archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 17
Jaargang 21
13 juni 2024
Nummer 18 verschijnt op
27 juni 2024
Vermaak en Genot > Luister! delen printen terug
Uit de kast Carlo van Praag

2112VG UIt de kast
Ik heb het al die 57 jaar verborgen gehouden, ofschoon mijn ouders waarschijnlijk een vermoeden hebben gehad. Zelfs mijn vriend Jonas die aan hetzelfde euvel leed maar daar geen geheim van maakte, heb ik niet in vertrouwen genomen. Maar nu heb ik besloten uit de kast te komen. Zoveel moed is er niet meer voor nodig trouwens. De maatschappelijke acceptatie is in de loop van de tijd aanzienlijk toegenomen. Ik herinner me nog levendig de tijd dat mensen met mijn afwijking werden uitgescholden voor ‘miezerikken’. Over welke afwijking hebben we het? Welnu, ik houd alleen maar van muziek in mineur. Ik heb geen hekel aan majeur en kan er best naar luisteren, maar het doet me niets. Jammer, want de meeste muziek gaat op die manier aan me voorbij.

Van zwaarmoedige muziek kan ik intens genieten, maar bij voorkeur beleef ik dat genot alleen, zodat ik mij ongegeneerd kan overgeven aan die droeve klanken. Ik aanvaard mijzelf zoals ik ben, zonder evenwel trots te zijn op mijn afwijking. Ik aarzel ook niet om die term te gebruiken. Ik schaam me voor mijn lotgenoten die in konvooi door de grachten varen om door zwaar versterkte muziek van hun muzikale voorkeur te getuigen. Een identiteit hebben is één ding, hem nadrukkelijk uitdragen een ander!

Nog niet zo lang geleden werd mijn afwijking als ziekelijk beschouwd. Het scheldwoord miezerik is dan ook een vindingrijke contaminatie van miezerig (treurig) en viezerik. Ook werd de aanduiding ‘mijnwerker’ (mineur in het Frans) wel gebezigd. Mijn vriend Jonas Zijslaper (merkwaardige naam maar het had erger gekund: Bijslaper bijvoorbeeld) leed behalve onder zijn naam ook onder zijn afwijking. Dat ging zelfs zo ver dat hij zich onder behandeling stelde. Ik heb daar zelf ook over nagedacht, maar ervan afgezien. De psychologen die zich hiermee bezighielden, maakten op mij een enigszins louche indruk. Jonas deed trouw verslag van zijn behandeling die bekend stond als aversietherapie. Hij kreeg een aantal maten van het lied Greensleeves te horen en via de aan zijn schedel bevestigde elektroden stelde men vast wanneer hij een bepaalde mate van emotie vertoonde. Dan werd hem een onschadelijke maar wel enigszins pijnlijke elektroshock toegediend en stopte de muziek. De muziek ging weer aan tot het tijd werd voor de volgende shock. Na afloop van de behandeling was Jonas niet genezen van zijn voorliefde voor mineur, maar hij had wel een intense hekel gekregen aan Greensleeves. De behandeling had in zoverre resultaat dat Jonas zijn afwijking voor lief nam en zichzelf accepteerde zoals hij was.

Nadat wij dus allebei tot klaarheid waren gekomen, maakten wij werk van onze hobby. Wij begonnen met het bezoeken van wijd en zijd bekende café ‘De Kleine Terts’ waar ook veel normale mensen komen, de laatste tijd helaas ook steeds meer toeristen. Het wordt een beetje dringen daar en verder is de muziek nogal afgestemd op een banaal gemiddelde en bovendien veel te luid. Het wordt tijd voor een alternatief. Zelf iets beginnen? Ik zou kunnen investeren, maar ondernemerschap in de horeca lokt mij niet. Je krijgt te maken met mensen in hun vrije tijd en dan zijn zij op hun ergst. Jonas heeft in ‘De Kleine Terts’ in elk geval zijn vriendin Aagje ontmoet die, ontevreden met haar weinig poëtische naam, zichzelf omdoopte in Agonia met als resultaat dat zij door iedereen Gonnie wordt genoemd. Gedrieën bezoeken wij regelmatig restaurant ‘Fado’, gespecialiseerd in geitenvlees, maar het gaat ons meer om de muziek. Soms zijn er live-uitvoeringen. We vragen dan steeds om het nummer ‘Disse mal de ti toda gente’ (alle mensen spreken kwaad van je). Of anders wel ‘Não é desgraça ser pobre’ (het is geen schande arm te zijn). Of wij luisteren bij mij thuis naar een door mij op cd gezette selectie uit Vivaldi, Grieg en Satie. Ook bezit ik een collectie Griekse rebètikamuziek waarin, naast westerse mineur, ook veel toonladders uit het Midden-Oosten figureren die ons zo mogelijk nog melancholieker in de oren klinken.

Mineurtoonladders raken steeds meer in onbruik en in de alom aanwezige popmuziek spelen zij geen rol van betekenis. Ik geloof niet dat er op het Eurosongfestival ooit een nummer in mineur is ingebracht, terwijl het als evenement toch de nodige treurnis wasemt: ‘een moeilijk te overtreffen manifestatie van wansmaak’, zoals de voorzitter van de Elitaire Volkspartij het ooit beschreef.

