archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 18
Jaargang 16
29 augustus 2019
Nummer 20 verschijnt op
26 september 2019
Beschouwingen > Brief uit ... delen printen terug
Het Reddingmuseum in Den Helder Dik Kruithof

1618BS DHelder1We brachten een vriendin naar de boot naar Texel, omdat haar dochter daar is gaan wonen. Van tevoren had ik gezien dat in Den Helder een Reddingmuseum is, dat leek mij wel leuk en we reden er op weg naar de boot ook vlak langs. De ingang was wat moeilijk te vinden; er staat met grote letters Reddingmuseum bij een deur, maar als je daar bent blijkt het de nooduitgang te zijn. Dus liepen we langs een kade om het gebouw heen en wat zie ik daar in het water liggen? De Insulinde! Niet zomaar een reddingsboot, maar één die herinneringen bij mij opriep: die ken ik van vroeger, maar waar zag ik hem dan?

Bij de kassa kreeg ik daar direct een uitgebreid antwoord op: hij lag ooit in Oostmahorn. Een plaatsje dat nu bijna niet meer bestaat, het heeft nog maar 80 inwoners. Maar tot de Lauwerszee vijftig jaar geleden werd afgesloten was het een zeehaven waarvandaan de boot naar Schiermonnikoog vertrok en waar de reddingboot gestationeerd was. En het lag niet zo ver van de boerderij van mijn pake, waar ik vroeger al mijn vakanties doorbracht. En dan gingen we wel eens uit rijden.

De Insulinde was de reddingboot van Oostmahorn en wat voor boot! Het was de eerste reddingboot die op eigen kracht weer overeind kwam als hij omgeslagen was: zelfrichtend werd dat genoemd. Na het rampjaar 1921, waarin elf Nederlandse redders omkwamen en drie boten verloren gingen, schreef Mees Toxopeus, bemanningslid van de reddingboot uit Oostmahorn, een brief  aan de secretaris van de Noord- en Zuid-Hollandse Reddingmaatschappij. Daarin legde hij uit hoe een reddingboot gebouwd zou kunnen worden die zichzelf weer op kon richten. Het idee werd onderzocht en overgenomen, in 1927 was de boot klaar. Gebouwd met giften uit Nederlands-Indië en daarom Insulinde genoemd. Mees Toxopeus werd de eerste schipper en bleef dat tot 1950,1618BS DHelder2 toen hij werd opgevolgd door zijn achttien jaar jongere broer Klaas.

Mees Toxopeus bracht in de oorlog voedsel over het IJsselmeer naar Amsterdam en nam op de terugweg ondervoede kinderen mee. De Insulinde is 339 keer uitgevaren op een noodmelding en heeft in totaal 332 keer mensen uit gevaar gered. Hij werd in 1965 uit de vaart genomen en eigendom van het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. In 2005 werd hij overgedragen aan het Reddingmuseum. Daar is hij tot 2010 gerestaureerd met behulp van 6500 manuren van vrijwilligers. De Insulinde is nu een varend monument.

Het Dorus Rijkers Reddingmuseum is zeer de moeite waard. Het geeft een uitgebreid overzicht van alles wat te maken heeft met scheepvaart langs de kust, wat er mis kon gaan en wat er dan gedaan moest worden. Er staan voorbeelden en modellen van reddingboten uit alle tijden, er is een mooie tentoonstelling over vuurtorens uit heel Europa en er is een indrukwekkende eregalerij van de grote namen van het Nederlandse Reddingwezen, waarvan Dorus Rijkers de grootste is. Het museum is dan ook naar hem genoemd. Hij was de schipper op de reddingboot van het Helderse station Nieuwendiep, redde 487 schipbreukelingen en kreeg internationale bekendheid en waardering door zijn redding van de bemanningsleden van de Duitse bark Renown, die hem een gouden medaille van de Duitse Keizer opleverde.

De Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij, zoals de stichting nu heet, heeft in Nederland 45 reddingsstations langs de Noordzeekust en de IJsselmeerkust. De meest voorkomende hulpacties zijn consulten door de Radio Medische Dienst en gestrande pleziervaartuigen. Het echte reddingswerk bij storm komt veel minder vaak voor, maar er zijn nog altijd 78 reddingboten, van groot naar klein.

