archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 5
Jaargang 17
12 december 2019
Nummer 6 verschijnt op
16 januari 2020
Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Leiden gaat arthouse Hans Knegtmans

1703VG LiffHet Leiden International Filmfestval beleefde de afgelopen weken zijn vijftiende editie. Het begon allemaal in 2006. Vijf daadkrachtige studenten wilden wel eens iets ondernemen met korte film. En waarachtig, er kwamen nog betalende bezoekers op af ook, wel zo’n 2000. We zouden van een bescheiden succesje kunnen spreken. Mede-oprichter en nieuwbakken directeur Alexander Mouret meende te begrijpen wat er nog aan mankeerde en had ook ideeën over wat in volgende edities rechtgezet moet kunnen worden en hoe. Om een lang verhaal kort te maken: Mourets geesteskind groeide als kool, en elke nieuwe editie trok meer bezoekers dan de vorige. Nu, halverwege en met nog vijf festivaldagen te gaan, is het bezoekersaantal al hoger dan de eindscore van het vorige jaar, namelijk 30.000 bezoekers. Dat gaat dus hard op weg naar een recordscore.

Natuurlijk is de organisatie dolblij met die onverwacht grote opkomst. Ik ook, al verbaas ik me over de vorm en omvang van de groeicurve. Waarschijnlijk is dit mede een gevolg van een verbetering van de programmering. Festivaldirecteur Mouret heeft in het verleden meer dan eens beleden dat de enige kwaliteit die hij nastreeft het niveau van het filmaanbod is, ongeacht – zo formuleerde hij het niet letterlijk, maar het is een vertaling van zijn opvattingen – de kunstzinnigheid van het programma. Mijn belangrijkste bezwaar tegen die programmering was altijd, dat Mouret en de zijnen daarmee impliciet vasthielden aan een ‘het moet wel leuk blijven’ criterium. En één manier om dat te bereiken is, de thematiek van de film af te stemmen op de belevingswereld van jeugdige bezoekers. Young adults dus. Na een stuk of drie van die films ben ik hard toe aan een film waarin de acteurs elkaar  roomtaarten in het gezicht duwen.

Een jaar of  wat geleden werd iemand van de harde kern van het festival – Nick Noltenius – expliciet gebombardeerd tot festivalprogrammeur. Een andere kenner wist mij te vertellen dat de nieuwbakken programmeur een groot liefhebber was van het arthousegenre. Dat was interessant. De ene expert hecht zeer aan originele, gedurfde cinema, de andere – Mouret – hamert op vakwerk dat ook jongeren aanspreekt. Dit verschil in avontuurlijkheid is terug te vinden in het festivalprogramma. Het lijkt erop dat de selectie van dit jaar minder zwaar de nadruk legt op jongeren en hun problemen. Ik kan niet rauwig zijn om die accentverschuiving. Alleen leidt mijn preferentie niet automatisch tot een vanzelfsprekende keus uit het overvolle programma. Wat dan te doen?

Bij mijn eerste selectie richt ik mij – behalve op de thematiek en de kwaliteit van de maker(s) – vooral op het oordeel van de recensies op de filmsite Rotten Tomatoes. Die naam leidt soms tot verwarring. Het idee is echter simpel, als je je maar realiseert dat een ‘rijpe tomaat’ met een rode tomaat wordt aangeduid en een ‘onrijpe tomaat’ met een groene. De redactie vertaalt elke recensie in een schoolcijfer, dat kan variëren van 1 tot 10. De redactie scoort het percentage ‘rode recensies’ dat ze op die manier beoordeelt. Hoe hoger de (positieve) score, des te beter de1703VG Rotten Tomatoes film. Een film met een gemiddeld percentage van 73% is dan beduidend beter dan een film die slechts 45% haalt.

Het gemiddelde cijfer van een film kan dus worden uitgedrukt in één percentage, tussen 1% (waardeloos) en 100% (volmaakt). Een film is positief als een film gemiddeld 60% of meer scoort, en een onvoldoende wanneer dat gemiddelde minder dan 6,0 bedraagt. Leuk, niet? De lezer die nu denkt dat Rotten Tomatoes precies hetzelfde meet als de populaire schoolcijfers van Internet Movie Database (IMDb), ziet één belangrijk verschil over het hoofd. IMDb geeft alle Engelstalige respondenten de gelegenheid om mee te doen met de beoordeling. Rotten Tomatoes is voornamelijk geïnteresseerd in de mening van professionals, terwijl bij IMDb de duvel en zijn oude moer mogen meedoen. Dat is een belangrijk onderscheid. Denk bijvoorbeeld aan de ‘sterrenmatrix’ van het maandblad De Filmkrant. Wanneer een nieuwe film hier uitkomt, drukt dat blad trouwhartig de sterretjesoordelen af van een aantal Nederlandse dagbladjournalisten.

