archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 12
Jaargang 17
9 april 2020
Bezigheden > Op de fiets delen printen terug
Dan maar gewoon een frisse neus Thomas van der Steen

1712BZ Frisse neusWe waren onderweg naar Auschwitz. Door een gedeelde interesse voor de Tweede Wereldoorlog hadden mijn zoon en ik besloten af te dalen naar de ultieme uitwas ervan. Maar al voor de brug over de Waal ging het mis. Het was 18 januari 2018 en een zware storm teisterde Nederland. Er lagen twee omgewaaide trucks op de brug en wij stonden stil, urenlang. Toen we 2 uur te laat op Eindhoven Airport arriveerden was ons vliegtuig al geland in Krakau, hij had wind mee.

De volgende gelegenheid om samen af te reizen naar Polen deed zich dit voorjaar voor. Nu, mijn zoon had inmiddels zijn rijbewijs, moest het een roadtrip worden voor twee heren: Dresden, Auschwitz, Krakau, Boedapest, Bratislava, Wenen, Salzburg en weerom.
Maar nu rolde vanuit China de coronastorm over de wereld. Europa ging op slot, zelfs haar binnendeuren. België parkeerde op verschoten grenslijnen zelfs containers als barrière. Onze roadtrip strandde voor hij begon. Ons land ontsnapte ternauwernood aan een lockdown. Van minister Grapperhaus mochten we nog net een frisse neus halen. ‘Stukkie fietsen dan maar, Timothy?’

Het fietspad naar Kasteel Groeneveld voert ons onder bomen door met barstende knoppen. In het uitgestrekte park trotseert de lente de kou. Veel, heel veel stellen wandelen over brede lanen. De voorgeschreven afstand van 1,5 meter kan met gemak gehandhaafd worden, ook als wij de marge doorkruisen. Het kasteel glimt in het zonlicht maar het terras is leeg.
We duiken onder de A1 door naar de Eempolder. Daar heeft de snerpende oostenwind vrij spel. Al discussiërend ontstaat onenigheid tussen vader en zoon over de politiek-sociale gevolgen van de pandemie. Nou hebben we beiden zwarte band ruziemaken, maar de sfeer wordt ronduit ijzig. Zwijgend stoempen we voort naar Eembrugge.

Bij het bord Vorstelijk Baarn ontdooit de stemming. Nu we de platte polder bij Eemnes hebben verlaten, wacht ons louter bos. De Wintertuin, een voormalige botanische kas in het Cantonspark, ziet eruit als het Palacio de Cristal in Madrid. Langs Paleis Soestdijk, dat is van steen, fietsen we, nu met wind in de rug, naar Lage Vuursche. Pannenkoeken zijn hier de attractie, maar alle restaurants zijn dicht en het dorp is uitgestorven.

Parallel aan de hekken van Drakesteyn zetten we koers naar Hollandsche Rading. Op het bospad zie ik vriend N. lopen. Hij werkt bij Studio Sport en zijn werk droogt zo langzamerhand op. Aan het eind van de middag haalt hij hier zijn frisse neus.

Over het Floris V-pad toeren we naar Tienhoven. Eerst zagen we nog wel eens een huis of boerderij, maar nu alleen nog moeras, eenden, weilanden, water, ganzen en riet. Ja oké, als we links kijken zien we de ingepakte Domtoren aan de horizon. De vader op het grindpad, met hond en kinderen, blijkt vriend B. Hij werkt normaal op kantoor als planner bij een groot OV-bedrijf. Ook zij zijn het binnen zitten goed zat aan het eind van de dag. Met zijn pubers maakt hij een ronde door dit uitgestrekte natuurgebied, met een frisse neus als beloning.

Voor een foto van molen De Trouwe Wachter stoppen we, de stilte overvalt ons. Totdat het geluid van een binnenkomend appje klinkt. R., nóg een vriend, vraagt waar ik ben. Na een dag thuiswerken voor een telecomgigant en de surveillance over zijn zoon (13) en dochter (8) ontvlucht hij zijn huis. Hij blijkt 10 minuten verderop aan een picknicktafel te zitten. We begroeten elkaar hartelijk, maar op gepaste afstand. Uit zijn auto verschijnt een koeltasje met drie blikjes koude Jupiler. Om het feest compleet te maken gooit hij ons elk een zakje chips toe.
Drinkend, krakend en turend over de Stille Plas bespreken we de toestand in de wereld. R. haalt zijn frisse neus, wij hadden ‘m al.

