij moest handelen. Heeft me een paar prikken gegeven en is toen vertrokken. Niet lang daarna stond de ambulance voor de deur. Mijn moeder was verbaasd want de dokter had haar niet gezegd dat hij een ambulance langs zou sturen. Toen de ambulancebroeders binnen kwamen zat ik op het randje van het bed. ‘Moeten we die mee nemen?’ De dokter had in paniek gebeld dat ik onmiddellijk naar het ziekenhuis moest. Hij was in de veronderstelling dat ik het niet zou redden. Gelukkig had de penicilline weer mijn leven gered.

Appels

Tien jaar oud was ik en bezig om de straat voor onze winkeldeur te vegen. Tegelijkertijd at ik een appel. Plotseling schoot er een groot stuk in mijn keel wat vast bleef zitten. Ik had het gevoel dat ik zou stikken. Ik bonkte keihard op de deur, mijn vader deed open en ik viel halfbewusteloos in zijn armen. Hij gaf me een klap op mijn rug, zo kwam het stuk appel los.
Twaalf jaar oud was ik tijdens mijn allereerste vakantie. Buiten Den Haag logeerden wij bij een boer in Ermelo. Een enorme belevenis voor een stadskind dat nog nooit een koe had aangeraakt noch verse koeienmelk had gedronken. Er was ook een kleine appelboomgaard met enorme grote appels maar wel in enorm hoge bomen. Ik was nog nooit in een boom geklommen, maar wat zagen die appels er lekker uit! De mooiste hingen op de hoogste plaats. Met heel veel moeite heb ik er 2 kunnen plukken toen er plotseling een tak afbrak. Gelukkig bleef ik aan een andere tak hangen. Een gekneusde rib en een diepe wond waren het resultaat. Na 68 jaar zit de knobbel er nog steeds.

Vuurwerk

Dertien jaar oud. Ik mocht van mijn ouders geen vuurwerk kopen maar wat wil je als bijna al je vriendjes zich uitleven met dat vuurwerk. Dus zelf maar gaan experimenteren. Toen de drogist informeerde waar het voor was loog ik dat het voor een scheikundeproefje was voor school. In het boekje mengen en roeren stond precies hoe je Bengaals vuurwerk moest maken. Dus ik aan de gang met het recept. Er stond nadrukkelijk bij: mengen met een kippenveer. Nou die had ik niet voor handen dus ik ging met een metalen lepeltje aan de gang. Ik had al het spul op de vensterbank van mijn zolderkamertje gezet zodat ik er goed bij kon. Tijdens het mengen begon het ineens te knetteren en een enorme steekvlam kwam uit de pot. Meteen waren mijn wenkbrauwen weg, had ik schroeivlekken in mijn gezicht en brandde de vitrage langzaam op. Mijn kamertje was helemaal gevuld met rook en giftige gassen. Ik gooide het raam open en de eerste die ik met grote angst en verbazing naar boven zag kijken was onze moeder. Ze kwam net terug van een bezoek aan Oma. Ik heb een hele preek gekregen en heb op mijn erewoord moeten beloven dat ik nooit meer iets met vuurwerk zou doen. Dat heb ik volgehouden tot mijn 80ste jaar. Gelukkig hebben onze kinderen ook nooit vuurwerk gekocht.

Papegaaien

Toen ik 19 jaar oud was werkte ik in een dierenwinkel waar ik papegaaien handtam maakte. Helaas werd ik door een papegaai uit Colombia besmet met papegaaienziekte (psittacosis) met heftige koude koorts. Ik kon onmogelijk mijn kaken op elkaar houden en lag enorm te klappertanden. Resultaat: 6 kilo spiermassa minder en een gat in mijn geheugen van drie weken. Met een flinke antibiotica kuur heb ik dit ook overleefd maar mocht niet meer in een dierenwinkel werken.

----------

Het engeltje is van Marcia Meerum Terwogt.
Meer informatie: marciamt72@gmail.com



© 2024 Rob van Olphen meer Rob van Olphen - meer "Het leven zelf"
Beschouwingen > Het leven zelf
Een engeltje op mijn schouder Rob van Olphen
2108BS EngeltjeToen ik een jaar of 4 was werd ik plotseling heel ziek en benauwd en kon moeilijk ademhalen. Mijn moeder was de wanhoop nabij. Mijn gezicht was helemaal blauw. Ze was vreselijk bang dat ik zou stikken. Gelukkig kwam de ambulance op tijd. In het kinderziekenhuis hebben ze onmiddellijk een tracheacanule geplaatst, dat is een buisje dat operatief via een gaatje in de hals in de luchtpijp wordt ingebracht. De ambulance mocht niet meer van het terrein af. Die moest eerst helemaal worden ontsmet.
Ik lag op de quarantaineafdeling achter glas en mocht beslist geen bezoek ontvangen. Ik had difterie en als ze me iets later hadden opgehaald had ik het niet gered. Gelukkig hadden de Amerikaanse soldaten penicilline meegebracht. Dat heeft mijn leven gered. Op de dag dat ik uit het ziekenhuis kwam werd mijn speelkameraadje dat ook difterie had opgelopen begraven. In het ene huis vreugde en het andere huis intens verdriet.

