archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 4
Jaargang 20
24 november 2022
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Ode aan de vrijwilliger Arie de Jong

1920BS OdeSoms lees ik dat geen land in de wereld zo veel vrijwilligers heeft als Nederland. Helaas wordt nooit een bron voor dit opmerkelijke feit vermeld, dus valt moeilijk na te gaan waar de bewering op berust. Het lijkt me ook moeilijk te meten, want wat rekenen we allemaal onder het werk van vrijwilligers? En hoeveel uur per week of per maand besteden ze aan hun vrijwilligerswerk? Geen idee, maar op grond van het rondkijken in mijn omgeving is de prestatie van vrijwilligers immens.
Vaak doen ze het in stilte, terwijl er veel organisaties zijn die hun vrijwilligers wel af en toe laten merken hoe zeer hun werk wordt gewaardeerd.
Als we, om al te grote verwarring te vermijden, de mantelzorg niet rekenen tot vrijwilligerswerk (het is discutabel, want veel mantelzorg komt voort uit medemenselijkheid en niet omdat het gaat om de verzorging van je verwanten), dan is het adembenemend wat er allemaal door vrijwilligers wordt gedaan. Sportverenigingen zouden niet kunnen draaien zonder al die mensen die oefenen met de jeugd, de kantine beheren, de contributie ophalen, scheidsrechter zijn of de netten in het doel hangen. Veel activiteiten voor ouderen drijven geheel op vrijwilligers, die de koffie schenken bij bingoavonden, mensen ophalen en weer thuisbrengen, zelfs reisjes met ze organiseren, maar ook maaltijden rondbrengen of elke dag voorlezen uit de krant of een boek. Ik sta ook paf van de vrijwilligers die vluchtelingen opvangen, ze taalles geven. Of al die mensen die er voor zorgen dat kerken functioneren, politieke partijen draaien, markeringen worden aangebracht en die wandelroutes nalopen, het bestuurswerk doen voor allerhande verenigingen en stichtingen, vuil prikken zodat het openbaar gebied er fatsoenlijk uitziet (je moet toch wel een ongelooflijke druiloor zijn om rommel weg te gooien als je ziet dat anderen dat weer moeten opruimen).

Lastiger vind ik het toegenomen verschijnsel dat de vrijwilligers opereren annex aan betaalde krachten of zelfs in plaats van betaalde krachten. Kom ik in een museum, dan draait dat op anderhalve man en een paardenkop die in betaalde dienst zijn naast een grote groep vrijwilligers; kom ik in een ziekenhuis, dan is er een groep vrouwen die je welkom heet en her en der hand- en spandiensten verricht; kom ik in een bibliotheek van een kleinere gemeente, dan wordt die gerund door vrijwilligers vanaf het moment dat de gemeente de subsidie terugschroefde; op scholen assisteren gemotiveerde ouders; soms lees je zelfs over dorpen waar de supermarkt overeind wordt gehouden door de inzet van vrijwilligers. Vaak riekt het naar chantage door de overheid, want zonder die vrijwilligers zou de voorziening stoppen, dus werpen zich vaak mensen op die dan maar de taken op zich nemen van posities die ook betaald hadden kunnen zijn.

En dan is er de afstand tussen betaalde krachten en vrijwilligers. Het gebeurt te vaak dat betaalde krachten de vrijwilligers minder serieus nemen: die hebben niets te vertellen en krijgen de klusjes die de betaalde krachten graag mijden. En geen bestuur dat dan ingrijpt, geen subsidiegever die eist dat er een vrijwilligersprotocol is, dat in overeenstemming met die vrijwilligers is opgesteld.

Daarom een ode aan al die vrijwilligers, die soms een uurtje per week, soms bijna een volle werkweek, zich inzetten om de maatschappij te laten draaien.

---------

De kunstzinnige ode is van Alex Verduijn den Boer.




