archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 17
Jaargang 21
13 juni 2024
Nummer 18 verschijnt op
27 juni 2024
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Hoe machtig wordt de PVV? Paul Bordewijk

2109BS PVVWat is erger, een kabinet met daarin de PVV als een van vier partijen, of een kabinet waarin de PVV de meerderheid heeft? Ik zou zeggen het tweede, omdat de kans dan veel groter is dat een standpunt van de PVV waar de andere partijen het niet mee eens zijn door die partij wordt doorgedrukt. Lang niet alles wordt door het parlement bij wet bepaald langs de lijnen van het regeerakkoord, en de regering heeft daarom veel eigen bevoegdheden. Denk aan steun aan Oekraïne. Weliswaar kan de Tweede Kamer het vertrouwen in het kabinet opzeggen wanneer het afwijkt van de mening van de Kamer, maar dat kabinet kan dan nog een tijd door in demissionaire staat. Het is zo mogelijk dat een kabinet dat steunt op minder dan 40% van de bevolking de volledige regeringsbevoegdheid krijgt, en dat nog met een partij waarvan het staatsrechtelijk bewustzijn niet boven elke twijfel verheven is.

Een kabinet zonder eigen ministers

Toch is dat waar VVD en NSC op afstevenen, door een kabinet met de PVV te willen gedogen, maar daar zelf geen ministers voor voor te dragen. Het lijkt mij de meest ongunstige uitkomst van de formatie die denkbaar is. Maar waarom willen VVD en NSC dat dan? Dat komt door de interne verdeeldheid. Een deel van de twee fracties wil met de PVV regeren en een ander deel juist niet, en dan krijgt het ene deel als tegemoetkoming dat de partij het nieuwe kabinet gedoogt, en het andere dat de partij afstand houdt van het kabinet door zelf geen ministers te leveren. Dat levert dan een compromis op dat slechter is dan de twee standpunten waartussen een compromis is gezocht. Zo gaat dat soms in de politiek.

Waarom zou je als partij meewerken aan een kabinet waar je onvoldoende vertrouwen in hebt om er ministers aan te leveren? Afgezien van het overbruggen van een interne kloof, kan daar ook iets anders meespelen: de gedachte dat de grootste partij recht heeft op regeringsdeelname, zeker wanneer die partij ook veel zetels gewonnen heeft. Die gedachte gaat terug op de intrede in de Nederlandse politiek van D’66, dat ons stelsel van evenredige vertegenwoordiging wilde vervangen door een meerderheidsstelsel, met een rechtstreeks gekozen minister-president als inzet. Dat paste in het streven uit die tijd om de politiek dynamischer te maken en de kiezer meer zeggenschap te geven,

De rechtstreeks gekozen Minister-President

Die rechtstreeks gekozen minister-president is er nooit gekomen, maar er werd wel naar verwezen in de verkiezingsleuze van de PvdA in 1977: Kies de minister-president. Het suggereerde dat je door bij de Kamerverkiezingen op de zittende minister-president Joop den Uyl te stemmen, je bijdroeg aan een staatsrechtelijke vernieuwing waarbij de minister-president rechtstreeks gekozen zou worden. Toen de PvdA de grootste partij werd, claimde die partij dan ook dat zij er recht op had dat Den Uyl als de rechtstreeks gekozen minister-president werd beschouwd, al had zijn partij slechts een derde van de stemmen gekregen. Dat leidde ertoe dat de PvdA er bij de kabinetsformatie naar streefde het CDA te vernederen, dat uiteindelijk koos voor een kabinet samen met de VVD.

PvdA-onderhandelaar Ed van Thijn schreef erover: De kabinetsformatie is een fiasco geworden voor de democratie. De langste formatie in onze parlementaire geschiedenis heeft ook nog eens een kabinet opgeleverd dat door de kiezers niet is gewild, gezien de verkiezingsuitslag op 25 mei die aan duidelijkheid niets te wensen overliet. Veel mensen vragen zich in verbijstering af hoe dit mogelijk is geweest.
En hij eindigt zijn inleiding op zijn boek Dagboek van een onderhandelaar met zichzelf te noemen ‘een democraat die met lede ogen heeft aangezien hoe in zeven maanden tijd een overwinning van de democratie is omgezet in een fiasco’. Oftewel: wie het recht van de grootste partij om de premier te benoemen betwist, is geen democraat.

