archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 16
Jaargang 17
18 juni 2020
Nummer 18 verschijnt op
3 september 2020
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Boer en landschap (1) Willem Minderhout

1716BS Boer1Een gesprek met Quno Onderwater

Nederland dankt 95% van haar ‘natuur’ aan de inspanningen van de boer. Net als Drenthe geen heide zou kennen zonder de schapen, zo zou Zuid-Holland geen veenweidegebieden hebben zonder de veeteelt. De ‘natuurlijke natuur’ in de veengebieden zou een onafzienbaar elzenbroekbos zijn. Ook mooi, maar toch liefst niet overal. We zijn over het algemeen nogal gesteld op ons open landschap. Met koeien. Ik in ieder geval wel. De koning van de veenweidegebieden, de grutto, heeft helemaal niets te zoeken in een elzenbos. De grutto is hier dankzij de boer.

Ik vraag me af wat dat betekent in de strijd tegen de te hoge stikstofuitstoot. ‘Boeren uitkopen’ lijkt één van de wondermiddelen om elders bouwprojecten en zo te redden. Maar wie zorgt er dan voor het landschap? Kan er in de veenweidegebieden niet anders geboerd worden? Meer in harmonie met de natuur, soortenrijk (‘natuurinclusief’ en ‘biodivers’ in het hedendaagse jargon) en stikstofarm?

Ik besloot er over te gaan praten met melkveehouder Quno Onderwater. Ik had hem – en vooral zijn verrukkelijke boerenkaas – ontdekt in een periode dat ik vaak in Voorschoten verbleef. Als je vanuit Voorschoten de brug over de Vliet neemt en het fietstunneltje onder de A4 doorgaat (nu helaas gesloten vanwege de aanleg van de Rijnlandroute) kom je in de Westeinderpolder, een paradijs voor kaas- en weidevogelliefhebbers zoals ik. Ik ga regelmatig weidevogels (en hazen) kijken langs het Hellepad, op een terrein dat door Staatsbosbeheer wordt beheerd. Tijdens een gesprek boven een pondje boerenkaas vertelde Quno dat hij ook actief aan weidevogelbeheer doet. Zijn land, dat zich vanaf de Westeindeweg uitstrekt tot de A4, is echter vanaf de weg niet goed te bespieden. Dat is jammer, want hij vertelde trots dat er op zijn land veel meer nesten waren dan op het SBB-terrein. Quno bleek een gepassioneerde weidevogelman te zijn. Hij is lid van ‘De Groene Klaver’, een coöperatie van boeren, tuinders en kwekers die zich inzet voor natuur en landschap in het agrarisch buitengebied rond Leiden en Alphen a/d Rijn.

Na een heerlijke fietstocht vanuit Den Haag trof ik Quno achter de boerderij aan. Verderop reed een trekker met een sproeiwagen, die een soort zwarte blubber over zijn land aan het spuiten was. Erachter vloog een enorme zwerm zilvermeeuwen, die dat blijkbaar interessant vond. Ik vroeg wat dat voor blubber was. Het bleek bagger uit de sloot te zijn. Een uitstekende manier om het schoonmaken van de sloot en het ophogen van het land te combineren.

Ik genoot van het uitzicht op de weilanden. Aan het eind staat de karakteristieke molen, de molen aan de A4. Ik vroeg of die molen ook bij zijn land hoorde. ‘Gelukkig niet’, zei Quno. ‘Ik heb al genoeg monumenten te onderhouden’. De fundamenten van zijn boerderij uit 1904 bleken door de grondwaterdaling aangetast te worden.
Op dat moment vloog er een zwerm kauwtjes over en werd onmiddellijk duidelijk hoeveel grutto’s zich op zijn land bevinden. Ongeveer een dozijn steeg luid roepend op om de kauwen te verjagen. Het geluid van grutto’s, scholeksters, tureluurs en kieviten – en van de boerenzwaluwen die rond de stal vlogen – accentueerde de landelijke stilte. Geluiden waar ik intens gelukkig van word.

Ik vroeg naar het experiment om nesten te zoeken met een drone. In het Leidsch Dagblad had daar een verslag van gestaan. ‘Ik heb zoveel nesten op mijn land dat die drone een beetje van slag raakte. De meeste kende ik al. Maar ik vind het wel een mooie ontwikkeling. Ik denk dat het vooral nuttig kan zijn voor boeren die maar een paar nesten hebben en niet beschikken over voldoende gemotiveerde vrijwilligers om die in kaart te brengen. Zo’n drone scheelt voor die boeren een hoop tijd en inspanning, want nesten lokaliseren is ook iets wat je moet leren en je moet er lol in hebben. Vanwege de geavanceerde warmtedetectoren, nodig om die nesten te vinden, is zo’n drone echter nog veel te duur in het gebruik.
Het experiment op mijn land was leuk, maar de meeste nesten waren al gevonden door de vrijwilligers, of door mij zelf. De drone vond er nog vijf bij op één perceel. Tijdens het maaien van het perceel vond ik nog drie weidevogelnesten die de drone niet gezien had, dus helemaal perfect werkt het nog niet. Het lijkt mij wel wat om via de gebiedscoöperatie een drone aan te schaffen en er een soort loonwerk mee te doen.’

