archiefvorig nr.lopend nr.

Bezigheden > Ergernissen delen printen terug
Knoopsgatenterreur Julius Pasgeld

2014BZ KnoopsgatenIk zeg het maar bij voorbaat: dit verhaal kan het best ongelezen blijven. Het is te vreselijk om waar te zijn. Toch moet ik het nu eindelijk maar eens hebben over het schrikbewind dat mijn overhemdknoopjes de laatste tijd op mij aan het uitoefenen zijn.

‘Overhemd’, het woord zegt het al. Het is iets dat je over je hemd draagt. Als je tenminste nog een hemd draagt. Vroeger droeg ik nog wel een hemd. En wat ik daaroverheen droeg was een blouse. Of een shirt. Vaak geruit. Met meestal lullige, te lange, of kinderachtige, te korte mouwen.

Maar nu draag ik dus al een jaar of zestig overhemden.
Aan zo’n overhemd zitten gemiddeld acht knoopjes plus nog één aan het eind van iedere mouw. Tien dus. Een eenvoudig rekensommetje leert, dat ik in die zestig jaar in het totaal ’s ochtends dus ruim 200.000 knoopjes door een knoopsgat heb gehaald. En ’s avonds natuurlijk ook weer ruim 200.000 keer die knoopjes door dat knoopsgat heb teruggeduwd.
En nu komt het: Dat lukt de laatste tijd steeds slechter.

Steeds begon ik met het bovenste knoopje als ik mijn overhemd dichtmaakte. Maar steeds vaker eindigde ik onderaan dan met één knoopje waar geen gaatje meer voor was. Of met één gaatje waar geen knoopje meer voor was. Op de een of andere manier moest ik mezelf dus aanleren mijn overhemd bij de kraag én aan de onderkant vast te houden om te zien of alles wel evenwijdig liep. Minstens vijftig keer ging het op die manier mis voordat ik ineens werd overvallen door Gods genade: ik begreep ineens, dat je beter onderaan kon beginnen met het dichtknopen van je overhemd.

Een val

Een andere beproeving diende zich echter aan.
Een half jaar geleden stond ik een keer te snel op van mijn stoel, verloor mijn evenwicht, viel op de grond en kneusde daarbij, in een poging mijn val te breken mijn linker middelvinger. En u weet: een kneuzing van een vinger gaat op de leeftijd van 80 jaar nooit meer helemaal over en blijft in precaire situaties altijd pijn doen.
En ja, u begrijpt het al: hoe haal je met een gekneusde linkermiddelvinger het knoopje van je rechtermouw door het knoopsgat van je rechtermouw terwijl dat met een gezonde vinger al bijna niet te doen is?

Steeds lukt dat bijna. Bijna heb je het knoopje evenwijdig vlak voor het knoopsgat en ja hoor, bij de minste of geringste verkeerde beweging zit je er net weer naast. En kan je  opnieuw gaan schuiven, mikken en bewegen.
Na ongeveer tien pogingen moet ik bijna huilen van frustratie. Even zitten op een stoel helpt om weer bij te komen. Maar als het daarna nog steeds niet lukt word ik kwaad en ga ik onheuse taal uitslaan.
En dan ineens: met mijn aller-allerlaatste restje energie lukt het. Het knoopje komt precies evenwijdig aan het knoopsgat: even doordrukken en ja, het is er doorheen.
Tevreden kan ik aan de dag beginnen.

‘Maar’, hoor ik u denken, ‘waarom ga je, nu het toch wat warmer wordt, geen bloesjes meer dragen? Of overhemden met drukknoopjes?’. Dan ben je tenminste van al die problemen af’.
‘Nee, dank u’, zal ik u dan waardig van repliek dienen.
‘Liever lijd ik in stilte dan dat ik toegeef aan de ongemakken van de ouderdom’.

----------

Het plaatje is van Han Busstra.



