archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 4
Jaargang 20
24 november 2022
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept delen printen terug
De familie Aubrey Carlo van Praag

1920VG Aubrey
In de boekwinkel overvalt mij steeds weer een gevoel van onmacht. Honderden titels van mij onbekende schrijvers, stuk voor stuk aanstormende talenten, auteurs van een onverbiddelijke meesterwerken, nu reeds behorend tot de grootsten van de nieuwe eeuw. Ik lees niet echt weinig, maar toch zal ik tot het graf indalen met een gigantische en bij die gelegenheid ook definitieve leesachterstand.

Ik snuif de geur van al die prijswinnende bestsellers op, lees nog wat flapteksten en soms valt mijn oog dan op de vertrouwde naam van een woordkunstenaar uit de oude doos. Meestal gaat het om buitenlandse werken die nu eindelijk in een welverdiende Nederlandse vertaling uitkomen of die opnieuw zijn vertaald. Zo geraakte ik in het bezit van ‘De familie Aubrey’ van Rebecca West (1892-1983) in de onlangs verschenen vertaling van Anke ten Doeschate en René van Veen. Jawel, Rebecca West ‘onbetwistbaar ’s werelds nummer 1-schrijfster’ (Time Magazine), ‘niemand heeft schitterender proza gebruikt’ (The New Yorker), ‘een baanbrekend schrijver’ (The Guardian). De superlatieven druipen ervan af. U voelt aankomen dat ik de bewondering van de hier geciteerde literaire recensenten niet helemaal deel.

Het boek gaat over het wedervaren van een gezin dat erg doet denken aan het gezin waarin Rebecca West zelf opgroeide. De vader is even geniaal als afwezig, letterlijk en figuurlijk. Hij vergokt zijn toch al niet riante inkomen door onbezonnen gespeculeer. Moeder, ooit geacheveerd concertpianiste, bestiert de zaak en knoopt de eindjes aan elkaar. Er zijn vier kinderen: de eveneens muzikaal begaafde tweelingzussen, de oudste zus die erbarmelijk viool speelt maar in de waan leeft dat zij op weg is naar grote roem en een zoontje, nog een klein kind dat ieders hart steelt. Het verhaal speelt aan het begin van de 20e eeuw. Terugkerende onderwerpen zijn de bestaansonzekerheid waarin het gezin leeft, de muzikale exercities en de relaties van het gezin met de buitenwereld. De school die de zussen bezoeken krijgt erg weinig en overwegend negatieve aandacht. Medeleerlingen leven in welvaart, maar schieten tekort in cultureel kapitaal.

Bij eerste lezing trof het relaas mij als dramatisch vlak, in zijn filosofische bespiegelingen niet erg interessant, met nogal wat tegenstrijdigheden in de karakterbeschrijvingen, soms zelf binnen een enkele zin, en een regelmatig opduikende non sequiturs (voor de weinigen waaronder ikzelf die geen Latijn kennen: ‘niet volgende uit het voorgaande’). Het gebrek aan logica dat in gunstige gevallen een respectabel en zelfs bevrijdend stijlkenmerk kan zijn, is in dit boek gewoon slordigheid, onhelder, hinderlijk. De schrijfstijl kon mij niet bijzonder bekoren. De metaforen vond ik niet raak. Het was een beetje een worsteling om die 600 pagina’s door te komen.

Ik ben echter geen professionele literaire criticus en zelfs als amateur gooi ik geen hoge ogen. De loftuitingen aan het adres van Rebecca West van toch niet de minste recensenten bleven door mijn hoofd spoken. Ik las het boek nogmaals, jawel! Wat ik voor dit hoogstaande en veelgelezen internettijdschrift niet allemaal over heb! En bij tweede lezing was ik aanzienlijk milder gestemd. In al zijn traagheid en herhalingsdrang is het boek toch wel meeslepend. De stijl heeft mogelijk wat te lijden gehad van de vertaling, maar is zeker niet slecht. Ik bedacht ook dat de gebeurtenissen in het gezin worden beleefd door één van de opgroeiende tweelingzussen, een kind nog, en dat de vertelwijze daaraan misschien is aangepast. Zelfs onder de metaforen en vergelijkingen trof mij een aantal als raak. Kortom geen miskoop en bovendien heb ik het boek cadeau gekregen.

Toch zijn die flapteksten, en niet alleen bij dit boek, overdreven. Zij moeten werven en zijn begrijpelijkerwijs selectief. Het is net als met de etiketten op wijnflessen die je ook het best ongelezen kunt laten. Zelfs de meest povere supermarktwijn is geproduceerd door een zoveelste generatie van gerenommeerde wijnmakers en de wijn is op zijn minst energiek en intens, met tonen van zwarte bessen, wilde aardbeien en geroosterde amandelen, met zachte tannines en een lange fluwelige afdronk. Gewoon maar wegslobberen!

