archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 5
Jaargang 17
12 december 2019
Nummer 6 verschijnt op
16 januari 2020
Bezigheden > Ergernissen delen printen terug
De dominante medemens * Jack Luiten

1703BZ VingerAan mensen met een dominante persoonlijkheid heb ik een hekel. Het ergert me dat ze vrijwel altijd de baas willen spelen en het hoogste woord hebben. Daar komt nog een akelig karaktertrekje bij: ze luisteren gráág naar zichzelf en weinig naar anderen.

Het zal niemand verbazen dat dit slag medemens zich vaak bedient van gebarentaal. De vinger naast de duim is de belangrijkste van onze hand, zeker voor dit soort overheersende types. Als ze een opdracht hebben, of een vraag stellen, waar ze maar één (door hen gewenst) antwoord op willen, dan ondersteunen ze het einde van hun betoog of verzoek met een dwingend wijsvingertje in jouw richting. Wat hij of zij zegt is wáár. Geen tegenspraak maar gewoon dóen.

Voor fijnzinniger en wat minder overheersende types doet de wijsvinger, of het nu in een debat is of voor een schoolklas, bijna hetzelfde. Door de hand op en neer te bewegen en de duim te drukken op de ingeknepen wijsvinger, willen ze doorgaans hun betoog kracht bijzetten of accenten leggen. Soms slaan ze ermee op tafel. Meestal is de toon wel een slagje vriendelijker.

De uitgestoken arm en hand, maar dan met twee gestrekte vingers (de wijs- en de iets langere middelvinger), kwam ik vorig jaar tegen op een foto in mijn regionale krant. Daarin kwam een crimineel en moordenaar aan het woord met naam en toenaam. Hij werd als ‘getuige-deskundige’ opgevoerd in een publiek debat over kroongetuigen en over hoe mensen in de onderwereld zo zwaar onder druk worden gezet dat ze moordopdrachten niet kúnnen weigeren.

Om een voormalig crimineel in de krant in woord en beeld te laten ‘schitteren’, dat vond en vind ik nog steeds huiveringwekkend. Met zijn gebaar, de uitgestrekte arm en hand naar voren gericht, wilde hij maar één ding laten zien: hoe mensen worden omgelegd. Stuitend dat deze man, meervoudig moordenaar in een dagblad een podium wordt geboden.  

Het liefst zie ik de priemende wijsvinger klein afgebeeld als richtingaanwijzer, bedoeld om een voorgenomen verandering van koers aan te geven. Zoals de uitklapbare richtingwijzer op antieke auto’s. De wijsvinger heet niet toevallig zo, je komt ‘het wijzende handje’ ook wel tegen in grote gebouwen, zoals ziekenhuizen, bibliotheken en musea. Dan is de wijzende vinger meestal bedoeld als signaal bij het zoeken in een doolhof. Of als aanwijzing om iets op het spoor te komen. Zoiets als: ‘klopt ... die kant op’.

De hand en wijsvinger, zoals de getekende afbeelding, staat in het klein op de voorzijde van het trouwboekje van m’n opa en oma. Er zit wel een stukje mouw van een kledingstuk aan, dat het beeld vriendelijker maakt. Hij van 1885 en zij van 1886 gaven elkaar het jawoord op 7 mei 1912. Op de omslag van het boekje staat bij het handje met wijsvinger de tekst: ‘Men wordt verzocht dit boekje zorgvuldig te bewaren en bij aangifte van Geboorte of Overlijden mede te brengen’.

De afbeelding doet me ook denken aan de voetbalwedstrijd Duitsland-Portugal in Rotterdam, een jaar of twintig terug in het kader van het Europees kampioenschap. Mijn vriend uit de vroegere DDR was er speciaal voor naar de Maasstad gereisd. We besloten om heel vroeg naar De Kuip te gaan, om de drukte voor te zijn en een bekende uit Duitsland te ontmoeten. Pakweg drie uur (!) voor de wedstrijd troffen we elkaar binnen de hekken van het stadion.

De ontmoeting werd verstoord door een ordebewaker, die ons wees op een bordje met de wijsvinger. ‘Dat betekent doorlopen’, zei hij kortaf. In een straal van tweehonderd meter om ons heen was niemand te zien, drie uur voor de wedstrijd. We sputterden tegen. En tóch moesten we doorlopen. Stond waarschijnlijk in het veiligheidsplan. Hoe dwingend kan een simpel bordje met een wijsvinger zijn, nog los van de verklede bewaker. Voor mensen in uniform bij een stadion, museum, festival, of waar dan ook, heb ik weinig waardering. Ze ontlenen aan die vreemde uniformen onterecht een soort machtspositie, die ze meer dan eens ook nog eens misbruiken. Ze willen dan laten zien dat ze de baas zijn. En dat begint vaak met een wijsvingertje.

Het is waar, met de wijsvinger kun je letterlijk alle kanten op, 360 graden in de rondte. De ‘dwingende mens’ gebruikt hem echter vooral om anderen te laten doen wat hij/zij wil. De afgebeelde hand laat zelfs helemaal geen ruimte voor discussie. Er is maar één weg, die kant op. Hier past slechts één ding: zwijgen.

