archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 12
Jaargang 18
15 april 2021
Nummer 13 verschijnt op
29 april 2021
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
De gehaktmolen Arie de Jong

1809BS VopDe verkiezingen van 17 maart a.s. voor de Tweede Kamer komen eraan. Hoe die ook uitpakken, zeker is dat weer een groot deel van de huidige leden van de Tweede Kamer wordt vervangen door nieuwe gezichten. Als secretaris van de Vereniging van Oud-parlementariërs moet ik daar blij mee zijn: nieuwe leden voor de vereniging in het verschiet! Als burger vind ik het een slechte zaak dat zoveel ervaring verdwijnt.

Zo gaat dat nu al een kwart eeuw elke keer. Vaak is de samenstelling van de Tweede Kamer na de verkiezingen voor meer dan de helft nieuw. Daar zal voorlopig nog geen eind aan komen. Dat ligt voor een deel aan de voorkeur van de kiezers, maar voor een belangrijk deel aan het selectiebeleid van de politieke partijen. Waarom is het zo slecht dat telkens ongeveer de helft van de Tweede Kamerleden wordt vervangen? Hoe komt het dat het elke keer weer zo gaat? De ongelooflijke doorstroming in de Tweede Kamer is slecht omdat het institutioneel geheugen weinig voorstelt en omdat op deze manier alles wat een Kamerlid effectief maakt telkens na een paar jaar wordt verwoest: dossierkennis, opgebouwd netwerk, gezag in het beleidsdomein waar het Kamerlid zich mee bezighoudt.

Het is om moedeloos van te worden. Het leervermogen van onze nationale politiek is nul, hoe graag men ook zou willen leren van lessen uit het verleden. Dat bleek ook weer bij het recente parlementaire onderzoek over de Toeslagenaffaire, toen iedereen vol zat met vrome voornemens hoe het beter zou moeten, terwijl bij voortduring dezelfde analyses en voornemens tot niets hebben geleid. Als na de verkiezingen een stoet nieuwe Kamerleden is ingezworen, beginnen al die nieuwelingen weer vanaf nul. Vermoedelijk zit de voorzitter van de parlementaire onderzoekcommissie, Van Dam, er na 17 maart zelfs niet bij, want in haar ondoorgrondelijke wijsheid zette het CDA hem op een onverkiesbare plaats.

Kijk ook eens naar de PvdA. Toen die partij in 2017 onverwacht terugviel van 38 naar 9 zetels, werden onvermijdelijk een groot aantal Kamerleden afgevoerd. Bij die negen verkozen leden was trouwens ook maar een enkeling voortgekomen uit de zittende fractie. Op de kandidatenlijst voor 17 maart kom je welgeteld slechts één van de toen verdwenen Kamerleden tegen op een vermoedelijk verkiesbare plaats: de opgebouwde ervaring bij vroegere Kamerleden wordt dus niet benut en wordt definitief doorgespoeld. Of neem de VVD, een vrijwel zekere regeringspartij. Die partij zag in de aanloop van de komende verkiezingen kans om op voorhand meer dan de helft van de huidige Tweede Kamerfractie, vrijwillig of onvrijwillig, af te voeren. Je kunt het ook een brevet van onvermogen noemen richting het vorige selectieproces.

Ook bij de andere partijen kun je de wenkbrauwen fronsen. Zo koos D66 voor een lijsttrekker die nog nooit Tweede Kamerlid is geweest (kan gebeuren) en die zichzelf ziet als de komende minister-president. Leuk voor de Bühne, idioot bij Tweede Kamerverkiezingen. Overigens lijkt ook de lijsttrekker van het CDA niet geïnteresseerd te zijn in het lidmaatschap van de Tweede Kamer. Vreemd.
Een enkele partij kent overigens wel een verrassende continuïteit. Denk dan aan de SGP, de ChristenUnie of de Partij van de Dieren. En de PVV, de club van Wilders, waarbij immers als cynisch motto geldt: ‘Kamerlid voor de PVV is geen carrièrestap, maar de laatste baan in je loopbaan’.

Hoe komt het dat het elke keer weer zo gaat? Dat er iets grondig mis is met de selectieprocessen bij de politieke partijen lijkt me onmiskenbaar. Telkens benadrukken kandidaatstellingscommissies dat ze werken aan vernieuwing. Nooit hoor je dat ze prioriteit geven aan een sterke Kamerfractie die effectief tegenspel kan bieden aan het kabinet. Volgzaamheid is immers veel belangrijker! Telkens worden weer kandidaten naar voren geschoven die een goede babbel hebben, een fris gezicht bieden en in elk geval goed meelopen in de partijpas. Ongetwijfeld levert dit bekwame en veelbelovende mensen op, maar zijn ze echt beter dan de vorige lichting? Natuurlijk niet.

Sterker nog. Allerlei partijen willen liever niet dat een kandidaat aan een derde periode toekomt. Dat hebben ze zelfs opgenomen in hun reglementen (GroenLinks, CDA), in plaats van een motivering waarom je iemand na één of twee perioden alweer het bos instuurt. Bijkomend verschijnsel: Kamerleden die een paar jaar meedraaien, gaan alvast solliciteren naar banen buiten het Binnenhof, want tien tegen één worden ze bij de komende kandidaatstelling de vergetelheid in gestuurd.

En zo draait de gehaktmolen door. Dus als ik een les mag meegeven aan alle partijbesturen: wordt eens wakker en leg het zwaartepunt de volgende keer bij ervaren en deskundige Kamerleden. Ik vrees dat een dergelijke les over een jaar of drie wel weer vergeten is en dat het bij de verkiezingen van 2025 weer net zo gaat. Toch?

