archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > Brief uit ... delen printen terug
Siena revisited Thomas van der Steen

2119BS Siena1970

‘Ja zeg, ik ga hier echt niet omhoog lopen, no way’, verzucht mijn moeder. Ik moet toegeven, de Via Santa Catarina in Siena is de steilste straat die ik ooit zag, niet normaal. ‘Kom, we lopen naar de Dom, daar voel ik mij meer thuis. Lekker koel ook daarbinnen.’
Lopend door de smalle straatjes attendeert ze mij op klanken die uit openstaande ramen waaieren. We horen een violist die zijn etudes oefent, even verderop bast een fagot lage registers en om de hoek toonladdert een sopraan er lustig op los.
In de kathedraal kijkt zij haar ogen uit. Ze meandert van Jezus via engelen naar Maria. Die roomse poppenkast verveelt mij snel. Wéér een kerk, denk ik, de zoveelste. ‘Ga jij maar naar dat plein, papa is er vast al.’

2024

De koers Strade Bianche verdient de titel klassieker eigenlijk niet. Het is eerder een jonkie want wordt pas sinds 2007 verreden. De finale van die koers is in die straat waar mijn moeder in 1970 zo tegenop zag. Ik ben nu op de fiets en wil weleens zien hoe zwaar het is. Het gemak waarmee Alaphilippe, Van der Poel en Pogacar ertegenop kletsen, dat zal niet lukken. Maar met moed, beleid en een flinke aanloop moet een amateur toch ook boven op de Piazza del Campo terecht komen. Nou nee, na 30 meter val ik bijna om. Net als toen ga ik eerst naar de kathedraal. Decennia later dwarrelen klassieke noten nog altijd door de smalle straatjes. In de Duomo kijk ik nu wel met interesse naar de kruisbeelden en laveer van madonna naar piëta.

1970

‘Kijk Thomas, hiervandaan zie je goed waarom die kleur oranje gebrande siena heet.’ Na de zomer ga ik naar de middelbare school en voor het vak tekenen moest ik een verfdoos aanschaffen. Ik verbaasde me over de naam gebrande siena terwijl ik oranje zag. Mijn vader en ik staan boven op de Torre del Mangia en een betere plek om de middeleeuwse stad te zien is er niet. De daken van de huizen hebben inderdaad die kleur in mijn verfdoos.

2024

Aan de voet van diezelfde toren leg ik, 54 jaar later, mijn hoofd in de nek. Geen seconde overweeg ik ‘m nu weer te beklimmen. De 330 treden die ik als 12-jarige spelenderwijs beklom, vormen nu een onoverkomelijke hindernis. En dat gebrande siena een veel diepere kleur is dan gewoon oranje weet ik al.
Been there, done that.

1970

Met een breed armgebaar wijst mijn vader naar Piazza del Campo voor ons. Na ons bezoek aan de toren zitten we op een terras onder een parasol, beschut tegen de brandende zon. Hij vertelt over de Palio, de jaarlijkse paardenrace tussen de verschillende wijken van Siena. ‘En dat al sinds de Middeleeuwen, mooier dan ringsteken toch?’ Hij neemt nog een slokje van zijn ijskoffie, caffè freddo, en vertelt verder: 'Kun je je voorstellen, een volgepakt plein en dan die briesende paarden. Je hoopt natuurlijk dat het paard wint dat versierd is met de vlag van jouw wijk. Op volle snelheid dendert de race dan hier voorbij, wat een spektakel moet dat zijn.’
Maar als ik voor me kijk zie ik een uitgestorven plein, zinderend in de zon. ‘Kijk, wat grappig, de duiven hobbelen mee met de schaduw van de toren.’ Toren en plein functioneren als een zonnewijzer en inderdaad, de duiven schuifelen met de schaduw mee.

2024

Een halve eeuw later is de piazza niet leeg maar afgeladen. Busladingen Chinezen en Indiërs - die laatsten zie ik voor het eerst, Pfeijffers Grand Hotel Europa wordt bijna tastbaar - drommen samen en fotograferen onafgebroken. Op hetzelfde terras van 54 jaar geleden kleuren de tafeltjes fel oranje door de ontelbare glazen Aperol Spritz. De rust is weg, er wordt geen caffè freddo gedronken en de duiven zijn er ook al niet.
De herinnering aan 1970 wél. En die koester ik.

----------

De foto is van Belinda Bouman.



