archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 17
Jaargang 17
2 juli 2020
Nummer 18 verschijnt op
3 september 2020
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept delen printen terug
De breedsprakige dame Frits Hoorweg

1715VG BreedsprakigRosalien van Witsen is al een paar jaar doende werk van Maeve Brennan (1917-1993) voor ons te vertalen. Eerder werden bij Atheneum-Polak & Van Gennep twee charmante, door Charlotte Schrameijer geïllustreerde, boekjes uitgebracht: ‘De twaalfjarige bruiloft’ en ‘Een bezoek’. Nu is daar bij gekomen: ‘De breedsprakige dame’, de vertaling van columns die ooit gepubliceerd zijn in The New Yorker en in 1969 voor het eerst gebundeld werden onder de titel: ‘The long-winded lady. Notes from The New Yorker’.

Misschien moet ik beginnen met het begrip ‘column’ iets te nuanceren. Wij zijn geneigd te denken aan iets met een standaardlengte. De vormgever van een krant kan er een vaste hoeveelheid ruimte voor reserveren. Voor Maeve Brennan gold die beperking blijkbaar niet. De lengte van haar stukken varieert sterk. Haar inspiratie vond ze in het algemeen op straat en in lunchrooms en restaurants. Alles speelt zich af in New York, een stad die ze met lede ogen zag veranderen in een ‘unheimische’ verzameling wolkenkrabbers vol kantoren en aanverwante dingen.

Ze beschrijft mensen en hun gedrag, maar aan duiding doet ze niet of nauwelijks. Dat mag de lezer veelal zelf doen. Humoristische incidenten, toch vaak een belangrijke inspiratiebron voor columnisten, kom je bij haar bijna niet tegen. Een enkele keer kon ik wel om iets lachen, maar ik had niet de indruk dat de schrijfster daarop uit was geweest. Vaak blijf je zelfs achter met een onbevredigd gevoel. Er komt een jongen een pakketje halen bij zo’n winkeltje dat ook in postpakketten doet. Hij moet zich identificeren maar kan dat niet. Na beschrijving van een paar ongemakkelijke momenten eindigt het verhaaltje met dat jongetje buiten op de stoep, in gedachten verzonken. Carmiggelt zou er iets heel anders mee hebben gedaan!

Verkijk je niet op de breedsprakigheid die ze zichzelf blijkbaar (en niet ten onrechte) toedichtte. Ze kon best anders, soms had ze aan een paar woorden genoeg. Een frappant voorbeeld van wat ik bedoel trof ik aan in het verhaal: ‘Een bezoeker uit Californië’. Daarin wordt een keurige jongeman beschreven in de bus. Blijkbaar is hij onbekend in de stad. Dat blijkt uit zijn gedrag in de bus, maar ook uit zijn kleding en zijn koffer. De schrijfster filosofeert over zijn mogelijke achtergrond. Alles wordt gedetailleerd beschreven. Hoe hij de weg vraagt, waar hij gaat zitten en zijn bagage neerzet, zijn nervositeit over de vraag waar hij uit moet stappen. En dan wordt hij in een zin als volgt gekarakteriseerd:
‘Hij was het literaire of historische beeld van een jongeman, het eeuwige of ideale type, een held in opleiding, een gezocht iemand in de hogere kringen, veelbelovend op kantoor, ten dode opgeschreven in oorlogstijd’.

Ergens anders kwam ik dit tegen: ‘… hij zag er afstandelijk en triomfantelijk uit, zoals kinderen er soms uitzien als ze iets zien wat ze leuk vinden maar niet willen hebben.’ Helaas kan ik nu niet meer terugvinden in welk verhaal dat was. Het verneukeratieve van die breedsprakigheid is trouwens wel dat je geneigd bent over dit soort stijlbloempjes heen te lezen.

Zo’n typische, zeer afstandelijke, kijk op het leven leidt onvermijdelijk tot de vraag waar die vandaan komt. In een uitgebreid ‘Nawoord’ waagt Rosalien van Witsen zich heel voorzichtig aan een duiding. Maeve Brennan werd geboren in Ierland in 1917, een zeer woelige tijd ook daar. Haar vader verzorgde de publiciteit van het verzet tegen de Engelsen. Hij moest regelmatig vluchten en onderduiken. Het was een zeer angstige tijd, een herinnering die je nooit helemaal kwijtraakt.

In de latere jaren van haar leven raakte de schrijfster volledig de weg kwijt. Ze leidde een zwervend bestaan als dakloze. ‘Alleen The New Yorker biedt haar nog onderdak in een kamertje bij de wc’s, maar als ze ’s nachts agressief wordt en de ramen van de kantoren inslaat is het afgelopen. Uiteindelijk zal ze terechtkomen in een psychiatrische inrichting, waar ze in 1993 overleed.’


