archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 19
Jaargang 16
12 september 2019
Nummer 20 verschijnt op
26 september 2019
Bezigheden > Op de fiets delen printen terug
Mar del Plata (7, slot) Bram Schilperoord

1616BZ Plata7Zes dagen later waren we zonder verdere problemen in de stad Santiago de Compostella. Eind van de ontberingen, einde van de rit: mission completed. Eerst gingen we maar eens op zoek naar een wasserette. Op advies van 5 of 6 voorbijgangers werden we door de hele binnenstad en een groot deel van de buitenwijken gestuurd, om uiteindelijk na drie uur sjouwen met de vuile was een waswinkel te ontdekken in onze eigen straat, naar schatting honderd meter verwijderd van ons hotel. Onze vreugde was van korte duur, zoals dat heet. Op de (dichte) deur lazen we de mededeling dat de zaak geopend was van 9 tot 13:15 uur. Tien voor half twee was het, vijf minuten te laat. Uien waren we, volgens Jacques. Daar kon ik het mee eens zijn. Het regende stevig en volgens de weersvooruitzichten zou dat de eerste twee weken niet veranderen

De stad maakte daardoor een mistroostige indruk, maar ook als het zonnig weer was geweest zou ik niet onder de indruk zijn geweest van het stedelijk schoon. Maar toegegeven, de in barok uitgevoerde kathedraal (catedral) mocht er zijn. Imposant, groot, schitterend gedecoreerd en voorzien van alle parafernalia die bij een kathedraal van deze statuur horen. Een enorm orgel, afbeeldingen van alle heiligen en een stuk of tien biechthokjes, waarvan druk gebruik werd gemaakt. Maar het meest in het oog springend was het wierookvat, dat middels het touw-en-blok verhuissysteem hoog in de nok van het gebouw hing en dat als het tijd was heen en weer geslingerd zou worden om de wierook te verspreiden door het kerkgebouw.

Waarvoor, waarom maar vooral wánneer was de kwestie. Want toen wij ons omstreeks half twaalf 's morgens vervoegden in het reeds stampvolle gebouw waren de bedoelingen en het tijdstip van de plechtigheden nog in nevelen gehuld. Van tijd tot tijd werd er een gebed voorgelezen en nagedreund door de kerkgangers die afwisselend mochten zitten en moesten gaan staan, waarna ook het orgel een deuntje weggaf. Nadat een tiental in witte gewaden gehulde kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders het podium hadden bestegen om aldaar hun rituelen uit te voeren en het er naar uitzag dat dit nog uren kon duren, verlieten Jacques en ik de kerk. In een koffiebar waar Jacques zich herinnerde hier twee jaar eerder te zijn geweest, maakten we de balans op. Was het de moeite waard geweest? We dachten van wel. Al was het maar om te testen of je het aankon: 1300 kilometer fietsen in bergachtig terrein. Bird (Jaap) hadden we op een aantal plaatsen herdacht middels herinneringen die bij Jacques boven kwamen drijven. Maar wat verder geestelijke bespiegelingen betreft, respectievelijk eventuele boetedoening, aflaat etc. waren we beiden tamelijk ambivalent.

We hadden ons aangemeld in het officina do perigrino, een gebouwtje naast de kerk. Daar moesten we aansluiten in een lange rij die eindigde in een kantoor met zes loketten, waarachter employés zaten die je al dan niet waardig keurden om het diploma in ontvangst te nemen. Een klein uurtje duurde het voordat we aan de beurt waren en het Salomonsoordeel mochten aanhoren. Dat viel alleszins mee. Na enkele vragen te hebben beantwoord, hoe we de tocht hadden afgelegd (bicicleta), onze beduimelde stempelkaart hadden getoond, en waarvandaan we waren vertrokken (Sevilla), kregen we een formulier overhandigd, waarop je behalve je antecedenten ook moest aangeven hoe religieus je was.

Hier was er een keuze uit drie mogelijkheden: Religieus, een beetje reli, of helemaal niet. Op aanraden van Jacques koos ik voor de middelste optie, omdat de non-religios keuze, die hij twee jaar geleden had aangestreept, hem niet in dank was afgenomen. In plaats van het officiële diploma had hij toen een minder fraaie oorkonde ontvangen en dat zou hem nu niet meer overkomen. Na overhandiging en bestudering van het formulier kregen we na enig wachten het begeerde document, waarop ik in gekalligrafeerde letters Dnum Abrahamum heette. Jacques' naam was veranderd in Dnum Iacobunm. Ondertekend door de Canonicus Deputatus pro Peregrinon.

Of wij deze naamsverandering ook bij de Burgerlijke stand van onze woonplaatsen moesten aangeven, werd er niet bij gezegd. Op het officina en de omringende straten en cafés was het een va et vient van mensen die elkaar na korte of lange tijd weer omhelsden. Vriendschappen werden bezegeld waarbij menige traan werd geplengd.
Naar de beweegredenen om aan een Pelgrimstocht te beginnen kun je alleen maar raden. Religieuze redenen, een zucht naar avontuur, jezelf op de proef stellen of gewoon ff weg uit de sleur van het dagelijks bestaan? Wie zal het zeggen. Zeker is wel dat je er sterker uitkomt, is het niet in de geest dan wel in je body. Volgens Jacques is het 'alsof je over je eigen schaduw bent heengestapt'.

