archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 12
Jaargang 18
15 april 2021
Nummer 13 verschijnt op
29 april 2021
Bezigheden > Op de camping delen printen terug
Waterscheiding Johan Swager

1810BZ Mont S MichelHet moet in de tweede helft van de negentiger jaren hebben plaatsgevonden. Mijn zoon was zeven, mijn dochter zes, de zoon van mijn vriend was zes en zijn jongere broertje vijf. Waarom vermeld ik dat? Het is beslissend.

We kampeerden in Bretagne en voor ons lag een eilandje dat bij laag tij droogviel. Niet het bekende Mont Saint-Michel of Ile Milliau, gewoon een kale apenrots voor de kust. Wij waren een aantal dagen eerder op locatie en mijn zoon en ik bestudeerden vanaf het duin de getijden. Ik moest aan ‘Papillon’ denken waarin de held, opgesloten op een dodeneiland, de loop der getijden bestudeert om op het juiste moment te kunnen ontsnappen. Daaruit ontsprong bij mij het plan het tij te volgen, de overtocht te wagen en op tijd terug te zijn.

Na twee dagen arriveerde mijn vriend en zijn gezin. Samen hadden we het gezellig. De volgende ochtend besprak ik mijn plan om de overtocht te wagen. Mijn vriend was van het type ‘Titaantjes’ en begon zich warm te lopen, zonder iets aan mij te vragen. Vroeg de volgende dag maakte ik mij op met mijn zoon om de tocht te wagen, op het juiste moment van de getijden. Tot mijn verbazing kwamen mijn vriend en zijn twee jonge zoons aanhollen over het strand. ‘Wij willen ook mee!’

Terugkijkend, je hebt zelden zo’n keuze te maken met beslissende gevolgen. Ik had direct moeten zeggen: ‘Uitgesloten, dit kan je niet maken.’ Ik aarzelde echter, er was namelijk geen tijd voor discussie en ze begonnen al mee te lopen. Hierdoor kwam ook mijn dochter mee, die de twee zoontjes van mijn vriend makkelijk de baas was. Gedurende de loop naar het droogvallende eiland, stonden deze twee zoontjes voortdurend stil bij allerlei vondsten op het drooggevallen wad en grossierden in het meesleuren van de mooiste kokkels en tapijtschelpen.

‘Ai, dat gaat fout’, dacht ik. Het probleem van een vriend corrigeren, die denkt dat hij de hele wereld aan kan, is evident: hij is niet te corrigeren. Hij was op dat moment een partner bij een groot advieskantoor, hij had ook meerdere ‘vriendinnetjes’, hij waande zich onoverwinnelijk. Ik had twee-drie dagen met mijn zoon het getijdenpatroon bestudeerd en ik was ervan overtuigd geraakt dat we dat met de juiste timing konden redden. Mijn vriend kwam, zag niks, wilde mij bijhouden, begon onbesuisd en hield de boel op.
Jaren later ging zijn beroemde advieskantoor failliet, door een onverantwoorde financiële constructie om de gevestigde partners nog eens extra te belonen. Hoogmoed, zoals dat in de Bijbelboeken Spreuken en Psalmen omschreven is. Hijzelf had mazzel, hij ging voor het zingen de kerk uit.

Achteraf heb ik mij afgevraagd: ‘Op welk moment had ik moeten ingrijpen?’ Toen ze enthousiast achter ons kwamen aanhollen? Toen ze duidelijk vertraagden met hun pêche à pied voordat ze nog een woord Frans spraken, vrijblijvend banjerend alsof we bij Katwijk aan de vloedlijn liepen te chillen? Ik maakte de fout alleen maar aan te sporen. We bereikten het eiland en rustten even uit. Al snel gebeurde iets indrukwekkends: het tij sloeg om. Langzaam kwam het water terug, alsof Mozes zijn staf ter plaatse hanteerde. Een kwartier later was het schouwspel voor ons al indrukwekkend: het wassende water. Als een tsunami in vertraging stroomde het water van het rijzende tij de zee-engte in. Er was geen tijd te verliezen. We begaven ons in het water in een ultieme poging nog terug te komen. Compleet kansloos. Het water rees sneller dan elke nog resterende illusie. Besmuikt moesten wij ons terugtrekken op het eiland en de natuurkrachten laten uitrazen.

Uren later werden we gered door de mosselvissers, met hun platbodems, een oneervolle aftocht. Ik was niet zozeer beschaamd door de situatie, dat we sukkelige toeristen bleken, die het tij niet konden lezen. Nee, ik was beschaamd door het feit, dat ik mijn vriend niet direct bij opkomst op het strand had gestopt: ‘Nee, je jongens zijn te jong, jij kunt dit niet.’ Hij was een Titaantje, hij had sowieso geweigerd te luisteren.

Jaren later, toen we op afstand kwamen, herkende ik dit moment als allesbeslissend: de overmoed van de één tegenover de onmacht van de ander. Het is nooit meer echt goed gekomen.


