archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 16
Jaargang 21
30 mei 2024
Nummer 17 verschijnt op
13 juni 2024
Bezigheden > Recht en onrecht delen printen terug
De laatste martelaar voor het vrije woord van Frankrijk. Willem Minderhout

2019BZ BarreAls ik Abbeville bezoek parkeer ik meestal de auto in de buurt van het station. Vandaar loop je via twee bruggen het centrum in waar naast de Saint-Vulfran, een imposante Gotische kapittelkerk, altijd wel wat te eten of te drinken te vinden is. Ik dacht dat er op die kerk na eigenlijk niets interessants in Abbeville te vinden was, maar we komen graag in die streek. Ik schreef er al eens een stukje over.

Als je de eerste brug, over het Canal du Transit, bent gepasseerd staat er een groot grijs monument dat bij nadere inspectie nog interessanter bleek te zijn dan de Saint-Vulfran. Ondanks de omvang was het me niet eerder opgevallen. Deze keer stond ik in de buurt op mijn reisgenote te wachten en ik besloot om de straat over te steken om eens te onderzoeken wat daar herdacht werd. Ik moet het eerder gezien hebben want het staat er al sinds 7 juli 1907, zo stond er op de sokkel vermeld.

En het is niet zo maar een monument! Het monument is ‘opgericht door het proletariaat ten bate van de integrale emancipatie van het humane denken’. Op een bronzen plaquette ziet de voorbijganger een man op een pijnbank. Naast hem staat een monnik, die hem blijkbaar een verhoor afneemt. Achter hem staat een notulist. Om de benen van de man op de pijnbank zijn planken gebonden waar een nijvere beul keggen in aan het slaan is.

De onfortuinlijke man op de pijnbank is de Chevalier de la Barre die in 1766, op negentienjarige leeftijd, na zware martelingen werd geëxecuteerd omdat hij zijn hoed niet had afgenomen toen er een processie voorbij kwam.
Dat verhaal kende ik. In het boek ‘Voltaire in Exile’ beschrijft Ian Davidson diverse gerechtelijke uitspraken in Frankrijk die door Voltaire als bijzonder onrechtvaardig, willekeurig en wreed werden gezien en waar hij zich in geschrifte fel tegen verzette. De rechtszaak tegen de Chevalier de la Barre was er daar één van. Deze rechtszaak was extra delicaat omdat er op de kamer van de Chevalier een exemplaar van Voltaires ‘Filosofisch Woordenboek’ was aangetroffen. Nadat hij was onthoofd werd het lijk van deze jongeman verbrand. Ook zijn exemplaar van het filosofisch woordenboek werd op de brandstapel gegooid.

Voltaire was aanvankelijk nogal benauwd voor zijn eigen hachje omdat hij als aanstichter van de blasfemie van de la Barre werd gezien en hij week uit naar Zwitserland. Toen hij zich echter in de zaak verdiepte, kwam hij er achter dat er in deze zaak geen greintje bewijs was en dat het vonnis op volstrekte willekeur was gebaseerd. Hij documenteerde zich goed en ging fel te keer tegen deze ongelofelijk strenge straf voor een vergrijp dat niet eens bewezen kon worden. Plannen om naar Kleve te emigreren, waar de hem goed gezinde Pruisische koning Frederik de Grote de scepter zwaaide, gingen echter niet door en hij keerde terug naar zijn huis in Ferney.

Philipp Blom beschrijft in ‘Het verdorven genootschap’ de reactie van een andere philosophe die zich bedreigd voelde door het vonnis tegen de la Barre: Denis Diderot. Het vonnis was namelijk bevestigd door het Parlement van Parijs waar vooral een rechter met de mooie naam Omer Joly de Fleury tot de scherpslijpers behoorde. Deze rechter had ook een verbod op Diderots ‘Encyclopédie’ uitgesproken. (Ter zijde: Joly de Fleury was ook fel tegen inentingen tegen de pokken. Anti-vaxxers hebben nooit gedeugd.) Niet alleen vreesde hij dat hij, als al eerder veroordeeld ‘godslasteraar’, nogmaals vervolgd zou kunnen worden; hij had tevens geen inkomsten meer.

