archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 20
Jaargang 19
29 september 2022
Nummer 1 verschijnt op
13 oktober 2022
Beschouwingen > Het leven zelf delen printen terug
Af en toe vraag je je af Nienke Nieuwenhuizen

1918BS Af en toe
Ik droomde vannacht dat mijn achterkleinzoon Fin samen met Wopke Hoekstra in de badkamer stond. Ze stonden beiden met de broek op de hielen en riepen om een (pa)piertje, ten teken dat ik hun billetjes af moest vegen.

Waarom droom je zoiets?
Met een kinder- en kleinkinderschaar heb je zo´n actie natuurlijk al vaak ondernomen. Maar ik denk dat de oorzaak lag bij het verhaal van miin kleindochter. Ze verwittigde me onlangs dat mijn achterkleinzoon (naar ´Hollandse begrippen´ neem ik aan) achterblijft in zijn groei.
In mijn fantasie zag ik onmiddellijk enge praktijken van uitrekkingen en operaties. Maar volgens mijn kleindochter zijn de onderzoeken in de eerste plaats op het voedingspatroon gericht.

Evenwel bleef ik over het fenomeen nadenken.
De dag na het verhaal van mijn kleindochter zag ik op het Nederlandse Nieuws Wopke Hoekstra met regeringsvertegenwoordigers uit andere landen. Wopke stak qua lengte met kop en schouders boven ze ut. Samen waren het inclusief Wopke zes mannen van wie de neuzen van de overige vijf de hoogte van Wopke´s zwevende rib bereikten.
De gedachte dat de meeste Nederlanders eigenlijk veel te lang zijn ten aanzien van het gemiddelde vatte post en ik bedacht dat onze minister, om op gelijke voet met zijn collegae te komen, een operatie aan onder- en bovenbenen moest ondergaan om een stukje ingekort te worden.

Niet dat ik werkelijk van dit soort praktijken hou.
Ik hou sowieso van gevarieerdheid en niet iedereen hoeft van mij een mooie tandpastaglimlach te hebben om mee te tellen. Ik woon in Portugal, omringd door mensen die mij een grote vrouw vinden, terwijl ik in Nederland aangezien word voor een klein omaatje. Ook aan de gebitten ontbreekt hier wel eens een tandje en ik zie het niet eens meer.
En als ik die adorabele beentjes zie van mijn kleinzoon wil ik natuurlijk niet dat daar ook maar iets aan verandert.

Tja waar maken we ons allemaal druk over, denk je dan wel eens. Vooral als je zoals ik, gezien de leeftijd, dichter naar de dood groeit.
Op dit moment bijvoorbeeld vallen de mussen in Portugal dood van het dak, maar nog komen er mensen met Wandelstok en Schelp langs die 'de Caminho' lopen.
De rijders van motoren en waterscooters laten ook de uitlaatpijp nog steeds loeien om te laten horen wie het beste en snelste voertuig heeft.
De terrassen zitten overvol, de bedienden rennen zich in het zweet van de ene naar de andere tafel en we zijn geïrriteerd als het te lang duurt voor we af kunnen rekenen.

En ook ik ga nog steeds uitdagingen aan. Deze week nodigde het water me wel heel erg uit om te gaan zwemmen. In de buurt hebben we een klein zwembadje en afgebakend rivierstrandje om ons in te vertieren. Maar niets is toch zo heerlijk als open water. Ik kan al niet meer alleen in zee, want als ik omval, met een zekere golfslag, kom ik er niet meer uit. Maar in een rivier zonder stroming zou het toch wel moeten lukken, dacht ik. Een jonge sterke buurman vertelde me waar ik op moest letten. Als de neus van de boot van Edmund richting Spanje wijst is het doodtij, zei hij. Dan kon ik volgens hem toch zeker voor tien minuten nog veilig zwemmen.

De dag daarna nam ik mijn badpak mee en wachtte tot de voorsteven van de boot naar Spanje wees. Ik dook het water in. Er stond echter veel wind, waardoor het leek dat de boot gedraaid was, maar dat was schijn. Bij het terugzwemmen merkte ik dat ik op één plek bleef. Toen maar met één hand hangend aan de steiger, steeds een stukje opschuivend, naar het trappetje gezwommen en op aanwijzingen van buurman Roy kwam ik eruit. Weliswaar met wondjes over benen en voeten van de aangekoekte schelpen aan steiger en trap. Gelukkig heb ik geen diabetes. Voor minstens drie jaar ben ik weer genezen van mijn eigen grootheidswaan, maar die waan komt altijd terug, daar kan je vergif op innemen.

Dus verbaas je niet als deze walrus eens ergens strandt, maar weet ook dat ik er dan met volle teugen van heb
genoten!

----------

De tekening is van Han Busstra.


