archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 12
Jaargang 18
15 april 2021
Nummer 13 verschijnt op
29 april 2021
Bezigheden > In de tuin delen printen terug
Tien dagen met een hond Johan Swager

1809BZ AchillesIn het verleden waren er bij mij thuis katten, konijnen en nog zo wat. Geen hond. Een hond, daar heb je een innige band mee, die is jouw trouwste metgezel. Dit is het verhaal van mijn tien dagen hond. Het is een soort ‘kroniek van een aangekondigde dood’, omdat alle voortekenen wezen op de tragiek, die komen zou.

Plaats van handeling: Texel. Ik zou op de hond van een vriendin passen en en passant kunnen genieten van een oude boerderij op Texel, waar zij tijdelijk domicilie hield. Zij ging naar Lapland en ik paste op de hond. Die hond had een naam, Achilles, vanwege zijn stevige en onverwoestbare voorkomen. Vraag me niet wat voor ras, het was geen puur ras, wel veel ‘presence’. Achilles was al op leeftijd, zal iets van 12-13 jaar geweest zijn. Bij de oefening vooraf liep hij keurig naast ons en na verloop van tijd begon hij voorop te lopen, alsof hij wist wat thuiskomst betekende.

Toen ik het eiland naderde op de boot kreeg ik het bericht, van de al vertrekkende vriendin, dat de ijskast het begeven had. Minor problem zou je denken en inderdaad op de nmiddag van mijn aankomst werd door een lokale firma een nieuw exemplaar bezorgd. Geen vuiltje aan de lucht. De eerste dagen van mijn verblijf werden gevuld met veel genoegens. ’s Ochtends liep ik met Achilles een rondje eiland, ’s middags op het strand en ’s avonds kort in de buurt. Mijn leven bestond uit een ritme dat structuur gaf aan een voorheen gejaagd persoon. De tweede dag kwam de boer in het vizier, die gaf de twee jonge paarden op ‘mijn’ terrein, verpacht aan deze boer, hooi, water en vitaminen. Na een dag nam ik het aanvullen van de waterbassins over, 60 liter per dag voor twee paarden, het was vrij warm.

De paarden waren heel vriendelijk en geïnteresseerd. Hoe kun je je als Randstedeling verhouden tot paarden? Als ik ’s ochtends met een bak koffie naar buiten kwam, kwamen ze aanzetten, beroerde ik hun voorhoofd en briesten zij. Soms kregen ze een snoepje. De rondjes met Achilles werden na enige dagen routine, een existentiële herhaling op de meest vruchtbare en rustgevende wijze. Wat zou het fijn zijn om hier voor altijd te wonen, dat schiet dan door je hoofd. De boerderij bestond uit een voorhuis en een achterliggende stal. Enigszins verwaarloosd, dode dieren in de hoeken: een haas, een zwaluw, een vleermuis. Vroeger stonden hier twintig koeien. Nu wat opslag van oude tegels en ander bouwmateriaal. Stofnesten, griezelig als je daar vatbaar voor bent. Iedere ochtend deed ik wat werk aan de keukentafel, met uitzicht op de paarden, aaide Achilles over zijn kop, gaf de paarden water en droomde over een nieuwe toekomst op het eiland.

Ik schrok me rot. Plotseling stond er een oude fiets naast de stal, niemand te bekennen, wat heeft dat te betekenen? Ik liep de stal in en daar ontwaarde ik een soort kruidenvrouwtje, dat zich bekendmaakte met de mededeling de zuster van de overleden boer te zijn. Ze was verward, een soort dolende geest, maar ik ontving haar met mededogen. Echter, in de loop van de ontmoeting gingen alarmbellen af. In de hal stond een golftas, die ze wilde open maken met de mededeling, dat die van haar broer zou zijn geweest en dat haar dat aangreep. En die sportschoenen waren zeker van haar broer. Helaas, die waren van mijn vriendin en na nog enige onduidelijke verhalen heb ik haar het huis uit gewerkt, waarbij een unheimisch gevoel achterbleef. Onheil op komst, zoals je dat ook bij een naderend onweer uit de elektriserende lucht kunt opmaken. Die avond ging ik met gemengde gevoelens naar bed. Gelukkig tref ik op de volgende ronde van Achilles de buurvrouw met haar hond, waar ik geanimeerd mee spreek. Als je een hond hebt, heb je relaties.

