archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 12
Jaargang 18
15 april 2021
Nummer 13 verschijnt op
29 april 2021
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Een jaar corona Arie de Jong

1810BS Een jaar coronaDe Leunstoel heeft inzage in de geheime interim-rapportage van het Outbreak Evaluation Team (OET), een vertrouwelijk rapport van een even vertrouwelijke commissie van deskundigen op allerlei gebied. In die commissie zitten mensen met een medische, bestuurlijke, politieke, sociologische en psychologische achtergrond en mensen met communicatie deskundigheid. Hoogleraren, oud-politici, dat soort mensen, en dat allemaal onder voorzitterschap van een gelouterde evaluatiedeskundige. We kunnen niet onthullen wie dat allemaal zijn en het voert ook te ver om de interim-rapportage integraal te publiceren, maar we willen graag wat doorgeven van de tussentijdse bevindingen en conclusies.
Het OET onderschrijft de ernst van de situatie: een onbekend, besmettelijk en vrij dodelijk virus is in Nederland en de rest van de wereld gedurende een nog onbekende tijd aan het rondwaren. Dat kun je niet zo maar laten gebeuren, maar de vraag is uiteraard: wat te doen?

Om te beginnen is het OET positief over de manier waarop de MP (Mark Rutte) in de beginperiode heeft geopereerd. Drie dingen vallen daarbij het meest op, in positieve zin. Vanaf het begin heeft de MP duidelijk gemaakt dat met 50% van de informatie toch 100% beslissingen moeten worden genomen. Dat was een goed signaal, al was de indruk dat soms met minder dan 10% informatie toch 100% beslissingen werden genomen. Helaas, het kon niet anders. Een duidelijk signaal dat het ernst was volgde toen minister Bruno Bruins het niet meer kon trekken. Als interim-manager kwam er toen een minister uit de kring van de PvdA, Martin van Rijn, uit een oppositiepartij dus, waarmee duidelijk werd: alle hens aan dek! De derde knappe prestatie van de MP was om de aanpak te duiden als een intelligente lockdown. Azijnpissers gingen wel vragen of er ook een domme lockdown bestond, maar bij een volk vol anarchistische en eigenwijze Nederlanders was het motiverend om de maatregelen ‘intelligent’ te noemen: wie zich conformeerde, was dus intelligent bezig! En wie dwarslag, was een domoor.

Helaas werd deze motiverende aanpak van de MP vaak ondermijnd door de wijze waarop de minister van Volksgezondheid, Hugo de Jonge, opereerde. Die deed dat uiteraard met de beste bedoelingen, maar hij vloog bij herhaling uit de bocht. Zijn eerste blunder was de plotselinge aankondiging van de corona-app en die zou er na een week al zijn. Het duurde niet alleen een half jaar, maar veel betekenis had deze corona-app niet. Zijn volgende blunder was rond de mondkapjes. Daar ging echt alles mis. Nodig of niet? Beschikbaarheid? Wie krijgt bij voorrang betrouwbare mondkapjes? Afgekeurde aankopen uit China. Eerst niet noodzakelijk, later weer wel. Je werd er gek van. Dat werd gevolgd door het gedoe met testen. Aanhoudend is geheel onduidelijk geweest wanneer mensen zich moesten laten testen en wat daarvan de consequenties waren. Het opzetten van de logistiek was geen sinecure, daar mag begrip voor zijn, maar het ging in het begin wel ontzettend mis. Hadden we dat gehad, ging het weer mis met het vaccineren. Hoewel met wel zes leveranciers contracten waren gesloten, kwamen de vaccins traag binnen. Niet erg, want de organisatie was niet op orde. Waarom makkelijk doen als het ook moeilijk kan? Een data-lek waarvoor was gewaarschuwd kwam toch aan de oppervlakte. Een tweede prik na de voorgeschreven drie weken, of toch maar flink later? Dagelijks veranderden de prioriteiten, je werd er gek van.

Al met al deed de vraag zich bij herhaling voor: is er een strategie en waar moet die dan toe leiden? De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat van een strategie bij voortduring sprake was, namelijk telkens een andere en dan werd er niet gerept over het verlaten van de vorige, die werd doodgezwegen. Laat staan dat het duidelijk was waar een en ander toe moest leiden. We mogen aannemen een situatie waarin het coronavirus zou zijn bedwongen, maar wanneer dat kon zijn en hoe die situatie er dan uit zou zien, bleef een voortdurend raadsel.

