archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 13
Jaargang 16
25 april 2019
Nummer 15 verschijnt op
30 mei 2019
Vermaak en Genot > Was er nog wat op de tv? delen printen terug
Dokkeren over de kasseien Katharina Kouwenhoven

1613VG KasseienAfgelopen zondag 14 april was het weer zover: Parijs-Roubaix, bekend als ‘de hel van het Noorden’. Een wielerkoers van 257 km in Noord-Frankrijk, berucht om zijn meer dan 50 km kasseienstroken. Afgezien van het door elkaar gerammeld worden rijd je er of in het stof of in de modder; het is dus een heldenprestatie om hem te winnen en daarom vooral weggelegd voor stevige kerels die tegen een stootje kunnen.

In de eerste edities, vanaf 1896, werd inderdaad in Parijs gestart, maar werd een deel van het parcours afgelegd achter motoren. Nu is het parcours ‘ingekort’ en starten de deelnemers in Compiègne. Na ongeveer 100 km dient de eerste van 28 kasseistroken zich aan. Die stroken zijn voorzien van sterren (1–5) om de ellende ervan aan te geven, afhankelijk van lengte en staat van de keien.

Dit gebied komt aan zijn kasseienstroken doordat na WO1 de kapotte wegen met kasseien hersteld werden. Veel zijn er daarna geasfalteerd, maar een aantal zijn behouden als beschermd erfgoed. Zodoende.

Parijs-Roubaix is ook een van de weinige koersen die eindigt in een velodroom, zodat aan het einde van die barre tocht ook nog een stukje piste rijden ten beste gegeven moet worden: sprinten op de baan. De winnaar van deze editie, de Belg Philippe Gilbert, bleek dat te kunnen. Om dit laatste huzarenstukje te vermijden proberen de renners vaak een lange vlucht, zoals Niki Terpstra in 2014. Hij deed dit keer helaas niet mee door een valpartij in de Ronde van Vlaanderen.

Parijs-Roubaix is leuk om naar te kijken, want er gebeurt zoveel. Op die keienstroken moet je vooraan zitten, want ze zijn smal. Er zijn veel valpartijen en door de toestand van die wegen zijn er ook veel leeglopers. Bijgevolg zijn er altijd wel renners die achterop raken en in de achtervolging moeten. Op die smalle stroken kunnen ze niet bereikt worden door de volgwagens met reserve materiaal, maar er zijn wel monteurs die met wielen rondrijden en elk team heeft ook een aantal helpers langs de kant van de weg met reservewielen. Een kanshebber krijgt in het ergste geval de fiets van een ploeggenoot, die hopelijk ongeveer hetzelfde postuur heeft. Stress alom.

De winnaar van de koers krijgt als trofee een kei op een sokkel. Die doet het goed in de vensterbank. Zes Nederlandse wielrenners hebben deze koers ooit gewonnen: Peter Post, Jan Janssen, Jan Raas, Hennie Kuiper, Servaas Knaven en Niki Terpstra. Daar komt volgend jaar een zevende bij: Mathieu van der Poel. Let op hem! Zo zie je ze maar eens in de honderd jaar.

-----
Het plaatje is van de schrijfster


© 2019 Katharina Kouwenhoven meer Katharina Kouwenhoven - meer "Was er nog wat op de tv?" -
Vermaak en Genot > Was er nog wat op de tv?
Dokkeren over de kasseien Katharina Kouwenhoven
1613VG KasseienAfgelopen zondag 14 april was het weer zover: Parijs-Roubaix, bekend als ‘de hel van het Noorden’. Een wielerkoers van 257 km in Noord-Frankrijk, berucht om zijn meer dan 50 km kasseienstroken. Afgezien van het door elkaar gerammeld worden rijd je er of in het stof of in de modder; het is dus een heldenprestatie om hem te winnen en daarom vooral weggelegd voor stevige kerels die tegen een stootje kunnen.

In de eerste edities, vanaf 1896, werd inderdaad in Parijs gestart, maar werd een deel van het parcours afgelegd achter motoren. Nu is het parcours ‘ingekort’ en starten de deelnemers in Compiègne. Na ongeveer 100 km dient de eerste van 28 kasseistroken zich aan. Die stroken zijn voorzien van sterren (1–5) om de ellende ervan aan te geven, afhankelijk van lengte en staat van de keien.

Dit gebied komt aan zijn kasseienstroken doordat na WO1 de kapotte wegen met kasseien hersteld werden. Veel zijn er daarna geasfalteerd, maar een aantal zijn behouden als beschermd erfgoed. Zodoende.

Parijs-Roubaix is ook een van de weinige koersen die eindigt in een velodroom, zodat aan het einde van die barre tocht ook nog een stukje piste rijden ten beste gegeven moet worden: sprinten op de baan. De winnaar van deze editie, de Belg Philippe Gilbert, bleek dat te kunnen. Om dit laatste huzarenstukje te vermijden proberen de renners vaak een lange vlucht, zoals Niki Terpstra in 2014. Hij deed dit keer helaas niet mee door een valpartij in de Ronde van Vlaanderen.

Parijs-Roubaix is leuk om naar te kijken, want er gebeurt zoveel. Op die keienstroken moet je vooraan zitten, want ze zijn smal. Er zijn veel valpartijen en door de toestand van die wegen zijn er ook veel leeglopers. Bijgevolg zijn er altijd wel renners die achterop raken en in de achtervolging moeten. Op die smalle stroken kunnen ze niet bereikt worden door de volgwagens met reserve materiaal, maar er zijn wel monteurs die met wielen rondrijden en elk team heeft ook een aantal helpers langs de kant van de weg met reservewielen. Een kanshebber krijgt in het ergste geval de fiets van een ploeggenoot, die hopelijk ongeveer hetzelfde postuur heeft. Stress alom.

De winnaar van de koers krijgt als trofee een kei op een sokkel. Die doet het goed in de vensterbank. Zes Nederlandse wielrenners hebben deze koers ooit gewonnen: Peter Post, Jan Janssen, Jan Raas, Hennie Kuiper, Servaas Knaven en Niki Terpstra. Daar komt volgend jaar een zevende bij: Mathieu van der Poel. Let op hem! Zo zie je ze maar eens in de honderd jaar.

-----
Het plaatje is van de schrijfster
© 2019 Katharina Kouwenhoven
powered by CJ2