----------

De tekening is van Petra Busstra.
Meer informatie: www.petrabusstra.com





© 2022 Carlo van Praag meer Carlo van Praag - meer "De wereldliteratuur roept" -
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept
De familie Aubrey Carlo van Praag
1920VG Aubrey
In de boekwinkel overvalt mij steeds weer een gevoel van onmacht. Honderden titels van mij onbekende schrijvers, stuk voor stuk aanstormende talenten, auteurs van een onverbiddelijke meesterwerken, nu reeds behorend tot de grootsten van de nieuwe eeuw. Ik lees niet echt weinig, maar toch zal ik tot het graf indalen met een gigantische en bij die gelegenheid ook definitieve leesachterstand.

Ik snuif de geur van al die prijswinnende bestsellers op, lees nog wat flapteksten en soms valt mijn oog dan op de vertrouwde naam van een woordkunstenaar uit de oude doos. Meestal gaat het om buitenlandse werken die nu eindelijk in een welverdiende Nederlandse vertaling uitkomen of die opnieuw zijn vertaald. Zo geraakte ik in het bezit van ‘De familie Aubrey’ van Rebecca West (1892-1983) in de onlangs verschenen vertaling van Anke ten Doeschate en René van Veen. Jawel, Rebecca West ‘onbetwistbaar ’s werelds nummer 1-schrijfster’ (Time Magazine), ‘niemand heeft schitterender proza gebruikt’ (The New Yorker), ‘een baanbrekend schrijver’ (The Guardian). De superlatieven druipen ervan af. U voelt aankomen dat ik de bewondering van de hier geciteerde literaire recensenten niet helemaal deel.

Het boek gaat over het wedervaren van een gezin dat erg doet denken aan het gezin waarin Rebecca West zelf opgroeide. De vader is even geniaal als afwezig, letterlijk en figuurlijk. Hij vergokt zijn toch al niet riante inkomen door onbezonnen gespeculeer. Moeder, ooit geacheveerd concertpianiste, bestiert de zaak en knoopt de eindjes aan elkaar. Er zijn vier kinderen: de eveneens muzikaal begaafde tweelingzussen, de oudste zus die erbarmelijk viool speelt maar in de waan leeft dat zij op weg is naar grote roem en een zoontje, nog een klein kind dat ieders hart steelt. Het verhaal speelt aan het begin van de 20e eeuw. Terugkerende onderwerpen zijn de bestaansonzekerheid waarin het gezin leeft, de muzikale exercities en de relaties van het gezin met de buitenwereld. De school die de zussen bezoeken krijgt erg weinig en overwegend negatieve aandacht. Medeleerlingen leven in welvaart, maar schieten tekort in cultureel kapitaal.

Bij eerste lezing trof het relaas mij als dramatisch vlak, in zijn filosofische bespiegelingen niet erg interessant, met nogal wat tegenstrijdigheden in de karakterbeschrijvingen, soms zelf binnen een enkele zin, en een regelmatig opduikende non sequiturs (voor de weinigen waaronder ikzelf die geen Latijn kennen: ‘niet volgende uit het voorgaande’). Het gebrek aan logica dat in gunstige gevallen een respectabel en zelfs bevrijdend stijlkenmerk kan zijn, is in dit boek gewoon slordigheid, onhelder, hinderlijk. De schrijfstijl kon mij niet bijzonder bekoren. De metaforen vond ik niet raak. Het was een beetje een worsteling om die 600 pagina’s door te komen.

Ik ben echter geen professionele literaire criticus en zelfs als amateur gooi ik geen hoge ogen. De loftuitingen aan het adres van Rebecca West van toch niet de minste recensenten bleven door mijn hoofd spoken. Ik las het boek nogmaals, jawel! Wat ik voor dit hoogstaande en veelgelezen internettijdschrift niet allemaal over heb! En bij tweede lezing was ik aanzienlijk milder gestemd. In al zijn traagheid en herhalingsdrang is het boek toch wel meeslepend. De stijl heeft mogelijk wat te lijden gehad van de vertaling, maar is zeker niet slecht. Ik bedacht ook dat de gebeurtenissen in het gezin worden beleefd door één van de opgroeiende tweelingzussen, een kind nog, en dat de vertelwijze daaraan misschien is aangepast. Zelfs onder de metaforen en vergelijkingen trof mij een aantal als raak. Kortom geen miskoop en bovendien heb ik het boek cadeau gekregen.

Toch zijn die flapteksten, en niet alleen bij dit boek, overdreven. Zij moeten werven en zijn begrijpelijkerwijs selectief. Het is net als met de etiketten op wijnflessen die je ook het best ongelezen kunt laten. Zelfs de meest povere supermarktwijn is geproduceerd door een zoveelste generatie van gerenommeerde wijnmakers en de wijn is op zijn minst energiek en intens, met tonen van zwarte bessen, wilde aardbeien en geroosterde amandelen, met zachte tannines en een lange fluwelige afdronk. Gewoon maar wegslobberen!

----------

De tekening is van Petra Busstra.
Meer informatie: www.petrabusstra.com



© 2022 Carlo van Praag
powered by CJ2