archiefvorig nr.lopend nr.

 
Beschouwingen > Een rustig mens delen printen terug
Samira Abbos: 'De Moslim bestaat niet' Willem Minderhout

0416BS Mens
Samira Bouchibti is beter bekend als de journaliste en televisiepersoonlijkheid Samira Abbos, de achternaam van haar moeder. Sinds ze in de Tweede Kamer zit voor de PvdA hanteert ze weer haar vaders achternaam. ‘Niet om Ayaan-achtige problemen’ te voorkomen, maar omdat ik gewoon de achternaam van mijn vader wil gebruiken. Ik ben immers ook een dochter van mijn vader.’
Samira werd in 1970 in Fez, Marokko, geboren, maar groeide op in Haarlem. De Leunstoel interviewde haar over de interviewbundel die ze uitbracht voordat ze Kamerlid werd: ‘De Moslim bestaat niet’.
Als ik Samira’s kamer binnenkom zit ze een beetje onderuit gezakt in haar stoel met een vermoeide blik in haar ogen. Dat is echter in een flits voorbij. Ze veert op, toont een brede glimlach en het gesprek kan beginnen.

‘De titel van die bundel interviews – ‘De Moslim bestaat niet’- was uitgangspunt en conclusie tegelijk. Ik wilde laten zien dat er niet zoiets als ‘De Moslim’ bestaat. De pers staat vol met verhalen over ‘De Moslim’ en ‘De Islam’, waarin ik mezelf of mijn geloof niet herken en waarin ik ook de moslims in mijn omgeving niet herken. Ik wilde dat beeld corrigeren door een aantal portretten van zeer uiteenlopende moslims te schetsen. Daar ben ik wel in geslaagd denk ik zo, want het is een bont gezelschap geworden.
Vier van de dertien geïnterviewden zijn bekeerlingen en de bundel is ingeleid door een bekeerling. Misschien is dat naar verhouding wat veel. De reden is dat ik als moslim geboren ben. Ik vond het interessant om na te gaan wat mensen beweegt die bewust voor de islam gekozen hebben zonder die achtergrond. De islam heeft, zoals je weet, nogal een imago probleem, dus het ligt niet zo voor de hand. Ook daar is dus niet echt een eenduidig antwoord op te geven, zoals je kunt lezen.’

‘Ik heb daar wel begrip voor, hoor. Ik ben in één ding heel ‘fundamentalistisch’: je moet de keuze van mensen respecteren. Van mij hoef je niet in God te geloven, maar als je dat doet en daar op één of andere manier vorm aan wilt geven, dan is de islam nog niet zo’n gekke keuze. Dat zal ik je uitleggen, want dat is de kern: de islam, zeker niet in zijn Soennitische vorm zoals waar ik mee ben opgevoed, is geen kerk in de christelijke zin van het woord. Het is zeker geen organisatie als de katholieke kerk met zijn hiërarchische structuur van mensen die tussen jou en God staan. Als moslim moet je het zelf maar regelen met God, net zoals in sommige protestantse kerken. Een imam of zo staat daar niet tussen. Zo iemand wordt geacht over meer kennis over het geloof te beschikken en je bij te kunnen staan, maar that’s it! Veel moslims vergeten dit!’

‘Als je me vraagt met wie van de geïnterviewden ik me identificeer dan is het antwoord dan ook duidelijk: met geen een. Ik ben Samira en ik los het weer op mijn eigen manier op. Ik geloof op mijn manier en hoef aan niemand verantwoording af te leggen.
Ik heb natuurlijk ook die hele ontwikkeling doorgemaakt die iedere puber, in welke situatie dan ook, doormaakt. Je neemt als kind alles voor kennisgeving aan en op die leeftijd begin je vragen te stellen over het waarom van al die gebruiken en regels. Ik ben opgevoed in een belijdend gezin. Bidden, naar de moskee, vasten met ramadan, de hele mikmak. Ik heb dat nooit als een last ervaren, maar ik heb daar later wel mijn eigen draai aan gegeven en ingevuld zoals ik dat wil.
Het is bést ingewikkeld om al die identiteiten een plek te geven. Marokkaan, moslim, Nederlander, ik ben het allemaal, maar zo’n identiteit is nog niet vanzelfsprekend. We worden toch nog steeds gedeeltelijk als buitenstaander gezien en we beschouwen onszelf nog steeds gedeeltelijk als buitenstaander. Dat gaat over, maar dat kost tijd. Die tijd moet ons wel gegund worden.’

