archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 19
Jaargang 17
17 september 2020
Nummer 20 verschijnt op
1 oktober 2020
Beschouwingen > Een rustig mens delen printen terug
Alexander Münninghoff, herinneringen (3) Wim Westerveld

1717BS PoesjkinTijdens de receptie van mijn afscheid vroeg hij me om als vijfde man mee te gaan naar het Europees teamkampioenschap voor senioren in Wenen, want Jan Joost Lindner had gezondheidsproblemen en zou niet iedere dag kunnen spelen. Dat heb ik dus gedaan en toen heb ik hem en zijn eigenzinnigheid, die voor een belangrijk deel bepaald was door zijn achtergrond en afkomst, beter leren kennen. Samen hebben we de treinreis naar Wenen gemaakt. Bij het ontbijt in de restauratie bestelde hij zonder blikken of blozen zalm met champagne. Op mijn verbaasde blik reageerde hij slechts met: ‘Russisch ontbijt!’

In Wenen gingen we na afloop van de ronde vaak naar het zwembad. Alexander om te lezen op het terras en ik om te zwemmen. We dronken dan ter afsluiting een Spritzer. Ik kende het niet, die combinatie van witte wijn en spuitwater, maar Alexander leerde me dat het een uitstekend drankje is bij warm weer. Sindsdien drink ik dat met enige regelmaat en dan is dat tegelijkertijd een toast op die onvergetelijke man.

In de buurt van het hotel stond, volstrekt verdwaald en vlakbij een parkeerterrein, een groot beeld van Poesjkin. Vermoedelijk een overblijfsel van de Russische bezetting. Alexander wilde dat ik een foto maakte van hem aan de voet van zijn literaire held. De altijd goedgeklede Alexander liet toen naar mijn gevoel zien dat er geen enkele ijdelheid zat achter zijn voorkomen, maar vooral beschaving. Onder gewone omstandigheden moet je je goed kleden. Maar voor aanpassing aan ongewone omstandigheden (het was zo´n 38 graden Celsius die dag) hoef je je niet te schamen.

Er was tijdens het toernooi ook een middag ingeruimd voor een excursie naar hartje Wenen en het ‘Sisi-paleis’. We gingen langs alle plaatsen waar beroemde schaakgebeurtenissen zich hadden afgespeeld, waaronder de gelegenheid waar in 1910 de helft van de match Lasker-Schlechter had plaatsgevonden. Het was nog steeds erg warm en toen we na de bezichtiging van het Sisi-paleis hotelwaarts gingen en in de airco gekoelde bus stapten, nam Alexander als eerste plaats. Ik ging expres niet naast hem zitten, want ik dacht dat hij liever met de Russen wilde praten die de hele tijd al met hem opgetrokken hadden tijdens de excursie. Eén van die Russen was niet een speler maar een ‘begeleider’. Die stonk1717BS Rus een uur in de wind en uitgerekend híj ging naast Alexander zitten. Bij aankomst in het hotel stoof Alexander op me af en zijn gebruikelijke charme was ineens ver te zoeken. ‘Zal je dat nooit meer doen! Voortaan kom je gewoon naast me zitten!’, beet hij me toe. Zo kende ik hem niet, maar het was kennelijk ook een kant van hem, als er in zijn ogen iets gebeurde dat niet in de haak was.

Wenen en twee jaar later het seniorentoernooi in Radebeul, waren fantastische belevenissen. Naar Radebeul had Alexander een enorme stapel boeken meegenomen. Hij was jurylid, want als je de Libris geschiedenisprijs wint, zoals Alexander, krijg je niet alleen die eer maar ook verplicht corvee. Je wordt namelijk geacht de kandidaten voor een volgende prijs te beoordelen. En zo zat hij overdag te schaken en 's avonds was hij zich door die boeken heen aan het worstelen, natuurlijk met een goed glas wijn erbij.
Hoe hij dat allemaal deed, was me een raadsel en toen ik hem ernaar vroeg zei hij: 'De boeken van historici zijn de ergste, die kunnen over het algemeen niet schrijven, maar ze maken het me ook wel makkelijk. Na een paar pagina's weet ik het al.'
 
En toen werd mijn vrouw ernstig ziek en bij Alexander werd een verdachte poliep in zijn keel geconstateerd. Dat was in 2018. We hebben toen in bange nood veel met elkaar gemaild. Hij mailde me op een gegeven moment dat hij in Rusland een kaarsje had opgestoken voor ‘lieve Maartje’, mijn vrouw. Maartje herstelde en de poliep bleek onschuldig. Volle kracht vooruit, mailde hij me ...
 
Afgelopen zomer zag ik hem voor het laatst. We hebben geluncht op het terras van het roemruchte café-restaurant de Posthoorn in Den Haag en maakten plannen om samen nog eens een keer een schaaktoernooi te spelen. Corsica zou het worden, daar was hij nog nooit geweest en in oktober zou er een mooi toernooi zijn in Ajaccio en Bastia. Het is er niet meer van gekomen.
Bij het afscheid keek hij me peinzend aan en zei: ‘Weet je, op mijn leeftijd maak je geen nieuwe vrienden meer, maar jij bent de uitzondering'.

Met die woorden bezegelde hij een proces waarbij langzaam maar zeker twee bewoners van de schaakwereld vrienden in de ´echte´ wereld waren geworden.

