archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 15
Jaargang 17
28 mei 2020
Nummer 16 verschijnt op
18 juni 2020
Bezigheden > Op de fiets delen printen terug
Verrijzenis * Thomas van der Steen

1713BZ LammetjeTja, toen wilde mijn dochter natuurlijk ook een frisse neus. Ze had in de Leunstoel gelezen over de fietstocht van haar broer en vader en pópelt. Na haar uitputtende stage op de afdeling Neurologie in het AMC is ze daar wel aan toe. Corona waart overal maar is in een ziekenhuis slechts een vingerkootje ver. ‘Pap, zoek jij maar een route, maakt me niet uit, als we maar lammetjes tegenkomen.’

Het mag dan Stille Zaterdag zijn maar de zon schijnt volop, bijna luidruchtig. Rekening houdend met Zoë’s sluimerende conditie heb ik onze tocht in tweeën gehakt.
Het Jubileumlaantje in Vreeland zou in het paradijs niet misstaan. Vroeg bloeiende meidoorns en late magnolia’s sieren de bermen van het slingerende weggetje. Door het loof zien we een spierwit landhuis met Moorse bogen en een koperen koepel, oosterse gekkigheid in de polder. We steken door naar de Vecht en volgen hem stroomafwaarts. Op zo’n zonnige dag zou het normaal gesproken druk zijn op het water en de weg vol met groepen wielrenners en motorrijders. Alleen een achter het hek meerennende hond houdt ons, heel even, gezelschap.

Over de brug van sluis ‘t Hemeltje zijn we snel in Nederhorst den Berg. Aan de rand van het dorp staan nieuwe, strakke huizen. Een bewoner heeft de pijlers van zijn balkon geel en rood geschilderd. Een detail, maar het huis lijkt op slag vormgegeven door De Stijl. Als we langs Kasteel Nederhorst komen vertel ik Zoë dat in de studio daarbinnen haar opa en tante Maeve reclamespotjes inspraken.
We slaan linksaf richting Nigtevecht. Het rijtje witte huizen voor de terp met kerk had ook zomaar in Brugge kunnen staan. Een door zonne-energie aangedreven pontje zet ons over, maximaal twee passagiers per overtocht – pas op, houd afstand! Weer aan land koersen we stroomopwaarts, terug naar Vreeland. De tuinen van woonboten worden afgeschermd door heggen en schuttingen, zo ook het zicht op de rivier. Gelukkig valt er op het land veel te zien. Molens, konijnen, ooievaars, een gemaal, geiten, boomgaarden, koeien, varkens, stieren en zelfs een weiland met alpaca’s. In de schaduw van zo’n molen ligt een klein begraafplaatsje met bomen, hun bloesem kleurt roze.
Ondanks mijn liefde voor het werk van Dudok nemen we niet zijn brug in het dorp, maar het steile, witte ophaalbruggetje. ‘Nou, jij hebt je begraafplaats alweer gehad maar waar blijven mijn lammetjes?’

Voor gegarandeerd succes is een verplaatsing met de auto noodzakelijk. In Oud-Diemen stappen we op, richting Nesciobrug. De aanloop naar de brug die het Amsterdam-Rijnkanaal overspant is niet steil maar wel ellenlang. Ze moet er wel wat voor over hebben, voor die schaapjes. Aan de overkant strekt het Diemerpark zich uit tot de horizon. Een straffe bries blaast in ons gezicht. We kiezen om door de straten van IJburg te fietsen. In de luwte van huizen is de tegenwind dragelijker. Aan het einde van het stadsdeel staat Witte Kaap, een stralend wit gebouw. Ja, weer wit, ik ben er gek op. Het lijkt op een cruiseboot met een afgeronde boeg. Als we ervoor staan oogt het als de FlatIron Building in New York.

We zijn er bijna, de Benno Premselabrug over en meteen de Diemerzeedijk op. En daar zijn ze dan, tientallen lammetjes. De met gras begroeide dijk is hun habitat ondanks het fietspad. Enthousiast dartelen en scharrelen ze blèrend, blatend en mekkerend tussen narcissen en krokussen. Zoë kijkt gelukzalig toe en als vanzelf denk ik aan de woorden van kunstenaar David Hockney: ‘Do remember, they can’t cancel the spring’.

