archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 9
Jaargang 20
9 februari 2023
Nummer 10 verschijnt op
23 februari 2023
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Splijtzwam Willem Minderhout

2007BS Splijtzwam
Tussen de papieren van mijn vader die op 9 december jongstleden, terwijl de rest van Nederland naar de voetbalwedstrijd tegen Argentinië keek, is overleden vond ik een interview dat hem kort geleden, 22 augustus ’22, was afgenomen door Sjef van Wijnen en Hein Versluis van de afdeling Vlissingen van de PvdA.

De aanleiding voor dit interview was het feit dat mijn vader vijftig jaar lid was van die partij en daarvoor een ‘gouden speld’ kreeg uitgereikt. De interviewers verbaasden zich erover dat mijn moeder die speld al een paar jaar eerder had ontvangen. Was zij eerder dan mijn vader lid geworden? Het antwoord kende ik niet: mijn vader bleek lang geleden zijn lidmaatschap enige tijd stop gezet te hebben vanwege een foto in de krant waarop toenmalig lijsttrekker Anne Vondeling op een tank zat. Mijn vader met zijn oorlogstrauma zegde kwaad zijn lidmaatschap op en stemde een tijdje op de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP). 

Dat herinnerde ik mij nog wel. In onze straat in Middelburg speelde ik wel eens met Bart. Zijn vader had een PSP-poster op het raam en mijn vader vroeg mij of ik om zo’n poster wilde vragen. Barts vader had geen officiële PSP-poster maar had zelf iets in elkaar geknutseld. Aan ons raam hingen toen twee posters. Eén van mijn moeder met ‘Stem Rood. Stem PvdA’ en één van mijn vader met ‘Stem Roder dan Rood. Stem PSP’.

Misschien, ik weet weinig van psychologie, was dat voor mij een belangrijke reden om op mijn zestiende lid van de PSP te worden. Mijn vader was in die tijd ook politiek actief, maar hij was weer teruggekeerd bij de PvdA. Eén keer leek hij ook op een verkiesbare positie voor de gemeenteraad terecht te komen. Omdat hij met betrekking tot het afwijzende standpunt ten opzichte van kernenergie een afwijkend standpunt innam kwam hij echter te elfder ure onder aan de lijst terecht.

In de vorige Leunstoel kreeg ik van Paul Bordewijk een compliment omdat ik, zij het tevergeefs, met behulp van een motie had gepoogd het anti-kernenergiestandpunt van ons beider politieke partij, de PvdA, te nuanceren. ‘Had mijn goede vader dat nog maar mee mogen maken’, schoot het door mijn hoofd. Dat was ooit wel eens heel anders geweest.  

Toen ik geboren werd was mijn vader machinist - uiteindelijk eerste machinist, of ‘meester’ - bij de KNSM, de Koninklijke Nederlandse Stoomboot-Maatschappij. Hij zat op ‘de grote vaart’, dat wil zeggen dat hij grote oceaanreizen maakte en daardoor altijd maanden van huis was. Voor een jong gezin is dat niet ideaal. Mijn broers en ik vormden eigenlijk een éénoudergezin met mijn moeder. De keerzijde van die lange periodes van afwezigheid waren de lange periodes van verlof tussen de reizen door. Het kostte altijd enige tijd voordat we weer gewend waren aan een vader in huis. De arme man moest zich iedere keer weer een plaatsje zien te verwerven. Als dat eenmaal gelukt was en we toch de voordelen van een vader op waarde begonnen te schatten, dan moest hij weer weg.

Een baan aan de wal leek toch wel fijn, maar passende banen voor een scheepsmachinist lagen in Zeeland niet voor het oprapen. Toen ik tien jaar werd had mijn vader het echter goed getroffen. Hij werd aangenomen bij de PZEM, de Zeeuwse energiemaatschappij, en werd opgeleid om chef van de wacht te worden op de nieuw te bouwen kerncentrale in Borssele.

Naarmate de kerncentrale vaste vorm begon aan te nemen, begon ik te puberen.  Ik werd lid van de Jeugdbond voor Natuurstudie waar liefde voor natuur en milieu centraal stonden, en, zoals gezegd, van de PSP. De sociaaldemocratische beginselen waren me met de paplepel ingegoten, maar die slappe PvdA van mijn ouders was natuurlijk niets voor mij! Vooral de milieuman van de PSP, Bram van der Lek, sprak me aan. De PSP was fel tegen kernenergie en ik dus ook. De PvdA ook, zoals het onfortuinlijke avontuur van mijn vaders kandidatuur voor de gemeenteraad van Middelburg illustreert.

Op mijn achttiende verhuisde ik naar Den Haag. Ik werkte aanvankelijk in een ziekenhuis en in mijn vrije tijd zat ik in ‘de beweging’. Ik was bij zowat alles wat bewoog en demonstreerde aanwezig, dus ook bij de anti-kernenergiebeweging. Daar werd op een zeker moment besloten om de kerncentrale van Borssele te blokkeren.
Daar wilde ik uiteraard graag aan mee doen.

