archiefvorig nr.lopend nr.

Bezigheden > Koken delen printen terug
Het staartje van de wulk Willem Minderhout

2116BZ Wulk1Slakken staan in Nederland niet in hoog aanzien. De naaktslak wordt zelfs met de mug en de tuberkelbacil tot de minst geliefde schepselen gerekend. Huisjesslakken staan in een iets minder slechte reuk, behalve bij tuiniers. Ze vreten je halve tuin leeg. Voordeel is wel dat deze slakken goede leeftocht vormen voor onze meest gewaardeerde zangvogels, zoals de merel, en ons meest gewaardeerde zoogdier de egel. De enige slakken die – volgens mij – in Nederland in beperkte kring over enige populariteit beschikken zijn de zoetwaterslakken. Aquariumbezitters vinden het maar wat fijn dat zij de ruiten van hun vissenbak algvrij houden.

En dan zijn er natuurlijk ook nog de smulpapen. Uit Frankrijk, waar ze vroeger zo arm waren dat ze zelfs pens vraten, komt het idee dat slakken een culinaire traktatie vormen. Men heeft het dan gemeenlijk over de ‘escargot de vigne’, oftewel de wijngaardslak, een uit zijn krachten gegroeide huisjesslak. Toegegeven: met een boel knoflook zijn die best smakelijk. Maar wat is er niet smakelijk met een boel knoflook?

De echte liefhebber haalt, naar mijn mening althans, zijn neus op voor de landslak, zelfs al komt ie uit een vignoble. De echte slakken komen uit de zee. Ik heb het dan niet over mosselen, oesters, kokkels of andere (ook uiterst smakelijke) tweekleppigen, maar over zoutminnende huisjesslakken als de alikruik en de wulk.

Alikruiken, bij ons Zeeuwen beter bekend als ‘kreukels’, kon je tot voor kort overal aan de kust vinden tussen de basaltblokken van de zeewering. Aan die paradijselijke toestand is echter een einde gekomen sinds Rijkswaterstaat de spleten tussen die stenen volspuit met gietasfalt.  Deze ecocide heeft betreurenswaardig weinig protest opgeleverd. Waarschijnlijk ligt dat mede aan het feit dat slechts weinig mensen de smaak van verse kreukels kennen. De kreukelliefhebbers weten natuurlijk dat het vrijwel onmogelijk is om je honger te stillen met deze minuscule slakjes die je moeizaam met een speld uit hun huisje moet peuteren.

De wulk

Voor de echte hongerlappen is er de wulk: een forse slak met een ‘bite’. Het wulkenvlees is, in tegenstelling tot de hap snot die de wijngaardslak kenmerkt, stevig. Sommigen vergelijken het met een rubberen bal. Hoewel deze vergelijking gewoonlijk niet door de liefhebber gemaakt wordt, is hij niet slecht gekozen. Maar wat voor een rubberen bal! Het water loopt me door de mond.

De wulk is niet erg populair in Nederland. In Frankrijk is de ‘bulot’ een vast onderdeel van elk plateau de fruits de mer dat die naam waardig is. De Belg is dol op de ‘karakol’. Als2116BZ Wulk2 je geluk hebt kom je in België af en toe een kraampje tegen waar een kom dampende karakollen voor een schappelijke prijs te koop is.

Volgens mij worden de in Nederland opgeviste wulken/bulots/karakollen linea recta naar onze zuiderburen verscheept. In de Scheveningse haven heb ik ze namelijk nooit aangetroffen. Gelukkig hebben we op de onvolprezen Haagse markt een aantal even onvolprezen Marokkaanse visboeren die ze altijd op voorraad hebben. 

Voor een tientje krijg je dik twee kilo mee. Je moet er uiteraard wel rekening mee houden dat het meeste gewicht uit schelp bestaat. Bovendien zijn, zo leert de ervaring, niet alle slakkenhuizen gevuld. Sommigen zijn niet leeg, maar gekraakt door een heremietkreeft. U denkt misschien dat dat een goede ruil is: betalen voor een slak en een kreeft krijgen! Helaas smaken heremietkreeften allesbehalve lekker, zo kan ik u uit ervaring vertellen.

