archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 17
Jaargang 17
2 juli 2020
Nummer 18 verschijnt op
3 september 2020
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Valse vergelijking Paul Bordewijk

1715BS Vals vglKoning Willem-Alexander heeft veel opzien gebaard door in zijn rede op de Dam op 4 mei jl. vier kritische woorden te wijden aan de houding van zijn overgrootmoeder Wilhelmina, tijdens de Tweede Wereldoorlog, tegenover de Jodenvervolging. Het is niet de eerste keer dat hij zich kritischer opstelt tegenover zijn voorgeslacht dan de gemiddelde voorzitter van een Oranjevereniging. Door zich geen Willem IV te willen noemen gaf hij er blijk van zich te realiseren in welk dubieus gezelschap hij anders terecht was gekomen.

Willem-Alexander memoreerde hoe de vervolgde Joden zich in de steek gelaten voelden. ‘Ook vanuit Londen, ook door mijn overgrootmoeder …’. Daar wilden velen eerst niet van weten, maar in de toespraken die zij voor Radio Oranje heeft gehouden is het lot van de Joden maar drie keer ter sprake gekomen. De laatste keer was op 31 december 1943: ‘steeds gruwelijker zijn de methoden, waarvan velen Uwer, en in het bijzonder onze Joodsche landgenoten, wier vernietiging helaas bijna een feit is geworden, ten offer zijn gevallen’.

Die ene bijzin, daar moesten de onderduikers in het Achterhuis het mee doen. Geen poging onderduikers een hart onder de riem te steken, geen oproep onderduikers te helpen, geen dreigende woorden aan het adres van eventuele verraders. Het is niet raar dat mensen zich hierdoor in de steek gelaten voelden en Willem-Alexander verdient lof dat hij dit aan de kaak stelde. Het is nooit prettig kritiek te moeten leveren op je voorouders en zeker niet wanneer je eigen positie bepaald wordt door je afstamming en het aanzien van je eigen familie door de eeuwen heen.

Toch zat er iets vals in zijn rede. Dat is waar hij de labbekakkerigheid van zijn overgrootmoeder – die ook al in opspraak was gekomen doordat zij zich voor de oorlog verzette tegen de bouw van een kamp voor Joodse vluchtelingen op meer dan tien kilometer van haar paleis – impliciet op één lijn stelt met de passiviteit van mensen die geconfronteerd werden met het wegvoeren van Joden. Die mensen hadden namelijk geen alternatief, terwijl niets Wilhelmina ervan weerhouden had meer empathie te tonen.

Er zijn allerlei vormen van verzet geweest tegen de Jodenvervolging en de Duitse bezetting in zijn algemeenheid, maar die zijn door het Duits terreurbewind meedogenloos de kop in gedrukt. Wat had het na de Februaristaking – die Willem-Alexander niet noemde – voor zin gehad om te proberen transporten te verhinderen? Wie iets wilde ondernemen kon beter hulp aan onderduikers verlenen, maar ook dat was niet zonder risico’s en er waren maar weinig mensen die dat deden, wat overigens hun verdienste des te groter maakt.

Voor de meeste mensen betekende de Duitse bezetting vooral een periode van gêne en machteloosheid en daarom wilden de meeste mensen de oorlog ook maar het liefst zo snel mogelijk vergeten. Tussen 1949 en 1962 werd geen enkele bioscoopfilm over de oorlog uitgebracht. Toen filmproducent Rudy Meyer, een Duitser van Joodse komaf die in 1933 naar Nederland was uitgeweken, het idee kreeg aangereikt een film te maken over de bevrijding van verzetsstrijders uit het Leeuwarder huis van Bewaring in 1944, was zijn reactie: ‘Die Menschen willen ja toch geen oorlog meer.’

In 1962 kwam die film er alsnog, maar toen was langzamerhand een generatie opgegroeid die niet zelf de machteloosheid tegenover de Duitse bezetters ervaren had. Toen ontstond ook het naoorlogse verzet: in 1947 en 1960 zijn er zonder strubbelingen volkstellingen gehouden, maar in 1970 stuitte dat ineens op grote weerstand, want: 'wat als die gegevens in de handen van een nieuwe bezetter zouden vallen'.
Toen werd het ook met terugwerkende kracht de norm dat je tijdens de Duitse bezetting je leven had moeten riskeren en die norm hanteert onze koning nu ook. Zoiets valt te accepteren van mensen die zelf in het verzet gezeten hebben, of slachtoffer van de Duitsers zijn geworden, maar niet van iemand die twintig jaar na de oorlog is geboren en nooit voor dit soort dilemma’s heeft gestaan.

Willem-Alexander valt te prijzen dat hij zich tegenover een miljoenenpubliek distantieerde van het gebrek aan empathie van zijn overgrootmoeder. Maar je kunt dat niet op één lijn stellen met de onmacht van bange mensen die niet de mogelijkheid hadden gehad naar Engeland te vluchten.