------
Het plaatje is van de schrijver


© 2020 Thomas van der Steen meer Thomas van der Steen - meer "Op de fiets" -
Bezigheden > Op de fiets
Verrijzenis * Thomas van der Steen
1713BZ LammetjeTja, toen wilde mijn dochter natuurlijk ook een frisse neus. Ze had in de Leunstoel gelezen over de fietstocht van haar broer en vader en pópelt. Na haar uitputtende stage op de afdeling Neurologie in het AMC is ze daar wel aan toe. Corona waart overal maar is in een ziekenhuis slechts een vingerkootje ver. ‘Pap, zoek jij maar een route, maakt me niet uit, als we maar lammetjes tegenkomen.’

Het mag dan Stille Zaterdag zijn maar de zon schijnt volop, bijna luidruchtig. Rekening houdend met Zoë’s sluimerende conditie heb ik onze tocht in tweeën gehakt.
Het Jubileumlaantje in Vreeland zou in het paradijs niet misstaan. Vroeg bloeiende meidoorns en late magnolia’s sieren de bermen van het slingerende weggetje. Door het loof zien we een spierwit landhuis met Moorse bogen en een koperen koepel, oosterse gekkigheid in de polder. We steken door naar de Vecht en volgen hem stroomafwaarts. Op zo’n zonnige dag zou het normaal gesproken druk zijn op het water en de weg vol met groepen wielrenners en motorrijders. Alleen een achter het hek meerennende hond houdt ons, heel even, gezelschap.

Over de brug van sluis ‘t Hemeltje zijn we snel in Nederhorst den Berg. Aan de rand van het dorp staan nieuwe, strakke huizen. Een bewoner heeft de pijlers van zijn balkon geel en rood geschilderd. Een detail, maar het huis lijkt op slag vormgegeven door De Stijl. Als we langs Kasteel Nederhorst komen vertel ik Zoë dat in de studio daarbinnen haar opa en tante Maeve reclamespotjes inspraken.
We slaan linksaf richting Nigtevecht. Het rijtje witte huizen voor de terp met kerk had ook zomaar in Brugge kunnen staan. Een door zonne-energie aangedreven pontje zet ons over, maximaal twee passagiers per overtocht – pas op, houd afstand! Weer aan land koersen we stroomopwaarts, terug naar Vreeland. De tuinen van woonboten worden afgeschermd door heggen en schuttingen, zo ook het zicht op de rivier. Gelukkig valt er op het land veel te zien. Molens, konijnen, ooievaars, een gemaal, geiten, boomgaarden, koeien, varkens, stieren en zelfs een weiland met alpaca’s. In de schaduw van zo’n molen ligt een klein begraafplaatsje met bomen, hun bloesem kleurt roze.
Ondanks mijn liefde voor het werk van Dudok nemen we niet zijn brug in het dorp, maar het steile, witte ophaalbruggetje. ‘Nou, jij hebt je begraafplaats alweer gehad maar waar blijven mijn lammetjes?’

Voor gegarandeerd succes is een verplaatsing met de auto noodzakelijk. In Oud-Diemen stappen we op, richting Nesciobrug. De aanloop naar de brug die het Amsterdam-Rijnkanaal overspant is niet steil maar wel ellenlang. Ze moet er wel wat voor over hebben, voor die schaapjes. Aan de overkant strekt het Diemerpark zich uit tot de horizon. Een straffe bries blaast in ons gezicht. We kiezen om door de straten van IJburg te fietsen. In de luwte van huizen is de tegenwind dragelijker. Aan het einde van het stadsdeel staat Witte Kaap, een stralend wit gebouw. Ja, weer wit, ik ben er gek op. Het lijkt op een cruiseboot met een afgeronde boeg. Als we ervoor staan oogt het als de FlatIron Building in New York.

We zijn er bijna, de Benno Premselabrug over en meteen de Diemerzeedijk op. En daar zijn ze dan, tientallen lammetjes. De met gras begroeide dijk is hun habitat ondanks het fietspad. Enthousiast dartelen en scharrelen ze blèrend, blatend en mekkerend tussen narcissen en krokussen. Zoë kijkt gelukzalig toe en als vanzelf denk ik aan de woorden van kunstenaar David Hockney: ‘Do remember, they can’t cancel the spring’.

------
Het plaatje is van de schrijver
© 2020 Thomas van der Steen
powered by CJ2