‘Maar hoe maak je dat nu klaar?’, hoor ik u denken. Dat is tamelijk eenvoudig. De wulk, een bodemdier, moet je door flink te spoelen proberen van zoveel mogelijk zand te ontdoen. Vervolgens kook je ze een kwartiertje. Et voilà! Je kunt natuurlijk van alles en nog wat aan het kookwater toevoegen. Ik beperk me meestal tot een bouillonblokje, maar ook dat is niet echt nodig.

En dan? Dan begint het eigenlijke vakwerk: het uit de schelp halen van de wulk. Hiervoor heeft u een klein vorkje (formaat gebaksvork) en een soepele pols nodig. Eerst dient u het klepje waarmee de wulk zijn schelp afsluit te verwijderen. Meestal lukt dat met duim en wijsvinger. Vervolgens plant u het vorkje ferm in het lijf van de wulk en haalt u hem met een draaiende beweging van de pols uit zijn huis.

Hier is enige oefening onontbeerlijk. Het lukt altijd om het grootste deel van de wulk, de eerder beschreven ‘rubberen bal’ naar buiten te trekken, maar opgelet! Het lekkerste deel van de wulk is zijn malse staartje. Als je de draai niet helemaal in de vingers hebt, is de kans groot dat dat staartje afbreekt en in de krochten van het slakkenhuis verdwijnt. Misschien dat het dan nog terug te vinden is door met een klauwhamer het slakkenhuis te verbrijzelen. Ik heb dat zelf nooit geprobeerd, maar was er vaak toe geneigd.

‘Moeten daar dan geen sausjes bij?’, is een veel gehoorde vraag. Wat mij betreft niet, maar u kunt uiteraard het hele arsenaal sauzen waarmee de gemiddelde Nederlander de mossel te lijf gaat, inclusief de knoflooksaus, ook op de wulk loslaten. Het hoeft echter niet. De wulk is een complete traktatie op zich. 

Ik wens u  veel eetplezier! 


© 2024 Willem Minderhout meer Willem Minderhout - meer "Koken" -
Bezigheden > Koken
Het staartje van de wulk Willem Minderhout
2116BZ Wulk1Slakken staan in Nederland niet in hoog aanzien. De naaktslak wordt zelfs met de mug en de tuberkelbacil tot de minst geliefde schepselen gerekend. Huisjesslakken staan in een iets minder slechte reuk, behalve bij tuiniers. Ze vreten je halve tuin leeg. Voordeel is wel dat deze slakken goede leeftocht vormen voor onze meest gewaardeerde zangvogels, zoals de merel, en ons meest gewaardeerde zoogdier de egel. De enige slakken die – volgens mij – in Nederland in beperkte kring over enige populariteit beschikken zijn de zoetwaterslakken. Aquariumbezitters vinden het maar wat fijn dat zij de ruiten van hun vissenbak algvrij houden.

En dan zijn er natuurlijk ook nog de smulpapen. Uit Frankrijk, waar ze vroeger zo arm waren dat ze zelfs pens vraten, komt het idee dat slakken een culinaire traktatie vormen. Men heeft het dan gemeenlijk over de ‘escargot de vigne’, oftewel de wijngaardslak, een uit zijn krachten gegroeide huisjesslak. Toegegeven: met een boel knoflook zijn die best smakelijk. Maar wat is er niet smakelijk met een boel knoflook?

De echte liefhebber haalt, naar mijn mening althans, zijn neus op voor de landslak, zelfs al komt ie uit een vignoble. De echte slakken komen uit de zee. Ik heb het dan niet over mosselen, oesters, kokkels of andere (ook uiterst smakelijke) tweekleppigen, maar over zoutminnende huisjesslakken als de alikruik en de wulk.

