archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 20
Jaargang 16
26 september 2019
Nummer 2 verschijnt op
24 oktober 2019
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Het spook is terug Henk Klaren

1620BS VhvIn de jaren tachtig van de vorige eeuw bouwden we honderdduizend woningen per jaar. Of meer. En als dreigde dat dat niet zou lukken, bestond het gevaar dat een kabinet zou vallen. Woningnood heette volksvijand nummer één. Er bestond een uitgebreid en gevarieerd pakket stimulerend beleid variërend van subsidies op bouwgrond, infrastructuur, woningbouw en –verbetering, stadsvernieuwing en toeslagen op inkomens (dat heette toen nog huursubsidie). Enorm uitgebreid en, welbeschouwd, ongelooflijk duur. Volksvijand nummer één tenslotte. Dat alles moest natuurlijk wel succes hebben, te weten (onder meer) minimaal honderdduizend nieuwbouwwoningen per jaar.

En dus was er bijvoorbeeld voor de woningsubsidies een heel verdeelsysteem, dat er voor moest zorgen dat de subsidies neersloegen op de plaatsen waar de meeste woningbehoefte bestond én waar voldoende planaanbod was. En vervolgens werd de voortgang van de woningbouw (en woningverbetering) op de voet gevolgd. Iedere maand werd gerapporteerd en werden op grond van de cijfers aanbevelingen gedaan. De Voortgangsnota heette dat document en het werd standaard besproken in de staf met de bewindspersoon. In de eerste helft van de jaren tachtig was ik hoofd van de afdeling Planning en Programmering (P&P) van het DG van de Volkshuisvesting. Die afdeling zorgde voor het verdeelsysteem en de Voortgangsnota. Al die tijd haalden we de 100.000 woningen.

In latere jaren nam de aandacht voor het beleidsterrein af. De woningnood werd minder schrijnend en was volgens sommigen zelfs verdwenen. Het hele subsidiegebouw werd wel erg duur gevonden en dat was het ook. Andere prioriteiten drongen zich op. Gedachten over de rol van de overheid in de loop der dingen verschoven. Ik mopperde er wel eens over en voorspelde – onder meer in mijn toespraak bij mijn afscheid van VROM – dat de prioriteit terug zou keren.

En nu is het spook terug. Ik zal niet zeggen dat we weer over volksvijand nummer één moeten spreken. Maar de volkshuisvesting (mag dat wóórd terug?) staat nu toch wel weer héél hoog op de lijstjes. Ex aequo met het klimaat, de zorg, onderwijs en nog zowat. En er wordt weer geld in gestopt. Als iets meer dan gemiddeld geïnteresseerde krantenlezer heb ik de indruk dat het gaat om een beetje ad-hoc bedachte geldsmijterij. Een tijdelijke impuls. Niet dat  het  eerder globaal beschreven pakket van vroeger ooit als samenhangend geheel is ontworpen. Welnee, zoiets groeit. Maar het was wel een hele poos structureel. Het werkte een tijd lang goed. Tot  het naar gezond oordeel hier en daar een beetje uit de hand liep. Maar die vinger aan de pols, de aandacht voor uitvoering van toen, die zie ik nu niet. De herprioritering van de Volkshuisvesting mag ook wel eens gaan blijken bij de volgende kabinetsformatie. Het beleidsterrein is nu  ‘ondergeschoven’ bij Binnenlandse Zaken. Vóór 1980 was dat ook zo. Het verdient onversneden aandacht in een eigen ministerie, mét Ruimtelijk Ordening  (nu ook ergens weggestopt, alsof in een druk land de ruimte niet geordend moet worden; zie de stikstofproblematiek). Milieu mag er ook bij. En 100.000 woningen hoeft helemaal niet, 70.000 is genoeg zeggen ze.  

Krijgen we misschien weer een maandelijkse Voortgangsnota. Dat leverde vroeger – opa vertelt … – leuke verhalen op. Ergens in die tijd ‘liep’ de premiekoop-A niet. Na behandeling in de Volkshuisvestingsstaf mompelde de verantwoordelijke staatssecretaris iets van. ‘Ik ga wel een avondje bij de Minister van Financiën langs met een goede fles whisky, daar houdt hij wel van’. In mijn herinnering hoorden we de volgende dag dat er 5000 gulden bovenop de eerstejaarspremie voor premiekoop-A woningen kwam. Misschien romantiseer ik dat nu, maar die 5000 gulden kwám er. Het aantal vergunningsaanvragen, gunningen en subsidieaanvragen en –verstrekkingen ging gelijk door het dak. We hebben uitgerekend dat in extreme gevallen voor sommige kopers de woonlasten in het eerste jaar negatief moeten zijn geweest.  Het verhaal ging dan ook dat er in straten met premiekoop-A woningen veel dure nieuw auto’s voor de deur stonden.

Mooi was die tijd.

