archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 9
Jaargang 18
25 februari 2021
Nummer 10 verschijnt op
11 maart 2021
Bezigheden > Lopen delen printen terug
Over wandelen en vrije wil Julius Pasgeld

1806BZ VrijKite-surfing. Bungy jumpen. Nordic walking. Trekking. Backpacking. Off-roadbiking. Rafting. Alleen God weet wat ze nog meer voor mij in petto hebben om het doorgaans toch al vermoeide lijf nog meer te teisteren. Maar als iemand vraagt wat wij het liefste doen in onze vrije tijd dan antwoorden mevrouw Pasgeld en ik ingetogen maar uit het diepst van ons hart: ‘Wandelen’.

Want wij wandelen graag. Het heeft vele voordelen. Wandelen verhoudt zich tot de hierboven genoemde aberraties als vrijheid tot slavernij. Als je wandelen tot kunst verheft zal weldra het besef komen dat men in het wandelen de wezenlijke vrije wil aantreft, zoals die ooit filosofisch werd bedoeld. Het is immers onmiskenbaar, dat men op vrijwel ieder moment van de wandeling kan kiezen links- of rechtsaf te slaan dan wel rechtdoor te gaan, of terug te keren op de schreden.

En ga me nou niet vertellen dat deze keuze ooit werd ingegeven door opvoeding, milieu of genetische aanleg. Veeleer zal die keuze, als die dan toch niet helemaal bij jezelf ligt, worden bepaald door een sloot die je niet van tevoren had zien aankomen. Of een plank over diezelfde sloot die je dan ineens enige tientallen meters verderop ontdekt. Niet zelden zal ook een spoorbaan het vage idee dat men van een wenselijke richting had doorkruisen. En hoe feestelijk is dan de ontdekking dat men, mits er geen trein aankomt, gewoon over de rails kan stappen om vervolgens aan de andere kant van het spoor weer onvermoede, weidse verschieten te ontdekken die stuk voor stuk opnieuw tot wezenlijke vrije wil leiden.

Het enige vervelende van het wandelen is het woord wandelen. Wan-de-len. Je denkt dan gelijk aan lusteloze zondagen, pijnlijke voeten en schier eindeloze landerigheid. Maar toch zouden we blij moeten zijn dat wan-de-len zo’n saai imago heeft. Wij moeten er niet aan denken dat wandelen een hype gaat worden. Stel je voor! Nu al worden wij op onze wekelijkse wandeltochten door polders en duinen, langs sloten en vaarten regelmatig gestoord door brullende kinderen, door mensen die met olijke werpstokjes balletjes wegzwiepen voor hun honden. En niet te vergeten: door groepjes gezellig koutende mensen die, juist op het moment dat wij willen passeren er ineens ook maar weer flink de pas inzetten op het toch al niet zo brede wandelpad. Maar dit ongerief overkomt ons gelukkig niet vaak. Meestal wandelen we met z’n tweeën door schier eindeloze, lege verten en hebben de natuur voor onszelf.

Natuur? Natuur? Is er dan eigenlijk nog wel natuur in Nederland? Ach. Dat gekissebis over natuur. Daarin wensen wij niet te vervallen. Voor ons is ‘natuur’ een ruimtelijke omgeving waar men het idee kan opdoen dat er belangrijker zaken zijn dan die welke de mensheid heeft verzonnen, aan het verzinnen is of ooit zal gaan verzinnen. Natuur dient iets te zijn waar de geest kan groeien. Of, naar keuze, van honger en uitputting kan omkomen.

Vandaar, dat beleidsambtenaren dergelijke omgevingen in tal en last volplempen met paaltjes in uiteenlopende kleuren en bordjes aan de bomen spijkeren (‘U nadert knooppunt 358’) opdat zelfs een slechtziende op een scootmobiel nog geen anderhalve minuut het idee zal kunnen hebben dat-ie verdwaald is. Terwijl dàt nou juist het leukste is van wandelen. Verdwalen! Niet meer precies weten waar je bent. Dàt is pas echte vrijheid! Maar ja. Dat moet je wel durven natuurlijk. En uiteindelijk komen wij, hoe we ons ook wenden of keren, uiteindelijk toch altijd wel weer thuis.