© 2022 Arie de Jong meer Arie de Jong - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
Ode aan de vrijwilliger Arie de Jong
1920BS OdeSoms lees ik dat geen land in de wereld zo veel vrijwilligers heeft als Nederland. Helaas wordt nooit een bron voor dit opmerkelijke feit vermeld, dus valt moeilijk na te gaan waar de bewering op berust. Het lijkt me ook moeilijk te meten, want wat rekenen we allemaal onder het werk van vrijwilligers? En hoeveel uur per week of per maand besteden ze aan hun vrijwilligerswerk? Geen idee, maar op grond van het rondkijken in mijn omgeving is de prestatie van vrijwilligers immens.
Vaak doen ze het in stilte, terwijl er veel organisaties zijn die hun vrijwilligers wel af en toe laten merken hoe zeer hun werk wordt gewaardeerd.
Als we, om al te grote verwarring te vermijden, de mantelzorg niet rekenen tot vrijwilligerswerk (het is discutabel, want veel mantelzorg komt voort uit medemenselijkheid en niet omdat het gaat om de verzorging van je verwanten), dan is het adembenemend wat er allemaal door vrijwilligers wordt gedaan. Sportverenigingen zouden niet kunnen draaien zonder al die mensen die oefenen met de jeugd, de kantine beheren, de contributie ophalen, scheidsrechter zijn of de netten in het doel hangen. Veel activiteiten voor ouderen drijven geheel op vrijwilligers, die de koffie schenken bij bingoavonden, mensen ophalen en weer thuisbrengen, zelfs reisjes met ze organiseren, maar ook maaltijden rondbrengen of elke dag voorlezen uit de krant of een boek. Ik sta ook paf van de vrijwilligers die vluchtelingen opvangen, ze taalles geven. Of al die mensen die er voor zorgen dat kerken functioneren, politieke partijen draaien, markeringen worden aangebracht en die wandelroutes nalopen, het bestuurswerk doen voor allerhande verenigingen en stichtingen, vuil prikken zodat het openbaar gebied er fatsoenlijk uitziet (je moet toch wel een ongelooflijke druiloor zijn om rommel weg te gooien als je ziet dat anderen dat weer moeten opruimen).

Lastiger vind ik het toegenomen verschijnsel dat de vrijwilligers opereren annex aan betaalde krachten of zelfs in plaats van betaalde krachten. Kom ik in een museum, dan draait dat op anderhalve man en een paardenkop die in betaalde dienst zijn naast een grote groep vrijwilligers; kom ik in een ziekenhuis, dan is er een groep vrouwen die je welkom heet en her en der hand- en spandiensten verricht; kom ik in een bibliotheek van een kleinere gemeente, dan wordt die gerund door vrijwilligers vanaf het moment dat de gemeente de subsidie terugschroefde; op scholen assisteren gemotiveerde ouders; soms lees je zelfs over dorpen waar de supermarkt overeind wordt gehouden door de inzet van vrijwilligers. Vaak riekt het naar chantage door de overheid, want zonder die vrijwilligers zou de voorziening stoppen, dus werpen zich vaak mensen op die dan maar de taken op zich nemen van posities die ook betaald hadden kunnen zijn.

En dan is er de afstand tussen betaalde krachten en vrijwilligers. Het gebeurt te vaak dat betaalde krachten de vrijwilligers minder serieus nemen: die hebben niets te vertellen en krijgen de klusjes die de betaalde krachten graag mijden. En geen bestuur dat dan ingrijpt, geen subsidiegever die eist dat er een vrijwilligersprotocol is, dat in overeenstemming met die vrijwilligers is opgesteld.

Daarom een ode aan al die vrijwilligers, die soms een uurtje per week, soms bijna een volle werkweek, zich inzetten om de maatschappij te laten draaien.

---------

De kunstzinnige ode is van Alex Verduijn den Boer.


© 2022 Arie de Jong
powered by CJ2