archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 14
Jaargang 13
26 mei 2016
Bezigheden > Te water delen printen terug
De duif en de dood Willem Minderhout

1314BZ DuifEnige tijd geleden zag ik tot mijn verbazing een duif die zich niet ver van onze woonark in het water liet vallen. Het was een warme dag en het beestje had kennelijk dorst. Hij nam een paar teugen water, sloeg een soort vlinderslag met zijn vleugels en wist het luchtruim weer veilig te bereiken. Duiven zijn geen zwemvogels, maar dat kunnen ze toch blijkbaar wel.

Een paar dagen later voeren we met ons bootje door het water de Loosduinsekade. Wederom zagen we een duif die te water was geraakt. Zijn pogingen om weer op te stijgen waren aanmerkelijk minder succesvol. Moesten we hem proberen te redden, of de natuur op zijn beloop laten? Het beest spartelde nog zo wild dat we de tweede optie verkozen.

Aangezien we niet veel verder konden varen keerden we om en passeerden de plek waar we de duif hadden zien worstelen. Ik zag hem niet meer. Zou het hem toch gelukt zijn om zich te ontworstelen? Nee. Opeens zag ik een duivenkopje boven het water uitsteken. Hij had de worsteling opgegeven en leek gelaten op het einde te wachten. Ik wist de boot zo te manoeuvreren dat ik hem met mijn hand op kon scheppen en legde het beest op de bodem van de boot. Kletsnat lag hij daar ‘voor lijk’ met slordig gespreide vleugels. Alleen aan zijn ogen en zijn ademhaling kon je zien dat er nog leven in zat.

We legden hem op een dweil om in het zonnetje te drogen. Langzaam maar zeker kwam het beest weer tot leven. Toen hij uiteindelijk helemaal was opgedroogd verwachtte ik dat hij wel weg zou vliegen, maar dat deed hij niet. Toen we weer aanmeerden zat hij nog steeds op de boot.

Ik kon hem eenvoudig oppakken en zette hem in de voortuin. Ik strooide wat brood en zaad in de hoop dat hij na een eenvoudige doch voedzame maaltijd zijn eigen weg weer zou kunnen vinden. ’s Avonds ging ik nog even kijken. Hij zat niet meer op de plek waar ik hem had achtergelaten. Eind goed, al goed? Maar wat deed die kat daar in de struiken?

De volgende ochtend gooide ik het groenafval in onze compostbak. Naast die bak lag een bloederige berg veren, die onmiskenbaar tot onze drenkeling hadden toebehoord. Verder was er niets van hem over.

Onze reddingsoperatie had het leven van het dier een halve dag verlengd en een kat een lekker maaltje opgeleverd. Onwillekeurig dacht ik aan ‘De Tuinman en de Dood’ van P.N. van Eijck.
‘Ik was verrast, Toen 'k 's middags hier nog in de gracht zwemmen zag, Die 'k 's ochtends halen moest toen hij in uw voortuin lag.'

----------
De foto's zijn van de schrijver


© 2016 Willem Minderhout meer Willem Minderhout - meer "Te water" -
Bezigheden > Te water
De duif en de dood Willem Minderhout
1314BZ DuifEnige tijd geleden zag ik tot mijn verbazing een duif die zich niet ver van onze woonark in het water liet vallen. Het was een warme dag en het beestje had kennelijk dorst. Hij nam een paar teugen water, sloeg een soort vlinderslag met zijn vleugels en wist het luchtruim weer veilig te bereiken. Duiven zijn geen zwemvogels, maar dat kunnen ze toch blijkbaar wel.

Een paar dagen later voeren we met ons bootje door het water de Loosduinsekade. Wederom zagen we een duif die te water was geraakt. Zijn pogingen om weer op te stijgen waren aanmerkelijk minder succesvol. Moesten we hem proberen te redden, of de natuur op zijn beloop laten? Het beest spartelde nog zo wild dat we de tweede optie verkozen.

Aangezien we niet veel verder konden varen keerden we om en passeerden de plek waar we de duif hadden zien worstelen. Ik zag hem niet meer. Zou het hem toch gelukt zijn om zich te ontworstelen? Nee. Opeens zag ik een duivenkopje boven het water uitsteken. Hij had de worsteling opgegeven en leek gelaten op het einde te wachten. Ik wist de boot zo te manoeuvreren dat ik hem met mijn hand op kon scheppen en legde het beest op de bodem van de boot. Kletsnat lag hij daar ‘voor lijk’ met slordig gespreide vleugels. Alleen aan zijn ogen en zijn ademhaling kon je zien dat er nog leven in zat.

We legden hem op een dweil om in het zonnetje te drogen. Langzaam maar zeker kwam het beest weer tot leven. Toen hij uiteindelijk helemaal was opgedroogd verwachtte ik dat hij wel weg zou vliegen, maar dat deed hij niet. Toen we weer aanmeerden zat hij nog steeds op de boot.

Ik kon hem eenvoudig oppakken en zette hem in de voortuin. Ik strooide wat brood en zaad in de hoop dat hij na een eenvoudige doch voedzame maaltijd zijn eigen weg weer zou kunnen vinden. ’s Avonds ging ik nog even kijken. Hij zat niet meer op de plek waar ik hem had achtergelaten. Eind goed, al goed? Maar wat deed die kat daar in de struiken?

De volgende ochtend gooide ik het groenafval in onze compostbak. Naast die bak lag een bloederige berg veren, die onmiskenbaar tot onze drenkeling hadden toebehoord. Verder was er niets van hem over.

Onze reddingsoperatie had het leven van het dier een halve dag verlengd en een kat een lekker maaltje opgeleverd. Onwillekeurig dacht ik aan ‘De Tuinman en de Dood’ van P.N. van Eijck.
‘Ik was verrast, Toen 'k 's middags hier nog in de gracht zwemmen zag, Die 'k 's ochtends halen moest toen hij in uw voortuin lag.'

----------
De foto's zijn van de schrijver
© 2016 Willem Minderhout
powered by CJ2