‘Wij moslims leven hier en moeten op een of ander manier een ‘Europese Islam’ zien te construeren. Het problematische is momenteel natuurlijk wel dat veel van het aangedragen bouwmateriaal, bijvoorbeeld op die salafistische websites, niet bijzonder fris te noemen is. Sommige jongeren zijn daar gevoelig voor, maar je weet natuurlijk nooit wanneer ze echt doorslaan. (Mohammed B. was een jongerenwerker!) Ik denk dat dat ook iets van alle tijden is, maar de context verandert. In de jaren zeventig wemelde het toch van allerlei minuscule extreem linkse clubjes die de wereld wel even zouden veranderen? Ik vind de verhouding tussen die jongens en meisjes van de Hofstad Groep en de Islam vergelijkbaar met de verhouding tussen RARA en de PvdA. Volkomen misplaatst om die op één hoop te gooien.
Bij veel Marokkaanse jongeren – en ik zeg dat niet als excuus, maar als verklaring - zit daar natuurlijk ook achter dat ze zich echt uitgekotst voelen en het waarschijnlijk ook zijn. Je ziet het in Marokko zelf ook. De orthodoxe Islam, met zijn voorschriften en regeltjes, rukt ook daar op. Uit woede en wanhoop, is mijn verklaring. De meeste Marokkanen hebben geen enkel perspectief op scholing of werk en vluchten dan in dat soort uitingen. Ze vinden rust in een vast geloof.’

‘Pan-arabisme is uit, maar er is wel sprake van een groeiend gevoel van verbondenheid tussen moslims. Ik merk dat ik zelf ook erg gevoelig ben voor alles wat er met de Palestijnen en in Afghanistan en Irak gebeurt. In deze tijd van massacommunicatie kun je daar niet aan onttrekken, dat is ook deel van onze wereld, van onze identiteit.
Is de opkomst van de orthodoxe Islam een symptoom van het falen van de sociaaldemocratie? Daar zit misschien wat in. Linkse partijen in Marokko staan er ook niet zo florissant voor, terwijl ze nu eindelijk meer ruimte krijgen. Het is een aardig onderwerp om eens over door te denken. Anderzijds stemmen de meeste ‘allochtonen’ als vanzelfsprekend op de PvdA, dus ‘falen’ is te veel gezegd.’

‘Bij de keuze van de te interviewen personen heb ik niet al te moeilijk gedaan. Ik heb gewoon een selectie uit mijn kennissenkring gemaakt. Dat zijn veelal meer liberale types, zoals Naema Tahir, maar als journalist kom je nu eenmaal van alles tegen. Ik heb ook bewust niet alleen ‘BM’-ers geïnterviewd, maar ook ‘gewone’ moslims.
Jij vindt ze vooral verward? Dat vind ik niet. Ze zijn zoals ze zijn en als Fatima C. zegt dat ze zich – na een vrijgevochten periode – weer meer aan de regels van het geloof wil houden, dan vind ik dat geen teken van verwarring. Ze gelooft dat ze daardoor in de hemel komt. Dat mag toch?
El Moumni, Mohammed Cheppih en Abdul-Jabbar van de Ven zijn de meest orthodoxe moslims die ik heb geïnterviewd. El Moumni liet zich tegenover mij heel gematigd uit. Ik heb werkelijk de indruk dat hij dat meent. Hij heeft toch geen enkele reden om zich tegenover mij onoprecht op te stellen?’

