 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |

archief vorig nr. lopend nr. |
 |
 |
 |

Nummer 13
Jaargang 22
27 maart 2025 Nummer 14 verschijnt op 10 april 2025 |  |
 |
Bezigheden > In de tuin |
delen printen
terug
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Naaktbloeiers |
Marcia Meerum Terwogt |
 |
 |

In maart zijn de meeste bomen nog kaal, ontkleed van blaadjes. Ze laten hun ruwe vormen goed zien. Sommige reiken met hun takken slank en stijl de hoogte in. Anderen staan juist breed uit. Met hun armen wijd claimen ze de ruimte. Takken dicht op elkaar of met een open gestel, elke boom heeft zijn eigen figuur. Ook het verschil in schors valt nu meer op. Alle patronen en structuren zijn uitgestald. Glad, schilferig of diep gegroefd. Stammen versierd met vlekken, korstmossen en ogen. De diversiteit is eindeloos. Maar qua kleur is het nog veel grijzig groen en duizend tinten bruin. Alleen de berk breekt het licht met haar opvallend witte bast. Hier en daar zie je een lichtgele waas van knoppen. De eerste blaadjes komen er aan. Sommige bomen zijn ongeduldig. Ze willen zo snel mogelijk aan het voortplantingsspel beginnen. Ze hebben liever eerst de bloemen, voordat ze aan de blaadjes beginnen. Naaktbloeiers.
Voor windbestuivers zijn de voordelen helder. Blaadjes hangen alleen maar in de weg als je je stuifmeel naar een andere boom probeert te krijgen. Daarom bumbelen katjes van de Hazelaars vrij, aan naakte takken. Die zachte katjes zijn prachtig om te zien en te voelen, maar wij mensen worden toch vooral blij van wat meer kleur na zo’n lange winter. Neem dan de Forsythia, met haar knalgele bloemen. Als díe bloemetjes heeft moet je wel aan lente en lammetjes denken. Aan de naakte takken vallen hun bloemen optimaal op. Voor de vroege hommels geen overbodige luxe. Met hun wollige jasje aan bungelen ze onwennig in het rond. Ze moeten niet alleen voedsel vinden, maar ook nog zoeken naar de perfecte plek om hun nest te bouwen. En dat terwijl het ‘s ochtend nog vriest en je door maartse hagelbuien je zoekactie regelmatig on hold moet zetten. Fijn als er duidelijke uithangborden zijn voor nectar en je niet te veel worden afgeleid door oneetbare groen.
Naast de Forsythia is ook de Magnolia een bekende naaktbloeier. Voor velen dé aankondiging van de lente. Kort, maar spectaculair showen ze hun witroze tulpen aan het naakte hout. Zelf houd ik meer van iets subtielere bloemetjes. De prunusfamilie, waaronder de (sier)kersen, pruimen en nog veel meer, maakt hele mooie. Verschillende Prunus soorten staan nu te bloeien. Vaak kleine boompjes, perfect voor in een stadstuin of een hoge vogelheg. Maar soms staat er een metershoge Prunus midden in het bos. Een zoemende, witte kathedraal tussen stille stammen. Daar moet je wel blij van worden.
In Azie weten ze de Prunus op waarde te schatten. Kersenbloesem is een vaak gezien thema op aardewerk, wandschilderingen en zo meer. De bekendste is waarschijnlijk de Prunus serrulata, wat wij de Japanse sierkers noemen. De bloesem staat symbool voor een nieuw begin, maar ook voor de vergankelijkheid van het leven. Want ze bloeit maar kort. In Japan krijg je daarom vrij om van de bloesems te genieten. De Hanami is een officiële feestdag. Daar kunnen we nog wat van leren als je het mij vraagt.
Gele Kornoelje
Mijn favoriete naaktbloeier, de Gele Kornoelje (Cornus mas) is minder opvallend, maar bloeit wel een stuk langer. Vanaf begin februari tot in april houdt ze het vol en geeft ze vroege insecten wat ze nodig hebben. De kleine gele bloemetjes klitten in groepjes bij elkaar, het felle geel afstekend tegen het bruinrode schors. In het scheerlicht van de avondzon is ze op haar best.
De Cornus mas is een inheemse boom, maar je ziet ze weinig. Ze staat helaas op de rode lijst. Vreemd, want ze geeft ook grote en lekkere vruchten. In Oost-Europa wordt ze daarom speciaal gekweekt. Hier in Nederland is ze ondergewaardeerd en worden de vruchten ten onrechte omschreven als wrang en niet voor menselijke consumptie. De truc is om ze na de pluk een tijdje te laten narijpen. De smaak is dan vol en zoet. Zelfs de pit geeft smaak. Gebrand en vermalen wordt het aan koffie toegevoegd: de oorspronkelijke Wienermélange. Overigens moet er wel kruisbestuiving plaatsvinden om een beetje oogst te krijgen, dus een tweede struik (van een net ander type) in de buurt, is wel nodig. Maar dan gaat het goed. Zelfs in de schaduw. Voor geïnteresseerden: op de site Eetbaargoed.nl hebben ze meer dan 20 variëteiten. Mocht je nog plek hebben in je tuin dan is dit een aanrader. Je kunt ze ook snoeien als struik of in een heg verwerken. Ze geven ook nog eens rode bladeren in het najaar en hebben een prachtige bast, met paars-rode schilfers, waar de jonge takken uit hun jasje zijn gegroeid. Een boom dus voor alle seizoenen. Zoals elke boom natuurlijk. Nog even en we gaan weer volop genieten van hun blaadjes. Lentegroen. Misschien wel de mooiste kleur van allemaal.
----------
De illustraties zijn verzorgd door de auteur.