© 2021 Johan Swager meer Johan Swager - meer "Op de camping"
Bezigheden > Op de camping
Waterscheiding Johan Swager
1810BZ Mont S MichelHet moet in de tweede helft van de negentiger jaren hebben plaatsgevonden. Mijn zoon was zeven, mijn dochter zes, de zoon van mijn vriend was zes en zijn jongere broertje vijf. Waarom vermeld ik dat? Het is beslissend.

We kampeerden in Bretagne en voor ons lag een eilandje dat bij laag tij droogviel. Niet het bekende Mont Saint-Michel of Ile Milliau, gewoon een kale apenrots voor de kust. Wij waren een aantal dagen eerder op locatie en mijn zoon en ik bestudeerden vanaf het duin de getijden. Ik moest aan ‘Papillon’ denken waarin de held, opgesloten op een dodeneiland, de loop der getijden bestudeert om op het juiste moment te kunnen ontsnappen. Daaruit ontsprong bij mij het plan het tij te volgen, de overtocht te wagen en op tijd terug te zijn.

Na twee dagen arriveerde mijn vriend en zijn gezin. Samen hadden we het gezellig. De volgende ochtend besprak ik mijn plan om de overtocht te wagen. Mijn vriend was van het type ‘Titaantjes’ en begon zich warm te lopen, zonder iets aan mij te vragen. Vroeg de volgende dag maakte ik mij op met mijn zoon om de tocht te wagen, op het juiste moment van de getijden. Tot mijn verbazing kwamen mijn vriend en zijn twee jonge zoons aanhollen over het strand. ‘Wij willen ook mee!’

Terugkijkend, je hebt zelden zo’n keuze te maken met beslissende gevolgen. Ik had direct moeten zeggen: ‘Uitgesloten, dit kan je niet maken.’ Ik aarzelde echter, er was namelijk geen tijd voor discussie en ze begonnen al mee te lopen. Hierdoor kwam ook mijn dochter mee, die de twee zoontjes van mijn vriend makkelijk de baas was. Gedurende de loop naar het droogvallende eiland, stonden deze twee zoontjes voortdurend stil bij allerlei vondsten op het drooggevallen wad en grossierden in het meesleuren van de mooiste kokkels en tapijtschelpen.

‘Ai, dat gaat fout’, dacht ik. Het probleem van een vriend corrigeren, die denkt dat hij de hele wereld aan kan, is evident: hij is niet te corrigeren. Hij was op dat moment een partner bij een groot advieskantoor, hij had ook meerdere ‘vriendinnetjes’, hij waande zich onoverwinnelijk. Ik had twee-drie dagen met mijn zoon het getijdenpatroon bestudeerd en ik was ervan overtuigd geraakt dat we dat met de juiste timing konden redden. Mijn vriend kwam, zag niks, wilde mij bijhouden, begon onbesuisd en hield de boel op.
Jaren later ging zijn beroemde advieskantoor failliet, door een onverantwoorde financiële constructie om de gevestigde partners nog eens extra te belonen. Hoogmoed, zoals dat in de Bijbelboeken Spreuken en Psalmen omschreven is. Hijzelf had mazzel, hij ging voor het zingen de kerk uit.

Achteraf heb ik mij afgevraagd: ‘Op welk moment had ik moeten ingrijpen?’ Toen ze enthousiast achter ons kwamen aanhollen? Toen ze duidelijk vertraagden met hun pêche à pied voordat ze nog een woord Frans spraken, vrijblijvend banjerend alsof we bij Katwijk aan de vloedlijn liepen te chillen? Ik maakte de fout alleen maar aan te sporen. We bereikten het eiland en rustten even uit. Al snel gebeurde iets indrukwekkends: het tij sloeg om. Langzaam kwam het water terug, alsof Mozes zijn staf ter plaatse hanteerde. Een kwartier later was het schouwspel voor ons al indrukwekkend: het wassende water. Als een tsunami in vertraging stroomde het water van het rijzende tij de zee-engte in. Er was geen tijd te verliezen. We begaven ons in het water in een ultieme poging nog terug te komen. Compleet kansloos. Het water rees sneller dan elke nog resterende illusie. Besmuikt moesten wij ons terugtrekken op het eiland en de natuurkrachten laten uitrazen.

Uren later werden we gered door de mosselvissers, met hun platbodems, een oneervolle aftocht. Ik was niet zozeer beschaamd door de situatie, dat we sukkelige toeristen bleken, die het tij niet konden lezen. Nee, ik was beschaamd door het feit, dat ik mijn vriend niet direct bij opkomst op het strand had gestopt: ‘Nee, je jongens zijn te jong, jij kunt dit niet.’ Hij was een Titaantje, hij had sowieso geweigerd te luisteren.

Jaren later, toen we op afstand kwamen, herkende ik dit moment als allesbeslissend: de overmoed van de één tegenover de onmacht van de ander. Het is nooit meer echt goed gekomen.
© 2021 Johan Swager
powered by CJ2