archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > Bij ons in de straat delen printen terug
Je kunt toch ook een keer neen zeggen?! Marcel Duyvestijn

0301 Je kunt toch ...
De bel.
‘Daar zal je hem hebben?’
‘Wie?’
‘De ooievaar. Die test de snelste route naar ons huis. Voor over een paar weken.’
Mijn vrouw snuift dit soort slappe grappen altijd weg.

Voor de deur stond ook geen grote vogel, maar het waren twee vrouwen die opkwamen voor mishandelde mensen ergens in Burundi. Ze waren een jaar of dertig en wilden dat ik donateur werd voor drie euro vijftig per maand. ‘Dan kunnen wij heel veel goede projecten starten.’
‘Drie vijftig per maand?’ vroeg ik nogmaals.
‘Dat is maar 10 cent per dag.’ De brutaalste van de twee keek me het indringendst aan. Ze trok haar ogen tot spleetjes, om aan te geven: ‘Waar hebben we het over?’

Ik mocht haar niet. Vooral dat drammerige stond me tegen. Ze trok er ook een gezicht bij van een verongelijkte tiener wier bal ik lek geprikt had. Eerlijk gezegd wist ik niet eens wat ze precies zei. Ik dacht alleen maar: Ik vind jou een eng mens. En dus verzon ik dat ik het druk had: ‘Sorry, een andere keer.’
Weer trok ze dat gezicht van ‘Ah toe, meneer…’
‘Een andere keer,’ zei ik nogmaals. Ik probeerde te glimlachen.

Sinds ik in Haarlem woon, komen de kankerbestrijders, de hulp-in-nood-opa’s en de sponsorloopkinderen dagelijks langs met hun inzamelbussen. ‘Heeft u iets over voor…’ Door regen en wind gaan ze van deur tot deur. De strijders van het goede doel. Mooi werk dat beloond moet worden en dat doe ik vrijwel altijd. Tenzij ze zo irritant zijn dat je wenst dat ze zelf naar Burundi vertrekken.

De goededoelenmensen zijn van een bepaald slag. Meestal zijn het moeders van een jaar of vijftig. Ze dragen een ski-jack, een drie-kwart broek en platte (‘makkelijke’) schoenen. De collectebus dragen ze met strakke hand. Als ze hun tekst uitgesproken hebben (‘Heeft u misschien iets over voor het…’) rammelen ze een paar keer extra met hun bus om aan te geven: ‘U bent niet de enige die geeft.’ Als dank krijg je een stickertje op de deur, zodat de collectant weet: die hebben we gehad.

Ook de commerciële colporteurs hebben in mij een gewillige gever. Als iemand door de telefoon een krant, een massage of een ‘stukje energie’ aanbiedt, ga ik er altijd op in. Vooral zinnen als: ‘Dat bespaart u per maand al gauw…’ Of: ‘Ik kan u Het Parool ook aanbieden tegen een gereduceerd bedrag dat u pas in 2008 hoeft te betalen zonder rente…’ Het maakt eigenlijk niet uit wat ze aanbieden. Ik doe toch wel mee.

Mijn vrouw is minder gelukkig met mijn impulsieve koopgedrag.
‘Je kunt toch een keer nee zeggen…?’
‘Ja, maar die man zei dat het goedkoper was,’ zeg ik meestal verontschuldigend als er weer een nieuwe krant op de mat ligt of als blijkt dat we een andere energieleverancier hebben gekregen.
 
**************************************************************
Uitgave van De Leunstoel wordt mede mogelijk gemaakt door donaties van:
Katharina Kouwenhoven, Hans Meijer en Ruurd Kunnen.


© 2005 Marcel Duyvestijn meer Marcel Duyvestijn - meer "Bij ons in de straat" -
Beschouwingen > Bij ons in de straat
Je kunt toch ook een keer neen zeggen?! Marcel Duyvestijn
0301 Je kunt toch ...
De bel.
‘Daar zal je hem hebben?’
‘Wie?’
‘De ooievaar. Die test de snelste route naar ons huis. Voor over een paar weken.’
Mijn vrouw snuift dit soort slappe grappen altijd weg.

Voor de deur stond ook geen grote vogel, maar het waren twee vrouwen die opkwamen voor mishandelde mensen ergens in Burundi. Ze waren een jaar of dertig en wilden dat ik donateur werd voor drie euro vijftig per maand. ‘Dan kunnen wij heel veel goede projecten starten.’
‘Drie vijftig per maand?’ vroeg ik nogmaals.
‘Dat is maar 10 cent per dag.’ De brutaalste van de twee keek me het indringendst aan. Ze trok haar ogen tot spleetjes, om aan te geven: ‘Waar hebben we het over?’

Ik mocht haar niet. Vooral dat drammerige stond me tegen. Ze trok er ook een gezicht bij van een verongelijkte tiener wier bal ik lek geprikt had. Eerlijk gezegd wist ik niet eens wat ze precies zei. Ik dacht alleen maar: Ik vind jou een eng mens. En dus verzon ik dat ik het druk had: ‘Sorry, een andere keer.’
Weer trok ze dat gezicht van ‘Ah toe, meneer…’
‘Een andere keer,’ zei ik nogmaals. Ik probeerde te glimlachen.

Sinds ik in Haarlem woon, komen de kankerbestrijders, de hulp-in-nood-opa’s en de sponsorloopkinderen dagelijks langs met hun inzamelbussen. ‘Heeft u iets over voor…’ Door regen en wind gaan ze van deur tot deur. De strijders van het goede doel. Mooi werk dat beloond moet worden en dat doe ik vrijwel altijd. Tenzij ze zo irritant zijn dat je wenst dat ze zelf naar Burundi vertrekken.

De goededoelenmensen zijn van een bepaald slag. Meestal zijn het moeders van een jaar of vijftig. Ze dragen een ski-jack, een drie-kwart broek en platte (‘makkelijke’) schoenen. De collectebus dragen ze met strakke hand. Als ze hun tekst uitgesproken hebben (‘Heeft u misschien iets over voor het…’) rammelen ze een paar keer extra met hun bus om aan te geven: ‘U bent niet de enige die geeft.’ Als dank krijg je een stickertje op de deur, zodat de collectant weet: die hebben we gehad.

Ook de commerciële colporteurs hebben in mij een gewillige gever. Als iemand door de telefoon een krant, een massage of een ‘stukje energie’ aanbiedt, ga ik er altijd op in. Vooral zinnen als: ‘Dat bespaart u per maand al gauw…’ Of: ‘Ik kan u Het Parool ook aanbieden tegen een gereduceerd bedrag dat u pas in 2008 hoeft te betalen zonder rente…’ Het maakt eigenlijk niet uit wat ze aanbieden. Ik doe toch wel mee.

Mijn vrouw is minder gelukkig met mijn impulsieve koopgedrag.
‘Je kunt toch een keer nee zeggen…?’
‘Ja, maar die man zei dat het goedkoper was,’ zeg ik meestal verontschuldigend als er weer een nieuwe krant op de mat ligt of als blijkt dat we een andere energieleverancier hebben gekregen.
 
**************************************************************
Uitgave van De Leunstoel wordt mede mogelijk gemaakt door donaties van:
Katharina Kouwenhoven, Hans Meijer en Ruurd Kunnen.
© 2005 Marcel Duyvestijn
powered by CJ2