archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 5
Jaargang 17
12 december 2019
Nummer 6 verschijnt op
16 januari 2020
Beschouwingen > Het zijn maar woorden delen printen terug
Inclusief * Wilko Voordouw

1703BS InclusiefAl jaren lees ik over inclusiviteit, het is een modewoord geworden. Maar veel meer dan 'een samenleving waarin iedereen erbij hoort, ertoe doet' heb ik niet gelezen als sluitende definitie van het begrip. Op de een of andere manier vind ik het een mooi woord. Het suggereert geborgenheid, vertrouwdheid, vertrouwen, huiselijkheid, knusheid, of zelfs, zo u wilt, gezelligheid. Een warm haardvuur dat zorgt voor een behaaglijke temperatuur. Binnen is het gezellig. Daarbuiten stormt het, raast de kille wind, rukt de storm aan alles wat uitsteekt, en al wat niet goed vastgesjord zit, wordt te pletter geslagen. Het is een containerbegrip, in de meest letterlijke zin: een metalen doos waarin onzichtbaar, naamloos 'iets' in is opgeborgen.

Het bolletje is inclusief. De ogen houden de buitenwereld in de gaten. De beschermende armen symboliseren voor mij de inclusiviteit. Toverwoord. Een ronde container. Iedereen die op welke manier dan ook van de norm afwijkt, niet mee kan in de tredmolen waarin we als ijverige hamsters onze dagelijkse kilowattjes productiviteit leveren: we slaan beschermend onze armen om haar/hem/het/whatever heen en zorgen voor een atmosfeer die maakt dat iedereen zich thuis kan voelen, zich kan uiten zonder angst voor een vernietigende reactie. Wat we zeggen is: niemand hoeft bang te zijn om platgewalst te worden in de ratrace van alledag.

Maar er steekt iets uit dat bolletje. Een soort van Mount Everest in de vorm van een pinokkioneus. Dat zegt: leugen. Er is sprake van schijngeborgenheid. Inclusief, allemaal samen, allemaal lief, allemaal knus bij elkaar? Niet dus. Je zal maar hopen op een plekje op de sociale werkplaats. Die knusse route is door Rutte 2 afgesloten. Met dank aan de sociaaldemocratische minister (nu zelfbenoemd oppositieleider) en staatssecretaris (nu weggepromoveerd naar Drenthe).

Ooit had ik een hoofdredacteur. Die verkocht zijn inclusiviteit als volgt: bij de aankondiging van weer een reorganisatie begon hij altijd met de volgende zin: 'Buiten is het windkracht 10. Het is alle hens aan dek.' Om vervolgens een complete deel van de redactie de wacht aan te zeggen. Of ons fijne redactiekantoor in de binnenstad te verruilen voor een kil pand op een industrieterrein. Want daar waren synergievoordelen te halen. Een gigantische trompe-l'oeil.

We hadden ook wat mensen in dienst die toen nog niet omschreven werden als 'personen met een achterstand tot de arbeidsmarkt'. Ze waren gewoon iets langzamer van begrip, werkten iets trager, waren wat minder bedreven in het multitasken dan de rest. Ze werden binnengehaald met subsidie, en konden daarna (toen de windkracht buiten volgens de bovenbaas toenam) ook weer snel worden afgedankt.

Synergie. Op de korte termijn was daar inderdaad de winst. Maar dan bleek vervolgens dat de inkoop van de vervangende freelancedienst, waarvoor je de vaste versie bij het grofvuil had gezet, stukken duurder uitviel vanwege 'extra onvoorziene kosten'. Die hoofdredacteur schopte het later tot directeur. En niet bij het minste of geringste bedrijf in medialand. Vast vanwege zijn grote zakelijke inzicht ...

