archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 19
Jaargang 17
17 september 2020
Nummer 20 verschijnt op
1 oktober 2020
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Wat zei de Club van Rome ook al weer? Paul Bordewijk

1707BS Club van RomeIn zijn Den Uyl-lezing van 2 december vorig jaar herinnerde Frans Timmermans aan de voorspellingen van de Club van Rome van 50 jaar geleden. Centraal stond daarin de eindigheid van onze grondstoffenvoorraden en vooral van de fossiele energie. Er werden computervoorspellingen gedaan over wat er zou gebeuren wanneer we tegen de grenzen van die voorraden aanliepen. Dat zouden grote rampen zijn. Om dat te voorkomen werden contra-intuïtieve maatregelen bepleit, zoals beperking van de voedselproductie. Want dan zou de groei van de mensheid eerder afnemen.

De computer was toen nog iets nieuws en daarom maakten die voorspellingen grote indruk. De voorspellingen zelf leken me indertijd nogal onzinnig, maar ze maakten wel dat de eindigheid van onze delfstoffen meer aandacht kreeg. Dat concentreerde zich op olie. Er verschenen boeken met titels als ‘De olie raakt toch op’.

De Arabische landen realiseerden zich daardoor hun machtspositie als olieleveranciers en gingen in de Jom Kipoeroorlog (1973) Nederland boycotten, omdat het solidair was met Israël. Nederland reageerde daar onder meer op met distributie van benzine – ik heb die bonkaart nog – en autoloze zondagen. Minister-president Den Uyl hield een televisietoespraak waarin hij de historische uitspraak deed ‘die tijd komt nooit meer terug’, doelend op de beschikbaarheid van goedkope olie.

Inmiddels warmt echter de Aardse atmosfeer op door het verstoken van steeds meer fossiele brandstoffen die nog steeds beschikbaar zijn. De hoeveelheden daarvan zijn dus veel en veel groter gebleken dan door de Club van Rome en Den Uyl werd verondersteld. Maar de vraag is of we daar blij mee moeten zijn. Wanneer Den Uyl gelijk had gehad, had de energietransitie vanzelf plaats gevonden. Als gevolg van steeds hogere prijzen die technieken om energie te besparen, of op een andere manier op te wekken, rendabel hadden gemaakt.

Dat bleek begin jaren tachtig toen huizen beter geïsoleerd werden en er op grote schaal warmtekrachtkoppeling werd geïntroduceerd, zowel door bedrijven als bij stadverwarmingsprojecten. Toen echter halverwege de jaren tachtig de olieprijs weer daalde, doordat er meer olie gevonden werd, werden dergelijke projecten minder rendabel en werd er minder in energiebesparing geïnvesteerd. De vrees voor opwarming van de Aarde kwam in de plaats van die voor uitputting van de natuurlijke hulpbronnen.

Hadden de Club van Rome en Den Uyl maar gelijk gehad! Dan zou de afgelopen decennia de welvaartsgroei waarschijnlijk minder zijn geweest, wat vooral de arme landen getroffen had, maar waren we nu niet met een complex mondiaal probleem geconfronteerd. De oplossing daarvan stuit op moedwillig ongeloof en collectief egoïsme, maar ook op verkeerde concepten die worden gehanteerd door veel actoren die wel streven naar tegengaan van de opwarming. Daarbij worden mogelijke oplossingen te snel taboe verklaard.

Zo’n concept is de eis dat fossiele brandstoffen moeten worden vervangen door duurzame alternatieven. Nu bestaan er geen duurzame energiebronnen, want de zon mag voor niets schijnen en de wind voor niets waaien, om daar bruikbare energie uit te halen zijn installaties nodig als zonnepanelen, windmolens, accu’s en warmtepompen. Die hebben allemaal het eeuwige leven niet en er zijn vaak schaarse delfstoffen voor nodig. Daarom heeft men het tegenwoordig over hernieuwbare bronnen, dan zet je het probleem van de nodige delfstoffen voor die installaties tussen haakjes.

De eis van hernieuwbare bronnen was een heel zinnige toen het probleem de dreigende schaarste van fossiele brandstoffen was. Door zoveel mogelijk hernieuwbare bronnen in te zetten bleven bestaande voorraden fossiele en nucleaire brandstoffen zo lang mogelijk in stand. Wie wat bewaart die heeft wat. Tot die hernieuwbare bronnen behoorde ook biomassa, waar ook geen bezwaar tegen was zolang de uitstoot van CO2 niet het probleem was.

Inmiddels zitten we in een andere fase, waarin niet de eindigheid van de voorraden maar juist de uitgestoten CO2 het probleem is geworden. Een ander probleem vraagt ook andere oplossingen, in ieder geval gedeeltelijk. Mijn indruk is dat dit besef nog onvoldoende geland is, in ieder geval bij de milieubeweging, maar ook bij de Europese Commissie, wanneer ik Timmermans hoor zeggen dat kernenergie niet duurzaam is.