Vanuit Den Haag vertrok ik met een groep activisten naar ’s-Heer Arendskerke (?) waar we de nacht doorbrachten. De volgende dag, 16 maart 1980, trokken we naar de kerncentrale waar een aantal van ons, waaronder ik, ons aan de toegangshekken vastketenden. Wat ik niet wist, al was ik me uiteraard van de mogelijkheid bewust, was dat mijn vader op dat moment in de kerncentrale aan het werk was. In het interview staat: ‘Jan had een moeilijk moment bij de centrale toen actievoerders in de hekken klommen. Een zoon van hem was er één van! 24 uur kon en mocht Jan de centrale niet verlaten.’

Ons verschil van mening was soms fel, maar nooit persoonlijk. Tegen het einde van zijn leven was deze splijtzwam helemaal verdwenen: wij waren het er beiden over eens dat in het licht van de klimaatcrisis rationeel moet worden afgewogen of kernenergie een deel van de oplossing kan zijn.

Niet dat ik nu een ongeclausuleerd voorstander ben van kernenergie, maar dat was mijn vader ook niet. Hij vond bijvoorbeeld het idee om een kerncentrale in Groningen te bouwen kolder. ‘Onze eerste minister heeft geen verstand van deze materie’, lees ik in een van zijn ingezonden brieven aan de PZC.  ‘Hij wil de Groningers een groot plezier doen door er een kerncentrale te bouwen. Hij weet blijkbaar niet dat er bij Koblenz een peperdure kerncentrale gesloopt wordt,  Mülheim-Kärlich, die maar één jaar (1987-1988) gedraaid heeft. Reden: men had er niet aan gedacht dat het daar, net zoals in Groningen, een aardbevingsgebied is. Te gevaarlijk voor kerncentrales. Politiek foutje, bedankt; bouwkosten toen 3,5 miljard euro, sloopkosten nu geraamd op één miljard euro.’

Ook in het genoemde interview bepleit hij om niet ‘te vroeg standpunten over nieuwe kerncentrales in te nemen. Het is beter te wachten op nieuwe concepten die minder schade aan de leefomgeving geven.’ Ik vermoed dat hij doelt op de ontwikkeling van thoriumcentrales, maar dat kan ik hem niet meer vragen.

Rest mij nog te zeggen dat ik op de uitvaart van mijn vader een aangenaam gesprek had met Roelf Tiktak, de eerste directeur van de kerncentrale Borssele. Kernenergie is wat mij betreft geen splijtzwam meer, maar een optie met voors en tegens. Zoals iedere optie.  

Foto: Rob Bogaerts / Anefo




© 2023 Willem Minderhout meer Willem Minderhout - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
Splijtzwam Willem Minderhout
2007BS Splijtzwam
Tussen de papieren van mijn vader die op 9 december jongstleden, terwijl de rest van Nederland naar de voetbalwedstrijd tegen Argentinië keek, is overleden vond ik een interview dat hem kort geleden, 22 augustus ’22, was afgenomen door Sjef van Wijnen en Hein Versluis van de afdeling Vlissingen van de PvdA.

De aanleiding voor dit interview was het feit dat mijn vader vijftig jaar lid was van die partij en daarvoor een ‘gouden speld’ kreeg uitgereikt. De interviewers verbaasden zich erover dat mijn moeder die speld al een paar jaar eerder had ontvangen. Was zij eerder dan mijn vader lid geworden? Het antwoord kende ik niet: mijn vader bleek lang geleden zijn lidmaatschap enige tijd stop gezet te hebben vanwege een foto in de krant waarop toenmalig lijsttrekker Anne Vondeling op een tank zat. Mijn vader met zijn oorlogstrauma zegde kwaad zijn lidmaatschap op en stemde een tijdje op de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP). 

Dat herinnerde ik mij nog wel. In onze straat in Middelburg speelde ik wel eens met Bart. Zijn vader had een PSP-poster op het raam en mijn vader vroeg mij of ik om zo’n poster wilde vragen. Barts vader had geen officiële PSP-poster maar had zelf iets in elkaar geknutseld. Aan ons raam hingen toen twee posters. Eén van mijn moeder met ‘Stem Rood. Stem PvdA’ en één van mijn vader met ‘Stem Roder dan Rood. Stem PSP’.

Misschien, ik weet weinig van psychologie, was dat voor mij een belangrijke reden om op mijn zestiende lid van de PSP te worden. Mijn vader was in die tijd ook politiek actief, maar hij was weer teruggekeerd bij de PvdA. Eén keer leek hij ook op een verkiesbare positie voor de gemeenteraad terecht te komen. Omdat hij met betrekking tot het afwijzende standpunt ten opzichte van kernenergie een afwijkend standpunt innam kwam hij echter te elfder ure onder aan de lijst terecht.

In de vorige Leunstoel kreeg ik van Paul Bordewijk een compliment omdat ik, zij het tevergeefs, met behulp van een motie had gepoogd het anti-kernenergiestandpunt van ons beider politieke partij, de PvdA, te nuanceren. ‘Had mijn goede vader dat nog maar mee mogen maken’, schoot het door mijn hoofd. Dat was ooit wel eens heel anders geweest.  