|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
Bezigheden > In de tuin |
Naaktbloeiers |
Marcia Meerum Terwogt |
In maart zijn de meeste bomen nog kaal, ontkleed van blaadjes. Ze laten hun ruwe vormen goed zien. Sommige reiken met hun takken slank en stijl de hoogte in. Anderen staan juist breed uit. Met hun armen wijd claimen ze de ruimte. Takken dicht op elkaar of met een open gestel, elke boom heeft zijn eigen figuur. Ook het verschil in schors valt nu meer op. Alle patronen en structuren zijn uitgestald. Glad, schilferig of diep gegroefd. Stammen versierd met vlekken, korstmossen en ogen. De diversiteit is eindeloos. Maar qua kleur is het nog veel grijzig groen en duizend tinten bruin. Alleen de berk breekt het licht met haar opvallend witte bast. Hier en daar zie je een lichtgele waas van knoppen. De eerste blaadjes komen er aan. Sommige bomen zijn ongeduldig. Ze willen zo snel mogelijk aan het voortplantingsspel beginnen. Ze hebben liever eerst de bloemen, voordat ze aan de blaadjes beginnen. Naaktbloeiers.
Voor windbestuivers zijn de voordelen helder. Blaadjes hangen alleen maar in de weg als je je stuifmeel naar een andere boom probeert te krijgen. Daarom bumbelen katjes van de Hazelaars vrij, aan naakte takken. Die zachte katjes zijn prachtig om te zien en te voelen, maar wij mensen worden toch vooral blij van wat meer kleur na zo’n lange winter. Neem dan de Forsythia, met haar knalgele bloemen. Als díe bloemetjes heeft moet je wel aan lente en lammetjes denken. Aan de naakte takken vallen hun bloemen optimaal op. Voor de vroege hommels geen overbodige luxe. Met hun wollige jasje aan bungelen ze onwennig in het rond. Ze moeten niet alleen voedsel vinden, maar ook nog zoeken naar de perfecte plek om hun nest te bouwen. En dat terwijl het ‘s ochtend nog vriest en je door maartse hagelbuien je zoekactie regelmatig on hold moet zetten. Fijn als er duidelijke uithangborden zijn voor nectar en je niet te veel worden afgeleid door oneetbare groen.
Naast de Forsythia is ook de Magnolia een bekende naaktbloeier. Voor velen dé aankondiging van de lente. Kort, maar spectaculair showen ze hun witroze tulpen aan het naakte hout. Zelf houd ik meer van iets subtielere bloemetjes. De prunusfamilie, waaronder de (sier)kersen, pruimen en nog veel meer, maakt hele mooie. Verschillende Prunus soorten staan nu te bloeien. Vaak kleine boompjes, perfect voor in een stadstuin of een hoge vogelheg. Maar soms staat er een metershoge Prunus midden in het bos. Een zoemende, witte kathedraal tussen stille stammen. Daar moet je wel blij van worden.
In Azie weten ze de Prunus op waarde te schatten. Kersenbloesem is een vaak gezien thema op aardewerk, wandschilderingen en zo meer. De bekendste is waarschijnlijk de Prunus serrulata, wat wij de Japanse sierkers noemen. De bloesem staat symbool voor een nieuw begin, maar ook voor de vergankelijkheid van het leven. Want ze bloeit maar kort. In Japan krijg je daarom vrij om van de bloesems te genieten. De Hanami is een officiële feestdag. Daar kunnen we nog wat van leren als je het mij vraagt.
Gele Kornoelje
Mijn favoriete naaktbloeier, de Gele Kornoelje (Cornus mas) is minder opvallend, maar bloeit wel een stuk langer. Vanaf begin februari tot in april houdt ze het vol en geeft ze vroege insecten wat ze nodig hebben. De kleine gele bloemetjes klitten in groepjes bij elkaar, het felle geel afstekend tegen het bruinrode schors. In het scheerlicht van de avondzon is ze op haar best.
De Cornus mas is een inheemse boom, maar je ziet ze weinig. Ze staat helaas op de rode lijst. Vreemd, want ze geeft ook grote en lekkere vruchten. In Oost-Europa wordt ze daarom speciaal gekweekt. Hier in Nederland is ze ondergewaardeerd en worden de vruchten ten onrechte omschreven als wrang en niet voor menselijke consumptie. De truc is om ze na de pluk een tijdje te laten narijpen. De smaak is dan vol en zoet. Zelfs de pit geeft smaak. Gebrand en vermalen wordt het aan koffie toegevoegd: de oorspronkelijke Wienermélange. Overigens moet er wel kruisbestuiving plaatsvinden om een beetje oogst te krijgen, dus een tweede struik (van een net ander type) in de buurt, is wel nodig. Maar dan gaat het goed. Zelfs in de schaduw. Voor geïnteresseerden: op de site Eetbaargoed.nl hebben ze meer dan 20 variëteiten. Mocht je nog plek hebben in je tuin dan is dit een aanrader. Je kunt ze ook snoeien als struik of in een heg verwerken. Ze geven ook nog eens rode bladeren in het najaar en hebben een prachtige bast, met paars-rode schilfers, waar de jonge takken uit hun jasje zijn gegroeid. Een boom dus voor alle seizoenen. Zoals elke boom natuurlijk. Nog even en we gaan weer volop genieten van hun blaadjes. Lentegroen. Misschien wel de mooiste kleur van allemaal.
----------
De illustraties zijn verzorgd door de auteur.
|
© 2025 Marcia Meerum Terwogt |
 |
 |
 |
 |
powered by CJ2 |
|