---------
Het plaatje dat de aanzet vormde tot dit stuk is van Freek de Vries Lentsch


© 2019 Jack Luiten meer Jack Luiten - meer "Ergernissen" -
Bezigheden > Ergernissen
De dominante medemens * Jack Luiten
1703BZ VingerAan mensen met een dominante persoonlijkheid heb ik een hekel. Het ergert me dat ze vrijwel altijd de baas willen spelen en het hoogste woord hebben. Daar komt nog een akelig karaktertrekje bij: ze luisteren gráág naar zichzelf en weinig naar anderen.

Het zal niemand verbazen dat dit slag medemens zich vaak bedient van gebarentaal. De vinger naast de duim is de belangrijkste van onze hand, zeker voor dit soort overheersende types. Als ze een opdracht hebben, of een vraag stellen, waar ze maar één (door hen gewenst) antwoord op willen, dan ondersteunen ze het einde van hun betoog of verzoek met een dwingend wijsvingertje in jouw richting. Wat hij of zij zegt is wáár. Geen tegenspraak maar gewoon dóen.

Voor fijnzinniger en wat minder overheersende types doet de wijsvinger, of het nu in een debat is of voor een schoolklas, bijna hetzelfde. Door de hand op en neer te bewegen en de duim te drukken op de ingeknepen wijsvinger, willen ze doorgaans hun betoog kracht bijzetten of accenten leggen. Soms slaan ze ermee op tafel. Meestal is de toon wel een slagje vriendelijker.

De uitgestoken arm en hand, maar dan met twee gestrekte vingers (de wijs- en de iets langere middelvinger), kwam ik vorig jaar tegen op een foto in mijn regionale krant. Daarin kwam een crimineel en moordenaar aan het woord met naam en toenaam. Hij werd als ‘getuige-deskundige’ opgevoerd in een publiek debat over kroongetuigen en over hoe mensen in de onderwereld zo zwaar onder druk worden gezet dat ze moordopdrachten niet kúnnen weigeren.

Om een voormalig crimineel in de krant in woord en beeld te laten ‘schitteren’, dat vond en vind ik nog steeds huiveringwekkend. Met zijn gebaar, de uitgestrekte arm en hand naar voren gericht, wilde hij maar één ding laten zien: hoe mensen worden omgelegd. Stuitend dat deze man, meervoudig moordenaar in een dagblad een podium wordt geboden.  

Het liefst zie ik de priemende wijsvinger klein afgebeeld als richtingaanwijzer, bedoeld om een voorgenomen verandering van koers aan te geven. Zoals de uitklapbare richtingwijzer op antieke auto’s. De wijsvinger heet niet toevallig zo, je komt ‘het wijzende handje’ ook wel tegen in grote gebouwen, zoals ziekenhuizen, bibliotheken en musea. Dan is de wijzende vinger meestal bedoeld als signaal bij het zoeken in een doolhof. Of als aanwijzing om iets op het spoor te komen. Zoiets als: ‘klopt ... die kant op’.

De hand en wijsvinger, zoals de getekende afbeelding, staat in het klein op de voorzijde van het trouwboekje van m’n opa en oma. Er zit wel een stukje mouw van een kledingstuk aan, dat het beeld vriendelijker maakt. Hij van 1885 en zij van 1886 gaven elkaar het jawoord op 7 mei 1912. Op de omslag van het boekje staat bij het handje met wijsvinger de tekst: ‘Men wordt verzocht dit boekje zorgvuldig te bewaren en bij aangifte van Geboorte of Overlijden mede te brengen’.

De afbeelding doet me ook denken aan de voetbalwedstrijd Duitsland-Portugal in Rotterdam, een jaar of twintig terug in het kader van het Europees kampioenschap. Mijn vriend uit de vroegere DDR was er speciaal voor naar de Maasstad gereisd. We besloten om heel vroeg naar De Kuip te gaan, om de drukte voor te zijn en een bekende uit Duitsland te ontmoeten. Pakweg drie uur (!) voor de wedstrijd troffen we elkaar binnen de hekken van het stadion.

De ontmoeting werd verstoord door een ordebewaker, die ons wees op een bordje met de wijsvinger. ‘Dat betekent doorlopen’, zei hij kortaf. In een straal van tweehonderd meter om ons heen was niemand te zien, drie uur voor de wedstrijd. We sputterden tegen. En tóch moesten we doorlopen. Stond waarschijnlijk in het veiligheidsplan. Hoe dwingend kan een simpel bordje met een wijsvinger zijn, nog los van de verklede bewaker. Voor mensen in uniform bij een stadion, museum, festival, of waar dan ook, heb ik weinig waardering. Ze ontlenen aan die vreemde uniformen onterecht een soort machtspositie, die ze meer dan eens ook nog eens misbruiken. Ze willen dan laten zien dat ze de baas zijn. En dat begint vaak met een wijsvingertje.

Het is waar, met de wijsvinger kun je letterlijk alle kanten op, 360 graden in de rondte. De ‘dwingende mens’ gebruikt hem echter vooral om anderen te laten doen wat hij/zij wil. De afgebeelde hand laat zelfs helemaal geen ruimte voor discussie. Er is maar één weg, die kant op. Hier past slechts één ding: zwijgen.

---------
Het plaatje dat de aanzet vormde tot dit stuk is van Freek de Vries Lentsch
© 2019 Jack Luiten
powered by CJ2