Het gehele kabinet had deel aan de beslissingen over uiteenlopende regels. De sluiting van alles dat met cultuur te maken had, was bevreemdend. Overal werden de regels goed in acht genomen, maar toch moesten musea, bibliotheken, theaters, bioscopen sluiten, maandenlang. Kaalslag ligt op de loer. De horeca moest dicht, wat zorgde voor een ongekende groei van de thuisbezorging. Veel winkels moesten dicht, zodat gedurende lange tijd uiterst oneerlijke concurrentie ging optreden. Internetwinkels zoals Amazon en Bol.com konden maandenlang producten verkopen die niet meer door reguliere winkels geleverd mochten worden. De bezorgbusjes gingen nog meer uren rondrijden dan ze al deden, de papiercontainers verstopten door de weggegooide kartonnen dozen. Zogeheten contactberoepen moesten ophouden, zoals kappers en pedicure en ook daar waren de regels soms uiterst onrechtvaardig. Dat soort onrechtvaardigheden werden deels afgekocht met looncompensatie en andere subsidies, voorzien van een mistig verhaal over de diepe zakken van de overheid. Alsof een opgelopen staatsschuld niet op enig moment terugbetaald zou moeten worden.

Het zou vooral moeten neerkomen op gedragsregels. Eerst werd gevraagd anderhalve meter afstand te bewaren, je handen stuk te wassen en drukke plaatsen te mijden. Vooral het kapot wassen van handen was een onduidelijk element: sommigen namen dat serieus! Overal zag je dat winkelwagens en spreekgestoelten werden gereinigd, maar dat dit geen betekenis had werd nooit begrepen. Begrafenissen en crematies werden besloten uitvaarten in kleine kring. Het verenigingsleven kwam op een laag pitje te staan, de sport werd hard geraakt.

En toen kwam de avondklok. In de tunnelvisie van medici en kabinet een belangrijke maatregel, in de ogen van criticasters een onzinnige maatregel, in de ogen van juristen een incorrecte maatregel. Of die avondklok echt geholpen heeft is niet bekend. Je moest die avondklok dan ook zien in combinatie met de maatregel dat je maar één bezoeker per dag mocht ontvangen. Het sluiten van de scholen was ook zoiets. Vermoedelijk zinvol, maar waarom was het kabinet zo stom om de ouders tot thuiswerken aan te zetten? Over het sluiten van de scholen staat veel in het geheime rapport, maar het voert te ver dat allemaal op te sommen.

In de geheime evaluatie is uiteraard ook de nodige ruimte ingeruimd voor de invalshoek communicatie en voorlichting. Een opmerkelijk fenomeen waren de zogeheten persconferenties. Vaak op een dinsdagavond werden die uitgezonden op diverse televisiekanalen en bekeken door bijna de helft van de bevolking. Ongekend, want daarmee waren het geen echte persconferenties meer, maar van regeringswege gevorderde zendtijd om maatregelen aan te kondigen en toe te lichten. Eveneens ongekend, zeg maar iconisch: een beeld van twee mannelijke ministers achter katheders met daar tussenin een vrouwelijke gebarentolk. Het vreemde was echter dat alles wat op deze ‘persconferenties’ werd gezegd tevoren al was uitgelekt. Met als opmerkelijk gevolg dat een journalist van de televisie al, net voordat de ministers hun plaats achter de katheder innamen, vertelde wat die gingen zeggen. Je kunt ook zeggen, via deze ‘communicatiestrategie’ werden de boodschappen er ingehamerd. En effectief was het, want het overgrote deel van de Nederlanders hield zich niet alleen aan de maatregelen, ze werden ook breed gesteund.

