archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 19
Jaargang 21
11 juli 2024
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
ONS Arie de Jong

2118BS ONSHet lukt mij niet de triomfantelijke eerste zin van Wilders na het sluiten van het coalitieakkoord uit mijn hoofd te krijgen: ‘Nederland wordt weer van ons.’
Nu er daadwerkelijk een ‘rechts’ kabinet aan de slag gaat, kan dit startschot in de vergetelheid raken, maar dat vind ik onterecht.
Die zin roept zo veel vragen op dat ik die graag tegen het licht wil houden.

Om te beginnen: wie zijn ‘ons’? Dat krijgen we nooit te horen, terwijl het een gevleugelde belofte is van radicaal rechtse partijen. Zo schijn je die partijen te moeten noemen, zodat ze niet zenuwachtig worden van de term extreem rechts. Overigens willen ze zelf graag rechts genoemd worden, tot mijn spijt, want ik vind de termen links en rechts inhoudsloos geworden.
Hoe dan ook, wie horen er bij ‘ons’? Hoor ik er bij? Denkelijk wel, want geboren Nederlander, met een lichtroze, dus blanke huid, met een Nederlands paspoort. In de ogen van sommigen ben ik wel een oude lul, maar volgens mij is dat geen beletsel om bij ‘ons’ te horen.

Wie zijn de anderen?

De keerzijde is uiteraard: wie zijn dan de anderen, de ‘niet-ons’ zal ik maar zeggen? Dat is behoorlijk onduidelijk, maar toch is er wel een aanknopingspunt. Het schijnt namelijk, in de context van die zin, een stel mensen te zijn die het nu voor het zeggen hebben. Want als Nederland weer van ons wordt, dan moet het nu niet van ons zijn, maar van anderen. Wat behoorlijk vreemd is, want mij lijkt het dat Nederland nu ook wel van ‘ons’ is. Toch helpt dit niet voldoende, want ik heb geen idee van wie Nederland nu is. Politiek gesproken vooral van de VVD, lijkt mij, nu die in de afgelopen 30 jaar nagenoeg voortdurend het land meebestuurde en daarin steeds dominanter is geworden. Vreemd genoeg neemt de VVD nu ook weer deel aan een kabinet dat gaat maken dat Nederland (weer) van ons wordt. Maar de heer Wilders weet het blijkbaar wel, gelet op zijn triomfantelijke presentatie, meer nog, zijn aanhang snapt het helemaal. Ik hoor immers niemand uit die kring protesteren of een brief in De Telegraaf schrijven met de vraag wat Wilders bedoelt. Het betekent wellicht dat ik de enige ben die het niet snapt.

Weer van ons

Het gaat echter nog verder. Wilders stelt immers dat Nederland ‘weer’ van ons wordt. Dan moet ‘ons’ op enig moment Nederland hebben bezeten, maar het is Nederland kwijt geraakt. Dat zou nieuwe perspectieven kunnen openen. Als Nederland immers nu van ‘niet-ons’ is, maar ‘niet-ons’ is het ook op enig moment kwijtgeraakt, dan hoeven we alleen nog maar te achterhalen hoe dat precies zit.
Het zou natuurlijk nog beter zijn als Wilders een verhelderend interview zou geven aan enkele kritische journalisten, met de bedoeling duidelijkheid te scheppen in deze fundamentele materie. Als hij ervoor terugschrikt te moeten verkeren met ‘tuig van de richel’ kan hij uiteraard ook gebruik maken van de vrijheid van meningsuiting en een boekje schrijven ter verheldering, of van mijn part een artikel in een dagblad schrijven. Als zo’n artikel degelijk gedocumenteerd is, zou het zelfs een essay in de Groene Amsterdammer mogen zijn. Als we maar op de hoogte geraken van een uitleg, die maakt dat zonder enige twijfel vaststaat wie ‘ons’ is, wat ‘weer’ betekent en hoe het precies zit met ‘niet-ons’ en het verloren gaan van het bezit van ‘ons’ aan ‘niet-ons’.

Resteert nog de verbazing dat de kompanen van Wilders, de drie collega-fractievoorzitters, hem zelf niet om enige toelichting gevraagd hebben. Nu lijkt het alsof ook zij de wens koesteren dat Nederland weer van ‘ons’ wordt. Terwijl ik zeker meen te weten dat de onnavolgbare Dilan Ye?ilgöz al deel uitmaakt van een groepering die er al lang en breed voor gezorgd heeft dat Nederland van hen is. Dat laten ze zich niet afpakken, dus vermoed ik dat zij denkt: ‘Laat die vent maar lullen, praatjes vullen geen gaatjes.’
Ook de oppositie heeft niet erg doorgevraagd wat dit feitelijke motto van de nieuwe coalitie betekent. Een gemiste kans. Misschien moest een deel van de oppositie nog bijkomen van de kwalificatie dat men ‘zuur links’ is. Altijd nog beter dan verzuurd links, al vrees ik dat over Wilders je beter kunt spreken van verzuurd rechts. Ik ben benieuwd hoe lang het fermentatieproces gaat duren voordat dit een smakelijk resultaat levert.