Goed. Wat heb ik gedaan met de percentages van Rotten Tomatoes? Het idee is niet bijzonder grensverleggend. Op woensdagavond voor het festival maakte ik een begin met het selecteren van films die cijfermatig voldeden aan mijn eisen, mits ze niet over een thema gingen dat me niet interesseerde. Of een acteur in de hoofdrol hadden die ik niet kon luchten of zien. Dan vallen er al flink wat af. Aan de overige kandidaten stelde ik de eis, dat ze allemaal een ‘rode score’ moesten hebben. In vorige festivals was dit de nekslag voor menige film. Maar: tot mijn niet geringe verbazing haalden dit jaar tientallen films een puike score van 80%. Wat was er in mijn (professionele) respondenten gevaren dat ze zo'n ongehoord hoge score gaven?

Ik heb daar wel een paar ideeën over maar die houd ik nog even voor me. Na een eerste verkenning (in alfabetische volgorde van de films) was ik gevorderd tot en met zondag 3 november. Omdat ik het moment voelde naderen dat ik boven mijn programma in slaap zou vallen, verruilde ik mijn stoel voor mijn bed. Morgen was er weer een dag, en ik had genoeg kandidaten voor de eerste drie festivaldagen, meende ik. Maar dat viel vies tegen!

Voor vrijdag had ik slechts twee films geselecteerd (één kaartje gekocht, de andere helaas volgeboekt.) De echte ellende toonde zich echter op zaterdag 2 november. Met stijgend onbehagen vroeg ik aan de kassa om kaartjes voor de voorstellingen van zaterdag 3 november, te weten Lucky Grandma (Tomatoe-score 89%), Alice (100%), The Farewell (99%) en Brittany Runs a Marathon (89%). En kijk nou toch! Mijn vier eerste keuzes waren allemaal stijf uitverkocht, dat was nog nooit eerder vertoond! Uiteindelijk veranderde ik, althans voor die zaterdag, van strategie en boekte ik drie films in de onmetelijk grote zaal 1 van Trianon, zoals kenners zullen weten de grootste bioscoopzaal van Leiden.

En hoe denkt u dat die films zo populair werden dat het publiek als één man naar de kassa’s was gerend? Het moet iets met die Rotten Tomatoes te maken hebben, maar verder onderzoek is gewenst. U hoort nog van mij.


© 2019 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film" -
Vermaak en Genot > Naar de film
Leiden gaat arthouse Hans Knegtmans
1703VG LiffHet Leiden International Filmfestval beleefde de afgelopen weken zijn vijftiende editie. Het begon allemaal in 2006. Vijf daadkrachtige studenten wilden wel eens iets ondernemen met korte film. En waarachtig, er kwamen nog betalende bezoekers op af ook, wel zo’n 2000. We zouden van een bescheiden succesje kunnen spreken. Mede-oprichter en nieuwbakken directeur Alexander Mouret meende te begrijpen wat er nog aan mankeerde en had ook ideeën over wat in volgende edities rechtgezet moet kunnen worden en hoe. Om een lang verhaal kort te maken: Mourets geesteskind groeide als kool, en elke nieuwe editie trok meer bezoekers dan de vorige. Nu, halverwege en met nog vijf festivaldagen te gaan, is het bezoekersaantal al hoger dan de eindscore van het vorige jaar, namelijk 30.000 bezoekers. Dat gaat dus hard op weg naar een recordscore.

Natuurlijk is de organisatie dolblij met die onverwacht grote opkomst. Ik ook, al verbaas ik me over de vorm en omvang van de groeicurve. Waarschijnlijk is dit mede een gevolg van een verbetering van de programmering. Festivaldirecteur Mouret heeft in het verleden meer dan eens beleden dat de enige kwaliteit die hij nastreeft het niveau van het filmaanbod is, ongeacht – zo formuleerde hij het niet letterlijk, maar het is een vertaling van zijn opvattingen – de kunstzinnigheid van het programma. Mijn belangrijkste bezwaar tegen die programmering was altijd, dat Mouret en de zijnen daarmee impliciet vasthielden aan een ‘het moet wel leuk blijven’ criterium. En één manier om dat te bereiken is, de thematiek van de film af te stemmen op de belevingswereld van jeugdige bezoekers. Young adults dus. Na een stuk of drie van die films ben ik hard toe aan een film waarin de acteurs elkaar  roomtaarten in het gezicht duwen.