-------
Het plaatje is van de schrijver


© 2020 Thomas van der Steen meer Thomas van der Steen - meer "Op de fiets" -
Bezigheden > Op de fiets
Dan maar gewoon een frisse neus Thomas van der Steen
1712BZ Frisse neusWe waren onderweg naar Auschwitz. Door een gedeelde interesse voor de Tweede Wereldoorlog hadden mijn zoon en ik besloten af te dalen naar de ultieme uitwas ervan. Maar al voor de brug over de Waal ging het mis. Het was 18 januari 2018 en een zware storm teisterde Nederland. Er lagen twee omgewaaide trucks op de brug en wij stonden stil, urenlang. Toen we 2 uur te laat op Eindhoven Airport arriveerden was ons vliegtuig al geland in Krakau, hij had wind mee.

De volgende gelegenheid om samen af te reizen naar Polen deed zich dit voorjaar voor. Nu, mijn zoon had inmiddels zijn rijbewijs, moest het een roadtrip worden voor twee heren: Dresden, Auschwitz, Krakau, Boedapest, Bratislava, Wenen, Salzburg en weerom.
Maar nu rolde vanuit China de coronastorm over de wereld. Europa ging op slot, zelfs haar binnendeuren. België parkeerde op verschoten grenslijnen zelfs containers als barrière. Onze roadtrip strandde voor hij begon. Ons land ontsnapte ternauwernood aan een lockdown. Van minister Grapperhaus mochten we nog net een frisse neus halen. ‘Stukkie fietsen dan maar, Timothy?’

Het fietspad naar Kasteel Groeneveld voert ons onder bomen door met barstende knoppen. In het uitgestrekte park trotseert de lente de kou. Veel, heel veel stellen wandelen over brede lanen. De voorgeschreven afstand van 1,5 meter kan met gemak gehandhaafd worden, ook als wij de marge doorkruisen. Het kasteel glimt in het zonlicht maar het terras is leeg.
We duiken onder de A1 door naar de Eempolder. Daar heeft de snerpende oostenwind vrij spel. Al discussiërend ontstaat onenigheid tussen vader en zoon over de politiek-sociale gevolgen van de pandemie. Nou hebben we beiden zwarte band ruziemaken, maar de sfeer wordt ronduit ijzig. Zwijgend stoempen we voort naar Eembrugge.

Bij het bord Vorstelijk Baarn ontdooit de stemming. Nu we de platte polder bij Eemnes hebben verlaten, wacht ons louter bos. De Wintertuin, een voormalige botanische kas in het Cantonspark, ziet eruit als het Palacio de Cristal in Madrid. Langs Paleis Soestdijk, dat is van steen, fietsen we, nu met wind in de rug, naar Lage Vuursche. Pannenkoeken zijn hier de attractie, maar alle restaurants zijn dicht en het dorp is uitgestorven.

Parallel aan de hekken van Drakesteyn zetten we koers naar Hollandsche Rading. Op het bospad zie ik vriend N. lopen. Hij werkt bij Studio Sport en zijn werk droogt zo langzamerhand op. Aan het eind van de middag haalt hij hier zijn frisse neus.

Over het Floris V-pad toeren we naar Tienhoven. Eerst zagen we nog wel eens een huis of boerderij, maar nu alleen nog moeras, eenden, weilanden, water, ganzen en riet. Ja oké, als we links kijken zien we de ingepakte Domtoren aan de horizon. De vader op het grindpad, met hond en kinderen, blijkt vriend B. Hij werkt normaal op kantoor als planner bij een groot OV-bedrijf. Ook zij zijn het binnen zitten goed zat aan het eind van de dag. Met zijn pubers maakt hij een ronde door dit uitgestrekte natuurgebied, met een frisse neus als beloning.

Voor een foto van molen De Trouwe Wachter stoppen we, de stilte overvalt ons. Totdat het geluid van een binnenkomend appje klinkt. R., nóg een vriend, vraagt waar ik ben. Na een dag thuiswerken voor een telecomgigant en de surveillance over zijn zoon (13) en dochter (8) ontvlucht hij zijn huis. Hij blijkt 10 minuten verderop aan een picknicktafel te zitten. We begroeten elkaar hartelijk, maar op gepaste afstand. Uit zijn auto verschijnt een koeltasje met drie blikjes koude Jupiler. Om het feest compleet te maken gooit hij ons elk een zakje chips toe.
Drinkend, krakend en turend over de Stille Plas bespreken we de toestand in de wereld. R. haalt zijn frisse neus, wij hadden ‘m al.

-------
Het plaatje is van de schrijver
© 2020 Thomas van der Steen
powered by CJ2