De bovenbaas-man staat model voor iets, waar ik pas veel later achter kwam. Hij belichaamde onze moderne samenleving. Je past je aan zonder je écht aan te passen. Je improviseert, je navigeert in dichte mist op het beetje zicht wat je hebt. Navigeren in dichte mist heet in de moderne neoliberale maatschappij visie. Dat er enkele honderden meters verderop een ijsberg op je ligt te wachten... dat mot dan maar. En, dat hoort bij dit soort visionairs: wie zegt niet dat we er netjes omheen varen? Dikke middelvinger voor die ijsberg.

Helaas krijgen we elke dag nieuwe voorbeelden van dit soort van beleid, waarbij inclusiviteit helaas niets anders is dan exclusiviteit. Neem het klimaat. De Raad van State neemt een dapper besluit en zegt dat de manier waarop wij in Nederland omgaan met de stikstofwaarden niet kan. Dikke streep door allerlei plannen. Regering zit met de handen in het haar. Als dan ook nog eens er iets gebeurt met gifstoffen in bouwgrond, dan heb je drie keer binnen een maand een Malieveld vol. Jammer voor het vederlichte Cirque du Soleil (dat had niet gevraagd om zware tractoren en bouwmaterieel, noch om de verhitte koppen van de actievoerders). Maar wie met heftig materieel naar Den Haag kan komen (of in die stad een vuurstapel aanricht waarmee je duizend Jeanne d'Arcs had kunnen verbranden), speelt nou eenmaal meer klaar dan wanneer je ontevreden onderwijzer of verpleegkundige bent. Een brancard of een krijtbord maakt nu eenmaal minder indruk dan een Deutz of een graafmachine.

'We laten het land niet op slot zetten', klinkt het daarop heldhaftig. Prima. Dat wil uiteraard ook niemand. Als daarop de mogelijke oplossing wordt verzonnen dat de maximumsnelheid terug moet naar 100 kilometer overal om de bouw wat meer 'stikstofruimte' te geven (het idee alleen al), dan klinkt er ineens verzet uit heel andere hoek. Automobilisten laten al snel via twitter en andere kanalen weten dat de 130 nooit mag worden opgegeven. Het is immers een verworvenheid ... . Hoezo inclusief, met z'n allen nadenken over onze gezamenlijke toekomst?

De situatie in het huidige Nederland doet mij denken aan de crisis van de Gele Hesjes in Frankrijk. Want naast een verhoging van de brandstofprijzen die werd opgelegd door de regering Macron was er een ander ding dat de lont in het kruitvat deed steken: de verlaging van de maximumsnelheid op secundaire wegen van 90 naar 80 kilometer. Dat werd daar gezien als een inperking van de persoonlijke vrijheid: het exclusieve recht om te mogen jakkeren over pakweg de twintig kilometer tussen Petaochock-les-Bains en Truckbidul-la-Fôret. En hoe Emmanuel Macron daarna ook probeerde om de geest in de fles terug te krijgen door te zeggen dat die 10 procent besparing op CO2 een goede zaak was, het werkte niet. En de 'hervorming' (nou, nou, een groot woord voor een kleine verandering in plankgasgedrag) ging na lang verzet overboord. Dat wil zeggen: Macron wierp zijn besluit over de heg bij de regio's, die vervolgens mochten besluiten of ze de snelheid wel of niet bij het oude lieten. (Over leiderschap gesproken ...). Resultaat is nu dat je in het ene departement 90 mag rijden over provinciale wegen, waar het andere departement vasthoudt aan de verlaging tot 80.

Iets dergelijks gebeurt nu ook in Nederland. Een jaar geleden zei ik nog dat een gelehesjescrisis in Nederland ondenkbaar was. Want in de polder overleggen we, zoeken we naar oplossingen, vergaderen we desnoods door tot iedereen over de streep is getrokken. Ik ben bang dat ik te optimistisch was. Wat we zien gebeuren in de huidige milieucrisis is zeer vergelijkbaar met de Franse crisis. Stikstofnormen? In sommige provincies is het landelijke stikstofbesluit teruggedraaid. Aan de vervuildegrondnorm voor de bouw wordt ook al gemorreld. Automobilisten dreigen zich te transformeren tot Gele Hesjes omdat ze niet van hun verworvenheid af willen. Daartoe aangemoedigd door clubs als Bovag, RAI en (op een laffe manier) door de ANWB. Die spreekt zich namelijk niet uit. Terwijl het misschien wel heel erg inclusief zou zijn, om als automobilisten te zeggen: voor de bouw, voor al die starters op de woningmarkt, voor de boeren, doen we een stapje terug. Maar nee. Die 130 was ooit beloofd, en dus weigeren we afstand te doen van de 'verworvenheid'.

