archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 20
Jaargang 16
26 september 2019
Nummer 2 verschijnt op
24 oktober 2019
Beschouwingen > Het leven zelf delen printen terug
Appingedam valt reuze mee Frits Hoorweg

1620BS AppingedamOuder worden leidt nogal eens tot de behoefte te verhuizen naar een uithoek van het land. Terug naar de geboortegrond, of een omgeving die daar nog een beetje op lijkt. Het kan makkelijk: de huizen zijn er spotgoedkoop. Als je in de Randstad een mooie prijs hebt kunnen maken voor je oude woning dan lijkt het nog meer op vooruitgang!

Vandaar dat we een weekend in Noord-Groningen waren. Een daar al weer enige tijd gevestigde vriendin vierde haar 75e verjaardag. Vrijdagmiddag arriveerden we bij ons hotel in Roodeschool, aten er met een stel vrienden (die daar om dezelfde reden waren) en trokken ons plan voor de volgende dag. Niet dat daar heel veel over te delibereren viel: we reden naar Rottum (er is ook een dorp met die naam!) waar het feestje was, via Uithuizen en keken daar ook nog even rond op de markt. Op de terugweg maakten we een wat grotere rondrit, waarbij we onder andere Baflo aandeden. Eigenlijk alleen vanwege de herinneringen die ik heb aan een schaker met de bijnaam: ‘De muur van Baflo’ (drie keer raden wat zijn specialiteit was). Om die bijnaam op waarde te schatten moet je ‘m eigenlijk een paar keer hardop uitspreken.

Zondag zouden we de terugreis aanvaarden, maar ja het was nog vroeg. Voorzichtig opperde ik de mogelijkheid een bezoekje aan Appingedam te brengen en zowaar kreeg dat een positief onthaal. In die plaats ben ik, een kleine 50 jaar geleden, in vijf en een halve week, samen met 20 of 30 anderen, opgeleid tot officier bij de landmacht. Het waren allemaal net afgestudeerde mensen die een specialistische functie gingen vervullen, in een laboratorium bij voorbeeld, of op het ministerie. Militaire vaardigheden hadden we niet of nauwelijks nodig, maar we moesten er toch aan hebben ‘geroken’, vond men. Bovendien konden we dan mooi tegen van alles worden ingeënt. God, wat ben ik daar vaak geprikt.

Behalve een veldoefening van een paar dagen en nachten in het Drentse land speelde alles zich af op de Willem Lodewijk van Nassaukazerne. Ik geloof niet dat ik toen ooit in het stadje zelf geweest ben. In mijn herinnering was Appingedam niet meer dan een stationnetje, waar je op zondagavond in het donker arriveerde (het was midwinter) en vrijdagmiddag weer vertrok. Verder zie ik een paar haveloze barakken uit mijn geheugen opdoemen. Nooit heb ik toen de tijd gehad en/of het idee gekregen om Appingedam zelf eens te gaan verkennen. Die reis erheen herinner ik me nog wel heel goed. Waren vrouw en kind net weer aan je gewend op zondagmiddag, kon je weer gaan inpakken. In Groningen kwam de genadeslag na het overstappen op dat vreselijke, zuchtende treintje dat daar nog reed.

Nou ja, na zes keer was het weer over, zou je kunnen zeggen. Maar toch heb ik mijn afkeer van die reis lang met me meegedragen, zoals mag blijken uit de volgende anekdote. Jaren later kwam ik in een overvolle trein naar Utrecht, aan het eind van de vrijdagmiddag, een collega tegen waarvan ik meende te weten dat hij vlakbij het ministerie woonde. ‘Waarom, zit jij op een moment als dit in deze overvolle trein?’, vroeg ik hem nogal nadrukkelijk. Hij verstijfde, keek onzeker om zich heen en had blijkbaar enige schroom om een antwoord te geven. Ik schatte de situatie nog steeds niet goed in en vroeg: ’ … een geheime missie?’

Toen besloot hij open kaart te spelen en zei: ‘Ja, je moet weten: ik ben weg bij m’n vrouw … en ben nu onderweg naar m’n vriendin’. ‘Oh’ zei ik beduusd ‘en die woont in … ?’ ‘In Appingedam’, was toen zijn vervolg. Ik deed een wanhopige, en niet al te succesvolle, poging om een zenuwachtige lach te onderdrukken en prevelde iets als: ‘Oh, maar dat ken ik’. Gelukkig naderde de trein mijn bestemming en kon ik mij uit de voeten maken, om me buiten zijn bereik over te geven aan hysterisch gesnuif. Later heb ik ‘m nog eens geprobeerd uit te leggen waar mijn reactie vandaan kwam, maar hij leek daar niet meer voor open te staan.

Nou, Appingedam bleek een heel aardig stadje. We hadden de mazzel dat het ‘open monumentendag’ was. Het charmante lokale museum was daarom geopend en we werden verwelkomd door een paar aardige dames. Na dat bezoek hebben we nog wat rondgelopen en ook de beroemde hangende keukens *) bewonderd. Die kazerne is verdwenen, er staat daar nu een flat.

