archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 13
Jaargang 16
25 april 2019
Nummer 15 verschijnt op
30 mei 2019
Beschouwingen > Het zijn maar woorden delen printen terug
Serendipity, niet zo maar een woord Frits Hoorweg

1613BS SerendipityJe komt de vertaling ook in Nederlandse woordenboeken wel tegen, dan is het ‘serendipiteit’ geworden. Dat klinkt lang niet zo lekker, misschien omdat het rijmt op nijd en strijd, terwijl het Engelse equivalent vrolijke verrassing tot uitdrukking lijkt te brengen. Niet gek natuurlijk voor een woord dat slaat op (betrekkelijk) toevallige ontdekkingen. Ik kan niet nalaten dat toevallige karakter onmiddellijk te nuanceren. Bij ieder voorbeeld dat hierna de revue gaat passeren komt de gedachte: ‘ja maar’, op.

Laat ik beginnen met ‘toevallige’ ontdekking nummer één. Op de boekenmarkt ligt op een tafel met van alles en nog wat een boek, dat geschreven blijkt door Robert Merton en Elinor Barber, getiteld: ‘The travels and adventures of serendipity’. Waarom viel dat boek mij op? Simpel, tijdens mijn studie heb ik een boek van eerstgenoemde bestudeerd en dat beviel mij wel. Hij was een theoretisch socioloog die zich toelegde op redelijk overzichtelijke verschijnselen en zich niet waagde aan megalomaan getheoretiseer. Als zo iemand zijn naam leent aan een boek over serendipiteit moet ik er meer van weten, dacht ik.

Het woord ‘serendipity’ blijkt voor het eerst te zijn gebruikt door Horace Walpole in 1754. Walpole was zo’n ‘man of letters’ waar ze in Engeland dol op zijn, overigens zonder dat hij altijd volstrekt serieus werd genomen. Hij mocht graag nieuwe woorden bedenken, die dan wel vaak varianten waren op oude. Zo was het woord serendipity geïnspireerd op een verhaal van ene Christoforo Aremeno: ‘dalla Persiana dit re giovani figlivoli de Re di Serendippo’. Dat gaat over jongemannen die uit Serendippo kwamen en die, als ze verdwaald zijn, toevallig ontdekken dat hun halfblinde pakezel eerder ‘hier’ is geweest, omdat het gras slechts aan een kant van het pad is afgegraasd. Het woord sloeg niet onmiddellijk aan, dat gebeurde pas veel later toen het werk van Walpole gebundeld was. Dan komt het langzaamaan ‘en vogue’ in de literaire wereld.

Weer veel later ontstaat er ook in wetenschappelijke kringen belangstelling voor het woord. Dan komen we bij casuïstiek terecht waarbij ik onmiddellijk grote twijfels voel opkomen. Hoe toevallig is dat wat wij ervaren als toevallig? Om te beginnen moet je behoorlijk deskundig zijn om te onderkennen dat je ‘toevallig’ iets hebt uitgevonden dat de moeite waard is. Iemand die de fijne kneepjes van een bepaald vakgebied niet kent kun je makkelijk wijsmaken dat daar sprake van is, maar is dat ook echt zo?

Een proef kan een verrassende uitkomst hebben, zonder dat het helemaal uit de lucht komt vallen. Een onderzoeker heeft er misschien wel belang bij de indruk te wekken dat een bepaald inzicht is ontstaan zonder dat het een relatie heeft met de proeven die gaande waren. Hoe zit dat met eventuele financiële baten, dan wel met de kosten van het onderzoek dat niet heeft opgeleverd wat het had moeten opleveren?
Begrijp me goed: natuurlijk speelt toeval een rol, maar ik wantrouw de berichten die daarover door de betrokkenen worden verspreid; niet noodzakelijkerwijs moedwillig overigens.

Misschien is dat wel de reden waarom het boek zo’n merkwaardige publicatiegeschiedenis heeft. De oorspronkelijke tekst is van Elinor Barber en is later aangevuld en geredigeerd door Merton. Als ik het goed begrijp heeft het een tijd in de kast gelegen omdat Merton het (nog?) niet wilde publiceren. Uiteindelijk heeft hij daar blijkbaar spijt van gekregen. Nadat zij overleden was heeft hij het alsnog gereed gemaakt voor publicatie en daar is het tenslotte van gekomen toen hij zelf ook overleden was. Zou er iets geweest zijn tussen die twee?