Een andere kwestie was de helderheid van de boodschap; die was bedroevend. Het evaluatierapport gaat als voorbeeld in op de aanwijzingen rond de oproep tot testen. Aanvankelijk was er nog niet genoeg testcapaciteit geregeld. Begrijpelijk, het materiaal, de benodigde mensen, de ruimten waar het moest gebeuren, noem maar op, alles moest worden opgebouwd. De oproep was daarom om je alleen te laten testen als je klachten had. Allerlei klachten werden opgesomd, maar die hoorden ook bij griep of verkoudheid, zelfs bij hooikoorts en andere euvels; erg helder was dat niet. Toen er later veel meer testcapaciteit aanwezig was werden mensen opgeroepen ook te gaan als ze geen klachten hadden. Zouden alle ruim 17 miljoen mensen dan elke dag moeten gaan? Of elke week? In het verlengde daarvan was er de quarantaine. Het bleek alras dat meer dan de helft zich niet geheel hield aan tien dagen opsluiting in het eigen huis. Ze gingen wel eens een luchtje scheppen! Waarom dat erg was, werd nooit helder gemaakt. Dat tien dagen opgesloten zitten in het eigen huis, ook als je geen klachten had, niet erg motiverend was kon men in de ivoren toren wel begrijpen, maar uiteindelijk wist men er geen raad mee. Het OET is vernietigend over deze voortdurende vaagheden.

Tenslotte de ramp van de ‘routekaart’. Het is een goede zaak, zo concludeert het evaluatierapport, dat maatregelen voorspelbaar zijn. Dat van tevoren is nagedacht: wat te doen als dit of dat gebeurt, of als het aantal besmettingen of ziekenhuisopnames dit, of dat niveau heeft of de een of andere richting op gaat. Het is rampzalig als zo’n met veel bombarie aangekondigde routekaart daarna volkomen genegeerd wordt. Dan kwam er weer een nieuwe routekaart en werd die ook terstond genegeerd. Sowieso ontbrak vaak elk houvast wat er ging gebeuren. Drie weken de avondklok, maar wat daarna? Beloven dat die als eerste geschrapt zou worden als het weer kon, maar dan toch kiezen voor het opengooien van de basisscholen en het verlengen van de avondklok. Beloof dan niets!

De kans is groot dat er een parlementaire enquête komt naar het regeringsbeleid bij het bestrijden van het coronavirus. Of er tegen die tijd koppen rollen (de slechte gewoonte in Nederland) dat zal blijken. Dat zo’n enquête, gegeven wat nu al in het rapport staat, explosief materiaal gaat bevatten, daar moet iedereen op rekenen die zo dom is om ja te zeggen tegen het verzoek in een komend kabinet zitting te nemen.

------
Het plaatje is van Coc van Duijn
Meer informatie: http://cocvanduijn.nl/


© 2021 Arie de Jong meer Arie de Jong - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
Een jaar corona Arie de Jong
1810BS Een jaar coronaDe Leunstoel heeft inzage in de geheime interim-rapportage van het Outbreak Evaluation Team (OET), een vertrouwelijk rapport van een even vertrouwelijke commissie van deskundigen op allerlei gebied. In die commissie zitten mensen met een medische, bestuurlijke, politieke, sociologische en psychologische achtergrond en mensen met communicatie deskundigheid. Hoogleraren, oud-politici, dat soort mensen, en dat allemaal onder voorzitterschap van een gelouterde evaluatiedeskundige. We kunnen niet onthullen wie dat allemaal zijn en het voert ook te ver om de interim-rapportage integraal te publiceren, maar we willen graag wat doorgeven van de tussentijdse bevindingen en conclusies.
Het OET onderschrijft de ernst van de situatie: een onbekend, besmettelijk en vrij dodelijk virus is in Nederland en de rest van de wereld gedurende een nog onbekende tijd aan het rondwaren. Dat kun je niet zo maar laten gebeuren, maar de vraag is uiteraard: wat te doen?

Om te beginnen is het OET positief over de manier waarop de MP (Mark Rutte) in de beginperiode heeft geopereerd. Drie dingen vallen daarbij het meest op, in positieve zin. Vanaf het begin heeft de MP duidelijk gemaakt dat met 50% van de informatie toch 100% beslissingen moeten worden genomen. Dat was een goed signaal, al was de indruk dat soms met minder dan 10% informatie toch 100% beslissingen werden genomen. Helaas, het kon niet anders. Een duidelijk signaal dat het ernst was volgde toen minister Bruno Bruins het niet meer kon trekken. Als interim-manager kwam er toen een minister uit de kring van de PvdA, Martin van Rijn, uit een oppositiepartij dus, waarmee duidelijk werd: alle hens aan dek! De derde knappe prestatie van de MP was om de aanpak te duiden als een intelligente lockdown. Azijnpissers gingen wel vragen of er ook een domme lockdown bestond, maar bij een volk vol anarchistische en eigenwijze Nederlanders was het motiverend om de maatregelen ‘intelligent’ te noemen: wie zich conformeerde, was dus intelligent bezig! En wie dwarslag, was een domoor.

