Op de fiets

Aan de lente likken

Na mijn fietstocht naar Soesterberg wordt het weer tijd om er samen op uit te gaan. Belinda heeft al een route uitgezocht, aan de rand van de Veluwe is het mooi fietsen. Met pannenkoeken voor lunch, een smakelijke bijvangst. 

Maar het weer moet van onstuimig via wisselvallig eerst rustig worden, pas dan gaan we.

Op 3 maart is het zover, de weerprofeten beloven zelfs dubbele cijfers zoals dat tegenwoordig de gewoonte is om een temperatuur van 10 graden of hoger te voorspellen. Eentje begint ermee, de weerexperts van andere zenders nemen het over en op het laatst zegt iedereen het, ergerlijk.

Het beoogde fietsrondje begint op een parkeerterrein langs de A28, aan de voet van de Toekantoren. De vogel van de horecafamilie prijkt bovenop een immense zuil van cortenstaal die aan de hemel krabt. Dat staal ziet eruit alsof het verroest is maar dat is juist om het te behoeden voor corrosie. Gevalletje het paard achter de wagen spannen volgens mij.

Als we de provinciale weg via een houten brug zijn overgestoken fietsen we zo de Veluwe op. Het Beekhuizerzand heet het hier. Mijn eerste ritje dit jaar ging langs de Soester Duinen, dit is andere koek. We wisten niet dat het bestond in Nederland, zandduinen zover het oog reikt. Aan de horizon doemen naaldbomen op maar voor de rest zand, zand en nog eens zand. Naast het fietspad loopt een rul spoor van rupsbanden. Helaas, geen tank of houwitser te bekennen.

Verderop is het toch raak. Vanachter een duindoorn komen soldaten tevoorschijn. We zien ze pas op het allerlaatste moment want ze zijn gecamoufleerd met takjes op hun helm en al. We stappen af om dit tafereel eens goed te bekijken. Twee groepjes van vijf soldaten worden geleid door een sergeant. Korte bevelen volgen elkaar rap op. Verspreiden, schuilen, observeren, alert blijven! Vele attributen op rug en aan koppelriem bemoeilijken hun lenigheid. De Colt C7 die ze dragen is ook een stuk langer dan de Uzi die ik ooit kreeg toebedeeld. De sergeant draagt een helblauw, plastic pistool in zijn holster, het lijkt wel gekocht bij Intertoys, apart. Gebogen lopen de militairen langs de rand van de zandvlakte, jammer, ze hoeven niet te tijgeren. 

We stappen weer op en rijden richting bosrand. In het bos is het aanmerkelijk kouder, hier worden de dubbele cijfers niet gehaald. Het pad slingert tussen de bomen en gaat op en af over heuvels. Het is stil en vredig, we zijn alleen. 

Lunchuur nadert en we hebben nog geen uitspanning gezien. Ik ging ervan uit dat er op de Veluwe talloze zouden zijn. Aannames, aannames, er zijn meer kazernes dan pannenkoekenrestaurants. In het dorp Elspeet is de horeca zelfs dicht, gelukkig is in Uddel De Viersprong open. En kijk nou, ze hebben zelfs pannenkoeken. In de zon en uit de wind lunchen we op het terras, Belinda de door haar begeerde boerenpannenkoek en ik een 12-uurtje. 

Gelaafd maken we ons op voor de terugreis. In de dorpen fietsen we langs zeeën van paarse krokussen. Dan door het Leuvenumse Bos, het is niet meer zo kil want de zon heeft de lucht tussen de bomen aangenaam verwarmd. Soepeltjes fietsen we langs een beek naar het westen. 

We besluiten nog een stukje door te fietsen om Harderwijk te bezoeken. Ooit met de kinderen naar het Dolfinarium geweest, verder nooit. 

Bij binnenkomst ziet Harderwijk er precies zo uit als elke provinciestad in Nederland. Maar als we de oude haven bereiken verandert het in een oude vissersplaats aan de Zuiderzee. Op de Havendam staan zelfs baliekluivers de dag door te nemen. Tegenwoordig met rollators en scootmobielen maar het gesprek gaat over hetzelfde als 100 jaar geleden: vroeger was alles beter. We rijden over de Strandboulevard Oost langs kuierende gezinnen die gulzig aan hun ijsjes likken, alsof ze de lente likken.

Via de Vischpoort uit de 14e eeuw komen we op de Vischmarkt, een middeleeuws stukje Harderwijk. In de nis van de stadsmuur staat De Kus, een vertederend beeld. Het draagt bij aan de lente.

———

De foto is van de auteur.

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>