archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 5
Jaargang 18
17 december 2020
Nummer 7 verschijnt op
28 januari 2021
Beschouwingen > Het leven zelf delen printen terug
Boer Bram uit Schreinskinders Julius Pasgeld

1805BS BramVoor de verandering eens een verhaaltje dat niet door mezelf is geschreven maar door een collega uit de jaren 50 van de vorige eeuw. Ook in het onderwijs werkzaam geweest. Net als ik. En ook een schrijver. Net als ik. Maar dan een Zeeuw, Jan Kousemaker. Jan werd geboren in 1910 in Schreinskinderen (Zeeuws voor ’s Heer Hendrikskinderen), een dorpje in de Zak van Zuid-Beveland. Van zijn hand is het onderstaande verhaaltje uit 1958. Van oorsprong in het Zeeuws. Ik vertel het na in het Nederlands. Want het mag niet ten onder gaan in de vergetelheid.

Modern
Tijdens de vergadering van de kerkeraad had de oude boer Bram Markusse de gelegenheid te baat genomen zijn medeleden bekend te maken dat hij een telefoonaansluiting had gekregen.
‘Bram, Bram, je bent nou vreselijk modern met je telefoon. Wat zal je daar een gemak van hebben’, vond Bart van Liere, een van de diakenen toen ze samen naar huis fietsten.
‘Wat ik zeggen wou’, ging de diaken verder, ‘laatst zag ik je knecht een tochtige koe van je aan een touw naar een stier brengen om haar te laten dekken. Je knecht was daar wel twee uur mee onderweg. En twee uur terug. Maar nu je telefoon hebt hoeft dat niet meer. Je belt gewoon even naar het station van de Kunstmatige Inseminatie (K.I.) in Schreinskinders en binnen een half uur komt er een kerel op een motor. Dan is het allemaal zo gebeurd’.
‘Och’, wierp Bram tegen. ‘Waarom zou ik? Ik ben niet zo voor dat soort dingen. Ik vind dat er een echte, levende stier aan te pas moet komen’.
‘Man’, reageerde Bart weer. ‘Het is voor je gemak! En de tijd die je spaart … je moet alleen zorgen voor een bakje water, een handdoek en een stukje zeep voor die vent. Je moet er werkelijk eens over denken. Zeker nu je telefoon hebt. Iedereen laat tegenwoordig die vent van de K.I. komen’.

Ten langen leste kwam het er toch van. Een zware motorfiets met grote tassen, bereden door een knaap in het leer, daverde het erf van boer Bram op.
‘Roos is tochtig’, zei Bram tegen de K.I.-man. ‘Ze staat op stal. Ik loop even met je mee’.
In de stal stond een schaaltje water op een tafeltje. Zeep en een handdoek lagen ernaast.
‘Als je maar niet denkt, dat ik erbij blijf’, zei boer Bram. ‘Want ik geloof er niet in als er geen echte stier aan te pas komt. Ik ga weg. En o ja, dat wou ik je ook nog even zeggen: ik heb hier een spijker in de muur geslagen. Dan kun je daar je broek aan ophangen’.
(Naverteld door Julius Pasgeld)

--------
Het plaatje is van Han Busstra


© 2020 Julius Pasgeld meer Julius Pasgeld - meer "Het leven zelf"
Beschouwingen > Het leven zelf
Boer Bram uit Schreinskinders Julius Pasgeld
1805BS BramVoor de verandering eens een verhaaltje dat niet door mezelf is geschreven maar door een collega uit de jaren 50 van de vorige eeuw. Ook in het onderwijs werkzaam geweest. Net als ik. En ook een schrijver. Net als ik. Maar dan een Zeeuw, Jan Kousemaker. Jan werd geboren in 1910 in Schreinskinderen (Zeeuws voor ’s Heer Hendrikskinderen), een dorpje in de Zak van Zuid-Beveland. Van zijn hand is het onderstaande verhaaltje uit 1958. Van oorsprong in het Zeeuws. Ik vertel het na in het Nederlands. Want het mag niet ten onder gaan in de vergetelheid.

Modern
Tijdens de vergadering van de kerkeraad had de oude boer Bram Markusse de gelegenheid te baat genomen zijn medeleden bekend te maken dat hij een telefoonaansluiting had gekregen.
‘Bram, Bram, je bent nou vreselijk modern met je telefoon. Wat zal je daar een gemak van hebben’, vond Bart van Liere, een van de diakenen toen ze samen naar huis fietsten.
‘Wat ik zeggen wou’, ging de diaken verder, ‘laatst zag ik je knecht een tochtige koe van je aan een touw naar een stier brengen om haar te laten dekken. Je knecht was daar wel twee uur mee onderweg. En twee uur terug. Maar nu je telefoon hebt hoeft dat niet meer. Je belt gewoon even naar het station van de Kunstmatige Inseminatie (K.I.) in Schreinskinders en binnen een half uur komt er een kerel op een motor. Dan is het allemaal zo gebeurd’.
‘Och’, wierp Bram tegen. ‘Waarom zou ik? Ik ben niet zo voor dat soort dingen. Ik vind dat er een echte, levende stier aan te pas moet komen’.
‘Man’, reageerde Bart weer. ‘Het is voor je gemak! En de tijd die je spaart … je moet alleen zorgen voor een bakje water, een handdoek en een stukje zeep voor die vent. Je moet er werkelijk eens over denken. Zeker nu je telefoon hebt. Iedereen laat tegenwoordig die vent van de K.I. komen’.

Ten langen leste kwam het er toch van. Een zware motorfiets met grote tassen, bereden door een knaap in het leer, daverde het erf van boer Bram op.
‘Roos is tochtig’, zei Bram tegen de K.I.-man. ‘Ze staat op stal. Ik loop even met je mee’.
In de stal stond een schaaltje water op een tafeltje. Zeep en een handdoek lagen ernaast.
‘Als je maar niet denkt, dat ik erbij blijf’, zei boer Bram. ‘Want ik geloof er niet in als er geen echte stier aan te pas komt. Ik ga weg. En o ja, dat wou ik je ook nog even zeggen: ik heb hier een spijker in de muur geslagen. Dan kun je daar je broek aan ophangen’.
(Naverteld door Julius Pasgeld)

--------
Het plaatje is van Han Busstra
© 2020 Julius Pasgeld
powered by CJ2