-------
Het plaatje is van Petra Busstra
Meer informatie op: www.petrabusstra.com

© 2020 Paul Bordewijk meer Paul Bordewijk - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
Valse vergelijking Paul Bordewijk
1715BS Vals vglKoning Willem-Alexander heeft veel opzien gebaard door in zijn rede op de Dam op 4 mei jl. vier kritische woorden te wijden aan de houding van zijn overgrootmoeder Wilhelmina, tijdens de Tweede Wereldoorlog, tegenover de Jodenvervolging. Het is niet de eerste keer dat hij zich kritischer opstelt tegenover zijn voorgeslacht dan de gemiddelde voorzitter van een Oranjevereniging. Door zich geen Willem IV te willen noemen gaf hij er blijk van zich te realiseren in welk dubieus gezelschap hij anders terecht was gekomen.

Willem-Alexander memoreerde hoe de vervolgde Joden zich in de steek gelaten voelden. ‘Ook vanuit Londen, ook door mijn overgrootmoeder …’. Daar wilden velen eerst niet van weten, maar in de toespraken die zij voor Radio Oranje heeft gehouden is het lot van de Joden maar drie keer ter sprake gekomen. De laatste keer was op 31 december 1943: ‘steeds gruwelijker zijn de methoden, waarvan velen Uwer, en in het bijzonder onze Joodsche landgenoten, wier vernietiging helaas bijna een feit is geworden, ten offer zijn gevallen’.

Die ene bijzin, daar moesten de onderduikers in het Achterhuis het mee doen. Geen poging onderduikers een hart onder de riem te steken, geen oproep onderduikers te helpen, geen dreigende woorden aan het adres van eventuele verraders. Het is niet raar dat mensen zich hierdoor in de steek gelaten voelden en Willem-Alexander verdient lof dat hij dit aan de kaak stelde. Het is nooit prettig kritiek te moeten leveren op je voorouders en zeker niet wanneer je eigen positie bepaald wordt door je afstamming en het aanzien van je eigen familie door de eeuwen heen.

Toch zat er iets vals in zijn rede. Dat is waar hij de labbekakkerigheid van zijn overgrootmoeder – die ook al in opspraak was gekomen doordat zij zich voor de oorlog verzette tegen de bouw van een kamp voor Joodse vluchtelingen op meer dan tien kilometer van haar paleis – impliciet op één lijn stelt met de passiviteit van mensen die geconfronteerd werden met het wegvoeren van Joden. Die mensen hadden namelijk geen alternatief, terwijl niets Wilhelmina ervan weerhouden had meer empathie te tonen.

Er zijn allerlei vormen van verzet geweest tegen de Jodenvervolging en de Duitse bezetting in zijn algemeenheid, maar die zijn door het Duits terreurbewind meedogenloos de kop in gedrukt. Wat had het na de Februaristaking – die Willem-Alexander niet noemde – voor zin gehad om te proberen transporten te verhinderen? Wie iets wilde ondernemen kon beter hulp aan onderduikers verlenen, maar ook dat was niet zonder risico’s en er waren maar weinig mensen die dat deden, wat overigens hun verdienste des te groter maakt.

Voor de meeste mensen betekende de Duitse bezetting vooral een periode van gêne en machteloosheid en daarom wilden de meeste mensen de oorlog ook maar het liefst zo snel mogelijk vergeten. Tussen 1949 en 1962 werd geen enkele bioscoopfilm over de oorlog uitgebracht. Toen filmproducent Rudy Meyer, een Duitser van Joodse komaf die in 1933 naar Nederland was uitgeweken, het idee kreeg aangereikt een film te maken over de bevrijding van verzetsstrijders uit het Leeuwarder huis van Bewaring in 1944, was zijn reactie: ‘Die Menschen willen ja toch geen oorlog meer.’

In 1962 kwam die film er alsnog, maar toen was langzamerhand een generatie opgegroeid die niet zelf de machteloosheid tegenover de Duitse bezetters ervaren had. Toen ontstond ook het naoorlogse verzet: in 1947 en 1960 zijn er zonder strubbelingen volkstellingen gehouden, maar in 1970 stuitte dat ineens op grote weerstand, want: 'wat als die gegevens in de handen van een nieuwe bezetter zouden vallen'.
Toen werd het ook met terugwerkende kracht de norm dat je tijdens de Duitse bezetting je leven had moeten riskeren en die norm hanteert onze koning nu ook. Zoiets valt te accepteren van mensen die zelf in het verzet gezeten hebben, of slachtoffer van de Duitsers zijn geworden, maar niet van iemand die twintig jaar na de oorlog is geboren en nooit voor dit soort dilemma’s heeft gestaan.

Willem-Alexander valt te prijzen dat hij zich tegenover een miljoenenpubliek distantieerde van het gebrek aan empathie van zijn overgrootmoeder. Maar je kunt dat niet op één lijn stellen met de onmacht van bange mensen die niet de mogelijkheid hadden gehad naar Engeland te vluchten.

-------
Het plaatje is van Petra Busstra
Meer informatie op: www.petrabusstra.com
© 2020 Paul Bordewijk
powered by CJ2