archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 17
Jaargang 21
13 juni 2024
Nummer 18 verschijnt op
27 juni 2024
Bezigheden > Te water delen printen terug
Experimenten in de badkamer Julius Pasgeld

2112BZ BadkamerWie gaat er tegenwoordig nog in het bad? Als ik vertel dat ik vrijwillig iedere ochtend wel een half uur in het bad lig, kijkt men mij aan of ik getroffen ben door een zeldzame ziekte.
Toch doe ik het. Met veel genoegen trouwens. Want het nemen van een bad is niet alleen een fantastische manier om de dag in alle rust en kalmte te beginnen maar vooral ook om je dromen van je af te schudden en het leven op een rustige wijze verder te verkennen dan je neus lang is.

Drijven

Zo leerde ik van mijn vader toen ik klein was het volgende:
Laat het bad zo vol lopen, dat het bijna overstroomt als je er in gaat liggen. Leg dan je voeten op de rand aan het einde van het bad boven water en je hoofd aan de andere kant, uiteraard ook boven water. Je rug ligt dan op de bodem van het bad. Adem nu heel langzaam in. Zodat je longen zo vol mogelijk lucht geraken. En kijk: langzaam stijgt je hele lichaam omhoog. Je drijft! En als je uitademt zak je weer naar beneden. Op en neer. Op en neer.
Op die manier liet mijn vader mij het begrip soortelijk gewicht aan den lijve ervaren. Met een lijf vol lucht is het soortelijk gewicht van een mens kennelijk minder dan één. En zie: je drijft. Zonder die lucht is je soortelijk gewicht meer dan één. En dan zink je.
In zee, zo leerde mijn vader mij, ligt het iets anders. Want het soortelijk gewicht van zout water is iets meer dan één. In zee blijf je dus al drijven als je geen lucht in je longen hebt.

Zwemmen

Met een ander experiment in de badkuip leer je iets over je afkomst. We stammen namelijk af van vissen die miljoenen jaren geleden uit het water kropen en zich verder ontwikkelden tot kruipende en later zelfs lopende wezens die tenslotte menselijke trekjes gingen vertonen.
Om dat te bewijzen ga je weer languit in het bad liggen zoals hierboven beschreven. Maar nu leg je aan het eind van het bad je rechtervoet op de rand zodanig over je linkervoet dat je twee kleine tenen elkaar raken.
Vervolgens leg je je armen onder water aan beide zijden stevig tegen je lichaam aan. Met de zijkant van je handen links en rechts  tegen je bovenbenen. Als het goed is passen de uitsteeksels van je ellebogen dan precies in de holtes vlak boven je heupen. Zó precies, dat je denkt: nou, ja, dit is niet meer toevallig. Zo heeft het heel vroeger ook allemaal vast gezeten. Vroeger. Toen we nog vissen waren. En om dat na al die miljoenen jaren te bewijzen beweeg je in die houding je voeten lichtjes op en neer en maak je, met je armen nog steeds stijf tegen je lijf, met je handen wat wapperende bewegingen.
En ziedaar: vinnen die op en neer gaan. Zo kwam je vroeger vooruit in het water en kroop tenslotte op land.
Zoals ikzelf, na een half uur genieten in het bad, er weer uitstap met mijn natte voeten op het koude zeil.

----------

Een en ander is fraai verbeeld door Han Busstra.



© 2024 Julius Pasgeld meer Julius Pasgeld - meer "Te water" -
Bezigheden > Te water
Experimenten in de badkamer Julius Pasgeld
2112BZ BadkamerWie gaat er tegenwoordig nog in het bad? Als ik vertel dat ik vrijwillig iedere ochtend wel een half uur in het bad lig, kijkt men mij aan of ik getroffen ben door een zeldzame ziekte.
Toch doe ik het. Met veel genoegen trouwens. Want het nemen van een bad is niet alleen een fantastische manier om de dag in alle rust en kalmte te beginnen maar vooral ook om je dromen van je af te schudden en het leven op een rustige wijze verder te verkennen dan je neus lang is.

Drijven

Zo leerde ik van mijn vader toen ik klein was het volgende:
Laat het bad zo vol lopen, dat het bijna overstroomt als je er in gaat liggen. Leg dan je voeten op de rand aan het einde van het bad boven water en je hoofd aan de andere kant, uiteraard ook boven water. Je rug ligt dan op de bodem van het bad. Adem nu heel langzaam in. Zodat je longen zo vol mogelijk lucht geraken. En kijk: langzaam stijgt je hele lichaam omhoog. Je drijft! En als je uitademt zak je weer naar beneden. Op en neer. Op en neer.
Op die manier liet mijn vader mij het begrip soortelijk gewicht aan den lijve ervaren. Met een lijf vol lucht is het soortelijk gewicht van een mens kennelijk minder dan één. En zie: je drijft. Zonder die lucht is je soortelijk gewicht meer dan één. En dan zink je.
In zee, zo leerde mijn vader mij, ligt het iets anders. Want het soortelijk gewicht van zout water is iets meer dan één. In zee blijf je dus al drijven als je geen lucht in je longen hebt.

Zwemmen

Met een ander experiment in de badkuip leer je iets over je afkomst. We stammen namelijk af van vissen die miljoenen jaren geleden uit het water kropen en zich verder ontwikkelden tot kruipende en later zelfs lopende wezens die tenslotte menselijke trekjes gingen vertonen.
Om dat te bewijzen ga je weer languit in het bad liggen zoals hierboven beschreven. Maar nu leg je aan het eind van het bad je rechtervoet op de rand zodanig over je linkervoet dat je twee kleine tenen elkaar raken.
Vervolgens leg je je armen onder water aan beide zijden stevig tegen je lichaam aan. Met de zijkant van je handen links en rechts  tegen je bovenbenen. Als het goed is passen de uitsteeksels van je ellebogen dan precies in de holtes vlak boven je heupen. Zó precies, dat je denkt: nou, ja, dit is niet meer toevallig. Zo heeft het heel vroeger ook allemaal vast gezeten. Vroeger. Toen we nog vissen waren. En om dat na al die miljoenen jaren te bewijzen beweeg je in die houding je voeten lichtjes op en neer en maak je, met je armen nog steeds stijf tegen je lijf, met je handen wat wapperende bewegingen.
En ziedaar: vinnen die op en neer gaan. Zo kwam je vroeger vooruit in het water en kroop tenslotte op land.
Zoals ikzelf, na een half uur genieten in het bad, er weer uitstap met mijn natte voeten op het koude zeil.

----------

Een en ander is fraai verbeeld door Han Busstra.

© 2024 Julius Pasgeld
powered by CJ2