archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 5
Jaargang 17
12 december 2019
Nummer 6 verschijnt op
16 januari 2020
Bezigheden > Ergernissen delen printen terug
Slaaf van de smartphone * Arie de Jong

1703BZ SmartphoneEen kwart eeuw geleden, in 1994, kwam de eerste smartphone op de markt. Het was een telefoon met een kleine computer, waarmee je kon faxen en e-mailen, maar ook spelletjes kon doen. Twee jaar later kwam een model op de markt waarmee je internet-toegang had. Weer een jaar later kwam het eerste model dat ‘smart phone’ heette, maar de doorbraak liet nog wel een jaar of tien op zich wachten, want toen was er de Blackberry. Iedereen die wilde meetellen, moest er een hebben. Op kosten van de baas, dat spreekt. Maar het bleef nog een zakcomputer met knopjesbediening.

De definitieve doorbraak kwam van Apple, die in 2007, nog maar 12 jaar terug, een iPhone introduceerde, waarbij je handelingen kon verrichten door het scherm aan te raken. Je kon er muziek opzetten (eerst liep je rond met een apart apparaat, denk aan de ‘walkman’ en later de iPad), internetten, telefoneren en nog veel meer.
Bijna iedereen wilde er wel eentje hebben. Jaar in jaar uit kwamen er mogelijkheden bij op nieuwe modellen (voor de producenten: verdienmodellen). Hoe heeft de massale introductie van de smartphone het leven niet veranderd! Omdat ik zelf tot op de dag van vandaag geen smartphone heb, kan ik naar andere mensen kijken die ze wel hebben. Graag wil ik delen wat ik allemaal zie.

In het verkeer zie ik schermverslaving en reken erop dat het gevaarlijk is! De domme fietsers die hun ogen op het scherm hebben gericht en zich geen snars aantrekken van het verbod om als fietser smartphones te gebruiken. De idiote automobilisten die zelfs als ze 100 rijden op de snelweg meer kijken op het scherm (dat vaak op de passagiersstoel ligt) dan op de weg en blijkbaar niet merken dat ze slingeren. De ergsten zijn de bestuurders van de vele bestelwagens en vrachtauto’s. En niemand grijpt in, terwijl het aantal (dodelijke) ongelukken is toegenomen.

In de trein is er de verademing dat het zelfs in een volle coupé stil kan zijn! Enkele jaren geleden nog had je mensen die voortdurend zaten te telefoneren, sommigen spraken extra hard, alsof ze over grote afstand de man of vrouw aan de andere kant van de lijn wilden toeroepen. Je maakt het nog wel mee, maar bijna iedereen loert nu op zijn of haar scherm! Wat ze allemaal zitten te doen, het is me een raadsel. Muziek luisteren (gelet op de oordopjes), filmpjes kijken, spelletjes doen, berichtjes lezen en versturen, misschien zelfs wat werk.

Al enkele jaren geleden bleken (uitgebluste?) stellen bij de maaltijd naar het eigen scherm te turen. Niet meer praten met je partner, of hooguit af en toe iets zeggen over wat je op het scherm hebt gezien. In restaurants, grand cafés, overal zie je de zwijgende stellen (ook wel op een bankje in het park). Je zou ze willen toeschreeuwen: praat met elkaar, zet dat kreng uit!
Heel erg vind ik al die figuren die me hun smartphone onder de neus duwen en dan iets willen laten zien. Een foto van een pas geboren kleinkind, een dom filmpje van een kat of hond, foto’s die ze hebben gemaakt bij een uitje, of allerlei andere onzin. Wat zo gek is: het helpt niet om te zeggen dat je geen belangstelling hebt. Ze gaan gewoon door!

Ook heel erg: dat hordes overal foto’s en filmpjes willen maken. Ik bezocht het Rijksmuseum (mooie tentoonstelling hoor, van Rembrandt en Velázquez) en ik werd er gek van al die mensen die schilderijen fotograferen, voor je neus gaan staan om dat te doen. Ze kijken niet eens behoorlijk naar het schilderij! Of dat mensen naar een optocht staan te kijken (3 oktober in Leiden), of iets anders van belang: dan gaan al die smartphones de lucht in om het vast te leggen.
En nu ik toch bezig ben: wat heb ik een ongelooflijke hekel aan selfies. Al die domoren die zichzelf op een foto willen zetten, en al die foto’s zijn onnoemelijk slecht, met een vertekend hoofd (of een paar hoofden), maar altijd die glimlach. Wat heb ik een zin om die smartphones uit hun handen te slaan!