Na een aantal dagen begon het sjouwen met zestig kilo water voor de paarden mijn rug te treffen. Ik wuifde het weg, als je boer wil zijn, hoe kort ook, moet je lijden, zo ongeveer dacht ik. In de tussentijd had ik mijn draai gevonden op de boerderij. Heerlijk al die wandelingen met Achilles, wat mis je toch veel als je in de Randstad woont. Wat wel weer verontrustte: ik kreeg van het autoverhuurbedrijf, waar ik tijdelijk een auto had gehuurd en mee naar Texel was gereden, het bericht dat er bij teruggave (door een vriend) een deukje was geconstateerd. Bij navraag bij hem niets te traceren, dus onaangenaam gevoel, klopt hier iets niet? Onheil komt nooit alleen.

Achilles was vlak voor mijn komst getroffen door een soort beroerte, maar met wat pepmiddelen door de lokale dierenarts weer op de been gebracht. Hoe lang nog? De vriendin ging vol goede moed op pad naar het Noorden. Op de ochtend dat mijn zoon mij op kwam zoeken op het eiland, was Achilles verdwenen. Toch wel lichte paniek, waar is hij? Ik liep alle paadjes af die we in de buurt bewandeld hadden. Geen Achilles. Veel roepen, geen respons. Toen als laatste redmiddel de vriendin gebeld, een wonder dat ze opnam in diep Lapland. Achilles verstopt zich soms in een hol in de tuin. Ik ging zoeken en verdomd: daar zat hij verscholen tussen de struiken. Na enige tijd volgde hij mij terug het huis in, een hele opluchting. De dreiging bleef: stond hij op het punt afscheid te nemen?

Na aankomst van mijn zoon, kwam de onaangename verrassing dat er een vlooienplaag aan het ontstaan was. Ik zat met korte broek en blote voeten in een stoel en de vlooien sprongen tot kniehoogte. Geen probleem dacht ik, dit is een boerderij, je moet tegen een stootje kunnen, dus ik ging spuiten en zuigen. Het was een heel karwei. Een dag later moest Achilles flink kotsen. Ik fatsoeneerde het tapijt zo veel mogelijk en ging naar bed. De volgende ochtend wilde Achilles niet eten en de paar meters die hij aflegde waren een dronkenmanswandeling. In de loop van de middag dacht ik: dit is het einde, ze gaat sterven. Ik belde de vriendin opnieuw en nogmaals een wonder dat ik haar aan de lijn kreeg. Ik zei: Achilles sterft. Afgesproken dat ik direct naar de dierenarts zou gaan en als het nodig zou zijn: een spuitje. Die beslissing lag in mijn hand, op advies van de dierenarts.

Met veel moeite wurgde Achilles zich op de achterbank en we begaven ons naar de dierenarts. Het was zaterdagochtend en de struise vervangster regelde resoluut wat onomkeerbaar zou blijken. Ze nam hem van de achterbank op de wijze waarop je een schaap beetpakt: met de armen om de vier poten, en ze droeg hem de praktijk in. Het oordeel was snel geveld: Achilles kan niet meer lopen, heeft niet lang meer te leven en lijdt nu onnodig in zijn laatste uren. Daarop besloten wij hem te laten ‘inslapen’, niet nadat ik de halsband had losgemaakt en als relikwie mee zou nemen. Bij thuiskomst bleek de vlooienplaag geheel uit de hand gelopen te zijn. Hadden zij al in de gaten gehad, dat ze het zinkende schip moesten verlaten? Ik spoot voor de laatste keer en ontvluchtte de boerderij de volgende ochtend.

Door een bizar toeval, reed onze fietsclub met tien man jaren later langs de boerderij, op onze ronde door Nederland. Ik zei: dit is mijn boerderij, hier was mijn hond, mijn Achilles. Dit is het trieste relaas van tien dagen hond. Ik zou het zo weer doen, op een hond passen. Honden zijn je trouwste maatje.