----------

De tekening is van Petra Busstra.
Meer informatie: www.petrabusstra.com


© 2024 Carlo van Praag meer Carlo van Praag - meer "Luister!" -
Vermaak en Genot > Luister!
Uit de kast Carlo van Praag
2112VG UIt de kast
Ik heb het al die 57 jaar verborgen gehouden, ofschoon mijn ouders waarschijnlijk een vermoeden hebben gehad. Zelfs mijn vriend Jonas die aan hetzelfde euvel leed maar daar geen geheim van maakte, heb ik niet in vertrouwen genomen. Maar nu heb ik besloten uit de kast te komen. Zoveel moed is er niet meer voor nodig trouwens. De maatschappelijke acceptatie is in de loop van de tijd aanzienlijk toegenomen. Ik herinner me nog levendig de tijd dat mensen met mijn afwijking werden uitgescholden voor ‘miezerikken’. Over welke afwijking hebben we het? Welnu, ik houd alleen maar van muziek in mineur. Ik heb geen hekel aan majeur en kan er best naar luisteren, maar het doet me niets. Jammer, want de meeste muziek gaat op die manier aan me voorbij.

Van zwaarmoedige muziek kan ik intens genieten, maar bij voorkeur beleef ik dat genot alleen, zodat ik mij ongegeneerd kan overgeven aan die droeve klanken. Ik aanvaard mijzelf zoals ik ben, zonder evenwel trots te zijn op mijn afwijking. Ik aarzel ook niet om die term te gebruiken. Ik schaam me voor mijn lotgenoten die in konvooi door de grachten varen om door zwaar versterkte muziek van hun muzikale voorkeur te getuigen. Een identiteit hebben is één ding, hem nadrukkelijk uitdragen een ander!

Nog niet zo lang geleden werd mijn afwijking als ziekelijk beschouwd. Het scheldwoord miezerik is dan ook een vindingrijke contaminatie van miezerig (treurig) en viezerik. Ook werd de aanduiding ‘mijnwerker’ (mineur in het Frans) wel gebezigd. Mijn vriend Jonas Zijslaper (merkwaardige naam maar het had erger gekund: Bijslaper bijvoorbeeld) leed behalve onder zijn naam ook onder zijn afwijking. Dat ging zelfs zo ver dat hij zich onder behandeling stelde. Ik heb daar zelf ook over nagedacht, maar ervan afgezien. De psychologen die zich hiermee bezighielden, maakten op mij een enigszins louche indruk. Jonas deed trouw verslag van zijn behandeling die bekend stond als aversietherapie. Hij kreeg een aantal maten van het lied Greensleeves te horen en via de aan zijn schedel bevestigde elektroden stelde men vast wanneer hij een bepaalde mate van emotie vertoonde. Dan werd hem een onschadelijke maar wel enigszins pijnlijke elektroshock toegediend en stopte de muziek. De muziek ging weer aan tot het tijd werd voor de volgende shock. Na afloop van de behandeling was Jonas niet genezen van zijn voorliefde voor mineur, maar hij had wel een intense hekel gekregen aan Greensleeves. De behandeling had in zoverre resultaat dat Jonas zijn afwijking voor lief nam en zichzelf accepteerde zoals hij was.

Nadat wij dus allebei tot klaarheid waren gekomen, maakten wij werk van onze hobby. Wij begonnen met het bezoeken van wijd en zijd bekende café ‘De Kleine Terts’ waar ook veel normale mensen komen, de laatste tijd helaas ook steeds meer toeristen. Het wordt een beetje dringen daar en verder is de muziek nogal afgestemd op een banaal gemiddelde en bovendien veel te luid. Het wordt tijd voor een alternatief. Zelf iets beginnen? Ik zou kunnen investeren, maar ondernemerschap in de horeca lokt mij niet. Je krijgt te maken met mensen in hun vrije tijd en dan zijn zij op hun ergst. Jonas heeft in ‘De Kleine Terts’ in elk geval zijn vriendin Aagje ontmoet die, ontevreden met haar weinig poëtische naam, zichzelf omdoopte in Agonia met als resultaat dat zij door iedereen Gonnie wordt genoemd. Gedrieën bezoeken wij regelmatig restaurant ‘Fado’, gespecialiseerd in geitenvlees, maar het gaat ons meer om de muziek. Soms zijn er live-uitvoeringen. We vragen dan steeds om het nummer ‘Disse mal de ti toda gente’ (alle mensen spreken kwaad van je). Of anders wel ‘Não é desgraça ser pobre’ (het is geen schande arm te zijn). Of wij luisteren bij mij thuis naar een door mij op cd gezette selectie uit Vivaldi, Grieg en Satie. Ook bezit ik een collectie Griekse rebètikamuziek waarin, naast westerse mineur, ook veel toonladders uit het Midden-Oosten figureren die ons zo mogelijk nog melancholieker in de oren klinken.

Mineurtoonladders raken steeds meer in onbruik en in de alom aanwezige popmuziek spelen zij geen rol van betekenis. Ik geloof niet dat er op het Eurosongfestival ooit een nummer in mineur is ingebracht, terwijl het als evenement toch de nodige treurnis wasemt: ‘een moeilijk te overtreffen manifestatie van wansmaak’, zoals de voorzitter van de Elitaire Volkspartij het ooit beschreef.

----------

De tekening is van Petra Busstra.
Meer informatie: www.petrabusstra.com
© 2024 Carlo van Praag
powered by CJ2