----------

De illustratie is van Marcia Meerum Terwogt.
Meer informatie: marciamt72@gmail.com



© 2024 Arie de Jong meer Arie de Jong - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
ONS Arie de Jong
2118BS ONSHet lukt mij niet de triomfantelijke eerste zin van Wilders na het sluiten van het coalitieakkoord uit mijn hoofd te krijgen: ‘Nederland wordt weer van ons.’
Nu er daadwerkelijk een ‘rechts’ kabinet aan de slag gaat, kan dit startschot in de vergetelheid raken, maar dat vind ik onterecht.
Die zin roept zo veel vragen op dat ik die graag tegen het licht wil houden.

Om te beginnen: wie zijn ‘ons’? Dat krijgen we nooit te horen, terwijl het een gevleugelde belofte is van radicaal rechtse partijen. Zo schijn je die partijen te moeten noemen, zodat ze niet zenuwachtig worden van de term extreem rechts. Overigens willen ze zelf graag rechts genoemd worden, tot mijn spijt, want ik vind de termen links en rechts inhoudsloos geworden.
Hoe dan ook, wie horen er bij ‘ons’? Hoor ik er bij? Denkelijk wel, want geboren Nederlander, met een lichtroze, dus blanke huid, met een Nederlands paspoort. In de ogen van sommigen ben ik wel een oude lul, maar volgens mij is dat geen beletsel om bij ‘ons’ te horen.

Wie zijn de anderen?

De keerzijde is uiteraard: wie zijn dan de anderen, de ‘niet-ons’ zal ik maar zeggen? Dat is behoorlijk onduidelijk, maar toch is er wel een aanknopingspunt. Het schijnt namelijk, in de context van die zin, een stel mensen te zijn die het nu voor het zeggen hebben. Want als Nederland weer van ons wordt, dan moet het nu niet van ons zijn, maar van anderen. Wat behoorlijk vreemd is, want mij lijkt het dat Nederland nu ook wel van ‘ons’ is. Toch helpt dit niet voldoende, want ik heb geen idee van wie Nederland nu is. Politiek gesproken vooral van de VVD, lijkt mij, nu die in de afgelopen 30 jaar nagenoeg voortdurend het land meebestuurde en daarin steeds dominanter is geworden. Vreemd genoeg neemt de VVD nu ook weer deel aan een kabinet dat gaat maken dat Nederland (weer) van ons wordt. Maar de heer Wilders weet het blijkbaar wel, gelet op zijn triomfantelijke presentatie, meer nog, zijn aanhang snapt het helemaal. Ik hoor immers niemand uit die kring protesteren of een brief in De Telegraaf schrijven met de vraag wat Wilders bedoelt. Het betekent wellicht dat ik de enige ben die het niet snapt.

Weer van ons

Het gaat echter nog verder. Wilders stelt immers dat Nederland ‘weer’ van ons wordt. Dan moet ‘ons’ op enig moment Nederland hebben bezeten, maar het is Nederland kwijt geraakt. Dat zou nieuwe perspectieven kunnen openen. Als Nederland immers nu van ‘niet-ons’ is, maar ‘niet-ons’ is het ook op enig moment kwijtgeraakt, dan hoeven we alleen nog maar te achterhalen hoe dat precies zit.
Het zou natuurlijk nog beter zijn als Wilders een verhelderend interview zou geven aan enkele kritische journalisten, met de bedoeling duidelijkheid te scheppen in deze fundamentele materie. Als hij ervoor terugschrikt te moeten verkeren met ‘tuig van de richel’ kan hij uiteraard ook gebruik maken van de vrijheid van meningsuiting en een boekje schrijven ter verheldering, of van mijn part een artikel in een dagblad schrijven. Als zo’n artikel degelijk gedocumenteerd is, zou het zelfs een essay in de Groene Amsterdammer mogen zijn. Als we maar op de hoogte geraken van een uitleg, die maakt dat zonder enige twijfel vaststaat wie ‘ons’ is, wat ‘weer’ betekent en hoe het precies zit met ‘niet-ons’ en het verloren gaan van het bezit van ‘ons’ aan ‘niet-ons’.

Resteert nog de verbazing dat de kompanen van Wilders, de drie collega-fractievoorzitters, hem zelf niet om enige toelichting gevraagd hebben. Nu lijkt het alsof ook zij de wens koesteren dat Nederland weer van ‘ons’ wordt. Terwijl ik zeker meen te weten dat de onnavolgbare Dilan Ye?ilgöz al deel uitmaakt van een groepering die er al lang en breed voor gezorgd heeft dat Nederland van hen is. Dat laten ze zich niet afpakken, dus vermoed ik dat zij denkt: ‘Laat die vent maar lullen, praatjes vullen geen gaatjes.’
Ook de oppositie heeft niet erg doorgevraagd wat dit feitelijke motto van de nieuwe coalitie betekent. Een gemiste kans. Misschien moest een deel van de oppositie nog bijkomen van de kwalificatie dat men ‘zuur links’ is. Altijd nog beter dan verzuurd links, al vrees ik dat over Wilders je beter kunt spreken van verzuurd rechts. Ik ben benieuwd hoe lang het fermentatieproces gaat duren voordat dit een smakelijk resultaat levert.

----------

De illustratie is van Marcia Meerum Terwogt.
Meer informatie: marciamt72@gmail.com

© 2024 Arie de Jong
powered by CJ2