archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 12
Jaargang 18
15 april 2021
Nummer 13 verschijnt op
29 april 2021
Beschouwingen > Brief uit ... delen printen terug
Bambi Nienke Nieuwenhuizen

1810BS BambiAls kind speelde ik altijd meer met buurjongetjes dan met buurmeisjes. We speelden vaak koiboi (cowboy) en ik was dan de koiboi-moeder. Ik stuurde de jongens er met hun paarden op uit om te klussen. Ondertussen kookte ik voor hen, of punnikte lange koorden voor de paarden, om uit te sluiten dat ik het paard moest zijn. Hardlopen heb ik nooit goed gekund en opdrachten van anderen uitvoeren ook niet. Een ander geliefd spel was Bambi. Ik had die film gezien toen ik zes was in de bioscoop op het Rokin in Amsterdam. Rillend van emotie kwam ik de cinema weer uit. Het geroep van Bambi om zijn dode moeder bleef me bij.

Thuisgekomen moest die scene nagespeeld worden. Ik was de dode moeder en de cowboys moesten twee Bambi´s spelen, die al rennend door de voor ons grote tuin van ’Het Eigen Gebouw’ (een zaaltje van de PvdA, in onze straat) steeds Mammy, Mammy moesten roepen.

Gister ging ik, tegen beter weten in, kijken of ’Bar do Rio’ misschien toch was geopend. Aansluitend maakte ik een ronde door het dorp. We hebben ook nog een kleine winkel annex café in een achterstraatje, maar ook die was ´echt´ gesloten. Wel kwam ik mijn jonge buurman tegen, die eenzelfde plan had gehad. We liepen samen op en kwamen in de buurt van een al jaren onbewoond stuk grond met caravans erop. De buurman maakte het hek open. Het ging niet makkelijk, want duizenden bladeren hadden er zich in de loop der tijd opgehoopt. We liepen het terrein op.

In een hoek stond een klein betonnen schuurtje. Verder, op een hoger gelegen stenen plateau, stonden twee grote woon-caravans haaks op elkaar. Rond het geheel waren allemaal prachtige plavuizen in een aardekleur, met hier en daar uitsparingen voor immense bomen en struiken. Tevens ontdekten we een prachtig zwembad, waarvan het water was bedekt met een groene slijmerige substantie. Als decoratie stonden en hingen er allerlei antieke voorwerpen die met scheepvaart te maken hadden. Zoals een heel groot vliegwiel en een scheepslamp.

Door een overwoekerd hek kwamen we in het achtergelegen moeras. We baanden ons een weg over een pad met dezelfde plavuizen als op het erf, struikelend over uitlopers van planten, langs een enorme cactus, takken en andere uitsteeksels. We konden helemaal tot aan de rivier komen. Ik voelde me Doornroosje die ontwaakt was uit haar 100-jarige slaap. Ook de Mohr was goed onderhouden geweest. Het was er overwoekerd, maar daaronder kon je zien dat de drasse aarde vroeger bedekt was geweest met grint.

Vlakbij het water stonden twee banken van gietijzer. Banken die nimmer meegenomen zouden kunnen worden bij vloed, of wegwaaien in een storm. Er was lang geleden goed over alles nagedacht. We maakten een plek schoon op een bank en keken een poos uit over de rivier, ons afvragend waarom dit bewoonbare oord, dat met zoveel schoonheid en liefde was opgebouwd, verlaten was. De vergankelijkheid van het leven herinnerde me aan het droeve Bambi-gevoel. Ik durfde de buurman echter niet te vragen om Mammy, Mammy, te gaan roepen!

-------
Het plaatje is van Petra Busstra
Meer informatie: www.petrabusstra.com

© 2021 Nienke Nieuwenhuizen meer Nienke Nieuwenhuizen - meer "Brief uit ..."
Beschouwingen > Brief uit ...
Bambi Nienke Nieuwenhuizen
1810BS BambiAls kind speelde ik altijd meer met buurjongetjes dan met buurmeisjes. We speelden vaak koiboi (cowboy) en ik was dan de koiboi-moeder. Ik stuurde de jongens er met hun paarden op uit om te klussen. Ondertussen kookte ik voor hen, of punnikte lange koorden voor de paarden, om uit te sluiten dat ik het paard moest zijn. Hardlopen heb ik nooit goed gekund en opdrachten van anderen uitvoeren ook niet. Een ander geliefd spel was Bambi. Ik had die film gezien toen ik zes was in de bioscoop op het Rokin in Amsterdam. Rillend van emotie kwam ik de cinema weer uit. Het geroep van Bambi om zijn dode moeder bleef me bij.

Thuisgekomen moest die scene nagespeeld worden. Ik was de dode moeder en de cowboys moesten twee Bambi´s spelen, die al rennend door de voor ons grote tuin van ’Het Eigen Gebouw’ (een zaaltje van de PvdA, in onze straat) steeds Mammy, Mammy moesten roepen.

Gister ging ik, tegen beter weten in, kijken of ’Bar do Rio’ misschien toch was geopend. Aansluitend maakte ik een ronde door het dorp. We hebben ook nog een kleine winkel annex café in een achterstraatje, maar ook die was ´echt´ gesloten. Wel kwam ik mijn jonge buurman tegen, die eenzelfde plan had gehad. We liepen samen op en kwamen in de buurt van een al jaren onbewoond stuk grond met caravans erop. De buurman maakte het hek open. Het ging niet makkelijk, want duizenden bladeren hadden er zich in de loop der tijd opgehoopt. We liepen het terrein op.

In een hoek stond een klein betonnen schuurtje. Verder, op een hoger gelegen stenen plateau, stonden twee grote woon-caravans haaks op elkaar. Rond het geheel waren allemaal prachtige plavuizen in een aardekleur, met hier en daar uitsparingen voor immense bomen en struiken. Tevens ontdekten we een prachtig zwembad, waarvan het water was bedekt met een groene slijmerige substantie. Als decoratie stonden en hingen er allerlei antieke voorwerpen die met scheepvaart te maken hadden. Zoals een heel groot vliegwiel en een scheepslamp.

Door een overwoekerd hek kwamen we in het achtergelegen moeras. We baanden ons een weg over een pad met dezelfde plavuizen als op het erf, struikelend over uitlopers van planten, langs een enorme cactus, takken en andere uitsteeksels. We konden helemaal tot aan de rivier komen. Ik voelde me Doornroosje die ontwaakt was uit haar 100-jarige slaap. Ook de Mohr was goed onderhouden geweest. Het was er overwoekerd, maar daaronder kon je zien dat de drasse aarde vroeger bedekt was geweest met grint.

Vlakbij het water stonden twee banken van gietijzer. Banken die nimmer meegenomen zouden kunnen worden bij vloed, of wegwaaien in een storm. Er was lang geleden goed over alles nagedacht. We maakten een plek schoon op een bank en keken een poos uit over de rivier, ons afvragend waarom dit bewoonbare oord, dat met zoveel schoonheid en liefde was opgebouwd, verlaten was. De vergankelijkheid van het leven herinnerde me aan het droeve Bambi-gevoel. Ik durfde de buurman echter niet te vragen om Mammy, Mammy, te gaan roepen!

-------
Het plaatje is van Petra Busstra
Meer informatie: www.petrabusstra.com
© 2021 Nienke Nieuwenhuizen
powered by CJ2