archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 17
Jaargang 21
13 juni 2024
Vermaak en Genot > Een omweg waard delen printen terug
Veen- en Scheepvaartmuseum in Rhauderfehn Dik Kruithof

2020VG Veenmuseum
We kwamen toevallig in Rhauderfehn uit voor een vakantiereisje. Münster bleek om die tijd te duur en Leer was vol want daar vierden ze een feest vanwege 200 jaar stadsrechten. Rhauderfehn ligt daar tussen, maar dichter bij Leer en heeft, al zou je dat daar niet direct verwachten, een Veen- en Scheepvaartmuseum. In de negentiende eeuw is de veenverwerking daar begonnen met de aanleg van een kanaal naar de Leda, de zijrivier die bij Leer in de Eems stroomt.

Overigens is het stroomgebied van de Leda een voor Europa uniek gebied waar ver in het binnenland nog getijdenwerking voorkomt. Hoogwater in de Dollard en dus in de Eems kan door de stuw in de Leda naar het binnenland worden afgevoerd en heeft ervoor gezorgd dat een vriend van ons daar foto’s kon maken van een broedende visarend.

In de kelder van het Museum is veel ruimte voor de turfwinning, vanaf het ontstaan van het ‘moor’ tot de boten waarmee de turf werd afgevoerd. Met veel turf, van wit tot zwart maar meestal bruin en alle gereedschap dat voor de winning van turf nodig was, zelfs twee soorten ‘Pferdeschuhe’ die de paarden dus droegen om het wegzakken in de natte grond tegen te gaan: gevlochten uit dikke biezen of echt van leer gemaakt.

Schepen

Het tweede onderwerp is de scheepsbouw, die Rhauderfehn groot heeft gemaakt. Alle bedrijfjes die nodig waren om de schepen te bouwen en uit te rusten voor eerst het vervoer van de turf maar later voor de handelsvaart op bij voorbeeld de Oostzee hebben wel in het dorp een plaats gehad: werven, zeilmakers, touwslagers, hout en ijzerbewerkers die de gereedschappen maakten: midden in het veen werden volledig uitgeruste schepen gebouwd. Historisch gezien niet zo heel vreemd want het zelfde zien we natuurlijk ook in de Nederlandse Veenkoloniën en de grote Meyer Werf in Papenburg is2020VG Veenmuseum2 ook zo ontstaan, maar die ligt dan wel direct aan de Eems.

Het Museum heeft ook een prachtige verzameling over scheepvaart, uiteraard met schilderijen en modellen van schepen maar ook met veel ruimte voor de mensen die op de schepen het werk deden, zoals een zeldzame driedelige medicijnkast voor de scheepsapotheker en voor wat ze in hun vrije tijd deden: ze hebben een kast met hele mooie scheepjes in een fles. Wat ze meenamen van hun verre reizen? Onder meer een opvouwbaar schaakbord met ivoren stukken.
De Heimatvereniging Overledingerland die het museum in stand houdt heeft goed werk geleverd.

Veen en turf

Twee dagen later kwamen we langs het Moor- und Fehnmuseum Elisabethfehn, iets noordelijker gelegen en vlakbij Saterland, het kleinste spraakeiland van Europa. Zo noemen ze zich omdat in de vier dorpen die Saterland vormen, een Friese taal wordt gesproken door nog ongeveer tweeduizend bewoners en ze nu erg hun best doen om die taal te bewaren. Eerder schreef ik over Saterland in de Leunstoel van 25 februari 2021. Het museum had een hele wand bij de ingang over Saterland, dus er komt wel steeds meer aandacht voor.

Het hoogveen als plek voor geschiedenisvondsten was het eerste onderdeel van dit museum met uiteraard aandacht voor veenlijken en ook voor de speciale veenflora. Daarna kwam een heel stuk over turf dat we in Rhauderfehn al gezien hadden. Speciaal voor dit museum is dat er een groot stuk grond bij is met een uitgebreide verzameling machines die voor de verwerking van het hoogveen ontwikkeld zijn. Van de eerste eenvoudige smalspoortreintjes tot gigantische graafmachines. Best wel indrukwekkend, maar de echte verrassing kwam in de tentoonstelling op de verdieping.

----------

De foto's zijn van de schrijver.



