archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > Bij ons in de straat delen printen terug
De Chinees en Studio Sport Marcel Duyvestijn

0215 Chinees
We waren nog geen vijf dagen weg, maar het voelde alsof we een wereldreis hadden gemaakt. Zo moe waren we.

Uitgewoond.
Afgeleefd.
Of gewoon moe.

En wat heerlijk dat we een excuus hadden om op de bank te gaan liggen. Boven op elkaar. Ik onder, zij boven. Zo lagen we een tijdje uitgeteld. We soesden. Af en toe waren we ‘vertrokken’. Dan weer waren we even wakker. Tot de spieren pijn gingen doen en mijn zwangere vrouw, toch weer een paar kilo zwaarder, me pijn deed.

‘Ik ga chinees halen.’

Mooie zin. Die spreek je met genoegen uit. Daar zit actie in, zonder dat je er moe van wordt. Mijn vrouw houdt niet van chinees (althans, nu ze in verwachting is, vindt ze al het eten uit Azië vies en smerig), maar ze weet dat de keuze anders uit patat, pizza of kebab bestaat. En dat vindt ze helemaal niks.

Chinees. Dat is het heerlijke zondagavondgevoel. In Haarlem zijn de winkels niet op zondag open, dus vergeten we regelmatig ‘iets van eten’ in huis te halen. En dus fiets ik om halfzeven naar de chinees verderop Lok Moon. Dan kan ik om zeven uur met het bord op schoot naar Studio Sport kijken.

Dan is een man pas echt een man.

Met een bord chinees naar Ajax-Feijenoord kijken. Ik hoop dat John de Mol begrijpt dat die zondagavond traditie is in Nederland. Maar ik vrees het ergste. De topwedstrijden zullen uitgezonden worden als laatste. Om zeven uur zit ik dan naar Heracles-RBC te kijken. Als Ajax aantreedt, is mijn Babi Pangang al koud en mijn bier lauw. Ik voorspel een volkopstand. De Chinezen voorop.

Onze Chinees zit op de Rijksstraatweg. Door een aluminium schuifdeur kom je binnen. Dan sta je in een halletje van één meter breed en twee meter lang. Daar staat een houten bank en op de kop zijn kant een klein glazen loket. Op een toonbankje ligt een stapeltje van de folder met gerechten. Als je de schuifdeur nog niet dichtgeschoven hebt, roept de vrouw van de Chinees al: ‘zegge maar…’

‘Even kijken.’

Zij tikt dan met haar pen op de plastic doos met sambal om haar ongeduld uit te drukken, zodat je maar weer iets simpels neemt. Foe Yong Hai of Babi Pangang. Er zijn waarschijnlijk geen gerechten die Hollandser zijn dan deze twee.

Ik heb in mijn leven veel Chinezen gezien. Het is de minst geïntegreerde groep in Nederland. En toch weten ze precies wat ‘wij’ willen. Ze zijn dan ook allemaal inwisselbaar. De kroepoek in van die doorzichtige knisperzakjes. De sambal in kleine ronde bakjes. De nasi en de babi pangang in twee aparte witte bakjes. Ze pakken het vervolgens in van dat grijze papier in en je krijgt het geheel opgestapeld in een witte plastic zak mee. Hoe hebben ze dat ooit afgesproken? En zou er ooit een Chinees geweest zijn die de bami in een puntzak mieterde of een menukaartje ontwikkelde die niet in drie delen uitvouwbaar was? Het lijkt me sterk. Op de Chinese Hogeschool leren ze precies wat wij willen. Die Chinees weet ook dat hij op moet schieten. Klokslag zeven uur moet de Hollander namelijk weer op de bank zitten. En dat gaat eigenlijk altijd goed.

Thuisgekomen kun je dan rustig zwijgend eten. Het deuntje van Studio Sport is voor moeder de vrouw het teken dat ze niet meer kan kwebbelen. De man zit met het bord op schoot. Tom Egberts heet ons welkom.

Wat is het leven dan lekker!