Diderot, die anders dan Voltaire altijd gepaste afstand had gehouden tot de ‘Verlichte Despoten’ van die tijd, werd nu te hulp gesneld door Catharina de Grote, tsarina van Rusland. Zij kocht het enige bezit van Diderot dat waarde had: zijn bibliotheek. Diderot mocht deze bibliotheek tot zijn dood in zijn eigen huis beheren en kreeg daar tevens een salaris voor. Dat was nog eens een aanbod, dat zelfs de eigenzinnige Diderot niet kon afslaan. Er zat wel een vervelende consequentie aan: Catharina wilde dat hij ook eens op bezoek kwam in Sint Petersburg en daar had hij helemaal geen zin in.

De eerste etappe van zijn reis naar Rusland eindigde in Den Haag. Hij had het hier zo goed naar zijn zin dat hij zijn vertrek naar Rusland zo lang mogelijk rekte. Hij was onder meer zeer onder de indruk van het strand, de Leidse universiteit, de haring en de opgewekte Hollanders.

Uiteindelijk reisde Diderot toch af naar Rusland waar hij de tsarina aanvankelijk amuseerde met zijn gedrag dat totaal geen rekening hield met het traditionele protocol. Diderot had zelfs even de illusie dat hij samen met de tsarina het autocratische Rusland zou kunnen hervormen. Catharina had daar echter geen oren naar, want ze was druk bezig om de opstand van Poegatsjov en zijn Kozakken te onderdrukken.  

Teleurgesteld en uitgeput keerde Diderot naar Den Haag terug, waar hij moed verzamelde om weer naar Frankrijk terug te keren. Hij was voorgoed genezen van de illusie om de machtigen der aarde voor de radicale verlichte ideeën te winnen.

Chevalier de la Barre was overigens de laatste Fransman die wegens blasfemie is veroordeeld. Tijdens de Franse Revolutie, die zoals u weet ook zelf voor de nodige martelaren zou zorgen, werd hij gerehabiliteerd.
In Parijs, op Montmartre kreeg hij zelfs in 1905, op initiatief van een groep vrijdenkers, een standbeeld. Tijdens de bezetting door de nazi’s is dat beeld omgesmolten, maar de sokkel bleef staan. Sinds 2001 staat er weer een nieuw beeld. Ik vermoed dat ik ook daar wel eens nietsvermoedend ben langsgelopen. De hoogste tijd om weer eens naar Parijs te gaan dus!

----------

De foto is van de auteur.


© 2023 Willem Minderhout meer Willem Minderhout - meer "Recht en onrecht" -
Bezigheden > Recht en onrecht
De laatste martelaar voor het vrije woord van Frankrijk. Willem Minderhout
2019BZ BarreAls ik Abbeville bezoek parkeer ik meestal de auto in de buurt van het station. Vandaar loop je via twee bruggen het centrum in waar naast de Saint-Vulfran, een imposante Gotische kapittelkerk, altijd wel wat te eten of te drinken te vinden is. Ik dacht dat er op die kerk na eigenlijk niets interessants in Abbeville te vinden was, maar we komen graag in die streek. Ik schreef er al eens een stukje over.

Als je de eerste brug, over het Canal du Transit, bent gepasseerd staat er een groot grijs monument dat bij nadere inspectie nog interessanter bleek te zijn dan de Saint-Vulfran. Ondanks de omvang was het me niet eerder opgevallen. Deze keer stond ik in de buurt op mijn reisgenote te wachten en ik besloot om de straat over te steken om eens te onderzoeken wat daar herdacht werd. Ik moet het eerder gezien hebben want het staat er al sinds 7 juli 1907, zo stond er op de sokkel vermeld.

En het is niet zo maar een monument! Het monument is ‘opgericht door het proletariaat ten bate van de integrale emancipatie van het humane denken’. Op een bronzen plaquette ziet de voorbijganger een man op een pijnbank. Naast hem staat een monnik, die hem blijkbaar een verhoor afneemt. Achter hem staat een notulist. Om de benen van de man op de pijnbank zijn planken gebonden waar een nijvere beul keggen in aan het slaan is.

De onfortuinlijke man op de pijnbank is de Chevalier de la Barre die in 1766, op negentienjarige leeftijd, na zware martelingen werd geëxecuteerd omdat hij zijn hoed niet had afgenomen toen er een processie voorbij kwam.
Dat verhaal kende ik. In het boek ‘Voltaire in Exile’ beschrijft Ian Davidson diverse gerechtelijke uitspraken in Frankrijk die door Voltaire als bijzonder onrechtvaardig, willekeurig en wreed werden gezien en waar hij zich in geschrifte fel tegen verzette. De rechtszaak tegen de Chevalier de la Barre was er daar één van. Deze rechtszaak was extra delicaat omdat er op de kamer van de Chevalier een exemplaar van Voltaires ‘Filosofisch Woordenboek’ was aangetroffen. Nadat hij was onthoofd werd het lijk van deze jongeman verbrand. Ook zijn exemplaar van het filosofisch woordenboek werd op de brandstapel gegooid.