Alikruiken, bij ons Zeeuwen beter bekend als ‘kreukels’, kon je tot voor kort overal aan de kust vinden tussen de basaltblokken van de zeewering. Aan die paradijselijke toestand is echter een einde gekomen sinds Rijkswaterstaat de spleten tussen die stenen volspuit met gietasfalt.  Deze ecocide heeft betreurenswaardig weinig protest opgeleverd. Waarschijnlijk ligt dat mede aan het feit dat slechts weinig mensen de smaak van verse kreukels kennen. De kreukelliefhebbers weten natuurlijk dat het vrijwel onmogelijk is om je honger te stillen met deze minuscule slakjes die je moeizaam met een speld uit hun huisje moet peuteren.

De wulk

Voor de echte hongerlappen is er de wulk: een forse slak met een ‘bite’. Het wulkenvlees is, in tegenstelling tot de hap snot die de wijngaardslak kenmerkt, stevig. Sommigen vergelijken het met een rubberen bal. Hoewel deze vergelijking gewoonlijk niet door de liefhebber gemaakt wordt, is hij niet slecht gekozen. Maar wat voor een rubberen bal! Het water loopt me door de mond.

De wulk is niet erg populair in Nederland. In Frankrijk is de ‘bulot’ een vast onderdeel van elk plateau de fruits de mer dat die naam waardig is. De Belg is dol op de ‘karakol’. Als2116BZ Wulk2 je geluk hebt kom je in België af en toe een kraampje tegen waar een kom dampende karakollen voor een schappelijke prijs te koop is.

Volgens mij worden de in Nederland opgeviste wulken/bulots/karakollen linea recta naar onze zuiderburen verscheept. In de Scheveningse haven heb ik ze namelijk nooit aangetroffen. Gelukkig hebben we op de onvolprezen Haagse markt een aantal even onvolprezen Marokkaanse visboeren die ze altijd op voorraad hebben. 

Voor een tientje krijg je dik twee kilo mee. Je moet er uiteraard wel rekening mee houden dat het meeste gewicht uit schelp bestaat. Bovendien zijn, zo leert de ervaring, niet alle slakkenhuizen gevuld. Sommigen zijn niet leeg, maar gekraakt door een heremietkreeft. U denkt misschien dat dat een goede ruil is: betalen voor een slak en een kreeft krijgen! Helaas smaken heremietkreeften allesbehalve lekker, zo kan ik u uit ervaring vertellen.

‘Maar hoe maak je dat nu klaar?’, hoor ik u denken. Dat is tamelijk eenvoudig. De wulk, een bodemdier, moet je door flink te spoelen proberen van zoveel mogelijk zand te ontdoen. Vervolgens kook je ze een kwartiertje. Et voilà! Je kunt natuurlijk van alles en nog wat aan het kookwater toevoegen. Ik beperk me meestal tot een bouillonblokje, maar ook dat is niet echt nodig.

En dan? Dan begint het eigenlijke vakwerk: het uit de schelp halen van de wulk. Hiervoor heeft u een klein vorkje (formaat gebaksvork) en een soepele pols nodig. Eerst dient u het klepje waarmee de wulk zijn schelp afsluit te verwijderen. Meestal lukt dat met duim en wijsvinger. Vervolgens plant u het vorkje ferm in het lijf van de wulk en haalt u hem met een draaiende beweging van de pols uit zijn huis.

Hier is enige oefening onontbeerlijk. Het lukt altijd om het grootste deel van de wulk, de eerder beschreven ‘rubberen bal’ naar buiten te trekken, maar opgelet! Het lekkerste deel van de wulk is zijn malse staartje. Als je de draai niet helemaal in de vingers hebt, is de kans groot dat dat staartje afbreekt en in de krochten van het slakkenhuis verdwijnt. Misschien dat het dan nog terug te vinden is door met een klauwhamer het slakkenhuis te verbrijzelen. Ik heb dat zelf nooit geprobeerd, maar was er vaak toe geneigd.

‘Moeten daar dan geen sausjes bij?’, is een veel gehoorde vraag. Wat mij betreft niet, maar u kunt uiteraard het hele arsenaal sauzen waarmee de gemiddelde Nederlander de mossel te lijf gaat, inclusief de knoflooksaus, ook op de wulk loslaten. Het hoeft echter niet. De wulk is een complete traktatie op zich. 

Ik wens u  veel eetplezier! 
© 2024 Willem Minderhout
powered by CJ2