‘Is het een succesvol broedseizoen?’, vroeg ik hem. ‘Dat is moeilijk te zeggen. Het is erg droog en dan kunnen die pulletjes (weidevogelkuikens moeten vanaf hun geboorte hun eigen voedsel bij elkaar scharrelen, WM) geen wormen uit de grond trekken. Bovendien1716BS Boer2 loopt er een vos rond en waarschijnlijk ook een wezeltje. Ook ‘biodiversiteit’, maar niet zo bevorderlijk voor het broedsucces. Wat dat betreft is dat weidevogelbeheer van zoveel factoren afhankelijk. Ik had vorig jaar een plasdrasperceel aangelegd, een stuk grond dat ik met een zonnepomp permanent nat hield. De grutto’s waren er dol op, maar die nattigheid bleek ook een enorme aantrekkingskracht te hebben op een kolonie mantelmeeuwen. Die rotbeesten vraten alle kuikens op. Met ‘plasdras’ ben ik dus maar opgehouden.’

‘Het rare is, ik moet allerlei doelstellingen voor weidevogelbeheer halen en ik word daar streng op gecontroleerd. Wat de doelstellingen voor het beheer van Staatsbosbeheer zijn weet ik niet. Dat stuk polder zit vol ganzen en het aantal grutto’s, kieviten, scholeksters en tureluurs loopt volgens mij al jaren terug. Ze zijn dat land aan het verschralen. Dat klinkt mooi, maar waar komen die vogels op af? Op wormen. En waar komen die wormen op af? Op mest. Dus als je geen mest strooit hebben die beesten niet veel te eten. Welk doel streef je dan na? Bovendien heb ik niet de indruk dat die verschraling tot een boeiender flora heeft geleid. Het is helemaal overwoekerd door pitrussen. Staatsbosbeheer is overigens bezig die pitrussen terug te dringen.
(wordt vervolgd)

---------
De foto's zijn van de schrijver
-----------
Noot van de Redactie:
Meer over boeren in dezelfde streek is te zien in de negendelige serie ‘Boeren tussen Steden’: https://youtu.be/K96E32IU8s 


© 2020 Willem Minderhout meer Willem Minderhout - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
Boer en landschap (1) Willem Minderhout
1716BS Boer1Een gesprek met Quno Onderwater

Nederland dankt 95% van haar ‘natuur’ aan de inspanningen van de boer. Net als Drenthe geen heide zou kennen zonder de schapen, zo zou Zuid-Holland geen veenweidegebieden hebben zonder de veeteelt. De ‘natuurlijke natuur’ in de veengebieden zou een onafzienbaar elzenbroekbos zijn. Ook mooi, maar toch liefst niet overal. We zijn over het algemeen nogal gesteld op ons open landschap. Met koeien. Ik in ieder geval wel. De koning van de veenweidegebieden, de grutto, heeft helemaal niets te zoeken in een elzenbos. De grutto is hier dankzij de boer.

Ik vraag me af wat dat betekent in de strijd tegen de te hoge stikstofuitstoot. ‘Boeren uitkopen’ lijkt één van de wondermiddelen om elders bouwprojecten en zo te redden. Maar wie zorgt er dan voor het landschap? Kan er in de veenweidegebieden niet anders geboerd worden? Meer in harmonie met de natuur, soortenrijk (‘natuurinclusief’ en ‘biodivers’ in het hedendaagse jargon) en stikstofarm?

Ik besloot er over te gaan praten met melkveehouder Quno Onderwater. Ik had hem – en vooral zijn verrukkelijke boerenkaas – ontdekt in een periode dat ik vaak in Voorschoten verbleef. Als je vanuit Voorschoten de brug over de Vliet neemt en het fietstunneltje onder de A4 doorgaat (nu helaas gesloten vanwege de aanleg van de Rijnlandroute) kom je in de Westeinderpolder, een paradijs voor kaas- en weidevogelliefhebbers zoals ik. Ik ga regelmatig weidevogels (en hazen) kijken langs het Hellepad, op een terrein dat door Staatsbosbeheer wordt beheerd. Tijdens een gesprek boven een pondje boerenkaas vertelde Quno dat hij ook actief aan weidevogelbeheer doet. Zijn land, dat zich vanaf de Westeindeweg uitstrekt tot de A4, is echter vanaf de weg niet goed te bespieden. Dat is jammer, want hij vertelde trots dat er op zijn land veel meer nesten waren dan op het SBB-terrein. Quno bleek een gepassioneerde weidevogelman te zijn. Hij is lid van ‘De Groene Klaver’, een coöperatie van boeren, tuinders en kwekers die zich inzet voor natuur en landschap in het agrarisch buitengebied rond Leiden en Alphen a/d Rijn.