De uitkomst van de kabinetsformatie van 1977 heeft echter niet geleid tot het verdwijnen van het vertrouwen in de politiek. Het leidde wel tot een verlies aan vertrouwen in de PvdA, die in 1981 terugzakte naar 44 zetels. Toen in 1982 de PvdA onverwacht weer de grootste partij werd, werd de overtrokken claim uit 1977 niet herhaald, en accepteerde de PvdA dat CDA en VVD samen een nieuw kabinet vormden.

De slechtst denkbare uitkomst

Toch is de gedachte dat Kamerverkiezingen eigenlijk gaan over de keuze van de minister-president niet verdwenen. GroenLinks-PvdA beloofde bij de laatste verkiezingen gouden bergen wanneer de nieuwe combinatie met een zesde van de zetels de grootste partij zou worden, zonder aandacht te schenken aan de partijen met wie dan een coalitie zou moeten worden gesloten. Zo valt het ook te begrijpen dat aanhangers van de PVV nu vinden dat die partij recht heeft op het minister-presidentschap met nagenoeg een kwart van de zetels in de Kamer, en dat andere partijen willen meewerken aan de vorming van zo’n kabinet terwijl zij aan de andere kant daar zover vanaf staan dat ze geen ministers willen leveren. Wanneer Wilders geen premier wordt hoeft hij Van Thijn maar uit de kast te halen om zijn ongenoegen te verwoorden. Maar daarmee is het nog geen ongeschreven staatsrecht dat de grootste partij de premier mag leveren. Wanneer partijen op basis van dit idee de PVV in het kabinet laten gaan zonder zelf ministers te leveren, zou dat de slechtst denkbare uitkomst van de kabinetsformatie zijn.

----------

De illustratie is van Han Busstra



© 2024 Paul Bordewijk meer Paul Bordewijk - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
Hoe machtig wordt de PVV? Paul Bordewijk
2109BS PVVWat is erger, een kabinet met daarin de PVV als een van vier partijen, of een kabinet waarin de PVV de meerderheid heeft? Ik zou zeggen het tweede, omdat de kans dan veel groter is dat een standpunt van de PVV waar de andere partijen het niet mee eens zijn door die partij wordt doorgedrukt. Lang niet alles wordt door het parlement bij wet bepaald langs de lijnen van het regeerakkoord, en de regering heeft daarom veel eigen bevoegdheden. Denk aan steun aan Oekraïne. Weliswaar kan de Tweede Kamer het vertrouwen in het kabinet opzeggen wanneer het afwijkt van de mening van de Kamer, maar dat kabinet kan dan nog een tijd door in demissionaire staat. Het is zo mogelijk dat een kabinet dat steunt op minder dan 40% van de bevolking de volledige regeringsbevoegdheid krijgt, en dat nog met een partij waarvan het staatsrechtelijk bewustzijn niet boven elke twijfel verheven is.

Een kabinet zonder eigen ministers

Toch is dat waar VVD en NSC op afstevenen, door een kabinet met de PVV te willen gedogen, maar daar zelf geen ministers voor voor te dragen. Het lijkt mij de meest ongunstige uitkomst van de formatie die denkbaar is. Maar waarom willen VVD en NSC dat dan? Dat komt door de interne verdeeldheid. Een deel van de twee fracties wil met de PVV regeren en een ander deel juist niet, en dan krijgt het ene deel als tegemoetkoming dat de partij het nieuwe kabinet gedoogt, en het andere dat de partij afstand houdt van het kabinet door zelf geen ministers te leveren. Dat levert dan een compromis op dat slechter is dan de twee standpunten waartussen een compromis is gezocht. Zo gaat dat soms in de politiek.

