archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 16
Jaargang 17
18 juni 2020
Nummer 18 verschijnt op
3 september 2020
Bezigheden > Op de fiets delen printen terug
Dan maar naar Ameland Thomas van der Steen

1716BZ AmelandDe bedoeling was dat hier een stukje zou komen over een fietstocht in Florida. Ik zou beschrijven hoe rechts van mij de vuurrode zon in de Golf van Mexico zou zakken. Na een lange dag fietsen over de Keys was ik nu bijna bij de laatste, Key West. Een half uur later zou ik begerig mijn tanden in een Sloppy Joe zetten, Ernest Hemingway’s lievelingsgerecht. Maar de reis naar de Verenigde Staten ging niet door, die werd weggecoronaad. Daarom veroorloof ik me een dagje fietsen op Ameland, per slot van rekening ook een soort Key.

De snelboot van Holwerd naar het eiland is openbaar vervoer, dus mondkapje op. Het is voor juni ronduit koud, met 13 graden onder een bewolkte lucht. Ik noem dit eilandenweer, over een kwartier kan alles anders zijn. Meteen op de kade huur ik een fiets *. Een routekaart is overbodig want het eiland is overzichtelijk. Eerst maar oostwaarts, daar is de natuur het ruigst. In Buren scoor ik nog wel even een colaatje en een gevulde koek bij de plaatselijke super. Eerst wachten op ouderen die met militaire discipline hun handen desinfecteren.

Een fietspad van betonplaten strekt tot de verst bereikbare plek. Aan de linkerkant zie ik hei, struiken en stuifzand en rechts weilanden, kwelders, de Wadden en Friesland. Het is rustig, heel af en toe een tegenligger. Aan het eind van het fietspad is op een duin een uitkijkpunt, een panorama van wilde natuur, weergaloos. Het booreiland van de NAM verstoort het beeld, ik negeer het gewoon. In het zwerk zie ik een streepje blauw tussen de wolken, een streepje maar.

Het schelpenpad langs de duinen knispert onder mijn banden. Een afslag buigt af naar zee. Het strand is uitgestorven. De branding, het fijne witte zand en de inmiddels opengebroken wolkenlucht, het oogt hemels. Totdat ik een karkas tref. In verre staat van ontbinding maar de vorm en het intacte gebit verraadt een dolfijn.

Op het witte pad wordt het allengs drukker nu de zon schijnt. Op de duinen grazen schapen, in de lucht krijsen meeuwen en links en rechts scheren zwaluwen de grond. Bij afslag Nes sla ik linksaf, lunchtijd. Daar waar een twaalfuurtje op de menukaart staat meld ik mij bij de poortwachter van het etablissement. ‘Heeft u gezondheidsklachten, koorts, een loopneus, keelpijn, bent u verkouden, heeft u diarree?’ Ik zeg het niet maar denk: ‘Ja joh, en daarom ga ik een dagje fietsen op Ameland.' Naam, email en 06-nummer worden genoteerd en dan mag ik via de aangegeven looproute (op A4’tjes geprinte verkeersborden) naar mijn tafel. Schermen van plexiglas scheiden de klanten. Door een QR-code te scannen kan ik de bestelling plaatsen. Als ik naar de WC ga, blijk ik mijn mondkapje te moeten dragen! Dat de serveerster later het cordon sanitaire van anderhalve meter verbreekt en mijn glas zelfs aanreikt … ach, ik vergeef het haar.

Nu is het westen van Ameland aan de beurt. In de luwte van de zeedijk ligt het domein van weidevogels. Ik ken ze niet allemaal bij soortnaam, maar ik zie in ieder geval scholeksters en kieviten. Op elk paaltje in het weiland staat een snip (die van de 100 gulden biljet) luidkeels te schetteren. Ze doen het allemaal en ik vat het persoonlijk op. Of ze me toeschreeuwen: ‘Hé jij daar indringer, wegwezen, opzouten, opdonderen!’ Ik maal door en verlaat hun domein. De kerktoren van Hollum is hoger dan het dorp groot. Een beeldig plaatsje met kleine, authentieke huisjes.

Verderop priemt de vuurtoren van Ameland nog hoger de lucht in. Naarmate ik dichterbij kom knaagt de rood-witte toren aan mijn geheugen, waar ken ik ‘m toch van? Eindelijk valt het kwartje, hij sierde het biljet van 250 gulden. Aan de voet ligt een fonkelend strand, waar ik kort uitpuf voor ik terugreis naar de boot. Langs de hoofdweg liggen boerderijen, maneges, botenbouwers en vakantiehuizen. De oproep aan Duitsers om de Waddeneilanden te mijden is mislukt; meer dan de helft van de kentekens is wit. Met mondkap op plof ik op de bank van de veerpont, ik heb een driezitsbank voor mezelf.