Helaas werd deze motiverende aanpak van de MP vaak ondermijnd door de wijze waarop de minister van Volksgezondheid, Hugo de Jonge, opereerde. Die deed dat uiteraard met de beste bedoelingen, maar hij vloog bij herhaling uit de bocht. Zijn eerste blunder was de plotselinge aankondiging van de corona-app en die zou er na een week al zijn. Het duurde niet alleen een half jaar, maar veel betekenis had deze corona-app niet. Zijn volgende blunder was rond de mondkapjes. Daar ging echt alles mis. Nodig of niet? Beschikbaarheid? Wie krijgt bij voorrang betrouwbare mondkapjes? Afgekeurde aankopen uit China. Eerst niet noodzakelijk, later weer wel. Je werd er gek van. Dat werd gevolgd door het gedoe met testen. Aanhoudend is geheel onduidelijk geweest wanneer mensen zich moesten laten testen en wat daarvan de consequenties waren. Het opzetten van de logistiek was geen sinecure, daar mag begrip voor zijn, maar het ging in het begin wel ontzettend mis. Hadden we dat gehad, ging het weer mis met het vaccineren. Hoewel met wel zes leveranciers contracten waren gesloten, kwamen de vaccins traag binnen. Niet erg, want de organisatie was niet op orde. Waarom makkelijk doen als het ook moeilijk kan? Een data-lek waarvoor was gewaarschuwd kwam toch aan de oppervlakte. Een tweede prik na de voorgeschreven drie weken, of toch maar flink later? Dagelijks veranderden de prioriteiten, je werd er gek van.

Al met al deed de vraag zich bij herhaling voor: is er een strategie en waar moet die dan toe leiden? De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat van een strategie bij voortduring sprake was, namelijk telkens een andere en dan werd er niet gerept over het verlaten van de vorige, die werd doodgezwegen. Laat staan dat het duidelijk was waar een en ander toe moest leiden. We mogen aannemen een situatie waarin het coronavirus zou zijn bedwongen, maar wanneer dat kon zijn en hoe die situatie er dan uit zou zien, bleef een voortdurend raadsel.

Het gehele kabinet had deel aan de beslissingen over uiteenlopende regels. De sluiting van alles dat met cultuur te maken had, was bevreemdend. Overal werden de regels goed in acht genomen, maar toch moesten musea, bibliotheken, theaters, bioscopen sluiten, maandenlang. Kaalslag ligt op de loer. De horeca moest dicht, wat zorgde voor een ongekende groei van de thuisbezorging. Veel winkels moesten dicht, zodat gedurende lange tijd uiterst oneerlijke concurrentie ging optreden. Internetwinkels zoals Amazon en Bol.com konden maandenlang producten verkopen die niet meer door reguliere winkels geleverd mochten worden. De bezorgbusjes gingen nog meer uren rondrijden dan ze al deden, de papiercontainers verstopten door de weggegooide kartonnen dozen. Zogeheten contactberoepen moesten ophouden, zoals kappers en pedicure en ook daar waren de regels soms uiterst onrechtvaardig. Dat soort onrechtvaardigheden werden deels afgekocht met looncompensatie en andere subsidies, voorzien van een mistig verhaal over de diepe zakken van de overheid. Alsof een opgelopen staatsschuld niet op enig moment terugbetaald zou moeten worden.

Het zou vooral moeten neerkomen op gedragsregels. Eerst werd gevraagd anderhalve meter afstand te bewaren, je handen stuk te wassen en drukke plaatsen te mijden. Vooral het kapot wassen van handen was een onduidelijk element: sommigen namen dat serieus! Overal zag je dat winkelwagens en spreekgestoelten werden gereinigd, maar dat dit geen betekenis had werd nooit begrepen. Begrafenissen en crematies werden besloten uitvaarten in kleine kring. Het verenigingsleven kwam op een laag pitje te staan, de sport werd hard geraakt.

En toen kwam de avondklok. In de tunnelvisie van medici en kabinet een belangrijke maatregel, in de ogen van criticasters een onzinnige maatregel, in de ogen van juristen een incorrecte maatregel. Of die avondklok echt geholpen heeft is niet bekend. Je moest die avondklok dan ook zien in combinatie met de maatregel dat je maar één bezoeker per dag mocht ontvangen. Het sluiten van de scholen was ook zoiets. Vermoedelijk zinvol, maar waarom was het kabinet zo stom om de ouders tot thuiswerken aan te zetten? Over het sluiten van de scholen staat veel in het geheime rapport, maar het voert te ver dat allemaal op te sommen.