© 2020 Frits Hoorweg meer Frits Hoorweg - meer "De wereldliteratuur roept" -
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept
De breedsprakige dame Frits Hoorweg
1715VG BreedsprakigRosalien van Witsen is al een paar jaar doende werk van Maeve Brennan (1917-1993) voor ons te vertalen. Eerder werden bij Atheneum-Polak & Van Gennep twee charmante, door Charlotte Schrameijer geïllustreerde, boekjes uitgebracht: ‘De twaalfjarige bruiloft’ en ‘Een bezoek’. Nu is daar bij gekomen: ‘De breedsprakige dame’, de vertaling van columns die ooit gepubliceerd zijn in The New Yorker en in 1969 voor het eerst gebundeld werden onder de titel: ‘The long-winded lady. Notes from The New Yorker’.

Misschien moet ik beginnen met het begrip ‘column’ iets te nuanceren. Wij zijn geneigd te denken aan iets met een standaardlengte. De vormgever van een krant kan er een vaste hoeveelheid ruimte voor reserveren. Voor Maeve Brennan gold die beperking blijkbaar niet. De lengte van haar stukken varieert sterk. Haar inspiratie vond ze in het algemeen op straat en in lunchrooms en restaurants. Alles speelt zich af in New York, een stad die ze met lede ogen zag veranderen in een ‘unheimische’ verzameling wolkenkrabbers vol kantoren en aanverwante dingen.

Ze beschrijft mensen en hun gedrag, maar aan duiding doet ze niet of nauwelijks. Dat mag de lezer veelal zelf doen. Humoristische incidenten, toch vaak een belangrijke inspiratiebron voor columnisten, kom je bij haar bijna niet tegen. Een enkele keer kon ik wel om iets lachen, maar ik had niet de indruk dat de schrijfster daarop uit was geweest. Vaak blijf je zelfs achter met een onbevredigd gevoel. Er komt een jongen een pakketje halen bij zo’n winkeltje dat ook in postpakketten doet. Hij moet zich identificeren maar kan dat niet. Na beschrijving van een paar ongemakkelijke momenten eindigt het verhaaltje met dat jongetje buiten op de stoep, in gedachten verzonken. Carmiggelt zou er iets heel anders mee hebben gedaan!

Verkijk je niet op de breedsprakigheid die ze zichzelf blijkbaar (en niet ten onrechte) toedichtte. Ze kon best anders, soms had ze aan een paar woorden genoeg. Een frappant voorbeeld van wat ik bedoel trof ik aan in het verhaal: ‘Een bezoeker uit Californië’. Daarin wordt een keurige jongeman beschreven in de bus. Blijkbaar is hij onbekend in de stad. Dat blijkt uit zijn gedrag in de bus, maar ook uit zijn kleding en zijn koffer. De schrijfster filosofeert over zijn mogelijke achtergrond. Alles wordt gedetailleerd beschreven. Hoe hij de weg vraagt, waar hij gaat zitten en zijn bagage neerzet, zijn nervositeit over de vraag waar hij uit moet stappen. En dan wordt hij in een zin als volgt gekarakteriseerd:
‘Hij was het literaire of historische beeld van een jongeman, het eeuwige of ideale type, een held in opleiding, een gezocht iemand in de hogere kringen, veelbelovend op kantoor, ten dode opgeschreven in oorlogstijd’.

Ergens anders kwam ik dit tegen: ‘… hij zag er afstandelijk en triomfantelijk uit, zoals kinderen er soms uitzien als ze iets zien wat ze leuk vinden maar niet willen hebben.’ Helaas kan ik nu niet meer terugvinden in welk verhaal dat was. Het verneukeratieve van die breedsprakigheid is trouwens wel dat je geneigd bent over dit soort stijlbloempjes heen te lezen.

Zo’n typische, zeer afstandelijke, kijk op het leven leidt onvermijdelijk tot de vraag waar die vandaan komt. In een uitgebreid ‘Nawoord’ waagt Rosalien van Witsen zich heel voorzichtig aan een duiding. Maeve Brennan werd geboren in Ierland in 1917, een zeer woelige tijd ook daar. Haar vader verzorgde de publiciteit van het verzet tegen de Engelsen. Hij moest regelmatig vluchten en onderduiken. Het was een zeer angstige tijd, een herinnering die je nooit helemaal kwijtraakt.

In de latere jaren van haar leven raakte de schrijfster volledig de weg kwijt. Ze leidde een zwervend bestaan als dakloze. ‘Alleen The New Yorker biedt haar nog onderdak in een kamertje bij de wc’s, maar als ze ’s nachts agressief wordt en de ramen van de kantoren inslaat is het afgelopen. Uiteindelijk zal ze terechtkomen in een psychiatrische inrichting, waar ze in 1993 overleed.’
© 2020 Frits Hoorweg
powered by CJ2