*Uit angst voor windkracht 5 veroorloofde ik me een elektrische fiets

-------
Het plaatje is van de schrijver


© 2020 Thomas van der Steen meer Thomas van der Steen - meer "Op de fiets" -
Bezigheden > Op de fiets
Dan maar naar Ameland Thomas van der Steen
1716BZ AmelandDe bedoeling was dat hier een stukje zou komen over een fietstocht in Florida. Ik zou beschrijven hoe rechts van mij de vuurrode zon in de Golf van Mexico zou zakken. Na een lange dag fietsen over de Keys was ik nu bijna bij de laatste, Key West. Een half uur later zou ik begerig mijn tanden in een Sloppy Joe zetten, Ernest Hemingway’s lievelingsgerecht. Maar de reis naar de Verenigde Staten ging niet door, die werd weggecoronaad. Daarom veroorloof ik me een dagje fietsen op Ameland, per slot van rekening ook een soort Key.

De snelboot van Holwerd naar het eiland is openbaar vervoer, dus mondkapje op. Het is voor juni ronduit koud, met 13 graden onder een bewolkte lucht. Ik noem dit eilandenweer, over een kwartier kan alles anders zijn. Meteen op de kade huur ik een fiets *. Een routekaart is overbodig want het eiland is overzichtelijk. Eerst maar oostwaarts, daar is de natuur het ruigst. In Buren scoor ik nog wel even een colaatje en een gevulde koek bij de plaatselijke super. Eerst wachten op ouderen die met militaire discipline hun handen desinfecteren.

Een fietspad van betonplaten strekt tot de verst bereikbare plek. Aan de linkerkant zie ik hei, struiken en stuifzand en rechts weilanden, kwelders, de Wadden en Friesland. Het is rustig, heel af en toe een tegenligger. Aan het eind van het fietspad is op een duin een uitkijkpunt, een panorama van wilde natuur, weergaloos. Het booreiland van de NAM verstoort het beeld, ik negeer het gewoon. In het zwerk zie ik een streepje blauw tussen de wolken, een streepje maar.

Het schelpenpad langs de duinen knispert onder mijn banden. Een afslag buigt af naar zee. Het strand is uitgestorven. De branding, het fijne witte zand en de inmiddels opengebroken wolkenlucht, het oogt hemels. Totdat ik een karkas tref. In verre staat van ontbinding maar de vorm en het intacte gebit verraadt een dolfijn.

Op het witte pad wordt het allengs drukker nu de zon schijnt. Op de duinen grazen schapen, in de lucht krijsen meeuwen en links en rechts scheren zwaluwen de grond. Bij afslag Nes sla ik linksaf, lunchtijd. Daar waar een twaalfuurtje op de menukaart staat meld ik mij bij de poortwachter van het etablissement. ‘Heeft u gezondheidsklachten, koorts, een loopneus, keelpijn, bent u verkouden, heeft u diarree?’ Ik zeg het niet maar denk: ‘Ja joh, en daarom ga ik een dagje fietsen op Ameland.' Naam, email en 06-nummer worden genoteerd en dan mag ik via de aangegeven looproute (op A4’tjes geprinte verkeersborden) naar mijn tafel. Schermen van plexiglas scheiden de klanten. Door een QR-code te scannen kan ik de bestelling plaatsen. Als ik naar de WC ga, blijk ik mijn mondkapje te moeten dragen! Dat de serveerster later het cordon sanitaire van anderhalve meter verbreekt en mijn glas zelfs aanreikt … ach, ik vergeef het haar.

Nu is het westen van Ameland aan de beurt. In de luwte van de zeedijk ligt het domein van weidevogels. Ik ken ze niet allemaal bij soortnaam, maar ik zie in ieder geval scholeksters en kieviten. Op elk paaltje in het weiland staat een snip (die van de 100 gulden biljet) luidkeels te schetteren. Ze doen het allemaal en ik vat het persoonlijk op. Of ze me toeschreeuwen: ‘Hé jij daar indringer, wegwezen, opzouten, opdonderen!’ Ik maal door en verlaat hun domein. De kerktoren van Hollum is hoger dan het dorp groot. Een beeldig plaatsje met kleine, authentieke huisjes.

Verderop priemt de vuurtoren van Ameland nog hoger de lucht in. Naarmate ik dichterbij kom knaagt de rood-witte toren aan mijn geheugen, waar ken ik ‘m toch van? Eindelijk valt het kwartje, hij sierde het biljet van 250 gulden. Aan de voet ligt een fonkelend strand, waar ik kort uitpuf voor ik terugreis naar de boot. Langs de hoofdweg liggen boerderijen, maneges, botenbouwers en vakantiehuizen. De oproep aan Duitsers om de Waddeneilanden te mijden is mislukt; meer dan de helft van de kentekens is wit. Met mondkap op plof ik op de bank van de veerpont, ik heb een driezitsbank voor mezelf.

*Uit angst voor windkracht 5 veroorloofde ik me een elektrische fiets

-------
Het plaatje is van de schrijver
© 2020 Thomas van der Steen
powered by CJ2