Toen ik dit stukje moest inleveren (ouderwets, maar hoe mooi: bij het ter perse gaan van deze editie…) was nog niet bekend welke wegen precies te maken krijgen met een snelheidsverlaging. Het RIVM, zo verfoeid door de boeren omdat het met onjuiste cijfers zou werken, berekende afgelopen week dat niet op alle snelwegen de maximumsnelheid verlaagd hoeft te worden om de bouw weer wat ruimte te geven. Een deel van het stille protest van Bovag, RAI en ANWB heeft dus al succes gehad. Want wat zou er in hemelsnaam mis zijn met een algemene maximalesnelheidsverlaging? Opvallend evenwel: niemand heeft zich in de media vriendelijk uitgelaten over die vijf weken terug nog zo door de boeren verfoeide RIVM-directeur Hans Brug.

Uiteindelijk gaat die uitgestoken neus over de mensen, die zich helemaal niks aantrekken van iets als gezamenlijk belang. Mensen die niet na willen denken over de langere termijn, maar die alleen maar kijken naar de vraag ´zit er iets in voor mij´. De lange neus staat ook voor politici die denken aan de korte termijn, de volgende verkiezingen. Maar ik heb een idee … Waarom trekken we geen lange neus naar het heersende cynisme … Dat zou volgens mij een fijne stap voorwaarts zijn naar echte inclusiviteit.

--------
Het plaatje, de aanzet voor deze ontboezeming, is van Freek de Vries Lentsch


© 2019 Wilko Voordouw meer Wilko Voordouw - meer "Het zijn maar woorden" -
Beschouwingen > Het zijn maar woorden
Inclusief * Wilko Voordouw
1703BS InclusiefAl jaren lees ik over inclusiviteit, het is een modewoord geworden. Maar veel meer dan 'een samenleving waarin iedereen erbij hoort, ertoe doet' heb ik niet gelezen als sluitende definitie van het begrip. Op de een of andere manier vind ik het een mooi woord. Het suggereert geborgenheid, vertrouwdheid, vertrouwen, huiselijkheid, knusheid, of zelfs, zo u wilt, gezelligheid. Een warm haardvuur dat zorgt voor een behaaglijke temperatuur. Binnen is het gezellig. Daarbuiten stormt het, raast de kille wind, rukt de storm aan alles wat uitsteekt, en al wat niet goed vastgesjord zit, wordt te pletter geslagen. Het is een containerbegrip, in de meest letterlijke zin: een metalen doos waarin onzichtbaar, naamloos 'iets' in is opgeborgen.

Het bolletje is inclusief. De ogen houden de buitenwereld in de gaten. De beschermende armen symboliseren voor mij de inclusiviteit. Toverwoord. Een ronde container. Iedereen die op welke manier dan ook van de norm afwijkt, niet mee kan in de tredmolen waarin we als ijverige hamsters onze dagelijkse kilowattjes productiviteit leveren: we slaan beschermend onze armen om haar/hem/het/whatever heen en zorgen voor een atmosfeer die maakt dat iedereen zich thuis kan voelen, zich kan uiten zonder angst voor een vernietigende reactie. Wat we zeggen is: niemand hoeft bang te zijn om platgewalst te worden in de ratrace van alledag.

