archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 20
Jaargang 16
26 september 2019
Nummer 2 verschijnt op
24 oktober 2019
Vermaak en Genot > Doe toch een spelletje mee delen printen terug
Luftmensch Wim Westerveld

1620VG Luftmensch
Ik had tot voor kort nog nooit van dat mensensoort gehoord, maar toen ik erover nadacht en ik dat prachtige woord op me liet inwerken, leek het wel alsof opmerkelijk veel mensen, die ik ken of gekend heb, op dat predicaat aanspraak kunnen maken. De schoonheid van dat Jiddische woord trof me later nog meer, toen ik de aangrijpende biografie over graaf Waldstein las. Een Oostenrijkse graaf in de negentiende eeuw, die zo'n beetje in zijn eentje ten strijde wilde trekken tegen Napoleon en zichzelf daardoor ruïneerde. En juist toen de redding nabij was en zijn oudste broer stierf, waarmee hij de erfgenaam zou worden van het gigantische familiekapitaal, overleed hij. Hij leek me de Luftmensch pur sang.

Ik schreef hierover en werd vrijwel onmiddellijk gekapitteld door een Joodse vriendin. Ze vond dat ik een romantische invulling had gegeven aan het begrip ‘Luftmensch’. Ik had volgens haar de ´Luftmensch´ ten onrechte geïdealiseerd. Zeker, vanuit haar perspectief zal ze gelijk hebben. Luftmenschen zijn, om een ander prachtig Jiddisch woord te gebruiken, in maatschappelijk opzicht ´schlemielen´, want meestal arm en met weinig aanzien. Het zijn onpraktische, maar wel nadenkende personen, echter zonder doel of inkomen. Niet bepaald een pejoratief in haar kijk op het leven.

Mij lijkt echter (ik geef onmiddellijk toe dat ik meer geleid wordt door mijn fantasie dan door doorwrochte historische kennis) dat Luftmenschen met hun verbeeldingskracht en moedige strevingen kans op het eeuwige leven maken en daarom allesbehalve schlemielen zijn. Zo ook deze graaf die direct al het genie van de jonge Beethoven zag, zijn eerste mecenas werd, en hem 'de geest van Mozart toewenste en de handen van Haydn.' Toen Waldstein helemaal aan de grond zat, droeg Beethoven zijn, naar mijn mening mooiste pianosonate, de Waldstein sonate, aan hem op. En zo kreeg Waldstein het eeuwige en uiterst eerzame leven.

Hans Ree schreef enige tijd geleden in het schaakmagazine New in Chess ook over Luftmenschen. Niet alle schakers zijn dat volgens hem, maar het zijn er wel veel meer dan je aantreft onder de mensen die je in het dagelijkse leven tegenkomt. Henny Maliangkay was een onvervalste Luftmensch, ook in de strenge definitie van het begrip. Onuitwisbare roem verwierf hij met zijn simultaanoverwinning op Kasparov. Zijn broer Ruud Maliangkay was eigenlijk ook een Luftmensch. Alles zette hij opzij om zijn droom waar te maken: wereldkampioen correspondentieschaak worden. Om uiteindelijk na jaren hard werken in het zicht van de haven te stranden 1).

Hans Ree noemde Manuel Bosboom de archetypische Luftmensch, een´eenvoudige´ internationaal meester voor wie geldt dat een dag zonder schaken niet geleefd is, en die ooit Kasparov op indrukwekkende manier versloeg en zo voor altijd herinnerd zal worden. Recent stond Bosboom op de drempel van een onverwacht, nieuw en groot succes. Een dikke vijftiger inmiddels, maar Luftmenschen laten zich niet zomaar kisten en met nog één ronde te gaan in het open kampioenschap van Nederland stond hij een half punt voor op een schare jonge veelbelovende talenten. En toen deed hij iets dat in de buurt kwam van de kijk van mijn Joodse vriendin op de ‘Luftmensch’. In de laatste ronde bood hij zijn jonge tegenstander snel remise aan in de hoop dat hij niet meer ingehaald zou worden. Dat gebeurde echter wel en daardoor werd hij op weerstandspunten tweede. Toch de schlemiel, omdat zijn gebruikelijke durf hem in de steek had gelaten.

Luftmenschen moeten we koesteren, omdat ze ons, risicomijders van huis uit, laten zien dat je alleen iets kunt bereiken als je bereid bent om te falen. Jan Hein Donner trof dat, met al het aplomb dat hem eigen was, niet eens zo slecht: ‘De ware sukkels zijn zij die nooit boven hun macht gegrepen hebben’.

Het derde en laatste deel van de Waldstein sonate is van een uitzonderlijke schoonheid. In de uitvoering van Daniël Barenboim heb ik het gevoel dat de kracht en de kwetsbaarheid van de Luftmensch het beste tot zijn recht komt 2).