-------
De plaatjes zijn van de schrijver


© 2020 Wim Westerveld meer Wim Westerveld - meer "Een rustig mens" -
Beschouwingen > Een rustig mens
Alexander Münninghoff, herinneringen (3) Wim Westerveld
1717BS PoesjkinTijdens de receptie van mijn afscheid vroeg hij me om als vijfde man mee te gaan naar het Europees teamkampioenschap voor senioren in Wenen, want Jan Joost Lindner had gezondheidsproblemen en zou niet iedere dag kunnen spelen. Dat heb ik dus gedaan en toen heb ik hem en zijn eigenzinnigheid, die voor een belangrijk deel bepaald was door zijn achtergrond en afkomst, beter leren kennen. Samen hebben we de treinreis naar Wenen gemaakt. Bij het ontbijt in de restauratie bestelde hij zonder blikken of blozen zalm met champagne. Op mijn verbaasde blik reageerde hij slechts met: ‘Russisch ontbijt!’

In Wenen gingen we na afloop van de ronde vaak naar het zwembad. Alexander om te lezen op het terras en ik om te zwemmen. We dronken dan ter afsluiting een Spritzer. Ik kende het niet, die combinatie van witte wijn en spuitwater, maar Alexander leerde me dat het een uitstekend drankje is bij warm weer. Sindsdien drink ik dat met enige regelmaat en dan is dat tegelijkertijd een toast op die onvergetelijke man.

In de buurt van het hotel stond, volstrekt verdwaald en vlakbij een parkeerterrein, een groot beeld van Poesjkin. Vermoedelijk een overblijfsel van de Russische bezetting. Alexander wilde dat ik een foto maakte van hem aan de voet van zijn literaire held. De altijd goedgeklede Alexander liet toen naar mijn gevoel zien dat er geen enkele ijdelheid zat achter zijn voorkomen, maar vooral beschaving. Onder gewone omstandigheden moet je je goed kleden. Maar voor aanpassing aan ongewone omstandigheden (het was zo´n 38 graden Celsius die dag) hoef je je niet te schamen.

Er was tijdens het toernooi ook een middag ingeruimd voor een excursie naar hartje Wenen en het ‘Sisi-paleis’. We gingen langs alle plaatsen waar beroemde schaakgebeurtenissen zich hadden afgespeeld, waaronder de gelegenheid waar in 1910 de helft van de match Lasker-Schlechter had plaatsgevonden. Het was nog steeds erg warm en toen we na de bezichtiging van het Sisi-paleis hotelwaarts gingen en in de airco gekoelde bus stapten, nam Alexander als eerste plaats. Ik ging expres niet naast hem zitten, want ik dacht dat hij liever met de Russen wilde praten die de hele tijd al met hem opgetrokken hadden tijdens de excursie. Eén van die Russen was niet een speler maar een ‘begeleider’. Die stonk1717BS Rus een uur in de wind en uitgerekend híj ging naast Alexander zitten. Bij aankomst in het hotel stoof Alexander op me af en zijn gebruikelijke charme was ineens ver te zoeken. ‘Zal je dat nooit meer doen! Voortaan kom je gewoon naast me zitten!’, beet hij me toe. Zo kende ik hem niet, maar het was kennelijk ook een kant van hem, als er in zijn ogen iets gebeurde dat niet in de haak was.

Wenen en twee jaar later het seniorentoernooi in Radebeul, waren fantastische belevenissen. Naar Radebeul had Alexander een enorme stapel boeken meegenomen. Hij was jurylid, want als je de Libris geschiedenisprijs wint, zoals Alexander, krijg je niet alleen die eer maar ook verplicht corvee. Je wordt namelijk geacht de kandidaten voor een volgende prijs te beoordelen. En zo zat hij overdag te schaken en 's avonds was hij zich door die boeken heen aan het worstelen, natuurlijk met een goed glas wijn erbij.
Hoe hij dat allemaal deed, was me een raadsel en toen ik hem ernaar vroeg zei hij: 'De boeken van historici zijn de ergste, die kunnen over het algemeen niet schrijven, maar ze maken het me ook wel makkelijk. Na een paar pagina's weet ik het al.'
 
En toen werd mijn vrouw ernstig ziek en bij Alexander werd een verdachte poliep in zijn keel geconstateerd. Dat was in 2018. We hebben toen in bange nood veel met elkaar gemaild. Hij mailde me op een gegeven moment dat hij in Rusland een kaarsje had opgestoken voor ‘lieve Maartje’, mijn vrouw. Maartje herstelde en de poliep bleek onschuldig. Volle kracht vooruit, mailde hij me ...
 
Afgelopen zomer zag ik hem voor het laatst. We hebben geluncht op het terras van het roemruchte café-restaurant de Posthoorn in Den Haag en maakten plannen om samen nog eens een keer een schaaktoernooi te spelen. Corsica zou het worden, daar was hij nog nooit geweest en in oktober zou er een mooi toernooi zijn in Ajaccio en Bastia. Het is er niet meer van gekomen.
Bij het afscheid keek hij me peinzend aan en zei: ‘Weet je, op mijn leeftijd maak je geen nieuwe vrienden meer, maar jij bent de uitzondering'.

Met die woorden bezegelde hij een proces waarbij langzaam maar zeker twee bewoners van de schaakwereld vrienden in de ´echte´ wereld waren geworden.

-------
De plaatjes zijn van de schrijver
© 2020 Wim Westerveld
powered by CJ2