In de geheime evaluatie is uiteraard ook de nodige ruimte ingeruimd voor de invalshoek communicatie en voorlichting. Een opmerkelijk fenomeen waren de zogeheten persconferenties. Vaak op een dinsdagavond werden die uitgezonden op diverse televisiekanalen en bekeken door bijna de helft van de bevolking. Ongekend, want daarmee waren het geen echte persconferenties meer, maar van regeringswege gevorderde zendtijd om maatregelen aan te kondigen en toe te lichten. Eveneens ongekend, zeg maar iconisch: een beeld van twee mannelijke ministers achter katheders met daar tussenin een vrouwelijke gebarentolk. Het vreemde was echter dat alles wat op deze ‘persconferenties’ werd gezegd tevoren al was uitgelekt. Met als opmerkelijk gevolg dat een journalist van de televisie al, net voordat de ministers hun plaats achter de katheder innamen, vertelde wat die gingen zeggen. Je kunt ook zeggen, via deze ‘communicatiestrategie’ werden de boodschappen er ingehamerd. En effectief was het, want het overgrote deel van de Nederlanders hield zich niet alleen aan de maatregelen, ze werden ook breed gesteund.

Een andere kwestie was de helderheid van de boodschap; die was bedroevend. Het evaluatierapport gaat als voorbeeld in op de aanwijzingen rond de oproep tot testen. Aanvankelijk was er nog niet genoeg testcapaciteit geregeld. Begrijpelijk, het materiaal, de benodigde mensen, de ruimten waar het moest gebeuren, noem maar op, alles moest worden opgebouwd. De oproep was daarom om je alleen te laten testen als je klachten had. Allerlei klachten werden opgesomd, maar die hoorden ook bij griep of verkoudheid, zelfs bij hooikoorts en andere euvels; erg helder was dat niet. Toen er later veel meer testcapaciteit aanwezig was werden mensen opgeroepen ook te gaan als ze geen klachten hadden. Zouden alle ruim 17 miljoen mensen dan elke dag moeten gaan? Of elke week? In het verlengde daarvan was er de quarantaine. Het bleek alras dat meer dan de helft zich niet geheel hield aan tien dagen opsluiting in het eigen huis. Ze gingen wel eens een luchtje scheppen! Waarom dat erg was, werd nooit helder gemaakt. Dat tien dagen opgesloten zitten in het eigen huis, ook als je geen klachten had, niet erg motiverend was kon men in de ivoren toren wel begrijpen, maar uiteindelijk wist men er geen raad mee. Het OET is vernietigend over deze voortdurende vaagheden.

Tenslotte de ramp van de ‘routekaart’. Het is een goede zaak, zo concludeert het evaluatierapport, dat maatregelen voorspelbaar zijn. Dat van tevoren is nagedacht: wat te doen als dit of dat gebeurt, of als het aantal besmettingen of ziekenhuisopnames dit, of dat niveau heeft of de een of andere richting op gaat. Het is rampzalig als zo’n met veel bombarie aangekondigde routekaart daarna volkomen genegeerd wordt. Dan kwam er weer een nieuwe routekaart en werd die ook terstond genegeerd. Sowieso ontbrak vaak elk houvast wat er ging gebeuren. Drie weken de avondklok, maar wat daarna? Beloven dat die als eerste geschrapt zou worden als het weer kon, maar dan toch kiezen voor het opengooien van de basisscholen en het verlengen van de avondklok. Beloof dan niets!

De kans is groot dat er een parlementaire enquête komt naar het regeringsbeleid bij het bestrijden van het coronavirus. Of er tegen die tijd koppen rollen (de slechte gewoonte in Nederland) dat zal blijken. Dat zo’n enquête, gegeven wat nu al in het rapport staat, explosief materiaal gaat bevatten, daar moet iedereen op rekenen die zo dom is om ja te zeggen tegen het verzoek in een komend kabinet zitting te nemen.

------
Het plaatje is van Coc van Duijn
Meer informatie: http://cocvanduijn.nl/
© 2021 Arie de Jong
powered by CJ2