----
Het plaatje is van Linda Hulshof
Meer informatie op: www.lindahulshof.nl


© 2019 Wim Westerveld meer Wim Westerveld - meer "Doe toch een spelletje mee" -
Vermaak en Genot > Doe toch een spelletje mee
Luftmensch Wim Westerveld
1620VG Luftmensch
Ik had tot voor kort nog nooit van dat mensensoort gehoord, maar toen ik erover nadacht en ik dat prachtige woord op me liet inwerken, leek het wel alsof opmerkelijk veel mensen, die ik ken of gekend heb, op dat predicaat aanspraak kunnen maken. De schoonheid van dat Jiddische woord trof me later nog meer, toen ik de aangrijpende biografie over graaf Waldstein las. Een Oostenrijkse graaf in de negentiende eeuw, die zo'n beetje in zijn eentje ten strijde wilde trekken tegen Napoleon en zichzelf daardoor ruïneerde. En juist toen de redding nabij was en zijn oudste broer stierf, waarmee hij de erfgenaam zou worden van het gigantische familiekapitaal, overleed hij. Hij leek me de Luftmensch pur sang.

Ik schreef hierover en werd vrijwel onmiddellijk gekapitteld door een Joodse vriendin. Ze vond dat ik een romantische invulling had gegeven aan het begrip ‘Luftmensch’. Ik had volgens haar de ´Luftmensch´ ten onrechte geïdealiseerd. Zeker, vanuit haar perspectief zal ze gelijk hebben. Luftmenschen zijn, om een ander prachtig Jiddisch woord te gebruiken, in maatschappelijk opzicht ´schlemielen´, want meestal arm en met weinig aanzien. Het zijn onpraktische, maar wel nadenkende personen, echter zonder doel of inkomen. Niet bepaald een pejoratief in haar kijk op het leven.

Mij lijkt echter (ik geef onmiddellijk toe dat ik meer geleid wordt door mijn fantasie dan door doorwrochte historische kennis) dat Luftmenschen met hun verbeeldingskracht en moedige strevingen kans op het eeuwige leven maken en daarom allesbehalve schlemielen zijn. Zo ook deze graaf die direct al het genie van de jonge Beethoven zag, zijn eerste mecenas werd, en hem 'de geest van Mozart toewenste en de handen van Haydn.' Toen Waldstein helemaal aan de grond zat, droeg Beethoven zijn, naar mijn mening mooiste pianosonate, de Waldstein sonate, aan hem op. En zo kreeg Waldstein het eeuwige en uiterst eerzame leven.

Hans Ree schreef enige tijd geleden in het schaakmagazine New in Chess ook over Luftmenschen. Niet alle schakers zijn dat volgens hem, maar het zijn er wel veel meer dan je aantreft onder de mensen die je in het dagelijkse leven tegenkomt. Henny Maliangkay was een onvervalste Luftmensch, ook in de strenge definitie van het begrip. Onuitwisbare roem verwierf hij met zijn simultaanoverwinning op Kasparov. Zijn broer Ruud Maliangkay was eigenlijk ook een Luftmensch. Alles zette hij opzij om zijn droom waar te maken: wereldkampioen correspondentieschaak worden. Om uiteindelijk na jaren hard werken in het zicht van de haven te stranden 1).

Hans Ree noemde Manuel Bosboom de archetypische Luftmensch, een´eenvoudige´ internationaal meester voor wie geldt dat een dag zonder schaken niet geleefd is, en die ooit Kasparov op indrukwekkende manier versloeg en zo voor altijd herinnerd zal worden. Recent stond Bosboom op de drempel van een onverwacht, nieuw en groot succes. Een dikke vijftiger inmiddels, maar Luftmenschen laten zich niet zomaar kisten en met nog één ronde te gaan in het open kampioenschap van Nederland stond hij een half punt voor op een schare jonge veelbelovende talenten. En toen deed hij iets dat in de buurt kwam van de kijk van mijn Joodse vriendin op de ‘Luftmensch’. In de laatste ronde bood hij zijn jonge tegenstander snel remise aan in de hoop dat hij niet meer ingehaald zou worden. Dat gebeurde echter wel en daardoor werd hij op weerstandspunten tweede. Toch de schlemiel, omdat zijn gebruikelijke durf hem in de steek had gelaten.

Luftmenschen moeten we koesteren, omdat ze ons, risicomijders van huis uit, laten zien dat je alleen iets kunt bereiken als je bereid bent om te falen. Jan Hein Donner trof dat, met al het aplomb dat hem eigen was, niet eens zo slecht: ‘De ware sukkels zijn zij die nooit boven hun macht gegrepen hebben’.

Het derde en laatste deel van de Waldstein sonate is van een uitzonderlijke schoonheid. In de uitvoering van Daniël Barenboim heb ik het gevoel dat de kracht en de kwetsbaarheid van de Luftmensch het beste tot zijn recht komt 2).



----
Het plaatje is van Linda Hulshof
Meer informatie op: www.lindahulshof.nl
© 2019 Wim Westerveld
powered by CJ2