Toen ik geboren werd was mijn vader machinist - uiteindelijk eerste machinist, of ‘meester’ - bij de KNSM, de Koninklijke Nederlandse Stoomboot-Maatschappij. Hij zat op ‘de grote vaart’, dat wil zeggen dat hij grote oceaanreizen maakte en daardoor altijd maanden van huis was. Voor een jong gezin is dat niet ideaal. Mijn broers en ik vormden eigenlijk een éénoudergezin met mijn moeder. De keerzijde van die lange periodes van afwezigheid waren de lange periodes van verlof tussen de reizen door. Het kostte altijd enige tijd voordat we weer gewend waren aan een vader in huis. De arme man moest zich iedere keer weer een plaatsje zien te verwerven. Als dat eenmaal gelukt was en we toch de voordelen van een vader op waarde begonnen te schatten, dan moest hij weer weg.

Een baan aan de wal leek toch wel fijn, maar passende banen voor een scheepsmachinist lagen in Zeeland niet voor het oprapen. Toen ik tien jaar werd had mijn vader het echter goed getroffen. Hij werd aangenomen bij de PZEM, de Zeeuwse energiemaatschappij, en werd opgeleid om chef van de wacht te worden op de nieuw te bouwen kerncentrale in Borssele.

Naarmate de kerncentrale vaste vorm begon aan te nemen, begon ik te puberen.  Ik werd lid van de Jeugdbond voor Natuurstudie waar liefde voor natuur en milieu centraal stonden, en, zoals gezegd, van de PSP. De sociaaldemocratische beginselen waren me met de paplepel ingegoten, maar die slappe PvdA van mijn ouders was natuurlijk niets voor mij! Vooral de milieuman van de PSP, Bram van der Lek, sprak me aan. De PSP was fel tegen kernenergie en ik dus ook. De PvdA ook, zoals het onfortuinlijke avontuur van mijn vaders kandidatuur voor de gemeenteraad van Middelburg illustreert.

Op mijn achttiende verhuisde ik naar Den Haag. Ik werkte aanvankelijk in een ziekenhuis en in mijn vrije tijd zat ik in ‘de beweging’. Ik was bij zowat alles wat bewoog en demonstreerde aanwezig, dus ook bij de anti-kernenergiebeweging. Daar werd op een zeker moment besloten om de kerncentrale van Borssele te blokkeren.
Daar wilde ik uiteraard graag aan mee doen.

Vanuit Den Haag vertrok ik met een groep activisten naar ’s-Heer Arendskerke (?) waar we de nacht doorbrachten. De volgende dag, 16 maart 1980, trokken we naar de kerncentrale waar een aantal van ons, waaronder ik, ons aan de toegangshekken vastketenden. Wat ik niet wist, al was ik me uiteraard van de mogelijkheid bewust, was dat mijn vader op dat moment in de kerncentrale aan het werk was. In het interview staat: ‘Jan had een moeilijk moment bij de centrale toen actievoerders in de hekken klommen. Een zoon van hem was er één van! 24 uur kon en mocht Jan de centrale niet verlaten.’

Ons verschil van mening was soms fel, maar nooit persoonlijk. Tegen het einde van zijn leven was deze splijtzwam helemaal verdwenen: wij waren het er beiden over eens dat in het licht van de klimaatcrisis rationeel moet worden afgewogen of kernenergie een deel van de oplossing kan zijn.

Niet dat ik nu een ongeclausuleerd voorstander ben van kernenergie, maar dat was mijn vader ook niet. Hij vond bijvoorbeeld het idee om een kerncentrale in Groningen te bouwen kolder. ‘Onze eerste minister heeft geen verstand van deze materie’, lees ik in een van zijn ingezonden brieven aan de PZC.  ‘Hij wil de Groningers een groot plezier doen door er een kerncentrale te bouwen. Hij weet blijkbaar niet dat er bij Koblenz een peperdure kerncentrale gesloopt wordt,  Mülheim-Kärlich, die maar één jaar (1987-1988) gedraaid heeft. Reden: men had er niet aan gedacht dat het daar, net zoals in Groningen, een aardbevingsgebied is. Te gevaarlijk voor kerncentrales. Politiek foutje, bedankt; bouwkosten toen 3,5 miljard euro, sloopkosten nu geraamd op één miljard euro.’

Ook in het genoemde interview bepleit hij om niet ‘te vroeg standpunten over nieuwe kerncentrales in te nemen. Het is beter te wachten op nieuwe concepten die minder schade aan de leefomgeving geven.’ Ik vermoed dat hij doelt op de ontwikkeling van thoriumcentrales, maar dat kan ik hem niet meer vragen.

Rest mij nog te zeggen dat ik op de uitvaart van mijn vader een aangenaam gesprek had met Roelf Tiktak, de eerste directeur van de kerncentrale Borssele. Kernenergie is wat mij betreft geen splijtzwam meer, maar een optie met voors en tegens. Zoals iedere optie.  

Foto: Rob Bogaerts / Anefo


© 2023 Willem Minderhout
powered by CJ2