archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 2
Jaargang 18
29 oktober 2020
Nummer 4 verschijnt op
3 december 2020
Vermaak en Genot > Luister! delen printen terug
Cornelis Vreeswijk, wie kent 'm nog? Bram Schilperoord

1802VG Cornelis VLang geleden, begin jaren zestig woonde ik twee jaar lang in Stockholm. Ik was (ben) gek op jazz en in de zomer was ik ‘s avonds vaak te vinden in het pretpark Tivoli Gröna Lund, waar regelmatig big bands optraden. Na afloop van zo’n sessie liep ik verder het park in en raakte in gesprek met een jongen die op een klein podium liedjes zong. Hoewel het Zweedse liedjes waren bleek hij Nederlander te zijn. Hij was op jeugdige leeftijd naar Zweden gekomen met vader, moeder en zusje, maar die waren na een tienjarig verblijf teruggegaan naar Nederland. Zoon Cor, die zich Cornelis liet noemen, dat ‘bekte’ beter in het Zweeds, was schoolgegaan in Stockholm en voelde zich hier meer thuis dan in IJmuiden. Inmiddels woonde hij een jaar of twaalf in Stockholm en was Zweeds zijn taal geworden.

Een zekere muzikaliteit kon hem niet ontzegd worden, maar zijn optredentje in het pretpark waar ik toevallig getuige van was, maakte op mij geen verpletterende indruk. Troubadour-achtige liedjes in de stijl van Boudewijn de Groot, maar dan in het Zweeds. In het drukke Gröna Lund, waar ik hem ontmoette hadden de meeste Zweden meer aandacht voor hun reuze pullen bier dan voor de jongen met een gitaartje die gevoelige liedjes zong. Na zijn optreden streek hij neer op een stoeltje, kreeg een biertje aangereikt en keek een beetje somber voor zich uit. Ik nam de vrijheid hem in gebroken Zweeds te complimenteren met zijn zang, vertelde dat ik het hier een prima plek vond, met al die terrassen en optredens van artiesten. Waarop hij mij toevertrouwde uit IJmuiden afkomstig te zijn, ‘waar het een dooie boel was’ en dat hij nog wel eens een liedje zou maken over die armzalige havenstad.

Dat ik Nederlander was had-ie onmiddellijk gehoord aan mijn uitspraak. Hij had inmiddels ook talloze baantjes in Stockholm afgewerkt, maar was nu zover dat-ie van zijn optredens kon leven. Zij het niet riant, voegde hij er aan toe. Zoals mijn favoriete dichter Heinrich Heine was, was hij geïnspireerd door de 18-eeuwse Zweedse dichter Carl Belman, waar ik nog nooit van gehoord had. Voordat hij hierop uitvoerig zou ingaan vroeg ik hem snel hoe hij het leven vond in Zweden. ‘Zweden is mijn land’, zei hij eenvoudig. Hij borg zijn gitaar in de hoes en stapte op. ‘Ik moet nog een paar liedjes zingen op een bruiloftsfeest, we zien elkaar nog’. Dat zou pas een jaar later gebeuren, toen zijn ster rijzende was.
Een tijdje geleden (zestig jaar later) op de pont van Velsen naar IJmuiden over het Noordzeekanaal, viel mijn oog op een gedichtje, of liedtekst, van dezelfde Cornelis Vreeswijk. Op die pont, op het gedeelte dat bestemd is voor de fietsers, hadden ze om de boel wat op te vrolijken wat foto's met teksten opgehangen. Hij is al weer lang dood, niet ouder geworden dan 50 jaar. Van z'n stem was ik niet zo onder de indruk, maar met dit gedichtje had-ie woord gehouden (nog eens iets te schrijven over zijn geboortestad).

Weet je nog wel dat schilderij
de achterkant naar het zuiden
het maakt me droevig en het maakt me blij
het herinnert mij aan IJmuiden.

en we zwommen rond de pier
weet ik veel of wij dat dorsten
koddebeier kom maar hier
hier zwemmen Noordzeeborsten.

de zee was vol met mijnen
hoort u dat wel zonnebaders
ik heb de zon in het water zien schijnen
over vroegere landverraders.

In Stockholm is een park naar Vreeswijk genoemd (Cornelisparken) in het stadsdeel Södermalm. Daar staat ook een borstbeeld van de zanger, gemaakt door de Zweedse beeldhouwer Bitte Jonason Åkerlund. Tot en met 2011 was er een museum over de zanger in het stadscentrum. Daarna kreeg hij tot 2018 een klein hoekje in het ABBA-museum. In november 2010 ging in Zweden de film Cornelis over zijn leven in première. In februari 2014 kreeg Cornelis Vreeswijk samen met onder anderen de groep ABBA, een plaats in de Swedish Music Hall of Fame. Die is te zien in het Scenkonstmuseet (Museum van de podiumkunsten).