Voltaire was aanvankelijk nogal benauwd voor zijn eigen hachje omdat hij als aanstichter van de blasfemie van de la Barre werd gezien en hij week uit naar Zwitserland. Toen hij zich echter in de zaak verdiepte, kwam hij er achter dat er in deze zaak geen greintje bewijs was en dat het vonnis op volstrekte willekeur was gebaseerd. Hij documenteerde zich goed en ging fel te keer tegen deze ongelofelijk strenge straf voor een vergrijp dat niet eens bewezen kon worden. Plannen om naar Kleve te emigreren, waar de hem goed gezinde Pruisische koning Frederik de Grote de scepter zwaaide, gingen echter niet door en hij keerde terug naar zijn huis in Ferney.

Philipp Blom beschrijft in ‘Het verdorven genootschap’ de reactie van een andere philosophe die zich bedreigd voelde door het vonnis tegen de la Barre: Denis Diderot. Het vonnis was namelijk bevestigd door het Parlement van Parijs waar vooral een rechter met de mooie naam Omer Joly de Fleury tot de scherpslijpers behoorde. Deze rechter had ook een verbod op Diderots ‘Encyclopédie’ uitgesproken. (Ter zijde: Joly de Fleury was ook fel tegen inentingen tegen de pokken. Anti-vaxxers hebben nooit gedeugd.) Niet alleen vreesde hij dat hij, als al eerder veroordeeld ‘godslasteraar’, nogmaals vervolgd zou kunnen worden; hij had tevens geen inkomsten meer.

Diderot, die anders dan Voltaire altijd gepaste afstand had gehouden tot de ‘Verlichte Despoten’ van die tijd, werd nu te hulp gesneld door Catharina de Grote, tsarina van Rusland. Zij kocht het enige bezit van Diderot dat waarde had: zijn bibliotheek. Diderot mocht deze bibliotheek tot zijn dood in zijn eigen huis beheren en kreeg daar tevens een salaris voor. Dat was nog eens een aanbod, dat zelfs de eigenzinnige Diderot niet kon afslaan. Er zat wel een vervelende consequentie aan: Catharina wilde dat hij ook eens op bezoek kwam in Sint Petersburg en daar had hij helemaal geen zin in.

De eerste etappe van zijn reis naar Rusland eindigde in Den Haag. Hij had het hier zo goed naar zijn zin dat hij zijn vertrek naar Rusland zo lang mogelijk rekte. Hij was onder meer zeer onder de indruk van het strand, de Leidse universiteit, de haring en de opgewekte Hollanders.

Uiteindelijk reisde Diderot toch af naar Rusland waar hij de tsarina aanvankelijk amuseerde met zijn gedrag dat totaal geen rekening hield met het traditionele protocol. Diderot had zelfs even de illusie dat hij samen met de tsarina het autocratische Rusland zou kunnen hervormen. Catharina had daar echter geen oren naar, want ze was druk bezig om de opstand van Poegatsjov en zijn Kozakken te onderdrukken.  

Teleurgesteld en uitgeput keerde Diderot naar Den Haag terug, waar hij moed verzamelde om weer naar Frankrijk terug te keren. Hij was voorgoed genezen van de illusie om de machtigen der aarde voor de radicale verlichte ideeën te winnen.

Chevalier de la Barre was overigens de laatste Fransman die wegens blasfemie is veroordeeld. Tijdens de Franse Revolutie, die zoals u weet ook zelf voor de nodige martelaren zou zorgen, werd hij gerehabiliteerd.
In Parijs, op Montmartre kreeg hij zelfs in 1905, op initiatief van een groep vrijdenkers, een standbeeld. Tijdens de bezetting door de nazi’s is dat beeld omgesmolten, maar de sokkel bleef staan. Sinds 2001 staat er weer een nieuw beeld. Ik vermoed dat ik ook daar wel eens nietsvermoedend ben langsgelopen. De hoogste tijd om weer eens naar Parijs te gaan dus!

----------

De foto is van de auteur.
© 2023 Willem Minderhout
powered by CJ2