archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 4
Jaargang 20
24 november 2022
Beschouwingen > Het leven zelf delen printen terug
Een fabelachtige motorfiets Julius Pasgeld

1917BS Motorfiets
Altijd al had ik een motorfiets willen hebben. Al was het alleen maar om mijn kinderen en kleinkinderen te laten zien hoe stoer ik was.
Eindelijk was het zover. Een prachtige motorfiets die een lieve duit had gekost. Op de parkeerplaats voor ons huis stond hij te schitteren in de zon.
Speciale voorzieningen maakten hem uitermate geschikt om mij, tezamen met mijn drie zoons, een kleinzoon en een kleindochter te vervoeren naar verre steden en onbekende bestemmingen. Zo was er op de achterkant van het lange zadel een langwerpige, betonnen bak haaks op de rijrichting gemonteerd. Die was in drie hokjes verdeeld en bekleed met dekens. Daar konden de jongste zoon, de kleinzoon en de kleindochter in zitten. Hun hoofdjes staken dan net boven de rand van die bak uit zodat ze met wapperende haren van onder hun helmpjes van de voorbijschietende omgeving konden genieten.

In het midden van het zadel was een soort kerstboom geplant die hoog boven het zadel uit torende. Die boom had aan de onderkant twee stevige takken die naar links en naar rechts van de motorfiets uitstaken zodat ze als een excellente zitplaats voor mijn twee oudere zoons konden dienen. Veiligheidsgordels van de stam van de boom naar de zit-takken boden een uitkomst als er plotseling stevig geremd moest worden.
Zelf zat ik helemaal voorop het zadel. De eerlijkheid gebiedt te vermelden, dat ik vanwege de ruimte die de overige passagiers op het zadel innamen, helemaal op het puntje van het zadel moest zitten. Maar het ging.

Als we allemaal zaten startte ik de motor en reed, uitgezwaaid door mevrouw Pasgeld voorzichtig weg. Vaak met bestemming strand of amusementspark.
De eerste keer was het natuurlijk extra spannend. Temeer daar spoedig bleek, dat de benzine in de tank steeds al na tien kilometer op was. Dat gaf natuurlijk een heel gedoe. Aan de kant van de weg moesten we dan zowel de betonnen bak als de kerstboom van het zadel demonteren. Want de dop van de benzine zat onder het zadel en daar kon je pas bij nadat je het zadel langs de zijkant van de motorfiets had neergeklapt. Vervolgens liepen we met een jerrycan naar het dichtstbijzijnde benzinestation, vulden de jerrycan, liepen weer terug naar de motorfiets, vulden de benzinetank, scharnierden het zadel weer terug en monteerden de kerstboom en de betonnen bak weer op de juiste plaats.
En dat moest dan na iedere tien kilometer. Dat was dus wel even wennen. Maar we hadden het er voor over. En ach, na verloop van tijd wisten we niet beter.

Totdat ik badend in het zweet wakker werd en me minutenlang afvroeg wat een gedoe ik me op de hals had gehaald. En dat allemaal alleen maar om te laten zien hoe stoer ik als vader en opa wel was.
Maar toen ik na een half uur weer echt helemaal wakker was, wist ik weer beter.
Ik was niet stoer.
Nooit geweest.



© 2022 Julius Pasgeld meer Julius Pasgeld - meer "Het leven zelf" -
Beschouwingen > Het leven zelf
Een fabelachtige motorfiets Julius Pasgeld
1917BS Motorfiets
Altijd al had ik een motorfiets willen hebben. Al was het alleen maar om mijn kinderen en kleinkinderen te laten zien hoe stoer ik was.
Eindelijk was het zover. Een prachtige motorfiets die een lieve duit had gekost. Op de parkeerplaats voor ons huis stond hij te schitteren in de zon.
Speciale voorzieningen maakten hem uitermate geschikt om mij, tezamen met mijn drie zoons, een kleinzoon en een kleindochter te vervoeren naar verre steden en onbekende bestemmingen. Zo was er op de achterkant van het lange zadel een langwerpige, betonnen bak haaks op de rijrichting gemonteerd. Die was in drie hokjes verdeeld en bekleed met dekens. Daar konden de jongste zoon, de kleinzoon en de kleindochter in zitten. Hun hoofdjes staken dan net boven de rand van die bak uit zodat ze met wapperende haren van onder hun helmpjes van de voorbijschietende omgeving konden genieten.

In het midden van het zadel was een soort kerstboom geplant die hoog boven het zadel uit torende. Die boom had aan de onderkant twee stevige takken die naar links en naar rechts van de motorfiets uitstaken zodat ze als een excellente zitplaats voor mijn twee oudere zoons konden dienen. Veiligheidsgordels van de stam van de boom naar de zit-takken boden een uitkomst als er plotseling stevig geremd moest worden.
Zelf zat ik helemaal voorop het zadel. De eerlijkheid gebiedt te vermelden, dat ik vanwege de ruimte die de overige passagiers op het zadel innamen, helemaal op het puntje van het zadel moest zitten. Maar het ging.

Als we allemaal zaten startte ik de motor en reed, uitgezwaaid door mevrouw Pasgeld voorzichtig weg. Vaak met bestemming strand of amusementspark.
De eerste keer was het natuurlijk extra spannend. Temeer daar spoedig bleek, dat de benzine in de tank steeds al na tien kilometer op was. Dat gaf natuurlijk een heel gedoe. Aan de kant van de weg moesten we dan zowel de betonnen bak als de kerstboom van het zadel demonteren. Want de dop van de benzine zat onder het zadel en daar kon je pas bij nadat je het zadel langs de zijkant van de motorfiets had neergeklapt. Vervolgens liepen we met een jerrycan naar het dichtstbijzijnde benzinestation, vulden de jerrycan, liepen weer terug naar de motorfiets, vulden de benzinetank, scharnierden het zadel weer terug en monteerden de kerstboom en de betonnen bak weer op de juiste plaats.
En dat moest dan na iedere tien kilometer. Dat was dus wel even wennen. Maar we hadden het er voor over. En ach, na verloop van tijd wisten we niet beter.

Totdat ik badend in het zweet wakker werd en me minutenlang afvroeg wat een gedoe ik me op de hals had gehaald. En dat allemaal alleen maar om te laten zien hoe stoer ik als vader en opa wel was.
Maar toen ik na een half uur weer echt helemaal wakker was, wist ik weer beter.
Ik was niet stoer.
Nooit geweest.

© 2022 Julius Pasgeld
powered by CJ2