------
Het plaatje is van Henk Klaren


© 2021 Arie de Jong meer Arie de Jong - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
De gehaktmolen Arie de Jong
1809BS VopDe verkiezingen van 17 maart a.s. voor de Tweede Kamer komen eraan. Hoe die ook uitpakken, zeker is dat weer een groot deel van de huidige leden van de Tweede Kamer wordt vervangen door nieuwe gezichten. Als secretaris van de Vereniging van Oud-parlementariërs moet ik daar blij mee zijn: nieuwe leden voor de vereniging in het verschiet! Als burger vind ik het een slechte zaak dat zoveel ervaring verdwijnt.

Zo gaat dat nu al een kwart eeuw elke keer. Vaak is de samenstelling van de Tweede Kamer na de verkiezingen voor meer dan de helft nieuw. Daar zal voorlopig nog geen eind aan komen. Dat ligt voor een deel aan de voorkeur van de kiezers, maar voor een belangrijk deel aan het selectiebeleid van de politieke partijen. Waarom is het zo slecht dat telkens ongeveer de helft van de Tweede Kamerleden wordt vervangen? Hoe komt het dat het elke keer weer zo gaat? De ongelooflijke doorstroming in de Tweede Kamer is slecht omdat het institutioneel geheugen weinig voorstelt en omdat op deze manier alles wat een Kamerlid effectief maakt telkens na een paar jaar wordt verwoest: dossierkennis, opgebouwd netwerk, gezag in het beleidsdomein waar het Kamerlid zich mee bezighoudt.

Het is om moedeloos van te worden. Het leervermogen van onze nationale politiek is nul, hoe graag men ook zou willen leren van lessen uit het verleden. Dat bleek ook weer bij het recente parlementaire onderzoek over de Toeslagenaffaire, toen iedereen vol zat met vrome voornemens hoe het beter zou moeten, terwijl bij voortduring dezelfde analyses en voornemens tot niets hebben geleid. Als na de verkiezingen een stoet nieuwe Kamerleden is ingezworen, beginnen al die nieuwelingen weer vanaf nul. Vermoedelijk zit de voorzitter van de parlementaire onderzoekcommissie, Van Dam, er na 17 maart zelfs niet bij, want in haar ondoorgrondelijke wijsheid zette het CDA hem op een onverkiesbare plaats.

Kijk ook eens naar de PvdA. Toen die partij in 2017 onverwacht terugviel van 38 naar 9 zetels, werden onvermijdelijk een groot aantal Kamerleden afgevoerd. Bij die negen verkozen leden was trouwens ook maar een enkeling voortgekomen uit de zittende fractie. Op de kandidatenlijst voor 17 maart kom je welgeteld slechts één van de toen verdwenen Kamerleden tegen op een vermoedelijk verkiesbare plaats: de opgebouwde ervaring bij vroegere Kamerleden wordt dus niet benut en wordt definitief doorgespoeld. Of neem de VVD, een vrijwel zekere regeringspartij. Die partij zag in de aanloop van de komende verkiezingen kans om op voorhand meer dan de helft van de huidige Tweede Kamerfractie, vrijwillig of onvrijwillig, af te voeren. Je kunt het ook een brevet van onvermogen noemen richting het vorige selectieproces.

Ook bij de andere partijen kun je de wenkbrauwen fronsen. Zo koos D66 voor een lijsttrekker die nog nooit Tweede Kamerlid is geweest (kan gebeuren) en die zichzelf ziet als de komende minister-president. Leuk voor de Bühne, idioot bij Tweede Kamerverkiezingen. Overigens lijkt ook de lijsttrekker van het CDA niet geïnteresseerd te zijn in het lidmaatschap van de Tweede Kamer. Vreemd.
Een enkele partij kent overigens wel een verrassende continuïteit. Denk dan aan de SGP, de ChristenUnie of de Partij van de Dieren. En de PVV, de club van Wilders, waarbij immers als cynisch motto geldt: ‘Kamerlid voor de PVV is geen carrièrestap, maar de laatste baan in je loopbaan’.

Hoe komt het dat het elke keer weer zo gaat? Dat er iets grondig mis is met de selectieprocessen bij de politieke partijen lijkt me onmiskenbaar. Telkens benadrukken kandidaatstellingscommissies dat ze werken aan vernieuwing. Nooit hoor je dat ze prioriteit geven aan een sterke Kamerfractie die effectief tegenspel kan bieden aan het kabinet. Volgzaamheid is immers veel belangrijker! Telkens worden weer kandidaten naar voren geschoven die een goede babbel hebben, een fris gezicht bieden en in elk geval goed meelopen in de partijpas. Ongetwijfeld levert dit bekwame en veelbelovende mensen op, maar zijn ze echt beter dan de vorige lichting? Natuurlijk niet.

Sterker nog. Allerlei partijen willen liever niet dat een kandidaat aan een derde periode toekomt. Dat hebben ze zelfs opgenomen in hun reglementen (GroenLinks, CDA), in plaats van een motivering waarom je iemand na één of twee perioden alweer het bos instuurt. Bijkomend verschijnsel: Kamerleden die een paar jaar meedraaien, gaan alvast solliciteren naar banen buiten het Binnenhof, want tien tegen één worden ze bij de komende kandidaatstelling de vergetelheid in gestuurd.

En zo draait de gehaktmolen door. Dus als ik een les mag meegeven aan alle partijbesturen: wordt eens wakker en leg het zwaartepunt de volgende keer bij ervaren en deskundige Kamerleden. Ik vrees dat een dergelijke les over een jaar of drie wel weer vergeten is en dat het bij de verkiezingen van 2025 weer net zo gaat. Toch?

------
Het plaatje is van Henk Klaren
© 2021 Arie de Jong
powered by CJ2