archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 13
Jaargang 22
27 maart 2025
Nummer 14 verschijnt op
10 april 2025
Vermaak en Genot > Een omweg waard delen printen terug
Marianne von Werefkin Dik Kruithof

2213VG Werfkin1Het museum De Fundatie in Zwolle had een tentoonstelling van Marianne von Werefkin. Ik had het gezien maar het kwam er steeds niet van tot ik afgelopen week de bijna laatste kans benut heb en ik heb er geen spijt van.
Ze is in 1860 geboren in Toela in Centraal Rusland. Haar vader was een hoge militair en haar moeder schilderde portretten en iconen. Toen ze 14 was bleek dat ze talent had voor tekenen en schilderen en ze kreeg een eigen atelier in het buitenhuis van de familie bij Kaunas in Litouwen. Vanaf 1880 kreeg ze privéles van Ilja Repin, de grote vertegenwoordiger van het Russische realisme. In 1883 volgde ze lessen op de Academie in Moskou.  In 1892 leerde ze, via Ilja Repin, Alexei von Jawlensky kennen. Toen haar vader in 1896 overleed ‘erfde’ zij zijn pensioen zolang ze zelf niet trouwde. Ze vertrok met Jawlenski naar München, toen een belangrijk cultureel centrum.

Expressionisme

Tot die tijd schilderde ze realistisch. In München heeft ze tien jaar niet geschilderd maar zich toegelegd op de carrière van Jawlensky. Daarvoor reisde ze veel en deed onderzoek naar nieuwe ontwikkelingen in de kunst in West Europa. Ze zag werk van Gauguin en Van Gogh. Vanaf 1907 ontstonden haar eerste expressionistische werken. Ze was de spil van De Roze Salon, een ontmoetingsplaats van opkomende schilders en sloot zich aan bij De Blaue Reiter die in 1911 door Wassily Kandinsky en Franz Marc was opgericht.

Toen de oorlog uitbrak emigreerden Jawlenski en Von Werefkin naar Zwitserland waar ze zich in 1918 vestigden in Ascona aan het Lago Maggiore. Na de oorlog vertrok Jawlensky en leefde ze alleen in Ascona waar ze mede-oprichtster was van de plaatselijke kunstenaarsgroep Groszer2213VG Werfkin2 Bär. Ze stierf op 6 februari 1938 en werd op de Russische begraafplaats van Ascona begraven.

De tentoonstelling

Het was een mooie tentoonstelling waarin de levensloop en de artistieke ontwikkeling van Werefkin een duidelijke plaats had gekregen. Het realisme in haar Russische periode sloot naadloos aan bij de schilderijen van collega’s uit die tijd. Toen ze later in München weer begon te schilderen zag je de kleuren opbloeien in haar beste tijd als schilder met als onderwerp vooral de positie van de vrouw in de maatschappij, getuige titels als Wasvrouwen, Vrouwen bij de put, De vrouw met de lantaarn en
Twee oude vrouwen. En dat terwijl op de andere
schilderijen die er hingen ook vooral vrouwen voorkwamen.
Ze verklaarde dat zelf met de volgende tekst:

Ich schaffe mir ganz bewußt Illusionen und Träume.
Darin bin ich Künstler. Ich bin mehr Mann als Frau.
Allein das Bedürfnis zu gefallen und das Mitleid machen mich zur Frau.
Ich bin nicht Mann, ich bin nicht Frau, ich bin Ich.

(Marianne von Werefkin, 1905)

Voor deze overzichtstentoonstelling kreeg Museum de Fundatie een uitzonderlijk groot aantal werken in bruikleen van de Fondazione Marianne Werefkin in het Museo Comunale d’Arte Moderna in Ascona. Daarnaast waren er veel bruiklenen uit particuliere collecties. Het gaf een mooi tijdsbeeld, ook omdat er veel werk te zien was van collega’s uit haar tijd waarmee ze gewerkt had. Een topstuk van het museum zelf, de aquarel De schepping van de paarden van Franz Marc, paste er prima tussen.

----------

Het zelfportret komt van Wikimedia Commons.