© 2023 Julius Pasgeld meer Julius Pasgeld - meer "Ergernissen" -
Bezigheden > Ergernissen
Knoopsgatenterreur Julius Pasgeld
2014BZ KnoopsgatenIk zeg het maar bij voorbaat: dit verhaal kan het best ongelezen blijven. Het is te vreselijk om waar te zijn. Toch moet ik het nu eindelijk maar eens hebben over het schrikbewind dat mijn overhemdknoopjes de laatste tijd op mij aan het uitoefenen zijn.

‘Overhemd’, het woord zegt het al. Het is iets dat je over je hemd draagt. Als je tenminste nog een hemd draagt. Vroeger droeg ik nog wel een hemd. En wat ik daaroverheen droeg was een blouse. Of een shirt. Vaak geruit. Met meestal lullige, te lange, of kinderachtige, te korte mouwen.

Maar nu draag ik dus al een jaar of zestig overhemden.
Aan zo’n overhemd zitten gemiddeld acht knoopjes plus nog één aan het eind van iedere mouw. Tien dus. Een eenvoudig rekensommetje leert, dat ik in die zestig jaar in het totaal ’s ochtends dus ruim 200.000 knoopjes door een knoopsgat heb gehaald. En ’s avonds natuurlijk ook weer ruim 200.000 keer die knoopjes door dat knoopsgat heb teruggeduwd.
En nu komt het: Dat lukt de laatste tijd steeds slechter.

Steeds begon ik met het bovenste knoopje als ik mijn overhemd dichtmaakte. Maar steeds vaker eindigde ik onderaan dan met één knoopje waar geen gaatje meer voor was. Of met één gaatje waar geen knoopje meer voor was. Op de een of andere manier moest ik mezelf dus aanleren mijn overhemd bij de kraag én aan de onderkant vast te houden om te zien of alles wel evenwijdig liep. Minstens vijftig keer ging het op die manier mis voordat ik ineens werd overvallen door Gods genade: ik begreep ineens, dat je beter onderaan kon beginnen met het dichtknopen van je overhemd.

Een val

Een andere beproeving diende zich echter aan.
Een half jaar geleden stond ik een keer te snel op van mijn stoel, verloor mijn evenwicht, viel op de grond en kneusde daarbij, in een poging mijn val te breken mijn linker middelvinger. En u weet: een kneuzing van een vinger gaat op de leeftijd van 80 jaar nooit meer helemaal over en blijft in precaire situaties altijd pijn doen.
En ja, u begrijpt het al: hoe haal je met een gekneusde linkermiddelvinger het knoopje van je rechtermouw door het knoopsgat van je rechtermouw terwijl dat met een gezonde vinger al bijna niet te doen is?

Steeds lukt dat bijna. Bijna heb je het knoopje evenwijdig vlak voor het knoopsgat en ja hoor, bij de minste of geringste verkeerde beweging zit je er net weer naast. En kan je  opnieuw gaan schuiven, mikken en bewegen.
Na ongeveer tien pogingen moet ik bijna huilen van frustratie. Even zitten op een stoel helpt om weer bij te komen. Maar als het daarna nog steeds niet lukt word ik kwaad en ga ik onheuse taal uitslaan.
En dan ineens: met mijn aller-allerlaatste restje energie lukt het. Het knoopje komt precies evenwijdig aan het knoopsgat: even doordrukken en ja, het is er doorheen.
Tevreden kan ik aan de dag beginnen.

‘Maar’, hoor ik u denken, ‘waarom ga je, nu het toch wat warmer wordt, geen bloesjes meer dragen? Of overhemden met drukknoopjes?’. Dan ben je tenminste van al die problemen af’.
‘Nee, dank u’, zal ik u dan waardig van repliek dienen.
‘Liever lijd ik in stilte dan dat ik toegeef aan de ongemakken van de ouderdom’.

----------

Het plaatje is van Han Busstra.

© 2023 Julius Pasgeld
powered by CJ2