Waarom zou je als partij meewerken aan een kabinet waar je onvoldoende vertrouwen in hebt om er ministers aan te leveren? Afgezien van het overbruggen van een interne kloof, kan daar ook iets anders meespelen: de gedachte dat de grootste partij recht heeft op regeringsdeelname, zeker wanneer die partij ook veel zetels gewonnen heeft. Die gedachte gaat terug op de intrede in de Nederlandse politiek van D’66, dat ons stelsel van evenredige vertegenwoordiging wilde vervangen door een meerderheidsstelsel, met een rechtstreeks gekozen minister-president als inzet. Dat paste in het streven uit die tijd om de politiek dynamischer te maken en de kiezer meer zeggenschap te geven,

De rechtstreeks gekozen Minister-President

Die rechtstreeks gekozen minister-president is er nooit gekomen, maar er werd wel naar verwezen in de verkiezingsleuze van de PvdA in 1977: Kies de minister-president. Het suggereerde dat je door bij de Kamerverkiezingen op de zittende minister-president Joop den Uyl te stemmen, je bijdroeg aan een staatsrechtelijke vernieuwing waarbij de minister-president rechtstreeks gekozen zou worden. Toen de PvdA de grootste partij werd, claimde die partij dan ook dat zij er recht op had dat Den Uyl als de rechtstreeks gekozen minister-president werd beschouwd, al had zijn partij slechts een derde van de stemmen gekregen. Dat leidde ertoe dat de PvdA er bij de kabinetsformatie naar streefde het CDA te vernederen, dat uiteindelijk koos voor een kabinet samen met de VVD.

PvdA-onderhandelaar Ed van Thijn schreef erover: De kabinetsformatie is een fiasco geworden voor de democratie. De langste formatie in onze parlementaire geschiedenis heeft ook nog eens een kabinet opgeleverd dat door de kiezers niet is gewild, gezien de verkiezingsuitslag op 25 mei die aan duidelijkheid niets te wensen overliet. Veel mensen vragen zich in verbijstering af hoe dit mogelijk is geweest.
En hij eindigt zijn inleiding op zijn boek Dagboek van een onderhandelaar met zichzelf te noemen ‘een democraat die met lede ogen heeft aangezien hoe in zeven maanden tijd een overwinning van de democratie is omgezet in een fiasco’. Oftewel: wie het recht van de grootste partij om de premier te benoemen betwist, is geen democraat.

De uitkomst van de kabinetsformatie van 1977 heeft echter niet geleid tot het verdwijnen van het vertrouwen in de politiek. Het leidde wel tot een verlies aan vertrouwen in de PvdA, die in 1981 terugzakte naar 44 zetels. Toen in 1982 de PvdA onverwacht weer de grootste partij werd, werd de overtrokken claim uit 1977 niet herhaald, en accepteerde de PvdA dat CDA en VVD samen een nieuw kabinet vormden.

De slechtst denkbare uitkomst

Toch is de gedachte dat Kamerverkiezingen eigenlijk gaan over de keuze van de minister-president niet verdwenen. GroenLinks-PvdA beloofde bij de laatste verkiezingen gouden bergen wanneer de nieuwe combinatie met een zesde van de zetels de grootste partij zou worden, zonder aandacht te schenken aan de partijen met wie dan een coalitie zou moeten worden gesloten. Zo valt het ook te begrijpen dat aanhangers van de PVV nu vinden dat die partij recht heeft op het minister-presidentschap met nagenoeg een kwart van de zetels in de Kamer, en dat andere partijen willen meewerken aan de vorming van zo’n kabinet terwijl zij aan de andere kant daar zover vanaf staan dat ze geen ministers willen leveren. Wanneer Wilders geen premier wordt hoeft hij Van Thijn maar uit de kast te halen om zijn ongenoegen te verwoorden. Maar daarmee is het nog geen ongeschreven staatsrecht dat de grootste partij de premier mag leveren. Wanneer partijen op basis van dit idee de PVV in het kabinet laten gaan zonder zelf ministers te leveren, zou dat de slechtst denkbare uitkomst van de kabinetsformatie zijn.

----------

De illustratie is van Han Busstra

© 2024 Paul Bordewijk
powered by CJ2