------
Het plaatje is van Petra Busstra
Meer informatie op: www.petrabusstra.com


© 2020 Bram Schilperoord meer Bram Schilperoord - meer "Luister!"
Vermaak en Genot > Luister!
Cornelis Vreeswijk, wie kent 'm nog? Bram Schilperoord
1802VG Cornelis VLang geleden, begin jaren zestig woonde ik twee jaar lang in Stockholm. Ik was (ben) gek op jazz en in de zomer was ik ‘s avonds vaak te vinden in het pretpark Tivoli Gröna Lund, waar regelmatig big bands optraden. Na afloop van zo’n sessie liep ik verder het park in en raakte in gesprek met een jongen die op een klein podium liedjes zong. Hoewel het Zweedse liedjes waren bleek hij Nederlander te zijn. Hij was op jeugdige leeftijd naar Zweden gekomen met vader, moeder en zusje, maar die waren na een tienjarig verblijf teruggegaan naar Nederland. Zoon Cor, die zich Cornelis liet noemen, dat ‘bekte’ beter in het Zweeds, was schoolgegaan in Stockholm en voelde zich hier meer thuis dan in IJmuiden. Inmiddels woonde hij een jaar of twaalf in Stockholm en was Zweeds zijn taal geworden.

Een zekere muzikaliteit kon hem niet ontzegd worden, maar zijn optredentje in het pretpark waar ik toevallig getuige van was, maakte op mij geen verpletterende indruk. Troubadour-achtige liedjes in de stijl van Boudewijn de Groot, maar dan in het Zweeds. In het drukke Gröna Lund, waar ik hem ontmoette hadden de meeste Zweden meer aandacht voor hun reuze pullen bier dan voor de jongen met een gitaartje die gevoelige liedjes zong. Na zijn optreden streek hij neer op een stoeltje, kreeg een biertje aangereikt en keek een beetje somber voor zich uit. Ik nam de vrijheid hem in gebroken Zweeds te complimenteren met zijn zang, vertelde dat ik het hier een prima plek vond, met al die terrassen en optredens van artiesten. Waarop hij mij toevertrouwde uit IJmuiden afkomstig te zijn, ‘waar het een dooie boel was’ en dat hij nog wel eens een liedje zou maken over die armzalige havenstad.

Dat ik Nederlander was had-ie onmiddellijk gehoord aan mijn uitspraak. Hij had inmiddels ook talloze baantjes in Stockholm afgewerkt, maar was nu zover dat-ie van zijn optredens kon leven. Zij het niet riant, voegde hij er aan toe. Zoals mijn favoriete dichter Heinrich Heine was, was hij geïnspireerd door de 18-eeuwse Zweedse dichter Carl Belman, waar ik nog nooit van gehoord had. Voordat hij hierop uitvoerig zou ingaan vroeg ik hem snel hoe hij het leven vond in Zweden. ‘Zweden is mijn land’, zei hij eenvoudig. Hij borg zijn gitaar in de hoes en stapte op. ‘Ik moet nog een paar liedjes zingen op een bruiloftsfeest, we zien elkaar nog’. Dat zou pas een jaar later gebeuren, toen zijn ster rijzende was.
Een tijdje geleden (zestig jaar later) op de pont van Velsen naar IJmuiden over het Noordzeekanaal, viel mijn oog op een gedichtje, of liedtekst, van dezelfde Cornelis Vreeswijk. Op die pont, op het gedeelte dat bestemd is voor de fietsers, hadden ze om de boel wat op te vrolijken wat foto's met teksten opgehangen. Hij is al weer lang dood, niet ouder geworden dan 50 jaar. Van z'n stem was ik niet zo onder de indruk, maar met dit gedichtje had-ie woord gehouden (nog eens iets te schrijven over zijn geboortestad).

Weet je nog wel dat schilderij
de achterkant naar het zuiden
het maakt me droevig en het maakt me blij
het herinnert mij aan IJmuiden.

en we zwommen rond de pier
weet ik veel of wij dat dorsten
koddebeier kom maar hier
hier zwemmen Noordzeeborsten.

de zee was vol met mijnen
hoort u dat wel zonnebaders
ik heb de zon in het water zien schijnen
over vroegere landverraders.

In Stockholm is een park naar Vreeswijk genoemd (Cornelisparken) in het stadsdeel Södermalm. Daar staat ook een borstbeeld van de zanger, gemaakt door de Zweedse beeldhouwer Bitte Jonason Åkerlund. Tot en met 2011 was er een museum over de zanger in het stadscentrum. Daarna kreeg hij tot 2018 een klein hoekje in het ABBA-museum. In november 2010 ging in Zweden de film Cornelis over zijn leven in première. In februari 2014 kreeg Cornelis Vreeswijk samen met onder anderen de groep ABBA, een plaats in de Swedish Music Hall of Fame. Die is te zien in het Scenkonstmuseet (Museum van de podiumkunsten).

------
Het plaatje is van Petra Busstra
Meer informatie op: www.petrabusstra.com
© 2020 Bram Schilperoord
powered by CJ2