Maar er steekt iets uit dat bolletje. Een soort van Mount Everest in de vorm van een pinokkioneus. Dat zegt: leugen. Er is sprake van schijngeborgenheid. Inclusief, allemaal samen, allemaal lief, allemaal knus bij elkaar? Niet dus. Je zal maar hopen op een plekje op de sociale werkplaats. Die knusse route is door Rutte 2 afgesloten. Met dank aan de sociaaldemocratische minister (nu zelfbenoemd oppositieleider) en staatssecretaris (nu weggepromoveerd naar Drenthe).

Ooit had ik een hoofdredacteur. Die verkocht zijn inclusiviteit als volgt: bij de aankondiging van weer een reorganisatie begon hij altijd met de volgende zin: 'Buiten is het windkracht 10. Het is alle hens aan dek.' Om vervolgens een complete deel van de redactie de wacht aan te zeggen. Of ons fijne redactiekantoor in de binnenstad te verruilen voor een kil pand op een industrieterrein. Want daar waren synergievoordelen te halen. Een gigantische trompe-l'oeil.

We hadden ook wat mensen in dienst die toen nog niet omschreven werden als 'personen met een achterstand tot de arbeidsmarkt'. Ze waren gewoon iets langzamer van begrip, werkten iets trager, waren wat minder bedreven in het multitasken dan de rest. Ze werden binnengehaald met subsidie, en konden daarna (toen de windkracht buiten volgens de bovenbaas toenam) ook weer snel worden afgedankt.

Synergie. Op de korte termijn was daar inderdaad de winst. Maar dan bleek vervolgens dat de inkoop van de vervangende freelancedienst, waarvoor je de vaste versie bij het grofvuil had gezet, stukken duurder uitviel vanwege 'extra onvoorziene kosten'. Die hoofdredacteur schopte het later tot directeur. En niet bij het minste of geringste bedrijf in medialand. Vast vanwege zijn grote zakelijke inzicht ...

De bovenbaas-man staat model voor iets, waar ik pas veel later achter kwam. Hij belichaamde onze moderne samenleving. Je past je aan zonder je écht aan te passen. Je improviseert, je navigeert in dichte mist op het beetje zicht wat je hebt. Navigeren in dichte mist heet in de moderne neoliberale maatschappij visie. Dat er enkele honderden meters verderop een ijsberg op je ligt te wachten... dat mot dan maar. En, dat hoort bij dit soort visionairs: wie zegt niet dat we er netjes omheen varen? Dikke middelvinger voor die ijsberg.

Helaas krijgen we elke dag nieuwe voorbeelden van dit soort van beleid, waarbij inclusiviteit helaas niets anders is dan exclusiviteit. Neem het klimaat. De Raad van State neemt een dapper besluit en zegt dat de manier waarop wij in Nederland omgaan met de stikstofwaarden niet kan. Dikke streep door allerlei plannen. Regering zit met de handen in het haar. Als dan ook nog eens er iets gebeurt met gifstoffen in bouwgrond, dan heb je drie keer binnen een maand een Malieveld vol. Jammer voor het vederlichte Cirque du Soleil (dat had niet gevraagd om zware tractoren en bouwmaterieel, noch om de verhitte koppen van de actievoerders). Maar wie met heftig materieel naar Den Haag kan komen (of in die stad een vuurstapel aanricht waarmee je duizend Jeanne d'Arcs had kunnen verbranden), speelt nou eenmaal meer klaar dan wanneer je ontevreden onderwijzer of verpleegkundige bent. Een brancard of een krijtbord maakt nu eenmaal minder indruk dan een Deutz of een graafmachine.

'We laten het land niet op slot zetten', klinkt het daarop heldhaftig. Prima. Dat wil uiteraard ook niemand. Als daarop de mogelijke oplossing wordt verzonnen dat de maximumsnelheid terug moet naar 100 kilometer overal om de bouw wat meer 'stikstofruimte' te geven (het idee alleen al), dan klinkt er ineens verzet uit heel andere hoek. Automobilisten laten al snel via twitter en andere kanalen weten dat de 130 nooit mag worden opgegeven. Het is immers een verworvenheid ... . Hoezo inclusief, met z'n allen nadenken over onze gezamenlijke toekomst?