‘Ik heb geprobeerd om niet te oordelen in de interviews, maar het oordeel aan de lezer over te laten. In de vragen komt soms wel iets van een mening naar voren. Zo vraag ik Cheppih of hij het gek vindt dat mensen gekwetst zijn door zijn uitspraken en bij Abdul-Jabber van de Ven, de man die door Andries Knevel geprovoceerd werd om Wilders een enge ziekte toe te wensen, vraag ik of hij het niet moeilijk vindt om in dit land moslim te zijn. De achterliggende boodschap lijkt me duidelijk. Maar het heeft natuurlijk geen zin om hen tijdens dat interview terecht te wijzen, want dan was het nooit tot een interview gekomen. Dat was mijn doel niet.
Als er iets is dat ik wil bereiken is het dat we elkaar leren accepteren en met elkaar leren omgaan. Laten we dan beginnen met hoofd en bijzaken te scheiden. Een hoofddoekje of het weigeren van een hand zou geen issue moeten zijn. Rabbijn Evertse geeft vrouwen ook geen hand. So what?
En moslims moeten eens gaan nadenken. Mijn islam is: je buurman helpen als het nodig is, rechtvaardigheid, tolerantie, bezinning. Samen dingen oplossen. Terreur staat haaks op alles waar ik in geloof.
Waar ik me voor schaam is dat in veel moslimlanden kinderen worden uitgebuit en vrouwen worden onderdrukt. En dan maken ze zich druk over cartoons, of een boek dat ze niet leuk vinden! Mijn islam is puur sociaal democratisch: solidariteit en respect. Ik zeg altijd: ‘Als Allah had gewild dat iedereen moslim was, dan had Hij dat wel zo geregeld’.’

Met een zwierig gebaar pakt ze mijn exemplaar van haar boekje en schrijft voorin: ‘We moeten het samen doen!’
Amen, zeg ik bijna.

Samira Abbos, De Moslim bestaat niet, Amsterdam, Bert Bakker, 2005
 
********************************************************
Op het artikel 'De WRR en religie' van Ruurd Kunnen kwam een reactie
van Professor van de Donk, de voorzitter van de WRR. Zie de noot die aan
dat artikel is toegevoegd. (Jrg 4, nr 7)
 
'Springveren, het beste uit de leunstoel’ is nu te koop. Luister ook naar 'De mannenpil' , een van de bijdragen, voorgelezen door Maeve van der Steen. Zie www.eburon.nl/product_details.php?item_id=472


© 2007 Willem Minderhout meer Willem Minderhout - meer "Een rustig mens" -
Beschouwingen > Een rustig mens
Samira Abbos: 'De Moslim bestaat niet' Willem Minderhout
0416BS Mens
Samira Bouchibti is beter bekend als de journaliste en televisiepersoonlijkheid Samira Abbos, de achternaam van haar moeder. Sinds ze in de Tweede Kamer zit voor de PvdA hanteert ze weer haar vaders achternaam. ‘Niet om Ayaan-achtige problemen’ te voorkomen, maar omdat ik gewoon de achternaam van mijn vader wil gebruiken. Ik ben immers ook een dochter van mijn vader.’
Samira werd in 1970 in Fez, Marokko, geboren, maar groeide op in Haarlem. De Leunstoel interviewde haar over de interviewbundel die ze uitbracht voordat ze Kamerlid werd: ‘De Moslim bestaat niet’.
Als ik Samira’s kamer binnenkom zit ze een beetje onderuit gezakt in haar stoel met een vermoeide blik in haar ogen. Dat is echter in een flits voorbij. Ze veert op, toont een brede glimlach en het gesprek kan beginnen.

‘De titel van die bundel interviews – ‘De Moslim bestaat niet’- was uitgangspunt en conclusie tegelijk. Ik wilde laten zien dat er niet zoiets als ‘De Moslim’ bestaat. De pers staat vol met verhalen over ‘De Moslim’ en ‘De Islam’, waarin ik mezelf of mijn geloof niet herken en waarin ik ook de moslims in mijn omgeving niet herken. Ik wilde dat beeld corrigeren door een aantal portretten van zeer uiteenlopende moslims te schetsen. Daar ben ik wel in geslaagd denk ik zo, want het is een bont gezelschap geworden.
Vier van de dertien geïnterviewden zijn bekeerlingen en de bundel is ingeleid door een bekeerling. Misschien is dat naar verhouding wat veel. De reden is dat ik als moslim geboren ben. Ik vond het interessant om na te gaan wat mensen beweegt die bewust voor de islam gekozen hebben zonder die achtergrond. De islam heeft, zoals je weet, nogal een imago probleem, dus het ligt niet zo voor de hand. Ook daar is dus niet echt een eenduidig antwoord op te geven, zoals je kunt lezen.’