------
Het plaatje is van Linda Hulshof
Meer over haar op: lindahulshof71@gmail.com


© 2021 Julius Pasgeld meer Julius Pasgeld - meer "Lopen"
Bezigheden > Lopen
Over wandelen en vrije wil Julius Pasgeld
1806BZ VrijKite-surfing. Bungy jumpen. Nordic walking. Trekking. Backpacking. Off-roadbiking. Rafting. Alleen God weet wat ze nog meer voor mij in petto hebben om het doorgaans toch al vermoeide lijf nog meer te teisteren. Maar als iemand vraagt wat wij het liefste doen in onze vrije tijd dan antwoorden mevrouw Pasgeld en ik ingetogen maar uit het diepst van ons hart: ‘Wandelen’.

Want wij wandelen graag. Het heeft vele voordelen. Wandelen verhoudt zich tot de hierboven genoemde aberraties als vrijheid tot slavernij. Als je wandelen tot kunst verheft zal weldra het besef komen dat men in het wandelen de wezenlijke vrije wil aantreft, zoals die ooit filosofisch werd bedoeld. Het is immers onmiskenbaar, dat men op vrijwel ieder moment van de wandeling kan kiezen links- of rechtsaf te slaan dan wel rechtdoor te gaan, of terug te keren op de schreden.

En ga me nou niet vertellen dat deze keuze ooit werd ingegeven door opvoeding, milieu of genetische aanleg. Veeleer zal die keuze, als die dan toch niet helemaal bij jezelf ligt, worden bepaald door een sloot die je niet van tevoren had zien aankomen. Of een plank over diezelfde sloot die je dan ineens enige tientallen meters verderop ontdekt. Niet zelden zal ook een spoorbaan het vage idee dat men van een wenselijke richting had doorkruisen. En hoe feestelijk is dan de ontdekking dat men, mits er geen trein aankomt, gewoon over de rails kan stappen om vervolgens aan de andere kant van het spoor weer onvermoede, weidse verschieten te ontdekken die stuk voor stuk opnieuw tot wezenlijke vrije wil leiden.

Het enige vervelende van het wandelen is het woord wandelen. Wan-de-len. Je denkt dan gelijk aan lusteloze zondagen, pijnlijke voeten en schier eindeloze landerigheid. Maar toch zouden we blij moeten zijn dat wan-de-len zo’n saai imago heeft. Wij moeten er niet aan denken dat wandelen een hype gaat worden. Stel je voor! Nu al worden wij op onze wekelijkse wandeltochten door polders en duinen, langs sloten en vaarten regelmatig gestoord door brullende kinderen, door mensen die met olijke werpstokjes balletjes wegzwiepen voor hun honden. En niet te vergeten: door groepjes gezellig koutende mensen die, juist op het moment dat wij willen passeren er ineens ook maar weer flink de pas inzetten op het toch al niet zo brede wandelpad. Maar dit ongerief overkomt ons gelukkig niet vaak. Meestal wandelen we met z’n tweeën door schier eindeloze, lege verten en hebben de natuur voor onszelf.

Natuur? Natuur? Is er dan eigenlijk nog wel natuur in Nederland? Ach. Dat gekissebis over natuur. Daarin wensen wij niet te vervallen. Voor ons is ‘natuur’ een ruimtelijke omgeving waar men het idee kan opdoen dat er belangrijker zaken zijn dan die welke de mensheid heeft verzonnen, aan het verzinnen is of ooit zal gaan verzinnen. Natuur dient iets te zijn waar de geest kan groeien. Of, naar keuze, van honger en uitputting kan omkomen.

Vandaar, dat beleidsambtenaren dergelijke omgevingen in tal en last volplempen met paaltjes in uiteenlopende kleuren en bordjes aan de bomen spijkeren (‘U nadert knooppunt 358’) opdat zelfs een slechtziende op een scootmobiel nog geen anderhalve minuut het idee zal kunnen hebben dat-ie verdwaald is. Terwijl dàt nou juist het leukste is van wandelen. Verdwalen! Niet meer precies weten waar je bent. Dàt is pas echte vrijheid! Maar ja. Dat moet je wel durven natuurlijk. En uiteindelijk komen wij, hoe we ons ook wenden of keren, uiteindelijk toch altijd wel weer thuis.

------
Het plaatje is van Linda Hulshof
Meer over haar op: lindahulshof71@gmail.com
© 2021 Julius Pasgeld
powered by CJ2