© 2022 Nienke Nieuwenhuizen meer Nienke Nieuwenhuizen - meer "Het leven zelf"
Beschouwingen > Het leven zelf
Af en toe vraag je je af Nienke Nieuwenhuizen
1918BS Af en toe
Ik droomde vannacht dat mijn achterkleinzoon Fin samen met Wopke Hoekstra in de badkamer stond. Ze stonden beiden met de broek op de hielen en riepen om een (pa)piertje, ten teken dat ik hun billetjes af moest vegen.

Waarom droom je zoiets?
Met een kinder- en kleinkinderschaar heb je zo´n actie natuurlijk al vaak ondernomen. Maar ik denk dat de oorzaak lag bij het verhaal van miin kleindochter. Ze verwittigde me onlangs dat mijn achterkleinzoon (naar ´Hollandse begrippen´ neem ik aan) achterblijft in zijn groei.
In mijn fantasie zag ik onmiddellijk enge praktijken van uitrekkingen en operaties. Maar volgens mijn kleindochter zijn de onderzoeken in de eerste plaats op het voedingspatroon gericht.

Evenwel bleef ik over het fenomeen nadenken.
De dag na het verhaal van mijn kleindochter zag ik op het Nederlandse Nieuws Wopke Hoekstra met regeringsvertegenwoordigers uit andere landen. Wopke stak qua lengte met kop en schouders boven ze ut. Samen waren het inclusief Wopke zes mannen van wie de neuzen van de overige vijf de hoogte van Wopke´s zwevende rib bereikten.
De gedachte dat de meeste Nederlanders eigenlijk veel te lang zijn ten aanzien van het gemiddelde vatte post en ik bedacht dat onze minister, om op gelijke voet met zijn collegae te komen, een operatie aan onder- en bovenbenen moest ondergaan om een stukje ingekort te worden.

Niet dat ik werkelijk van dit soort praktijken hou.
Ik hou sowieso van gevarieerdheid en niet iedereen hoeft van mij een mooie tandpastaglimlach te hebben om mee te tellen. Ik woon in Portugal, omringd door mensen die mij een grote vrouw vinden, terwijl ik in Nederland aangezien word voor een klein omaatje. Ook aan de gebitten ontbreekt hier wel eens een tandje en ik zie het niet eens meer.
En als ik die adorabele beentjes zie van mijn kleinzoon wil ik natuurlijk niet dat daar ook maar iets aan verandert.

Tja waar maken we ons allemaal druk over, denk je dan wel eens. Vooral als je zoals ik, gezien de leeftijd, dichter naar de dood groeit.
Op dit moment bijvoorbeeld vallen de mussen in Portugal dood van het dak, maar nog komen er mensen met Wandelstok en Schelp langs die 'de Caminho' lopen.
De rijders van motoren en waterscooters laten ook de uitlaatpijp nog steeds loeien om te laten horen wie het beste en snelste voertuig heeft.
De terrassen zitten overvol, de bedienden rennen zich in het zweet van de ene naar de andere tafel en we zijn geïrriteerd als het te lang duurt voor we af kunnen rekenen.

En ook ik ga nog steeds uitdagingen aan. Deze week nodigde het water me wel heel erg uit om te gaan zwemmen. In de buurt hebben we een klein zwembadje en afgebakend rivierstrandje om ons in te vertieren. Maar niets is toch zo heerlijk als open water. Ik kan al niet meer alleen in zee, want als ik omval, met een zekere golfslag, kom ik er niet meer uit. Maar in een rivier zonder stroming zou het toch wel moeten lukken, dacht ik. Een jonge sterke buurman vertelde me waar ik op moest letten. Als de neus van de boot van Edmund richting Spanje wijst is het doodtij, zei hij. Dan kon ik volgens hem toch zeker voor tien minuten nog veilig zwemmen.

De dag daarna nam ik mijn badpak mee en wachtte tot de voorsteven van de boot naar Spanje wees. Ik dook het water in. Er stond echter veel wind, waardoor het leek dat de boot gedraaid was, maar dat was schijn. Bij het terugzwemmen merkte ik dat ik op één plek bleef. Toen maar met één hand hangend aan de steiger, steeds een stukje opschuivend, naar het trappetje gezwommen en op aanwijzingen van buurman Roy kwam ik eruit. Weliswaar met wondjes over benen en voeten van de aangekoekte schelpen aan steiger en trap. Gelukkig heb ik geen diabetes. Voor minstens drie jaar ben ik weer genezen van mijn eigen grootheidswaan, maar die waan komt altijd terug, daar kan je vergif op innemen.

Dus verbaas je niet als deze walrus eens ergens strandt, maar weet ook dat ik er dan met volle teugen van heb
genoten!

----------

De tekening is van Han Busstra.
© 2022 Nienke Nieuwenhuizen
powered by CJ2