‘Ik heb daar wel begrip voor, hoor. Ik ben in één ding heel ‘fundamentalistisch’: je moet de keuze van mensen respecteren. Van mij hoef je niet in God te geloven, maar als je dat doet en daar op één of andere manier vorm aan wilt geven, dan is de islam nog niet zo’n gekke keuze. Dat zal ik je uitleggen, want dat is de kern: de islam, zeker niet in zijn Soennitische vorm zoals waar ik mee ben opgevoed, is geen kerk in de christelijke zin van het woord. Het is zeker geen organisatie als de katholieke kerk met zijn hiërarchische structuur van mensen die tussen jou en God staan. Als moslim moet je het zelf maar regelen met God, net zoals in sommige protestantse kerken. Een imam of zo staat daar niet tussen. Zo iemand wordt geacht over meer kennis over het geloof te beschikken en je bij te kunnen staan, maar that’s it! Veel moslims vergeten dit!’

‘Als je me vraagt met wie van de geïnterviewden ik me identificeer dan is het antwoord dan ook duidelijk: met geen een. Ik ben Samira en ik los het weer op mijn eigen manier op. Ik geloof op mijn manier en hoef aan niemand verantwoording af te leggen.
Ik heb natuurlijk ook die hele ontwikkeling doorgemaakt die iedere puber, in welke situatie dan ook, doormaakt. Je neemt als kind alles voor kennisgeving aan en op die leeftijd begin je vragen te stellen over het waarom van al die gebruiken en regels. Ik ben opgevoed in een belijdend gezin. Bidden, naar de moskee, vasten met ramadan, de hele mikmak. Ik heb dat nooit als een last ervaren, maar ik heb daar later wel mijn eigen draai aan gegeven en ingevuld zoals ik dat wil.
Het is bést ingewikkeld om al die identiteiten een plek te geven. Marokkaan, moslim, Nederlander, ik ben het allemaal, maar zo’n identiteit is nog niet vanzelfsprekend. We worden toch nog steeds gedeeltelijk als buitenstaander gezien en we beschouwen onszelf nog steeds gedeeltelijk als buitenstaander. Dat gaat over, maar dat kost tijd. Die tijd moet ons wel gegund worden.’

‘Wij moslims leven hier en moeten op een of ander manier een ‘Europese Islam’ zien te construeren. Het problematische is momenteel natuurlijk wel dat veel van het aangedragen bouwmateriaal, bijvoorbeeld op die salafistische websites, niet bijzonder fris te noemen is. Sommige jongeren zijn daar gevoelig voor, maar je weet natuurlijk nooit wanneer ze echt doorslaan. (Mohammed B. was een jongerenwerker!) Ik denk dat dat ook iets van alle tijden is, maar de context verandert. In de jaren zeventig wemelde het toch van allerlei minuscule extreem linkse clubjes die de wereld wel even zouden veranderen? Ik vind de verhouding tussen die jongens en meisjes van de Hofstad Groep en de Islam vergelijkbaar met de verhouding tussen RARA en de PvdA. Volkomen misplaatst om die op één hoop te gooien.
Bij veel Marokkaanse jongeren – en ik zeg dat niet als excuus, maar als verklaring - zit daar natuurlijk ook achter dat ze zich echt uitgekotst voelen en het waarschijnlijk ook zijn. Je ziet het in Marokko zelf ook. De orthodoxe Islam, met zijn voorschriften en regeltjes, rukt ook daar op. Uit woede en wanhoop, is mijn verklaring. De meeste Marokkanen hebben geen enkel perspectief op scholing of werk en vluchten dan in dat soort uitingen. Ze vinden rust in een vast geloof.’