En er wordt steeds meer bedacht dat je ermee kunt doen en de meute gaat er van uit dat je dat dan ook wil. De ING-bank (daar heb ik een rekening bij) ging recent het online bankieren koppelen aan het gebruik van een smartphone. Bij Gods gratie bedachten ze nog een raar apparaatje voor mensen die geen smartphone hebben. Maar ze laten je wel merken dat je achterlijk bent. Bij Dirk van de Broek kun je boodschappen doen, terwijl je zelf de kassabon produceert. Door de producten in je kar af te lezen (dat heet ‘scannen’ tegenwoordig) met je smartphone. Bij de PvdA heb je er eentje nodig om bij een congres mee te kunnen doen. Ik ga maar niet meer naar zulke congressen. Bij de Nederlandse Spoorwegen is het ook de norm geworden, zo word je toegesproken op het perron met ‘download de app’, in zorgvuldig Nederlands. Het is om gek van te worden. En mij valt het extra op: want ik heb geen smartphone.

En wat gaat de toekomst brengen? Er moeten nieuwe foefjes worden bedacht om de verkoop van nieuwe modellen te stimuleren. En je kunt al zo veel met een smartphone. Wat je nog niet kunt is ruiken en proeven. Dus wie weet gaat de smartphone daar ons bij helpen. Dat je in een restaurant zit en jouw smartphone vertelt, na die boven een gerecht te hebben gehouden, wat er op je bord ligt. Gebakken aardappelen met sperziebonen en een vispannetje met zalm en kabeljauw. Dat je dat zelf niet meer hoeft te ontdekken.

---------
Het plaatje, waardoor de schrijver zich liet inspireren, is van Han Busstra


© 2019 Arie de Jong meer Arie de Jong - meer "Ergernissen" -
Bezigheden > Ergernissen
Slaaf van de smartphone * Arie de Jong
1703BZ SmartphoneEen kwart eeuw geleden, in 1994, kwam de eerste smartphone op de markt. Het was een telefoon met een kleine computer, waarmee je kon faxen en e-mailen, maar ook spelletjes kon doen. Twee jaar later kwam een model op de markt waarmee je internet-toegang had. Weer een jaar later kwam het eerste model dat ‘smart phone’ heette, maar de doorbraak liet nog wel een jaar of tien op zich wachten, want toen was er de Blackberry. Iedereen die wilde meetellen, moest er een hebben. Op kosten van de baas, dat spreekt. Maar het bleef nog een zakcomputer met knopjesbediening.

De definitieve doorbraak kwam van Apple, die in 2007, nog maar 12 jaar terug, een iPhone introduceerde, waarbij je handelingen kon verrichten door het scherm aan te raken. Je kon er muziek opzetten (eerst liep je rond met een apart apparaat, denk aan de ‘walkman’ en later de iPad), internetten, telefoneren en nog veel meer.
Bijna iedereen wilde er wel eentje hebben. Jaar in jaar uit kwamen er mogelijkheden bij op nieuwe modellen (voor de producenten: verdienmodellen). Hoe heeft de massale introductie van de smartphone het leven niet veranderd! Omdat ik zelf tot op de dag van vandaag geen smartphone heb, kan ik naar andere mensen kijken die ze wel hebben. Graag wil ik delen wat ik allemaal zie.

In het verkeer zie ik schermverslaving en reken erop dat het gevaarlijk is! De domme fietsers die hun ogen op het scherm hebben gericht en zich geen snars aantrekken van het verbod om als fietser smartphones te gebruiken. De idiote automobilisten die zelfs als ze 100 rijden op de snelweg meer kijken op het scherm (dat vaak op de passagiersstoel ligt) dan op de weg en blijkbaar niet merken dat ze slingeren. De ergsten zijn de bestuurders van de vele bestelwagens en vrachtauto’s. En niemand grijpt in, terwijl het aantal (dodelijke) ongelukken is toegenomen.