Sommige strategieën blijven geldig. Zowel toen als nu was het belangrijk de verbranding van olie en kolen te beperken. Toen om te zorgen dat er voor volgende generaties ook nog wat over bleef, nu om de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer niet verder te laten toenemen. Het laatste betekent dat een groot deel van de bekende voorraden voor altijd in de grond zal moeten blijven zitten. Waren we eerst blij met elke nieuwe olievondst, nu is dat alleen maar een bedreiging, al zie je dat er in de berichtgeving vaak niet bij.

In beide situaties is efficiënter energiegebruik belangrijk, bij voorbeeld door woningisolatie en warmtekrachtkoppeling. Maar er zijn ook belangrijke verschillen. Het gaat nu niet om hernieuwbare bronnen, maar om klimaatneutrale processen. Biomassa mag hernieuwbaar zijn, het is als energiebron alleen nog acceptabel wanneer zonder verbranding de koolstof toch als CO2 in de lucht zou zijn gegaan, bij voorbeeld door compostering. Maar composteerbaar afval wordt nu juist nog afzonderlijk opgehaald, met het idee dat het juist niet verbrand mag worden.
|
Ook kernenergie komt zo in een andere licht te staan. De voorraden zijn eindig, maar waarom zouden we ze voor eeuwig in de grond laten zitten? Juist in de overgangsperiode die we in moeten, kan kernenergie eerder tot een substantiële daling van de CO2 uitstoot leiden. Dat het uiteindelijk geen hernieuwbare energiebron is zie ik niet als reden de bestaande voorraden niet te gebruiken. Daarna zijn er waarschijnlijk weer nieuwe mogelijkheden, zoals thorium, en wie weet hoever we dan met kernfusie zijn.

En dan zijn er technieken waarbij fossiele brandstoffen wel worden gebruikt, maar de ontstane CO2 wordt afgevangen of gebonden aan gesteenten als olivijn. Dat zijn klimaatneutrale processen, maar de energiebron voldoet niet aan de eis dat deze hernieuwbaar is. So what? De hoeveelheid nog beschikbare brandstoffen wordt zo kleiner en dus wordt de verleiding kleiner die alsnog op te stoken.

Elke techniek heeft zijn eigen kosten en risico’s en vraagt om een afweging daarvan. Maar als eis hanteren dat energiebronnen hernieuwbaar zijn in plaats van dat het proces klimaatneutraal is, is het paard achter de wagen spannen.

--------
Het plaatje is van Petra Busstra,
Meer informatie op: www.petrabusstra.com


© 2020 Paul Bordewijk meer Paul Bordewijk - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
Wat zei de Club van Rome ook al weer? Paul Bordewijk
1707BS Club van RomeIn zijn Den Uyl-lezing van 2 december vorig jaar herinnerde Frans Timmermans aan de voorspellingen van de Club van Rome van 50 jaar geleden. Centraal stond daarin de eindigheid van onze grondstoffenvoorraden en vooral van de fossiele energie. Er werden computervoorspellingen gedaan over wat er zou gebeuren wanneer we tegen de grenzen van die voorraden aanliepen. Dat zouden grote rampen zijn. Om dat te voorkomen werden contra-intuïtieve maatregelen bepleit, zoals beperking van de voedselproductie. Want dan zou de groei van de mensheid eerder afnemen.

De computer was toen nog iets nieuws en daarom maakten die voorspellingen grote indruk. De voorspellingen zelf leken me indertijd nogal onzinnig, maar ze maakten wel dat de eindigheid van onze delfstoffen meer aandacht kreeg. Dat concentreerde zich op olie. Er verschenen boeken met titels als ‘De olie raakt toch op’.

De Arabische landen realiseerden zich daardoor hun machtspositie als olieleveranciers en gingen in de Jom Kipoeroorlog (1973) Nederland boycotten, omdat het solidair was met Israël. Nederland reageerde daar onder meer op met distributie van benzine – ik heb die bonkaart nog – en autoloze zondagen. Minister-president Den Uyl hield een televisietoespraak waarin hij de historische uitspraak deed ‘die tijd komt nooit meer terug’, doelend op de beschikbaarheid van goedkope olie.

Inmiddels warmt echter de Aardse atmosfeer op door het verstoken van steeds meer fossiele brandstoffen die nog steeds beschikbaar zijn. De hoeveelheden daarvan zijn dus veel en veel groter gebleken dan door de Club van Rome en Den Uyl werd verondersteld. Maar de vraag is of we daar blij mee moeten zijn. Wanneer Den Uyl gelijk had gehad, had de energietransitie vanzelf plaats gevonden. Als gevolg van steeds hogere prijzen die technieken om energie te besparen, of op een andere manier op te wekken, rendabel hadden gemaakt.

Dat bleek begin jaren tachtig toen huizen beter geïsoleerd werden en er op grote schaal warmtekrachtkoppeling werd geïntroduceerd, zowel door bedrijven als bij stadverwarmingsprojecten. Toen echter halverwege de jaren tachtig de olieprijs weer daalde, doordat er meer olie gevonden werd, werden dergelijke projecten minder rendabel en werd er minder in energiebesparing geïnvesteerd. De vrees voor opwarming van de Aarde kwam in de plaats van die voor uitputting van de natuurlijke hulpbronnen.