‘Pan-arabisme is uit, maar er is wel sprake van een groeiend gevoel van verbondenheid tussen moslims. Ik merk dat ik zelf ook erg gevoelig ben voor alles wat er met de Palestijnen en in Afghanistan en Irak gebeurt. In deze tijd van massacommunicatie kun je daar niet aan onttrekken, dat is ook deel van onze wereld, van onze identiteit.
Is de opkomst van de orthodoxe Islam een symptoom van het falen van de sociaaldemocratie? Daar zit misschien wat in. Linkse partijen in Marokko staan er ook niet zo florissant voor, terwijl ze nu eindelijk meer ruimte krijgen. Het is een aardig onderwerp om eens over door te denken. Anderzijds stemmen de meeste ‘allochtonen’ als vanzelfsprekend op de PvdA, dus ‘falen’ is te veel gezegd.’

‘Bij de keuze van de te interviewen personen heb ik niet al te moeilijk gedaan. Ik heb gewoon een selectie uit mijn kennissenkring gemaakt. Dat zijn veelal meer liberale types, zoals Naema Tahir, maar als journalist kom je nu eenmaal van alles tegen. Ik heb ook bewust niet alleen ‘BM’-ers geïnterviewd, maar ook ‘gewone’ moslims.
Jij vindt ze vooral verward? Dat vind ik niet. Ze zijn zoals ze zijn en als Fatima C. zegt dat ze zich – na een vrijgevochten periode – weer meer aan de regels van het geloof wil houden, dan vind ik dat geen teken van verwarring. Ze gelooft dat ze daardoor in de hemel komt. Dat mag toch?
El Moumni, Mohammed Cheppih en Abdul-Jabbar van de Ven zijn de meest orthodoxe moslims die ik heb geïnterviewd. El Moumni liet zich tegenover mij heel gematigd uit. Ik heb werkelijk de indruk dat hij dat meent. Hij heeft toch geen enkele reden om zich tegenover mij onoprecht op te stellen?’

‘Ik heb geprobeerd om niet te oordelen in de interviews, maar het oordeel aan de lezer over te laten. In de vragen komt soms wel iets van een mening naar voren. Zo vraag ik Cheppih of hij het gek vindt dat mensen gekwetst zijn door zijn uitspraken en bij Abdul-Jabber van de Ven, de man die door Andries Knevel geprovoceerd werd om Wilders een enge ziekte toe te wensen, vraag ik of hij het niet moeilijk vindt om in dit land moslim te zijn. De achterliggende boodschap lijkt me duidelijk. Maar het heeft natuurlijk geen zin om hen tijdens dat interview terecht te wijzen, want dan was het nooit tot een interview gekomen. Dat was mijn doel niet.
Als er iets is dat ik wil bereiken is het dat we elkaar leren accepteren en met elkaar leren omgaan. Laten we dan beginnen met hoofd en bijzaken te scheiden. Een hoofddoekje of het weigeren van een hand zou geen issue moeten zijn. Rabbijn Evertse geeft vrouwen ook geen hand. So what?
En moslims moeten eens gaan nadenken. Mijn islam is: je buurman helpen als het nodig is, rechtvaardigheid, tolerantie, bezinning. Samen dingen oplossen. Terreur staat haaks op alles waar ik in geloof.
Waar ik me voor schaam is dat in veel moslimlanden kinderen worden uitgebuit en vrouwen worden onderdrukt. En dan maken ze zich druk over cartoons, of een boek dat ze niet leuk vinden! Mijn islam is puur sociaal democratisch: solidariteit en respect. Ik zeg altijd: ‘Als Allah had gewild dat iedereen moslim was, dan had Hij dat wel zo geregeld’.’

Met een zwierig gebaar pakt ze mijn exemplaar van haar boekje en schrijft voorin: ‘We moeten het samen doen!’
Amen, zeg ik bijna.

Samira Abbos, De Moslim bestaat niet, Amsterdam, Bert Bakker, 2005
 
********************************************************
Op het artikel 'De WRR en religie' van Ruurd Kunnen kwam een reactie
van Professor van de Donk, de voorzitter van de WRR. Zie de noot die aan
dat artikel is toegevoegd. (Jrg 4, nr 7)
 
'Springveren, het beste uit de leunstoel’ is nu te koop. Luister ook naar 'De mannenpil' , een van de bijdragen, voorgelezen door Maeve van der Steen. Zie www.eburon.nl/product_details.php?item_id=472
© 2007 Willem Minderhout
powered by Peppered