-----
Het plaatje is van Henk Klaren


© 2019 Bram Schilperoord meer Bram Schilperoord - meer "Op de fiets"
Bezigheden > Op de fiets
Mar del Plata (7, slot) Bram Schilperoord
1616BZ Plata7Zes dagen later waren we zonder verdere problemen in de stad Santiago de Compostella. Eind van de ontberingen, einde van de rit: mission completed. Eerst gingen we maar eens op zoek naar een wasserette. Op advies van 5 of 6 voorbijgangers werden we door de hele binnenstad en een groot deel van de buitenwijken gestuurd, om uiteindelijk na drie uur sjouwen met de vuile was een waswinkel te ontdekken in onze eigen straat, naar schatting honderd meter verwijderd van ons hotel. Onze vreugde was van korte duur, zoals dat heet. Op de (dichte) deur lazen we de mededeling dat de zaak geopend was van 9 tot 13:15 uur. Tien voor half twee was het, vijf minuten te laat. Uien waren we, volgens Jacques. Daar kon ik het mee eens zijn. Het regende stevig en volgens de weersvooruitzichten zou dat de eerste twee weken niet veranderen

De stad maakte daardoor een mistroostige indruk, maar ook als het zonnig weer was geweest zou ik niet onder de indruk zijn geweest van het stedelijk schoon. Maar toegegeven, de in barok uitgevoerde kathedraal (catedral) mocht er zijn. Imposant, groot, schitterend gedecoreerd en voorzien van alle parafernalia die bij een kathedraal van deze statuur horen. Een enorm orgel, afbeeldingen van alle heiligen en een stuk of tien biechthokjes, waarvan druk gebruik werd gemaakt. Maar het meest in het oog springend was het wierookvat, dat middels het touw-en-blok verhuissysteem hoog in de nok van het gebouw hing en dat als het tijd was heen en weer geslingerd zou worden om de wierook te verspreiden door het kerkgebouw.

Waarvoor, waarom maar vooral wánneer was de kwestie. Want toen wij ons omstreeks half twaalf 's morgens vervoegden in het reeds stampvolle gebouw waren de bedoelingen en het tijdstip van de plechtigheden nog in nevelen gehuld. Van tijd tot tijd werd er een gebed voorgelezen en nagedreund door de kerkgangers die afwisselend mochten zitten en moesten gaan staan, waarna ook het orgel een deuntje weggaf. Nadat een tiental in witte gewaden gehulde kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders het podium hadden bestegen om aldaar hun rituelen uit te voeren en het er naar uitzag dat dit nog uren kon duren, verlieten Jacques en ik de kerk. In een koffiebar waar Jacques zich herinnerde hier twee jaar eerder te zijn geweest, maakten we de balans op. Was het de moeite waard geweest? We dachten van wel. Al was het maar om te testen of je het aankon: 1300 kilometer fietsen in bergachtig terrein. Bird (Jaap) hadden we op een aantal plaatsen herdacht middels herinneringen die bij Jacques boven kwamen drijven. Maar wat verder geestelijke bespiegelingen betreft, respectievelijk eventuele boetedoening, aflaat etc. waren we beiden tamelijk ambivalent.

We hadden ons aangemeld in het officina do perigrino, een gebouwtje naast de kerk. Daar moesten we aansluiten in een lange rij die eindigde in een kantoor met zes loketten, waarachter employés zaten die je al dan niet waardig keurden om het diploma in ontvangst te nemen. Een klein uurtje duurde het voordat we aan de beurt waren en het Salomonsoordeel mochten aanhoren. Dat viel alleszins mee. Na enkele vragen te hebben beantwoord, hoe we de tocht hadden afgelegd (bicicleta), onze beduimelde stempelkaart hadden getoond, en waarvandaan we waren vertrokken (Sevilla), kregen we een formulier overhandigd, waarop je behalve je antecedenten ook moest aangeven hoe religieus je was.

Hier was er een keuze uit drie mogelijkheden: Religieus, een beetje reli, of helemaal niet. Op aanraden van Jacques koos ik voor de middelste optie, omdat de non-religios keuze, die hij twee jaar geleden had aangestreept, hem niet in dank was afgenomen. In plaats van het officiële diploma had hij toen een minder fraaie oorkonde ontvangen en dat zou hem nu niet meer overkomen. Na overhandiging en bestudering van het formulier kregen we na enig wachten het begeerde document, waarop ik in gekalligrafeerde letters Dnum Abrahamum heette. Jacques' naam was veranderd in Dnum Iacobunm. Ondertekend door de Canonicus Deputatus pro Peregrinon.

Of wij deze naamsverandering ook bij de Burgerlijke stand van onze woonplaatsen moesten aangeven, werd er niet bij gezegd. Op het officina en de omringende straten en cafés was het een va et vient van mensen die elkaar na korte of lange tijd weer omhelsden. Vriendschappen werden bezegeld waarbij menige traan werd geplengd.
Naar de beweegredenen om aan een Pelgrimstocht te beginnen kun je alleen maar raden. Religieuze redenen, een zucht naar avontuur, jezelf op de proef stellen of gewoon ff weg uit de sleur van het dagelijks bestaan? Wie zal het zeggen. Zeker is wel dat je er sterker uitkomt, is het niet in de geest dan wel in je body. Volgens Jacques is het 'alsof je over je eigen schaduw bent heengestapt'.

-----
Het plaatje is van Henk Klaren
© 2019 Bram Schilperoord
powered by CJ2