Na een heerlijke fietstocht vanuit Den Haag trof ik Quno achter de boerderij aan. Verderop reed een trekker met een sproeiwagen, die een soort zwarte blubber over zijn land aan het spuiten was. Erachter vloog een enorme zwerm zilvermeeuwen, die dat blijkbaar interessant vond. Ik vroeg wat dat voor blubber was. Het bleek bagger uit de sloot te zijn. Een uitstekende manier om het schoonmaken van de sloot en het ophogen van het land te combineren.

Ik genoot van het uitzicht op de weilanden. Aan het eind staat de karakteristieke molen, de molen aan de A4. Ik vroeg of die molen ook bij zijn land hoorde. ‘Gelukkig niet’, zei Quno. ‘Ik heb al genoeg monumenten te onderhouden’. De fundamenten van zijn boerderij uit 1904 bleken door de grondwaterdaling aangetast te worden.
Op dat moment vloog er een zwerm kauwtjes over en werd onmiddellijk duidelijk hoeveel grutto’s zich op zijn land bevinden. Ongeveer een dozijn steeg luid roepend op om de kauwen te verjagen. Het geluid van grutto’s, scholeksters, tureluurs en kieviten – en van de boerenzwaluwen die rond de stal vlogen – accentueerde de landelijke stilte. Geluiden waar ik intens gelukkig van word.

Ik vroeg naar het experiment om nesten te zoeken met een drone. In het Leidsch Dagblad had daar een verslag van gestaan. ‘Ik heb zoveel nesten op mijn land dat die drone een beetje van slag raakte. De meeste kende ik al. Maar ik vind het wel een mooie ontwikkeling. Ik denk dat het vooral nuttig kan zijn voor boeren die maar een paar nesten hebben en niet beschikken over voldoende gemotiveerde vrijwilligers om die in kaart te brengen. Zo’n drone scheelt voor die boeren een hoop tijd en inspanning, want nesten lokaliseren is ook iets wat je moet leren en je moet er lol in hebben. Vanwege de geavanceerde warmtedetectoren, nodig om die nesten te vinden, is zo’n drone echter nog veel te duur in het gebruik.
Het experiment op mijn land was leuk, maar de meeste nesten waren al gevonden door de vrijwilligers, of door mij zelf. De drone vond er nog vijf bij op één perceel. Tijdens het maaien van het perceel vond ik nog drie weidevogelnesten die de drone niet gezien had, dus helemaal perfect werkt het nog niet. Het lijkt mij wel wat om via de gebiedscoöperatie een drone aan te schaffen en er een soort loonwerk mee te doen.’

‘Is het een succesvol broedseizoen?’, vroeg ik hem. ‘Dat is moeilijk te zeggen. Het is erg droog en dan kunnen die pulletjes (weidevogelkuikens moeten vanaf hun geboorte hun eigen voedsel bij elkaar scharrelen, WM) geen wormen uit de grond trekken. Bovendien1716BS Boer2 loopt er een vos rond en waarschijnlijk ook een wezeltje. Ook ‘biodiversiteit’, maar niet zo bevorderlijk voor het broedsucces. Wat dat betreft is dat weidevogelbeheer van zoveel factoren afhankelijk. Ik had vorig jaar een plasdrasperceel aangelegd, een stuk grond dat ik met een zonnepomp permanent nat hield. De grutto’s waren er dol op, maar die nattigheid bleek ook een enorme aantrekkingskracht te hebben op een kolonie mantelmeeuwen. Die rotbeesten vraten alle kuikens op. Met ‘plasdras’ ben ik dus maar opgehouden.’

‘Het rare is, ik moet allerlei doelstellingen voor weidevogelbeheer halen en ik word daar streng op gecontroleerd. Wat de doelstellingen voor het beheer van Staatsbosbeheer zijn weet ik niet. Dat stuk polder zit vol ganzen en het aantal grutto’s, kieviten, scholeksters en tureluurs loopt volgens mij al jaren terug. Ze zijn dat land aan het verschralen. Dat klinkt mooi, maar waar komen die vogels op af? Op wormen. En waar komen die wormen op af? Op mest. Dus als je geen mest strooit hebben die beesten niet veel te eten. Welk doel streef je dan na? Bovendien heb ik niet de indruk dat die verschraling tot een boeiender flora heeft geleid. Het is helemaal overwoekerd door pitrussen. Staatsbosbeheer is overigens bezig die pitrussen terug te dringen.
(wordt vervolgd)

---------
De foto's zijn van de schrijver
-----------
Noot van de Redactie:
Meer over boeren in dezelfde streek is te zien in de negendelige serie ‘Boeren tussen Steden’: https://youtu.be/K96E32IU8s 
© 2020 Willem Minderhout
powered by CJ2