------
Het plaatje is van Coc van Duijn
Meer informatie op: http://cocvanduijn.nl/

© 2021 Johan Swager meer Johan Swager - meer "In de tuin"
Bezigheden > In de tuin
Tien dagen met een hond Johan Swager
1809BZ AchillesIn het verleden waren er bij mij thuis katten, konijnen en nog zo wat. Geen hond. Een hond, daar heb je een innige band mee, die is jouw trouwste metgezel. Dit is het verhaal van mijn tien dagen hond. Het is een soort ‘kroniek van een aangekondigde dood’, omdat alle voortekenen wezen op de tragiek, die komen zou.

Plaats van handeling: Texel. Ik zou op de hond van een vriendin passen en en passant kunnen genieten van een oude boerderij op Texel, waar zij tijdelijk domicilie hield. Zij ging naar Lapland en ik paste op de hond. Die hond had een naam, Achilles, vanwege zijn stevige en onverwoestbare voorkomen. Vraag me niet wat voor ras, het was geen puur ras, wel veel ‘presence’. Achilles was al op leeftijd, zal iets van 12-13 jaar geweest zijn. Bij de oefening vooraf liep hij keurig naast ons en na verloop van tijd begon hij voorop te lopen, alsof hij wist wat thuiskomst betekende.

Toen ik het eiland naderde op de boot kreeg ik het bericht, van de al vertrekkende vriendin, dat de ijskast het begeven had. Minor problem zou je denken en inderdaad op de nmiddag van mijn aankomst werd door een lokale firma een nieuw exemplaar bezorgd. Geen vuiltje aan de lucht. De eerste dagen van mijn verblijf werden gevuld met veel genoegens. ’s Ochtends liep ik met Achilles een rondje eiland, ’s middags op het strand en ’s avonds kort in de buurt. Mijn leven bestond uit een ritme dat structuur gaf aan een voorheen gejaagd persoon. De tweede dag kwam de boer in het vizier, die gaf de twee jonge paarden op ‘mijn’ terrein, verpacht aan deze boer, hooi, water en vitaminen. Na een dag nam ik het aanvullen van de waterbassins over, 60 liter per dag voor twee paarden, het was vrij warm.

De paarden waren heel vriendelijk en geïnteresseerd. Hoe kun je je als Randstedeling verhouden tot paarden? Als ik ’s ochtends met een bak koffie naar buiten kwam, kwamen ze aanzetten, beroerde ik hun voorhoofd en briesten zij. Soms kregen ze een snoepje. De rondjes met Achilles werden na enige dagen routine, een existentiële herhaling op de meest vruchtbare en rustgevende wijze. Wat zou het fijn zijn om hier voor altijd te wonen, dat schiet dan door je hoofd. De boerderij bestond uit een voorhuis en een achterliggende stal. Enigszins verwaarloosd, dode dieren in de hoeken: een haas, een zwaluw, een vleermuis. Vroeger stonden hier twintig koeien. Nu wat opslag van oude tegels en ander bouwmateriaal. Stofnesten, griezelig als je daar vatbaar voor bent. Iedere ochtend deed ik wat werk aan de keukentafel, met uitzicht op de paarden, aaide Achilles over zijn kop, gaf de paarden water en droomde over een nieuwe toekomst op het eiland.

Ik schrok me rot. Plotseling stond er een oude fiets naast de stal, niemand te bekennen, wat heeft dat te betekenen? Ik liep de stal in en daar ontwaarde ik een soort kruidenvrouwtje, dat zich bekendmaakte met de mededeling de zuster van de overleden boer te zijn. Ze was verward, een soort dolende geest, maar ik ontving haar met mededogen. Echter, in de loop van de ontmoeting gingen alarmbellen af. In de hal stond een golftas, die ze wilde open maken met de mededeling, dat die van haar broer zou zijn geweest en dat haar dat aangreep. En die sportschoenen waren zeker van haar broer. Helaas, die waren van mijn vriendin en na nog enige onduidelijke verhalen heb ik haar het huis uit gewerkt, waarbij een unheimisch gevoel achterbleef. Onheil op komst, zoals je dat ook bij een naderend onweer uit de elektriserende lucht kunt opmaken. Die avond ging ik met gemengde gevoelens naar bed. Gelukkig tref ik op de volgende ronde van Achilles de buurvrouw met haar hond, waar ik geanimeerd mee spreek. Als je een hond hebt, heb je relaties.