© 2005 Marcel Duyvestijn meer Marcel Duyvestijn - meer "Bij ons in de straat" -
Beschouwingen > Bij ons in de straat
De Chinees en Studio Sport Marcel Duyvestijn
0215 Chinees
We waren nog geen vijf dagen weg, maar het voelde alsof we een wereldreis hadden gemaakt. Zo moe waren we.

Uitgewoond.
Afgeleefd.
Of gewoon moe.

En wat heerlijk dat we een excuus hadden om op de bank te gaan liggen. Boven op elkaar. Ik onder, zij boven. Zo lagen we een tijdje uitgeteld. We soesden. Af en toe waren we ‘vertrokken’. Dan weer waren we even wakker. Tot de spieren pijn gingen doen en mijn zwangere vrouw, toch weer een paar kilo zwaarder, me pijn deed.

‘Ik ga chinees halen.’

Mooie zin. Die spreek je met genoegen uit. Daar zit actie in, zonder dat je er moe van wordt. Mijn vrouw houdt niet van chinees (althans, nu ze in verwachting is, vindt ze al het eten uit Azië vies en smerig), maar ze weet dat de keuze anders uit patat, pizza of kebab bestaat. En dat vindt ze helemaal niks.

Chinees. Dat is het heerlijke zondagavondgevoel. In Haarlem zijn de winkels niet op zondag open, dus vergeten we regelmatig ‘iets van eten’ in huis te halen. En dus fiets ik om halfzeven naar de chinees verderop Lok Moon. Dan kan ik om zeven uur met het bord op schoot naar Studio Sport kijken.

Dan is een man pas echt een man.

Met een bord chinees naar Ajax-Feijenoord kijken. Ik hoop dat John de Mol begrijpt dat die zondagavond traditie is in Nederland. Maar ik vrees het ergste. De topwedstrijden zullen uitgezonden worden als laatste. Om zeven uur zit ik dan naar Heracles-RBC te kijken. Als Ajax aantreedt, is mijn Babi Pangang al koud en mijn bier lauw. Ik voorspel een volkopstand. De Chinezen voorop.

Onze Chinees zit op de Rijksstraatweg. Door een aluminium schuifdeur kom je binnen. Dan sta je in een halletje van één meter breed en twee meter lang. Daar staat een houten bank en op de kop zijn kant een klein glazen loket. Op een toonbankje ligt een stapeltje van de folder met gerechten. Als je de schuifdeur nog niet dichtgeschoven hebt, roept de vrouw van de Chinees al: ‘zegge maar…’

‘Even kijken.’

Zij tikt dan met haar pen op de plastic doos met sambal om haar ongeduld uit te drukken, zodat je maar weer iets simpels neemt. Foe Yong Hai of Babi Pangang. Er zijn waarschijnlijk geen gerechten die Hollandser zijn dan deze twee.

Ik heb in mijn leven veel Chinezen gezien. Het is de minst geïntegreerde groep in Nederland. En toch weten ze precies wat ‘wij’ willen. Ze zijn dan ook allemaal inwisselbaar. De kroepoek in van die doorzichtige knisperzakjes. De sambal in kleine ronde bakjes. De nasi en de babi pangang in twee aparte witte bakjes. Ze pakken het vervolgens in van dat grijze papier in en je krijgt het geheel opgestapeld in een witte plastic zak mee. Hoe hebben ze dat ooit afgesproken? En zou er ooit een Chinees geweest zijn die de bami in een puntzak mieterde of een menukaartje ontwikkelde die niet in drie delen uitvouwbaar was? Het lijkt me sterk. Op de Chinese Hogeschool leren ze precies wat wij willen. Die Chinees weet ook dat hij op moet schieten. Klokslag zeven uur moet de Hollander namelijk weer op de bank zitten. En dat gaat eigenlijk altijd goed.

Thuisgekomen kun je dan rustig zwijgend eten. Het deuntje van Studio Sport is voor moeder de vrouw het teken dat ze niet meer kan kwebbelen. De man zit met het bord op schoot. Tom Egberts heet ons welkom.

Wat is het leven dan lekker!
© 2005 Marcel Duyvestijn
powered by CJ2