--------
De plaatjes zijn van de schrijver


© 2019 Dik Kruithof meer Dik Kruithof - meer "Brief uit ..." -
Beschouwingen > Brief uit ...
Het Reddingmuseum in Den Helder Dik Kruithof
1618BS DHelder1We brachten een vriendin naar de boot naar Texel, omdat haar dochter daar is gaan wonen. Van tevoren had ik gezien dat in Den Helder een Reddingmuseum is, dat leek mij wel leuk en we reden er op weg naar de boot ook vlak langs. De ingang was wat moeilijk te vinden; er staat met grote letters Reddingmuseum bij een deur, maar als je daar bent blijkt het de nooduitgang te zijn. Dus liepen we langs een kade om het gebouw heen en wat zie ik daar in het water liggen? De Insulinde! Niet zomaar een reddingsboot, maar één die herinneringen bij mij opriep: die ken ik van vroeger, maar waar zag ik hem dan?

Bij de kassa kreeg ik daar direct een uitgebreid antwoord op: hij lag ooit in Oostmahorn. Een plaatsje dat nu bijna niet meer bestaat, het heeft nog maar 80 inwoners. Maar tot de Lauwerszee vijftig jaar geleden werd afgesloten was het een zeehaven waarvandaan de boot naar Schiermonnikoog vertrok en waar de reddingboot gestationeerd was. En het lag niet zo ver van de boerderij van mijn pake, waar ik vroeger al mijn vakanties doorbracht. En dan gingen we wel eens uit rijden.

De Insulinde was de reddingboot van Oostmahorn en wat voor boot! Het was de eerste reddingboot die op eigen kracht weer overeind kwam als hij omgeslagen was: zelfrichtend werd dat genoemd. Na het rampjaar 1921, waarin elf Nederlandse redders omkwamen en drie boten verloren gingen, schreef Mees Toxopeus, bemanningslid van de reddingboot uit Oostmahorn, een brief  aan de secretaris van de Noord- en Zuid-Hollandse Reddingmaatschappij. Daarin legde hij uit hoe een reddingboot gebouwd zou kunnen worden die zichzelf weer op kon richten. Het idee werd onderzocht en overgenomen, in 1927 was de boot klaar. Gebouwd met giften uit Nederlands-Indië en daarom Insulinde genoemd. Mees Toxopeus werd de eerste schipper en bleef dat tot 1950,1618BS DHelder2 toen hij werd opgevolgd door zijn achttien jaar jongere broer Klaas.

Mees Toxopeus bracht in de oorlog voedsel over het IJsselmeer naar Amsterdam en nam op de terugweg ondervoede kinderen mee. De Insulinde is 339 keer uitgevaren op een noodmelding en heeft in totaal 332 keer mensen uit gevaar gered. Hij werd in 1965 uit de vaart genomen en eigendom van het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. In 2005 werd hij overgedragen aan het Reddingmuseum. Daar is hij tot 2010 gerestaureerd met behulp van 6500 manuren van vrijwilligers. De Insulinde is nu een varend monument.

Het Dorus Rijkers Reddingmuseum is zeer de moeite waard. Het geeft een uitgebreid overzicht van alles wat te maken heeft met scheepvaart langs de kust, wat er mis kon gaan en wat er dan gedaan moest worden. Er staan voorbeelden en modellen van reddingboten uit alle tijden, er is een mooie tentoonstelling over vuurtorens uit heel Europa en er is een indrukwekkende eregalerij van de grote namen van het Nederlandse Reddingwezen, waarvan Dorus Rijkers de grootste is. Het museum is dan ook naar hem genoemd. Hij was de schipper op de reddingboot van het Helderse station Nieuwendiep, redde 487 schipbreukelingen en kreeg internationale bekendheid en waardering door zijn redding van de bemanningsleden van de Duitse bark Renown, die hem een gouden medaille van de Duitse Keizer opleverde.

De Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij, zoals de stichting nu heet, heeft in Nederland 45 reddingsstations langs de Noordzeekust en de IJsselmeerkust. De meest voorkomende hulpacties zijn consulten door de Radio Medische Dienst en gestrande pleziervaartuigen. Het echte reddingswerk bij storm komt veel minder vaak voor, maar er zijn nog altijd 78 reddingboten, van groot naar klein.

--------
De plaatjes zijn van de schrijver
© 2019 Dik Kruithof
powered by CJ2