Een jaar of  wat geleden werd iemand van de harde kern van het festival – Nick Noltenius – expliciet gebombardeerd tot festivalprogrammeur. Een andere kenner wist mij te vertellen dat de nieuwbakken programmeur een groot liefhebber was van het arthousegenre. Dat was interessant. De ene expert hecht zeer aan originele, gedurfde cinema, de andere – Mouret – hamert op vakwerk dat ook jongeren aanspreekt. Dit verschil in avontuurlijkheid is terug te vinden in het festivalprogramma. Het lijkt erop dat de selectie van dit jaar minder zwaar de nadruk legt op jongeren en hun problemen. Ik kan niet rauwig zijn om die accentverschuiving. Alleen leidt mijn preferentie niet automatisch tot een vanzelfsprekende keus uit het overvolle programma. Wat dan te doen?

Bij mijn eerste selectie richt ik mij – behalve op de thematiek en de kwaliteit van de maker(s) – vooral op het oordeel van de recensies op de filmsite Rotten Tomatoes. Die naam leidt soms tot verwarring. Het idee is echter simpel, als je je maar realiseert dat een ‘rijpe tomaat’ met een rode tomaat wordt aangeduid en een ‘onrijpe tomaat’ met een groene. De redactie vertaalt elke recensie in een schoolcijfer, dat kan variëren van 1 tot 10. De redactie scoort het percentage ‘rode recensies’ dat ze op die manier beoordeelt. Hoe hoger de (positieve) score, des te beter de1703VG Rotten Tomatoes film. Een film met een gemiddeld percentage van 73% is dan beduidend beter dan een film die slechts 45% haalt.

Het gemiddelde cijfer van een film kan dus worden uitgedrukt in één percentage, tussen 1% (waardeloos) en 100% (volmaakt). Een film is positief als een film gemiddeld 60% of meer scoort, en een onvoldoende wanneer dat gemiddelde minder dan 6,0 bedraagt. Leuk, niet? De lezer die nu denkt dat Rotten Tomatoes precies hetzelfde meet als de populaire schoolcijfers van Internet Movie Database (IMDb), ziet één belangrijk verschil over het hoofd. IMDb geeft alle Engelstalige respondenten de gelegenheid om mee te doen met de beoordeling. Rotten Tomatoes is voornamelijk geïnteresseerd in de mening van professionals, terwijl bij IMDb de duvel en zijn oude moer mogen meedoen. Dat is een belangrijk onderscheid. Denk bijvoorbeeld aan de ‘sterrenmatrix’ van het maandblad De Filmkrant. Wanneer een nieuwe film hier uitkomt, drukt dat blad trouwhartig de sterretjesoordelen af van een aantal Nederlandse dagbladjournalisten.

Goed. Wat heb ik gedaan met de percentages van Rotten Tomatoes? Het idee is niet bijzonder grensverleggend. Op woensdagavond voor het festival maakte ik een begin met het selecteren van films die cijfermatig voldeden aan mijn eisen, mits ze niet over een thema gingen dat me niet interesseerde. Of een acteur in de hoofdrol hadden die ik niet kon luchten of zien. Dan vallen er al flink wat af. Aan de overige kandidaten stelde ik de eis, dat ze allemaal een ‘rode score’ moesten hebben. In vorige festivals was dit de nekslag voor menige film. Maar: tot mijn niet geringe verbazing haalden dit jaar tientallen films een puike score van 80%. Wat was er in mijn (professionele) respondenten gevaren dat ze zo'n ongehoord hoge score gaven?

Ik heb daar wel een paar ideeën over maar die houd ik nog even voor me. Na een eerste verkenning (in alfabetische volgorde van de films) was ik gevorderd tot en met zondag 3 november. Omdat ik het moment voelde naderen dat ik boven mijn programma in slaap zou vallen, verruilde ik mijn stoel voor mijn bed. Morgen was er weer een dag, en ik had genoeg kandidaten voor de eerste drie festivaldagen, meende ik. Maar dat viel vies tegen!

Voor vrijdag had ik slechts twee films geselecteerd (één kaartje gekocht, de andere helaas volgeboekt.) De echte ellende toonde zich echter op zaterdag 2 november. Met stijgend onbehagen vroeg ik aan de kassa om kaartjes voor de voorstellingen van zaterdag 3 november, te weten Lucky Grandma (Tomatoe-score 89%), Alice (100%), The Farewell (99%) en Brittany Runs a Marathon (89%). En kijk nou toch! Mijn vier eerste keuzes waren allemaal stijf uitverkocht, dat was nog nooit eerder vertoond! Uiteindelijk veranderde ik, althans voor die zaterdag, van strategie en boekte ik drie films in de onmetelijk grote zaal 1 van Trianon, zoals kenners zullen weten de grootste bioscoopzaal van Leiden.

En hoe denkt u dat die films zo populair werden dat het publiek als één man naar de kassa’s was gerend? Het moet iets met die Rotten Tomatoes te maken hebben, maar verder onderzoek is gewenst. U hoort nog van mij.
© 2019 Hans Knegtmans
powered by CJ2