The Travels and Adventures of Serendipity, Robert K. Merton and Elinor Barber, Princeton University Press, 2004

© 2019 Frits Hoorweg meer Frits Hoorweg - meer "Het zijn maar woorden" -
Beschouwingen > Het zijn maar woorden
Serendipity, niet zo maar een woord Frits Hoorweg
1613BS SerendipityJe komt de vertaling ook in Nederlandse woordenboeken wel tegen, dan is het ‘serendipiteit’ geworden. Dat klinkt lang niet zo lekker, misschien omdat het rijmt op nijd en strijd, terwijl het Engelse equivalent vrolijke verrassing tot uitdrukking lijkt te brengen. Niet gek natuurlijk voor een woord dat slaat op (betrekkelijk) toevallige ontdekkingen. Ik kan niet nalaten dat toevallige karakter onmiddellijk te nuanceren. Bij ieder voorbeeld dat hierna de revue gaat passeren komt de gedachte: ‘ja maar’, op.

Laat ik beginnen met ‘toevallige’ ontdekking nummer één. Op de boekenmarkt ligt op een tafel met van alles en nog wat een boek, dat geschreven blijkt door Robert Merton en Elinor Barber, getiteld: ‘The travels and adventures of serendipity’. Waarom viel dat boek mij op? Simpel, tijdens mijn studie heb ik een boek van eerstgenoemde bestudeerd en dat beviel mij wel. Hij was een theoretisch socioloog die zich toelegde op redelijk overzichtelijke verschijnselen en zich niet waagde aan megalomaan getheoretiseer. Als zo iemand zijn naam leent aan een boek over serendipiteit moet ik er meer van weten, dacht ik.

Het woord ‘serendipity’ blijkt voor het eerst te zijn gebruikt door Horace Walpole in 1754. Walpole was zo’n ‘man of letters’ waar ze in Engeland dol op zijn, overigens zonder dat hij altijd volstrekt serieus werd genomen. Hij mocht graag nieuwe woorden bedenken, die dan wel vaak varianten waren op oude. Zo was het woord serendipity geïnspireerd op een verhaal van ene Christoforo Aremeno: ‘dalla Persiana dit re giovani figlivoli de Re di Serendippo’. Dat gaat over jongemannen die uit Serendippo kwamen en die, als ze verdwaald zijn, toevallig ontdekken dat hun halfblinde pakezel eerder ‘hier’ is geweest, omdat het gras slechts aan een kant van het pad is afgegraasd. Het woord sloeg niet onmiddellijk aan, dat gebeurde pas veel later toen het werk van Walpole gebundeld was. Dan komt het langzaamaan ‘en vogue’ in de literaire wereld.

Weer veel later ontstaat er ook in wetenschappelijke kringen belangstelling voor het woord. Dan komen we bij casuïstiek terecht waarbij ik onmiddellijk grote twijfels voel opkomen. Hoe toevallig is dat wat wij ervaren als toevallig? Om te beginnen moet je behoorlijk deskundig zijn om te onderkennen dat je ‘toevallig’ iets hebt uitgevonden dat de moeite waard is. Iemand die de fijne kneepjes van een bepaald vakgebied niet kent kun je makkelijk wijsmaken dat daar sprake van is, maar is dat ook echt zo?

Een proef kan een verrassende uitkomst hebben, zonder dat het helemaal uit de lucht komt vallen. Een onderzoeker heeft er misschien wel belang bij de indruk te wekken dat een bepaald inzicht is ontstaan zonder dat het een relatie heeft met de proeven die gaande waren. Hoe zit dat met eventuele financiële baten, dan wel met de kosten van het onderzoek dat niet heeft opgeleverd wat het had moeten opleveren?
Begrijp me goed: natuurlijk speelt toeval een rol, maar ik wantrouw de berichten die daarover door de betrokkenen worden verspreid; niet noodzakelijkerwijs moedwillig overigens.

Misschien is dat wel de reden waarom het boek zo’n merkwaardige publicatiegeschiedenis heeft. De oorspronkelijke tekst is van Elinor Barber en is later aangevuld en geredigeerd door Merton. Als ik het goed begrijp heeft het een tijd in de kast gelegen omdat Merton het (nog?) niet wilde publiceren. Uiteindelijk heeft hij daar blijkbaar spijt van gekregen. Nadat zij overleden was heeft hij het alsnog gereed gemaakt voor publicatie en daar is het tenslotte van gekomen toen hij zelf ook overleden was. Zou er iets geweest zijn tussen die twee?

The Travels and Adventures of Serendipity, Robert K. Merton and Elinor Barber, Princeton University Press, 2004
© 2019 Frits Hoorweg
powered by CJ2