© 2023 Dik Kruithof meer Dik Kruithof - meer "Een omweg waard" -
Vermaak en Genot > Een omweg waard
Veen- en Scheepvaartmuseum in Rhauderfehn Dik Kruithof
2020VG Veenmuseum
We kwamen toevallig in Rhauderfehn uit voor een vakantiereisje. Münster bleek om die tijd te duur en Leer was vol want daar vierden ze een feest vanwege 200 jaar stadsrechten. Rhauderfehn ligt daar tussen, maar dichter bij Leer en heeft, al zou je dat daar niet direct verwachten, een Veen- en Scheepvaartmuseum. In de negentiende eeuw is de veenverwerking daar begonnen met de aanleg van een kanaal naar de Leda, de zijrivier die bij Leer in de Eems stroomt.

Overigens is het stroomgebied van de Leda een voor Europa uniek gebied waar ver in het binnenland nog getijdenwerking voorkomt. Hoogwater in de Dollard en dus in de Eems kan door de stuw in de Leda naar het binnenland worden afgevoerd en heeft ervoor gezorgd dat een vriend van ons daar foto’s kon maken van een broedende visarend.

In de kelder van het Museum is veel ruimte voor de turfwinning, vanaf het ontstaan van het ‘moor’ tot de boten waarmee de turf werd afgevoerd. Met veel turf, van wit tot zwart maar meestal bruin en alle gereedschap dat voor de winning van turf nodig was, zelfs twee soorten ‘Pferdeschuhe’ die de paarden dus droegen om het wegzakken in de natte grond tegen te gaan: gevlochten uit dikke biezen of echt van leer gemaakt.

Schepen

Het tweede onderwerp is de scheepsbouw, die Rhauderfehn groot heeft gemaakt. Alle bedrijfjes die nodig waren om de schepen te bouwen en uit te rusten voor eerst het vervoer van de turf maar later voor de handelsvaart op bij voorbeeld de Oostzee hebben wel in het dorp een plaats gehad: werven, zeilmakers, touwslagers, hout en ijzerbewerkers die de gereedschappen maakten: midden in het veen werden volledig uitgeruste schepen gebouwd. Historisch gezien niet zo heel vreemd want het zelfde zien we natuurlijk ook in de Nederlandse Veenkoloniën en de grote Meyer Werf in Papenburg is2020VG Veenmuseum2 ook zo ontstaan, maar die ligt dan wel direct aan de Eems.

Het Museum heeft ook een prachtige verzameling over scheepvaart, uiteraard met schilderijen en modellen van schepen maar ook met veel ruimte voor de mensen die op de schepen het werk deden, zoals een zeldzame driedelige medicijnkast voor de scheepsapotheker en voor wat ze in hun vrije tijd deden: ze hebben een kast met hele mooie scheepjes in een fles. Wat ze meenamen van hun verre reizen? Onder meer een opvouwbaar schaakbord met ivoren stukken.
De Heimatvereniging Overledingerland die het museum in stand houdt heeft goed werk geleverd.

Veen en turf

Twee dagen later kwamen we langs het Moor- und Fehnmuseum Elisabethfehn, iets noordelijker gelegen en vlakbij Saterland, het kleinste spraakeiland van Europa. Zo noemen ze zich omdat in de vier dorpen die Saterland vormen, een Friese taal wordt gesproken door nog ongeveer tweeduizend bewoners en ze nu erg hun best doen om die taal te bewaren. Eerder schreef ik over Saterland in de Leunstoel van 25 februari 2021. Het museum had een hele wand bij de ingang over Saterland, dus er komt wel steeds meer aandacht voor.

Het hoogveen als plek voor geschiedenisvondsten was het eerste onderdeel van dit museum met uiteraard aandacht voor veenlijken en ook voor de speciale veenflora. Daarna kwam een heel stuk over turf dat we in Rhauderfehn al gezien hadden. Speciaal voor dit museum is dat er een groot stuk grond bij is met een uitgebreide verzameling machines die voor de verwerking van het hoogveen ontwikkeld zijn. Van de eerste eenvoudige smalspoortreintjes tot gigantische graafmachines. Best wel indrukwekkend, maar de echte verrassing kwam in de tentoonstelling op de verdieping.

----------

De foto's zijn van de schrijver.

© 2023 Dik Kruithof
powered by CJ2