*) Zie voor een lofzang op Appingedam: http://www.deleunstoel.nl/zoeken.php?artikel_id=5096

-------
Het plaatje is van Han Busstra


© 2019 Frits Hoorweg meer Frits Hoorweg - meer "Het leven zelf" -
Beschouwingen > Het leven zelf
Appingedam valt reuze mee Frits Hoorweg
1620BS AppingedamOuder worden leidt nogal eens tot de behoefte te verhuizen naar een uithoek van het land. Terug naar de geboortegrond, of een omgeving die daar nog een beetje op lijkt. Het kan makkelijk: de huizen zijn er spotgoedkoop. Als je in de Randstad een mooie prijs hebt kunnen maken voor je oude woning dan lijkt het nog meer op vooruitgang!

Vandaar dat we een weekend in Noord-Groningen waren. Een daar al weer enige tijd gevestigde vriendin vierde haar 75e verjaardag. Vrijdagmiddag arriveerden we bij ons hotel in Roodeschool, aten er met een stel vrienden (die daar om dezelfde reden waren) en trokken ons plan voor de volgende dag. Niet dat daar heel veel over te delibereren viel: we reden naar Rottum (er is ook een dorp met die naam!) waar het feestje was, via Uithuizen en keken daar ook nog even rond op de markt. Op de terugweg maakten we een wat grotere rondrit, waarbij we onder andere Baflo aandeden. Eigenlijk alleen vanwege de herinneringen die ik heb aan een schaker met de bijnaam: ‘De muur van Baflo’ (drie keer raden wat zijn specialiteit was). Om die bijnaam op waarde te schatten moet je ‘m eigenlijk een paar keer hardop uitspreken.

Zondag zouden we de terugreis aanvaarden, maar ja het was nog vroeg. Voorzichtig opperde ik de mogelijkheid een bezoekje aan Appingedam te brengen en zowaar kreeg dat een positief onthaal. In die plaats ben ik, een kleine 50 jaar geleden, in vijf en een halve week, samen met 20 of 30 anderen, opgeleid tot officier bij de landmacht. Het waren allemaal net afgestudeerde mensen die een specialistische functie gingen vervullen, in een laboratorium bij voorbeeld, of op het ministerie. Militaire vaardigheden hadden we niet of nauwelijks nodig, maar we moesten er toch aan hebben ‘geroken’, vond men. Bovendien konden we dan mooi tegen van alles worden ingeënt. God, wat ben ik daar vaak geprikt.

Behalve een veldoefening van een paar dagen en nachten in het Drentse land speelde alles zich af op de Willem Lodewijk van Nassaukazerne. Ik geloof niet dat ik toen ooit in het stadje zelf geweest ben. In mijn herinnering was Appingedam niet meer dan een stationnetje, waar je op zondagavond in het donker arriveerde (het was midwinter) en vrijdagmiddag weer vertrok. Verder zie ik een paar haveloze barakken uit mijn geheugen opdoemen. Nooit heb ik toen de tijd gehad en/of het idee gekregen om Appingedam zelf eens te gaan verkennen. Die reis erheen herinner ik me nog wel heel goed. Waren vrouw en kind net weer aan je gewend op zondagmiddag, kon je weer gaan inpakken. In Groningen kwam de genadeslag na het overstappen op dat vreselijke, zuchtende treintje dat daar nog reed.

Nou ja, na zes keer was het weer over, zou je kunnen zeggen. Maar toch heb ik mijn afkeer van die reis lang met me meegedragen, zoals mag blijken uit de volgende anekdote. Jaren later kwam ik in een overvolle trein naar Utrecht, aan het eind van de vrijdagmiddag, een collega tegen waarvan ik meende te weten dat hij vlakbij het ministerie woonde. ‘Waarom, zit jij op een moment als dit in deze overvolle trein?’, vroeg ik hem nogal nadrukkelijk. Hij verstijfde, keek onzeker om zich heen en had blijkbaar enige schroom om een antwoord te geven. Ik schatte de situatie nog steeds niet goed in en vroeg: ’ … een geheime missie?’

Toen besloot hij open kaart te spelen en zei: ‘Ja, je moet weten: ik ben weg bij m’n vrouw … en ben nu onderweg naar m’n vriendin’. ‘Oh’ zei ik beduusd ‘en die woont in … ?’ ‘In Appingedam’, was toen zijn vervolg. Ik deed een wanhopige, en niet al te succesvolle, poging om een zenuwachtige lach te onderdrukken en prevelde iets als: ‘Oh, maar dat ken ik’. Gelukkig naderde de trein mijn bestemming en kon ik mij uit de voeten maken, om me buiten zijn bereik over te geven aan hysterisch gesnuif. Later heb ik ‘m nog eens geprobeerd uit te leggen waar mijn reactie vandaan kwam, maar hij leek daar niet meer voor open te staan.

Nou, Appingedam bleek een heel aardig stadje. We hadden de mazzel dat het ‘open monumentendag’ was. Het charmante lokale museum was daarom geopend en we werden verwelkomd door een paar aardige dames. Na dat bezoek hebben we nog wat rondgelopen en ook de beroemde hangende keukens *) bewonderd. Die kazerne is verdwenen, er staat daar nu een flat.

*) Zie voor een lofzang op Appingedam: http://www.deleunstoel.nl/zoeken.php?artikel_id=5096

-------
Het plaatje is van Han Busstra
© 2019 Frits Hoorweg
powered by CJ2