© 2025 Dik Kruithof meer Dik Kruithof - meer "Een omweg waard" -
Vermaak en Genot > Een omweg waard
Marianne von Werefkin Dik Kruithof
2213VG Werfkin1Het museum De Fundatie in Zwolle had een tentoonstelling van Marianne von Werefkin. Ik had het gezien maar het kwam er steeds niet van tot ik afgelopen week de bijna laatste kans benut heb en ik heb er geen spijt van.
Ze is in 1860 geboren in Toela in Centraal Rusland. Haar vader was een hoge militair en haar moeder schilderde portretten en iconen. Toen ze 14 was bleek dat ze talent had voor tekenen en schilderen en ze kreeg een eigen atelier in het buitenhuis van de familie bij Kaunas in Litouwen. Vanaf 1880 kreeg ze privéles van Ilja Repin, de grote vertegenwoordiger van het Russische realisme. In 1883 volgde ze lessen op de Academie in Moskou.  In 1892 leerde ze, via Ilja Repin, Alexei von Jawlensky kennen. Toen haar vader in 1896 overleed ‘erfde’ zij zijn pensioen zolang ze zelf niet trouwde. Ze vertrok met Jawlenski naar München, toen een belangrijk cultureel centrum.

Expressionisme

Tot die tijd schilderde ze realistisch. In München heeft ze tien jaar niet geschilderd maar zich toegelegd op de carrière van Jawlensky. Daarvoor reisde ze veel en deed onderzoek naar nieuwe ontwikkelingen in de kunst in West Europa. Ze zag werk van Gauguin en Van Gogh. Vanaf 1907 ontstonden haar eerste expressionistische werken. Ze was de spil van De Roze Salon, een ontmoetingsplaats van opkomende schilders en sloot zich aan bij De Blaue Reiter die in 1911 door Wassily Kandinsky en Franz Marc was opgericht.

Toen de oorlog uitbrak emigreerden Jawlenski en Von Werefkin naar Zwitserland waar ze zich in 1918 vestigden in Ascona aan het Lago Maggiore. Na de oorlog vertrok Jawlensky en leefde ze alleen in Ascona waar ze mede-oprichtster was van de plaatselijke kunstenaarsgroep Groszer2213VG Werfkin2 Bär. Ze stierf op 6 februari 1938 en werd op de Russische begraafplaats van Ascona begraven.

De tentoonstelling

Het was een mooie tentoonstelling waarin de levensloop en de artistieke ontwikkeling van Werefkin een duidelijke plaats had gekregen. Het realisme in haar Russische periode sloot naadloos aan bij de schilderijen van collega’s uit die tijd. Toen ze later in München weer begon te schilderen zag je de kleuren opbloeien in haar beste tijd als schilder met als onderwerp vooral de positie van de vrouw in de maatschappij, getuige titels als Wasvrouwen, Vrouwen bij de put, De vrouw met de lantaarn en
Twee oude vrouwen. En dat terwijl op de andere
schilderijen die er hingen ook vooral vrouwen voorkwamen.
Ze verklaarde dat zelf met de volgende tekst:

Ich schaffe mir ganz bewußt Illusionen und Träume.
Darin bin ich Künstler. Ich bin mehr Mann als Frau.
Allein das Bedürfnis zu gefallen und das Mitleid machen mich zur Frau.
Ich bin nicht Mann, ich bin nicht Frau, ich bin Ich.

(Marianne von Werefkin, 1905)

Voor deze overzichtstentoonstelling kreeg Museum de Fundatie een uitzonderlijk groot aantal werken in bruikleen van de Fondazione Marianne Werefkin in het Museo Comunale d’Arte Moderna in Ascona. Daarnaast waren er veel bruiklenen uit particuliere collecties. Het gaf een mooi tijdsbeeld, ook omdat er veel werk te zien was van collega’s uit haar tijd waarmee ze gewerkt had. Een topstuk van het museum zelf, de aquarel De schepping van de paarden van Franz Marc, paste er prima tussen.

----------

Het zelfportret komt van Wikimedia Commons.

© 2025 Dik Kruithof
powered by CJ2