Na een aantal dagen begon het sjouwen met zestig kilo water voor de paarden mijn rug te treffen. Ik wuifde het weg, als je boer wil zijn, hoe kort ook, moet je lijden, zo ongeveer dacht ik. In de tussentijd had ik mijn draai gevonden op de boerderij. Heerlijk al die wandelingen met Achilles, wat mis je toch veel als je in de Randstad woont. Wat wel weer verontrustte: ik kreeg van het autoverhuurbedrijf, waar ik tijdelijk een auto had gehuurd en mee naar Texel was gereden, het bericht dat er bij teruggave (door een vriend) een deukje was geconstateerd. Bij navraag bij hem niets te traceren, dus onaangenaam gevoel, klopt hier iets niet? Onheil komt nooit alleen.

Achilles was vlak voor mijn komst getroffen door een soort beroerte, maar met wat pepmiddelen door de lokale dierenarts weer op de been gebracht. Hoe lang nog? De vriendin ging vol goede moed op pad naar het Noorden. Op de ochtend dat mijn zoon mij op kwam zoeken op het eiland, was Achilles verdwenen. Toch wel lichte paniek, waar is hij? Ik liep alle paadjes af die we in de buurt bewandeld hadden. Geen Achilles. Veel roepen, geen respons. Toen als laatste redmiddel de vriendin gebeld, een wonder dat ze opnam in diep Lapland. Achilles verstopt zich soms in een hol in de tuin. Ik ging zoeken en verdomd: daar zat hij verscholen tussen de struiken. Na enige tijd volgde hij mij terug het huis in, een hele opluchting. De dreiging bleef: stond hij op het punt afscheid te nemen?

Na aankomst van mijn zoon, kwam de onaangename verrassing dat er een vlooienplaag aan het ontstaan was. Ik zat met korte broek en blote voeten in een stoel en de vlooien sprongen tot kniehoogte. Geen probleem dacht ik, dit is een boerderij, je moet tegen een stootje kunnen, dus ik ging spuiten en zuigen. Het was een heel karwei. Een dag later moest Achilles flink kotsen. Ik fatsoeneerde het tapijt zo veel mogelijk en ging naar bed. De volgende ochtend wilde Achilles niet eten en de paar meters die hij aflegde waren een dronkenmanswandeling. In de loop van de middag dacht ik: dit is het einde, ze gaat sterven. Ik belde de vriendin opnieuw en nogmaals een wonder dat ik haar aan de lijn kreeg. Ik zei: Achilles sterft. Afgesproken dat ik direct naar de dierenarts zou gaan en als het nodig zou zijn: een spuitje. Die beslissing lag in mijn hand, op advies van de dierenarts.

Met veel moeite wurgde Achilles zich op de achterbank en we begaven ons naar de dierenarts. Het was zaterdagochtend en de struise vervangster regelde resoluut wat onomkeerbaar zou blijken. Ze nam hem van de achterbank op de wijze waarop je een schaap beetpakt: met de armen om de vier poten, en ze droeg hem de praktijk in. Het oordeel was snel geveld: Achilles kan niet meer lopen, heeft niet lang meer te leven en lijdt nu onnodig in zijn laatste uren. Daarop besloten wij hem te laten ‘inslapen’, niet nadat ik de halsband had losgemaakt en als relikwie mee zou nemen. Bij thuiskomst bleek de vlooienplaag geheel uit de hand gelopen te zijn. Hadden zij al in de gaten gehad, dat ze het zinkende schip moesten verlaten? Ik spoot voor de laatste keer en ontvluchtte de boerderij de volgende ochtend.

Door een bizar toeval, reed onze fietsclub met tien man jaren later langs de boerderij, op onze ronde door Nederland. Ik zei: dit is mijn boerderij, hier was mijn hond, mijn Achilles. Dit is het trieste relaas van tien dagen hond. Ik zou het zo weer doen, op een hond passen. Honden zijn je trouwste maatje.

------
Het plaatje is van Coc van Duijn
Meer informatie op: http://cocvanduijn.nl/
© 2021 Johan Swager
powered by CJ2