© 2024 Thomas van der Steen meer Thomas van der Steen - meer "Brief uit ..." -
Beschouwingen > Brief uit ...
Siena revisited Thomas van der Steen
2119BS Siena1970

‘Ja zeg, ik ga hier echt niet omhoog lopen, no way’, verzucht mijn moeder. Ik moet toegeven, de Via Santa Catarina in Siena is de steilste straat die ik ooit zag, niet normaal. ‘Kom, we lopen naar de Dom, daar voel ik mij meer thuis. Lekker koel ook daarbinnen.’
Lopend door de smalle straatjes attendeert ze mij op klanken die uit openstaande ramen waaieren. We horen een violist die zijn etudes oefent, even verderop bast een fagot lage registers en om de hoek toonladdert een sopraan er lustig op los.
In de kathedraal kijkt zij haar ogen uit. Ze meandert van Jezus via engelen naar Maria. Die roomse poppenkast verveelt mij snel. Wéér een kerk, denk ik, de zoveelste. ‘Ga jij maar naar dat plein, papa is er vast al.’

2024

De koers Strade Bianche verdient de titel klassieker eigenlijk niet. Het is eerder een jonkie want wordt pas sinds 2007 verreden. De finale van die koers is in die straat waar mijn moeder in 1970 zo tegenop zag. Ik ben nu op de fiets en wil weleens zien hoe zwaar het is. Het gemak waarmee Alaphilippe, Van der Poel en Pogacar ertegenop kletsen, dat zal niet lukken. Maar met moed, beleid en een flinke aanloop moet een amateur toch ook boven op de Piazza del Campo terecht komen. Nou nee, na 30 meter val ik bijna om. Net als toen ga ik eerst naar de kathedraal. Decennia later dwarrelen klassieke noten nog altijd door de smalle straatjes. In de Duomo kijk ik nu wel met interesse naar de kruisbeelden en laveer van madonna naar piëta.

1970

‘Kijk Thomas, hiervandaan zie je goed waarom die kleur oranje gebrande siena heet.’ Na de zomer ga ik naar de middelbare school en voor het vak tekenen moest ik een verfdoos aanschaffen. Ik verbaasde me over de naam gebrande siena terwijl ik oranje zag. Mijn vader en ik staan boven op de Torre del Mangia en een betere plek om de middeleeuwse stad te zien is er niet. De daken van de huizen hebben inderdaad die kleur in mijn verfdoos.

2024

Aan de voet van diezelfde toren leg ik, 54 jaar later, mijn hoofd in de nek. Geen seconde overweeg ik ‘m nu weer te beklimmen. De 330 treden die ik als 12-jarige spelenderwijs beklom, vormen nu een onoverkomelijke hindernis. En dat gebrande siena een veel diepere kleur is dan gewoon oranje weet ik al.
Been there, done that.

1970

Met een breed armgebaar wijst mijn vader naar Piazza del Campo voor ons. Na ons bezoek aan de toren zitten we op een terras onder een parasol, beschut tegen de brandende zon. Hij vertelt over de Palio, de jaarlijkse paardenrace tussen de verschillende wijken van Siena. ‘En dat al sinds de Middeleeuwen, mooier dan ringsteken toch?’ Hij neemt nog een slokje van zijn ijskoffie, caffè freddo, en vertelt verder: 'Kun je je voorstellen, een volgepakt plein en dan die briesende paarden. Je hoopt natuurlijk dat het paard wint dat versierd is met de vlag van jouw wijk. Op volle snelheid dendert de race dan hier voorbij, wat een spektakel moet dat zijn.’
Maar als ik voor me kijk zie ik een uitgestorven plein, zinderend in de zon. ‘Kijk, wat grappig, de duiven hobbelen mee met de schaduw van de toren.’ Toren en plein functioneren als een zonnewijzer en inderdaad, de duiven schuifelen met de schaduw mee.

2024

Een halve eeuw later is de piazza niet leeg maar afgeladen. Busladingen Chinezen en Indiërs - die laatsten zie ik voor het eerst, Pfeijffers Grand Hotel Europa wordt bijna tastbaar - drommen samen en fotograferen onafgebroken. Op hetzelfde terras van 54 jaar geleden kleuren de tafeltjes fel oranje door de ontelbare glazen Aperol Spritz. De rust is weg, er wordt geen caffè freddo gedronken en de duiven zijn er ook al niet.
De herinnering aan 1970 wél. En die koester ik.

----------

De foto is van Belinda Bouman.

© 2024 Thomas van der Steen
powered by CJ2