De situatie in het huidige Nederland doet mij denken aan de crisis van de Gele Hesjes in Frankrijk. Want naast een verhoging van de brandstofprijzen die werd opgelegd door de regering Macron was er een ander ding dat de lont in het kruitvat deed steken: de verlaging van de maximumsnelheid op secundaire wegen van 90 naar 80 kilometer. Dat werd daar gezien als een inperking van de persoonlijke vrijheid: het exclusieve recht om te mogen jakkeren over pakweg de twintig kilometer tussen Petaochock-les-Bains en Truckbidul-la-Fôret. En hoe Emmanuel Macron daarna ook probeerde om de geest in de fles terug te krijgen door te zeggen dat die 10 procent besparing op CO2 een goede zaak was, het werkte niet. En de 'hervorming' (nou, nou, een groot woord voor een kleine verandering in plankgasgedrag) ging na lang verzet overboord. Dat wil zeggen: Macron wierp zijn besluit over de heg bij de regio's, die vervolgens mochten besluiten of ze de snelheid wel of niet bij het oude lieten. (Over leiderschap gesproken ...). Resultaat is nu dat je in het ene departement 90 mag rijden over provinciale wegen, waar het andere departement vasthoudt aan de verlaging tot 80.

Iets dergelijks gebeurt nu ook in Nederland. Een jaar geleden zei ik nog dat een gelehesjescrisis in Nederland ondenkbaar was. Want in de polder overleggen we, zoeken we naar oplossingen, vergaderen we desnoods door tot iedereen over de streep is getrokken. Ik ben bang dat ik te optimistisch was. Wat we zien gebeuren in de huidige milieucrisis is zeer vergelijkbaar met de Franse crisis. Stikstofnormen? In sommige provincies is het landelijke stikstofbesluit teruggedraaid. Aan de vervuildegrondnorm voor de bouw wordt ook al gemorreld. Automobilisten dreigen zich te transformeren tot Gele Hesjes omdat ze niet van hun verworvenheid af willen. Daartoe aangemoedigd door clubs als Bovag, RAI en (op een laffe manier) door de ANWB. Die spreekt zich namelijk niet uit. Terwijl het misschien wel heel erg inclusief zou zijn, om als automobilisten te zeggen: voor de bouw, voor al die starters op de woningmarkt, voor de boeren, doen we een stapje terug. Maar nee. Die 130 was ooit beloofd, en dus weigeren we afstand te doen van de 'verworvenheid'.

Toen ik dit stukje moest inleveren (ouderwets, maar hoe mooi: bij het ter perse gaan van deze editie…) was nog niet bekend welke wegen precies te maken krijgen met een snelheidsverlaging. Het RIVM, zo verfoeid door de boeren omdat het met onjuiste cijfers zou werken, berekende afgelopen week dat niet op alle snelwegen de maximumsnelheid verlaagd hoeft te worden om de bouw weer wat ruimte te geven. Een deel van het stille protest van Bovag, RAI en ANWB heeft dus al succes gehad. Want wat zou er in hemelsnaam mis zijn met een algemene maximalesnelheidsverlaging? Opvallend evenwel: niemand heeft zich in de media vriendelijk uitgelaten over die vijf weken terug nog zo door de boeren verfoeide RIVM-directeur Hans Brug.

Uiteindelijk gaat die uitgestoken neus over de mensen, die zich helemaal niks aantrekken van iets als gezamenlijk belang. Mensen die niet na willen denken over de langere termijn, maar die alleen maar kijken naar de vraag ´zit er iets in voor mij´. De lange neus staat ook voor politici die denken aan de korte termijn, de volgende verkiezingen. Maar ik heb een idee … Waarom trekken we geen lange neus naar het heersende cynisme … Dat zou volgens mij een fijne stap voorwaarts zijn naar echte inclusiviteit.

--------
Het plaatje, de aanzet voor deze ontboezeming, is van Freek de Vries Lentsch
© 2019 Wilko Voordouw
powered by CJ2