-------
Het plaatje is van Petra Busstra
Meer informatie op: www.petrabusstra.com


© 2019 Henk Klaren meer Henk Klaren - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
Het spook is terug Henk Klaren
1620BS VhvIn de jaren tachtig van de vorige eeuw bouwden we honderdduizend woningen per jaar. Of meer. En als dreigde dat dat niet zou lukken, bestond het gevaar dat een kabinet zou vallen. Woningnood heette volksvijand nummer één. Er bestond een uitgebreid en gevarieerd pakket stimulerend beleid variërend van subsidies op bouwgrond, infrastructuur, woningbouw en –verbetering, stadsvernieuwing en toeslagen op inkomens (dat heette toen nog huursubsidie). Enorm uitgebreid en, welbeschouwd, ongelooflijk duur. Volksvijand nummer één tenslotte. Dat alles moest natuurlijk wel succes hebben, te weten (onder meer) minimaal honderdduizend nieuwbouwwoningen per jaar.

En dus was er bijvoorbeeld voor de woningsubsidies een heel verdeelsysteem, dat er voor moest zorgen dat de subsidies neersloegen op de plaatsen waar de meeste woningbehoefte bestond én waar voldoende planaanbod was. En vervolgens werd de voortgang van de woningbouw (en woningverbetering) op de voet gevolgd. Iedere maand werd gerapporteerd en werden op grond van de cijfers aanbevelingen gedaan. De Voortgangsnota heette dat document en het werd standaard besproken in de staf met de bewindspersoon. In de eerste helft van de jaren tachtig was ik hoofd van de afdeling Planning en Programmering (P&P) van het DG van de Volkshuisvesting. Die afdeling zorgde voor het verdeelsysteem en de Voortgangsnota. Al die tijd haalden we de 100.000 woningen.

In latere jaren nam de aandacht voor het beleidsterrein af. De woningnood werd minder schrijnend en was volgens sommigen zelfs verdwenen. Het hele subsidiegebouw werd wel erg duur gevonden en dat was het ook. Andere prioriteiten drongen zich op. Gedachten over de rol van de overheid in de loop der dingen verschoven. Ik mopperde er wel eens over en voorspelde – onder meer in mijn toespraak bij mijn afscheid van VROM – dat de prioriteit terug zou keren.

En nu is het spook terug. Ik zal niet zeggen dat we weer over volksvijand nummer één moeten spreken. Maar de volkshuisvesting (mag dat wóórd terug?) staat nu toch wel weer héél hoog op de lijstjes. Ex aequo met het klimaat, de zorg, onderwijs en nog zowat. En er wordt weer geld in gestopt. Als iets meer dan gemiddeld geïnteresseerde krantenlezer heb ik de indruk dat het gaat om een beetje ad-hoc bedachte geldsmijterij. Een tijdelijke impuls. Niet dat  het  eerder globaal beschreven pakket van vroeger ooit als samenhangend geheel is ontworpen. Welnee, zoiets groeit. Maar het was wel een hele poos structureel. Het werkte een tijd lang goed. Tot  het naar gezond oordeel hier en daar een beetje uit de hand liep. Maar die vinger aan de pols, de aandacht voor uitvoering van toen, die zie ik nu niet. De herprioritering van de Volkshuisvesting mag ook wel eens gaan blijken bij de volgende kabinetsformatie. Het beleidsterrein is nu  ‘ondergeschoven’ bij Binnenlandse Zaken. Vóór 1980 was dat ook zo. Het verdient onversneden aandacht in een eigen ministerie, mét Ruimtelijk Ordening  (nu ook ergens weggestopt, alsof in een druk land de ruimte niet geordend moet worden; zie de stikstofproblematiek). Milieu mag er ook bij. En 100.000 woningen hoeft helemaal niet, 70.000 is genoeg zeggen ze.  

Krijgen we misschien weer een maandelijkse Voortgangsnota. Dat leverde vroeger – opa vertelt … – leuke verhalen op. Ergens in die tijd ‘liep’ de premiekoop-A niet. Na behandeling in de Volkshuisvestingsstaf mompelde de verantwoordelijke staatssecretaris iets van. ‘Ik ga wel een avondje bij de Minister van Financiën langs met een goede fles whisky, daar houdt hij wel van’. In mijn herinnering hoorden we de volgende dag dat er 5000 gulden bovenop de eerstejaarspremie voor premiekoop-A woningen kwam. Misschien romantiseer ik dat nu, maar die 5000 gulden kwám er. Het aantal vergunningsaanvragen, gunningen en subsidieaanvragen en –verstrekkingen ging gelijk door het dak. We hebben uitgerekend dat in extreme gevallen voor sommige kopers de woonlasten in het eerste jaar negatief moeten zijn geweest.  Het verhaal ging dan ook dat er in straten met premiekoop-A woningen veel dure nieuw auto’s voor de deur stonden.

Mooi was die tijd.

-------
Het plaatje is van Petra Busstra
Meer informatie op: www.petrabusstra.com
© 2019 Henk Klaren
powered by CJ2