Hadden de Club van Rome en Den Uyl maar gelijk gehad! Dan zou de afgelopen decennia de welvaartsgroei waarschijnlijk minder zijn geweest, wat vooral de arme landen getroffen had, maar waren we nu niet met een complex mondiaal probleem geconfronteerd. De oplossing daarvan stuit op moedwillig ongeloof en collectief egoïsme, maar ook op verkeerde concepten die worden gehanteerd door veel actoren die wel streven naar tegengaan van de opwarming. Daarbij worden mogelijke oplossingen te snel taboe verklaard.

Zo’n concept is de eis dat fossiele brandstoffen moeten worden vervangen door duurzame alternatieven. Nu bestaan er geen duurzame energiebronnen, want de zon mag voor niets schijnen en de wind voor niets waaien, om daar bruikbare energie uit te halen zijn installaties nodig als zonnepanelen, windmolens, accu’s en warmtepompen. Die hebben allemaal het eeuwige leven niet en er zijn vaak schaarse delfstoffen voor nodig. Daarom heeft men het tegenwoordig over hernieuwbare bronnen, dan zet je het probleem van de nodige delfstoffen voor die installaties tussen haakjes.

De eis van hernieuwbare bronnen was een heel zinnige toen het probleem de dreigende schaarste van fossiele brandstoffen was. Door zoveel mogelijk hernieuwbare bronnen in te zetten bleven bestaande voorraden fossiele en nucleaire brandstoffen zo lang mogelijk in stand. Wie wat bewaart die heeft wat. Tot die hernieuwbare bronnen behoorde ook biomassa, waar ook geen bezwaar tegen was zolang de uitstoot van CO2 niet het probleem was.

Inmiddels zitten we in een andere fase, waarin niet de eindigheid van de voorraden maar juist de uitgestoten CO2 het probleem is geworden. Een ander probleem vraagt ook andere oplossingen, in ieder geval gedeeltelijk. Mijn indruk is dat dit besef nog onvoldoende geland is, in ieder geval bij de milieubeweging, maar ook bij de Europese Commissie, wanneer ik Timmermans hoor zeggen dat kernenergie niet duurzaam is.

Sommige strategieën blijven geldig. Zowel toen als nu was het belangrijk de verbranding van olie en kolen te beperken. Toen om te zorgen dat er voor volgende generaties ook nog wat over bleef, nu om de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer niet verder te laten toenemen. Het laatste betekent dat een groot deel van de bekende voorraden voor altijd in de grond zal moeten blijven zitten. Waren we eerst blij met elke nieuwe olievondst, nu is dat alleen maar een bedreiging, al zie je dat er in de berichtgeving vaak niet bij.

In beide situaties is efficiënter energiegebruik belangrijk, bij voorbeeld door woningisolatie en warmtekrachtkoppeling. Maar er zijn ook belangrijke verschillen. Het gaat nu niet om hernieuwbare bronnen, maar om klimaatneutrale processen. Biomassa mag hernieuwbaar zijn, het is als energiebron alleen nog acceptabel wanneer zonder verbranding de koolstof toch als CO2 in de lucht zou zijn gegaan, bij voorbeeld door compostering. Maar composteerbaar afval wordt nu juist nog afzonderlijk opgehaald, met het idee dat het juist niet verbrand mag worden.
|
Ook kernenergie komt zo in een andere licht te staan. De voorraden zijn eindig, maar waarom zouden we ze voor eeuwig in de grond laten zitten? Juist in de overgangsperiode die we in moeten, kan kernenergie eerder tot een substantiële daling van de CO2 uitstoot leiden. Dat het uiteindelijk geen hernieuwbare energiebron is zie ik niet als reden de bestaande voorraden niet te gebruiken. Daarna zijn er waarschijnlijk weer nieuwe mogelijkheden, zoals thorium, en wie weet hoever we dan met kernfusie zijn.

En dan zijn er technieken waarbij fossiele brandstoffen wel worden gebruikt, maar de ontstane CO2 wordt afgevangen of gebonden aan gesteenten als olivijn. Dat zijn klimaatneutrale processen, maar de energiebron voldoet niet aan de eis dat deze hernieuwbaar is. So what? De hoeveelheid nog beschikbare brandstoffen wordt zo kleiner en dus wordt de verleiding kleiner die alsnog op te stoken.

Elke techniek heeft zijn eigen kosten en risico’s en vraagt om een afweging daarvan. Maar als eis hanteren dat energiebronnen hernieuwbaar zijn in plaats van dat het proces klimaatneutraal is, is het paard achter de wagen spannen.

--------
Het plaatje is van Petra Busstra,
Meer informatie op: www.petrabusstra.com
© 2020 Paul Bordewijk
powered by CJ2