Acht jaar oud

Ik was een jaar of acht en had een dubbele longontsteking, natte pleuritis. Met hele hoge koorts zodat ik aan het ijlen was. De zondagdokter was helemaal in paniek. Hij wist niet precies hoe hij moest handelen. Heeft me een paar prikken gegeven en is toen vertrokken. Niet lang daarna stond de ambulance voor de deur. Mijn moeder was verbaasd want de dokter had haar niet gezegd dat hij een ambulance langs zou sturen. Toen de ambulancebroeders binnen kwamen zat ik op het randje van het bed. ‘Moeten we die mee nemen?’ De dokter had in paniek gebeld dat ik onmiddellijk naar het ziekenhuis moest. Hij was in de veronderstelling dat ik het niet zou redden. Gelukkig had de penicilline weer mijn leven gered.

Appels

Tien jaar oud was ik en bezig om de straat voor onze winkeldeur te vegen. Tegelijkertijd at ik een appel. Plotseling schoot er een groot stuk in mijn keel wat vast bleef zitten. Ik had het gevoel dat ik zou stikken. Ik bonkte keihard op de deur, mijn vader deed open en ik viel halfbewusteloos in zijn armen. Hij gaf me een klap op mijn rug, zo kwam het stuk appel los.
Twaalf jaar oud was ik tijdens mijn allereerste vakantie. Buiten Den Haag logeerden wij bij een boer in Ermelo. Een enorme belevenis voor een stadskind dat nog nooit een koe had aangeraakt noch verse koeienmelk had gedronken. Er was ook een kleine appelboomgaard met enorme grote appels maar wel in enorm hoge bomen. Ik was nog nooit in een boom geklommen, maar wat zagen die appels er lekker uit! De mooiste hingen op de hoogste plaats. Met heel veel moeite heb ik er 2 kunnen plukken toen er plotseling een tak afbrak. Gelukkig bleef ik aan een andere tak hangen. Een gekneusde rib en een diepe wond waren het resultaat. Na 68 jaar zit de knobbel er nog steeds.

Vuurwerk

Dertien jaar oud. Ik mocht van mijn ouders geen vuurwerk kopen maar wat wil je als bijna al je vriendjes zich uitleven met dat vuurwerk. Dus zelf maar gaan experimenteren. Toen de drogist informeerde waar het voor was loog ik dat het voor een scheikundeproefje was voor school. In het boekje mengen en roeren stond precies hoe je Bengaals vuurwerk moest maken. Dus ik aan de gang met het recept. Er stond nadrukkelijk bij: mengen met een kippenveer. Nou die had ik niet voor handen dus ik ging met een metalen lepeltje aan de gang. Ik had al het spul op de vensterbank van mijn zolderkamertje gezet zodat ik er goed bij kon. Tijdens het mengen begon het ineens te knetteren en een enorme steekvlam kwam uit de pot. Meteen waren mijn wenkbrauwen weg, had ik schroeivlekken in mijn gezicht en brandde de vitrage langzaam op. Mijn kamertje was helemaal gevuld met rook en giftige gassen. Ik gooide het raam open en de eerste die ik met grote angst en verbazing naar boven zag kijken was onze moeder. Ze kwam net terug van een bezoek aan Oma. Ik heb een hele preek gekregen en heb op mijn erewoord moeten beloven dat ik nooit meer iets met vuurwerk zou doen. Dat heb ik volgehouden tot mijn 80ste jaar. Gelukkig hebben onze kinderen ook nooit vuurwerk gekocht.

Papegaaien

Toen ik 19 jaar oud was werkte ik in een dierenwinkel waar ik papegaaien handtam maakte. Helaas werd ik door een papegaai uit Colombia besmet met papegaaienziekte (psittacosis) met heftige koude koorts. Ik kon onmogelijk mijn kaken op elkaar houden en lag enorm te klappertanden. Resultaat: 6 kilo spiermassa minder en een gat in mijn geheugen van drie weken. Met een flinke antibiotica kuur heb ik dit ook overleefd maar mocht niet meer in een dierenwinkel werken.

----------

Het engeltje is van Marcia Meerum Terwogt.
Meer informatie: marciamt72@gmail.com

© 2024 Rob van Olphen
powered by CJ2