In de trein is er de verademing dat het zelfs in een volle coupé stil kan zijn! Enkele jaren geleden nog had je mensen die voortdurend zaten te telefoneren, sommigen spraken extra hard, alsof ze over grote afstand de man of vrouw aan de andere kant van de lijn wilden toeroepen. Je maakt het nog wel mee, maar bijna iedereen loert nu op zijn of haar scherm! Wat ze allemaal zitten te doen, het is me een raadsel. Muziek luisteren (gelet op de oordopjes), filmpjes kijken, spelletjes doen, berichtjes lezen en versturen, misschien zelfs wat werk.

Al enkele jaren geleden bleken (uitgebluste?) stellen bij de maaltijd naar het eigen scherm te turen. Niet meer praten met je partner, of hooguit af en toe iets zeggen over wat je op het scherm hebt gezien. In restaurants, grand cafés, overal zie je de zwijgende stellen (ook wel op een bankje in het park). Je zou ze willen toeschreeuwen: praat met elkaar, zet dat kreng uit!
Heel erg vind ik al die figuren die me hun smartphone onder de neus duwen en dan iets willen laten zien. Een foto van een pas geboren kleinkind, een dom filmpje van een kat of hond, foto’s die ze hebben gemaakt bij een uitje, of allerlei andere onzin. Wat zo gek is: het helpt niet om te zeggen dat je geen belangstelling hebt. Ze gaan gewoon door!

Ook heel erg: dat hordes overal foto’s en filmpjes willen maken. Ik bezocht het Rijksmuseum (mooie tentoonstelling hoor, van Rembrandt en Velázquez) en ik werd er gek van al die mensen die schilderijen fotograferen, voor je neus gaan staan om dat te doen. Ze kijken niet eens behoorlijk naar het schilderij! Of dat mensen naar een optocht staan te kijken (3 oktober in Leiden), of iets anders van belang: dan gaan al die smartphones de lucht in om het vast te leggen.
En nu ik toch bezig ben: wat heb ik een ongelooflijke hekel aan selfies. Al die domoren die zichzelf op een foto willen zetten, en al die foto’s zijn onnoemelijk slecht, met een vertekend hoofd (of een paar hoofden), maar altijd die glimlach. Wat heb ik een zin om die smartphones uit hun handen te slaan!

En er wordt steeds meer bedacht dat je ermee kunt doen en de meute gaat er van uit dat je dat dan ook wil. De ING-bank (daar heb ik een rekening bij) ging recent het online bankieren koppelen aan het gebruik van een smartphone. Bij Gods gratie bedachten ze nog een raar apparaatje voor mensen die geen smartphone hebben. Maar ze laten je wel merken dat je achterlijk bent. Bij Dirk van de Broek kun je boodschappen doen, terwijl je zelf de kassabon produceert. Door de producten in je kar af te lezen (dat heet ‘scannen’ tegenwoordig) met je smartphone. Bij de PvdA heb je er eentje nodig om bij een congres mee te kunnen doen. Ik ga maar niet meer naar zulke congressen. Bij de Nederlandse Spoorwegen is het ook de norm geworden, zo word je toegesproken op het perron met ‘download de app’, in zorgvuldig Nederlands. Het is om gek van te worden. En mij valt het extra op: want ik heb geen smartphone.

En wat gaat de toekomst brengen? Er moeten nieuwe foefjes worden bedacht om de verkoop van nieuwe modellen te stimuleren. En je kunt al zo veel met een smartphone. Wat je nog niet kunt is ruiken en proeven. Dus wie weet gaat de smartphone daar ons bij helpen. Dat je in een restaurant zit en jouw smartphone vertelt, na die boven een gerecht te hebben gehouden, wat er op je bord ligt. Gebakken aardappelen met sperziebonen en een vispannetje met zalm en kabeljauw. Dat je dat zelf niet meer hoeft te ontdekken.

---------
Het plaatje, waardoor de schrijver zich liet inspireren, is van Han Busstra
© 2019 Arie de Jong
powered by CJ2