archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > Een rustig mens delen printen terug
Kapper in de Haagse Schilderswijk Rob van Olphen

Als teenager ging ik altijd naar mijn kapper Koos in de Schilderswijk, mijn broers gingen naar een andere kapper, die vonden Koos te ordinair.
Ik ging graag naar Koos want ik mocht hem graag. Hij was een rasechte Schilderswijker, een goede kapper en hij was niet duur. Je hoorde daar de nieuwste moppen, de klanten spraken daar plat Haags en je kon daar het tijdschrift de Lach lezen (thuis was dat ten strengste verboden).

Iedere ochtend kwam Theo de haringboer met zijn haringkar langs Koos en die stopte dan met zijn werkzaamheden en deed zich te goed aan drie haringen met veel uitjes wat hij dan weg spoelde met bier. Als hij daar klaar mee was ging hij verder met knippen. Tijdens die werkzaamheden werd je dan verrast met af en toe een boer omfloerst met een melange van haring en bier.

Koos woonde met zijn familie achter de zaak. Drie kinderen waren al uitgevlogen en twee waren in de leer bij Pa.
Regelmatig had Koos een meningsverschil met zijn eega en op zulke momenten ging het er dan heel heftig aan toe. Koos gooide dan zijn gereedschap op tafel en beende naar de schuifdeur die hij met een ruk opende en gelijk verwensingen naar zijn vrouw schreeuwde . Zodra hij zijn hart gelucht had ging hij verder met knippen. Niet veel later werd de schuifdeur dan weer met veel kabaal open geschoven door zijn vrouw die ook haar hart op een zeer luide manier wilde luchten. Dat ging zo af en aan. In ieder geval was het geen fraaie discussie.

Het consumeren van de drie haringen en de heftige communicatie tussen die twee zorgde er wel voor dat de knipbeurt wat langer duurde. Eén van de klanten vertelde dat hij iemand kende die een ton in de loterij had gewonnen. Koos reageerde met: ‘Als ik die ton had gewonnen dan kocht ik hele grote spijkers en dan timmerde ik die hele tent dicht en ging dan enkele reis Bahama’s.’

Tijdens een knipbeurt vroeg Koos : ‘Ben jij toevallig familie van die slager verderop?’ ‘Ja dat zijn mijn oom en tante’, antwoordde ik. Koos boog zich over mij heen en schreeuwde: ‘Dat is helemaal niet je tante, dat is een hoer’. Ik tuimelde bijna uit de stoel van de schrik, had geen idee wat een hoer was.
Thuisgekomen vroeg ik aan mijn moeder: ‘Wat is een hoer? Want mijn kapper zegt dat tante een hoer is’.
Mijn moeder reageerde met: ‘Nou nou, je oom is van zijn vrouw afgegaan en is toen samen gaan wonen met tante, zijn voormalige buurvrouw’.
Tevens heeft mijn moeder mij uitgelegd hoe ze een vrouw noemen die betaald wordt voor de liefde.

Wij mochten die tante heel graag, ze was altijd heel aardig tegen ons.
De jongste zoon Koos zat op een avondschool bij ons in de buurt, voor zijn middenstandsdiploma. Het gebeurde regelmatig dat als wij ‘s avonds nog in de zaak bezig waren, Koos jr de deur opengooide en schreeuwde: ‘Overal ellende met van Olphen en zijn bende!’’ Daar moesten we altijd om lachen.

Jaren later hoorde ik dat Koos niet op de Bahama’s terecht is gekomen en dat  zijn drankgebruik hem helaas funest geworden is.



© 2025 Rob van Olphen meer Rob van Olphen - meer "Een rustig mens"
Beschouwingen > Een rustig mens
Kapper in de Haagse Schilderswijk Rob van Olphen
Als teenager ging ik altijd naar mijn kapper Koos in de Schilderswijk, mijn broers gingen naar een andere kapper, die vonden Koos te ordinair.
Ik ging graag naar Koos want ik mocht hem graag. Hij was een rasechte Schilderswijker, een goede kapper en hij was niet duur. Je hoorde daar de nieuwste moppen, de klanten spraken daar plat Haags en je kon daar het tijdschrift de Lach lezen (thuis was dat ten strengste verboden).

Iedere ochtend kwam Theo de haringboer met zijn haringkar langs Koos en die stopte dan met zijn werkzaamheden en deed zich te goed aan drie haringen met veel uitjes wat hij dan weg spoelde met bier. Als hij daar klaar mee was ging hij verder met knippen. Tijdens die werkzaamheden werd je dan verrast met af en toe een boer omfloerst met een melange van haring en bier.

Koos woonde met zijn familie achter de zaak. Drie kinderen waren al uitgevlogen en twee waren in de leer bij Pa.
Regelmatig had Koos een meningsverschil met zijn eega en op zulke momenten ging het er dan heel heftig aan toe. Koos gooide dan zijn gereedschap op tafel en beende naar de schuifdeur die hij met een ruk opende en gelijk verwensingen naar zijn vrouw schreeuwde . Zodra hij zijn hart gelucht had ging hij verder met knippen. Niet veel later werd de schuifdeur dan weer met veel kabaal open geschoven door zijn vrouw die ook haar hart op een zeer luide manier wilde luchten. Dat ging zo af en aan. In ieder geval was het geen fraaie discussie.

Het consumeren van de drie haringen en de heftige communicatie tussen die twee zorgde er wel voor dat de knipbeurt wat langer duurde. Eén van de klanten vertelde dat hij iemand kende die een ton in de loterij had gewonnen. Koos reageerde met: ‘Als ik die ton had gewonnen dan kocht ik hele grote spijkers en dan timmerde ik die hele tent dicht en ging dan enkele reis Bahama’s.’

Tijdens een knipbeurt vroeg Koos : ‘Ben jij toevallig familie van die slager verderop?’ ‘Ja dat zijn mijn oom en tante’, antwoordde ik. Koos boog zich over mij heen en schreeuwde: ‘Dat is helemaal niet je tante, dat is een hoer’. Ik tuimelde bijna uit de stoel van de schrik, had geen idee wat een hoer was.
Thuisgekomen vroeg ik aan mijn moeder: ‘Wat is een hoer? Want mijn kapper zegt dat tante een hoer is’.
Mijn moeder reageerde met: ‘Nou nou, je oom is van zijn vrouw afgegaan en is toen samen gaan wonen met tante, zijn voormalige buurvrouw’.
Tevens heeft mijn moeder mij uitgelegd hoe ze een vrouw noemen die betaald wordt voor de liefde.

Wij mochten die tante heel graag, ze was altijd heel aardig tegen ons.
De jongste zoon Koos zat op een avondschool bij ons in de buurt, voor zijn middenstandsdiploma. Het gebeurde regelmatig dat als wij ‘s avonds nog in de zaak bezig waren, Koos jr de deur opengooide en schreeuwde: ‘Overal ellende met van Olphen en zijn bende!’’ Daar moesten we altijd om lachen.

Jaren later hoorde ik dat Koos niet op de Bahama’s terecht is gekomen en dat  zijn drankgebruik hem helaas funest geworden is.

© 2025 Rob van Olphen
powered by CJ2